Het heeft nu lang genoeg geduurd', zei Joachim Coens begin november in Het Laatste Nieuws. De toenmalige kandidaat-voorzitter van CD&V had geen goed oog in de regeringsonderhandelingen. Hij vond het - toch ook alweer een half jaar geleden - stilaan tijd om andere paden te bewandelen: 'Als de politieke partijen onbekwaam zijn om samen een regering te vormen, laat het dan over aan anderen. En vorm snel een regering van experts. Een zakenkabinet.' Het is een ballonnetje dat wel vaker wordt opgelaten in de media, maar het is opmerkelijk dat de wanhoop over de regeringscrisis zelfs politici zo ver dreef om er hardop over na te denken. Coens was trouwens niet de enige. In januari deed Open VLD'er Bart Tommelein een soortgelijk voorstel: een tijdelijke regering van ambtenaren en experts in afwachting van een politiek compromis.
...

Het heeft nu lang genoeg geduurd', zei Joachim Coens begin november in Het Laatste Nieuws. De toenmalige kandidaat-voorzitter van CD&V had geen goed oog in de regeringsonderhandelingen. Hij vond het - toch ook alweer een half jaar geleden - stilaan tijd om andere paden te bewandelen: 'Als de politieke partijen onbekwaam zijn om samen een regering te vormen, laat het dan over aan anderen. En vorm snel een regering van experts. Een zakenkabinet.' Het is een ballonnetje dat wel vaker wordt opgelaten in de media, maar het is opmerkelijk dat de wanhoop over de regeringscrisis zelfs politici zo ver dreef om er hardop over na te denken. Coens was trouwens niet de enige. In januari deed Open VLD'er Bart Tommelein een soortgelijk voorstel: een tijdelijke regering van ambtenaren en experts in afwachting van een politiek compromis. Knack vroeg in maart een rist experts wat zij zouden doen als ze minister zouden worden. Marc Van Ranst, Erika Vlieghe noch Steven Van Gucht zat toen in dat panel, maar luttele weken later waren zij de experts die de teugels van het land overnamen van de regering-Wilmès. Ze hebben vandaag een grotere impact op ons leven dan eender welke politicus ooit zal hebben. Ministers nemen nog altijd de eindbeslissingen (ze weken geregeld af van het advies van de virologen en epidemiologen), maar de experts zijn de onbetwiste architecten van deze lockdown. Dat weekt kritiek los: deze dames en heren zijn niet democratisch verkozen, maar worden als woordvoerders van de regering gepresenteerd. Tegelijk is de tegenwind ook wat bizar. Wanneer de hele wereld wordt getroffen door een onbekend virus, waarbij de gezondheidszorg dreigt te crashen en duizenden doden vallen, zijn er niet zo gek veel mensen te vinden met kennis van zaken. Enter Van Ranst, Vlieghe en Van Gucht. De debatjes die werden gevoerd over hun rol, en waarbij de rectoren van de Vlaamse universiteiten zich zelfs genoodzaakt zagen om hen te verdedigen, waren telkens eigenlijk naast de kwestie. Niet zelden werden ze opgestart door opiniemakers die het er wat lastig mee hadden dat ze tijdelijk werkloos waren. De lof die de experts kregen was even voorspelbaar, en sloot aan bij de sfeer van voor de coronacrisis. Managementprofessor en columnist Frederik Anseel was de eerste die het in De Tijd over een 'verademing' had dat er weer naar experts wordt geluisterd. Zij waren jarenlang 'onder vuur genomen' in het politieke debat. Ook milieudeskundige Pieter Leroy hield vorige maand in Knack een vurig pleidooi voor meer expertise in de politiek. Hij had het over 'politiek geklungel' door een gebrek aan expertise. Zowel ter linker- als ter rechterzijde leeft het idee dat politici meer naar experts moeten luisteren. Anseel stelde meteen de belangrijkste vervolgvraag: wie is een expert? Hij ergerde zich in De Tijd aan allroundexperts die in de pers worden opgevoerd, en vaak hun reputatie hebben gemaakt op sociale media, waar 'mensen die tot twee weken geleden nog geen verkoudheid van een griep konden onderscheiden vlotjes uitleggen wat covid-19 doet met je longen'. Wie zijn de experts naar wie politici beter moeten luisteren? Kandidaten genoeg op sociale media, maar daar vind je niemand die op een breder draagvlak kan rekenen dan politici. Vermogensbeheerder-econoom Geert Noels? Historicus Rutger Bregman? Filosoof Maarten Boudry? Ze spreken allemaal voor hun eigen achterban (al denken ze daar zelf anders over). Wie boven de stammenoorlog van het publieke debat uit probeert te stijgen, zoals filosoof Patrick Loobuyck, vervalt vaak in nietszeggendheid. Komen de leden van denktanks zoals Itinera en Minerva in aanmerking? De hoofdeconomen van de banken misschien? Het is een illusie dat zij meer oog zouden hebben voor het algemeen belang dan politici. Een eenvoudige oplossing is de groep van experts te beperken tot wetenschappers die aangesteld zijn aan universiteiten. Het moet gezegd: ook daar werken twijfelachtige figuren. Aan de UGent moesten een hoogleraar en een assistent onlangs ontslag nemen nadat tijdens een livestream te zien was geweest hoe ze agenten voor fascisten uitscholden. Het geloof dat tijdens discussies over experts in de neutraliteit van de wetenschap wordt gesteld, grenst soms aan kinderlijke naïviteit. De volgende vraag is: waarover mogen wetenschappers zich zoal uitspreken? Mag een hoogleraar economie meepraten over alle economische onderwerpen? Moet hij zich beperken tot het specifieke domein van de vakgroep waaraan hij verbonden is? Of mag hij alleen met de autoriteit van een expert uitspraken doen over het onderzoek dat hij zelf voert? In de media mogen economen over alles wat ze maar willen meepraten, en dat leidt ertoe dat experts soms lijnrecht tegenover elkaar komen te staan. Een mooi voorbeeld daarvan is de twist tussen Stijn Baert van de UGent en Johannes Spinnewijn van de London School of Economics. Ze doen exact tegenovergestelde voorstellen om het werkloosheidsstelsel te hervormen: Baert vindt dat uitkeringen nog iets sneller zouden moeten dalen dan vandaag het geval is, Spinnewijn vindt dat ze eigenlijk zouden moeten stijgen naarmate iemand langer zonder werk zit. En daar hebben ze allebei goede argumenten voor. Economie is lang niet het enige vakgebied waar de academici soms vechtend over de straat rollen. U zoekt iemand met een uitgesproken mening over de hervorming van het onderwijs? Aan gediplomeerde kenners die elkaar staalhard tegenspreken geen gebrek, soms binnen dezelfde universiteit. Zelfs virologen zijn het niet altijd eens. Marc Van Ranst noemt collega-expert Marc Whatelet een 'salonviroloog', en vindt ook de kritiek van microbioloog Herman Goossens 'volkomen onterecht'. Toch geven ze bijna dagelijks afwisselend duiding over het coronavirus in Ter Zake of De Afspraak. Naast de vraag wie als expert mag aantreden binnen zijn vakgebied, is een andere kwestie belangrijk: naar welke expert moet je dan luisteren? Zeg mij welke expert u graag aan het woord ziet komen, en ik zal u vertellen wat uw politieke voorkeuren zijn, of waar u zich het meeste zorgen over maakt. Dat blijkt ook weer tijdens de coronacrisis. Zolang het voor iedereen helder was dat het virus moest worden bestreden, was het vanzelfsprekend dat het woord aan de virologen en epidemiologen was. Toen de lockdown zwaar begon te wegen en een exitstrategie lonkte, riep men om andere experts aan tafel: psychologen, economen, sociologen, onderwijspedagogen. Een expert als lobbyist voor de problemen die hij onderzoekt. Zo verschuift het debat naar de keuze van experts, zoals over de samenstelling van het economisch relancecomité van Jan Jambon met onder anderen Baert en Noels. Die roep om meer expertise, of beter wetenschappelijk onderbouwd beleid, is soms een schreeuw om aandacht. Want gelooft iemand echt dat armoede in Vlaanderen niet uitgeroeid raakt omdat er niet genoeg naar armoede-experts wordt geluisterd? Politici zijn daar eenvoudigweg niet erg mee bezig, omdat ze denken dat hun kiezers daar ook niet wakker van liggen. Dat zou nog kunnen kloppen ook. De overheveling van de kinderbijslag naar Vlaanderen was een uitstekend moment om daar een beter instrument in de strijd tegen (kinder)armoede van te maken. Dat is amper gebeurd, en dat kwam níét doordat politici de experts waren vergeten. Zij vonden het gewoon belangrijker om het basisbedrag voor elk kind hoog genoeg te houden. Op mondiaal niveau is de klimaatdiscussie hét debat dat bewijst dat politici meer naar experts zouden moeten luisteren. Zij zeggen allemaal dat er veel ingrijpender maatregelen nodig zijn dan politici willen nemen om de opwarming van de aarde binnen de perken te houden. Waarom luisteren politici dan niet? De grootte van het klimaatprobleem suggereert dat het fundamenteler is dan een gebrekkige interesse van politici: het is een herverdelingsvraagstuk over generaties heen, waarvan de gevolgen voor het klimaat voorlopig goeddeels onzichtbaar blijven en waarbij ook nog eens alle landen van de wereld betrokken zijn. Daarmee vergeleken is de aanpak van een pandemie een lachertje. Terwijl zo goed als alle experts het gevoel hebben dat politici onvoldoende naar hen luisteren, is er één beroepsgroep waarop ze altijd kunnen rekenen: journalisten. Geef ons eens ongelijk: de interviews die zij geven zijn scherper, inhoudelijker en interessanter dan de kromme frasen waarin politici zich uitdrukken. Experts komen zodanig vaak aan het woord dat redacties een deel van hun achtergrondkennis aan hen konden uitbesteden. In ruil daarvoor krijgen de specialisten een platform waar politici alleen maar van kunnen dromen. Het politieke interview werd door sommigen doodverklaard en werd in de weekendkranten vaak vervangen door gesprekken met experts. Die bijdragen zijn vaak nuttig - experts wijzen soms op problemen waar politici zelfs nog niet aan hadden gedácht -, maar de media en de politiek volgen finaal wel andere regels. In de media draait het debat om slimme en originele argumenten, en kunnen twee experts in dezelfde week, soms zelfs in het zelfde medium, zonder problemen en zonder veel wederwoord tegenstrijdige stellingen verdedigen. Politiek, daarentegen, draait om keuzes maken en om de verdeling van beperkte middelen. Stelt u zich even voor dat de wanhoop over de politiek ons zo ver drijft dat we een expertenregering aanstellen. De knapste koppen in hun vakgebied (we zijn er wonderwel in geslaagd om ze te selecteren) krijgen elk een departement. De kans is groot dat die vakministers zich tijdens de wekelijkse ministerraad goeddeels met hetzelfde bezighouden als hun politieke collega's: elkaar bevechten om het weinige geld dat voorhanden is. Een expert kan in een interview wel (terecht) vaststellen dat ons justitieapparaat dringend meer middelen nodig heeft, maar de kunst is om dat geld ook echt te vinden. Die budgettaire keuzes worden in de politiek op basis van machtsverhoudingen en uiteindelijk de verkiezingsuitslag gemaakt. Tijdens verkiezingen leggen politici verantwoording af over die keuzes. Het is al jaren modieus om minnetjes te doen over dat fundament van onze democratie, maar niemand die het ter discussie durft te stellen. Niemand die zelfs maar de politiek uit handen wil geven aan experts om het klimaat te redden. Ideaal is dat systeem uiteraard allerminst - meer dan experts hebben politici vooral oog voor de korte termijn, en voor de verzuchtingen van de electoraal belangrijke middenklasse. Pas als krapte politici dwingt om moeilijke beslissingen te nemen, recycleren ze achteraf de argumenten van experts. Toen de regering-Jambon besloot de woonbonus af te voeren, weerklonken plots de argumenten die huizenmarktexperts al vele jaren aanvoeren tegen die korting op de aankoop van een huis. En pas toen de leden van de regering-Michel doorkregen dat het hen niet zou lukken om de begroting op orde te krijgen, hoorden we echo's van pleidooien van economen om niet al te snel en ondoordacht te bezuinigen. Conclusie? Experts hebben de kennis om politici pijnlijke waarheden voor te houden. Ze zijn in een gezonde democratie van essentieel belang. Maar het zijn politici die als enige geautoriseerd zijn om beslissingen te nemen. Die beslissingen zijn niet minder legitiem omdat een journalist een expert heeft gevonden die het ermee oneens is. De politieke en de wetenschappelijke werelden zijn soms onmogelijk met elkaar te verzoenen, en politici verdienen het niet altijd om daarvoor genadeloos te worden afgestraft. Zelfs in de ongeziene crisis die we vandaag beleven, vallen het cynisme en het dedain op waarmee over hen wordt gesproken. Op empathie kunnen ze al lang niet meer rekenen. Dat hebben ze deels aan zichzelf te danken, maar experts die altijd alles beter denken te weten dan politici voeden het cynisme evenzeer. Alleen hebben zij het geluk dat ze voor zulke overmoed nooit worden afgestraft.