Drie terroristen komen een café binnen. De eerste zegt: 'Aanslagen plegen in België is peanuts. Zelfs als de politie naar je op zoek is en je in Turkije wordt opgepakt als terrorist, kan je gewoon langs Nederland de grens overwandelen en op je dooie gemak jezelf opblazen in een metrostel in Brussel. Piece of cake. '
...

Drie terroristen komen een café binnen. De eerste zegt: 'Aanslagen plegen in België is peanuts. Zelfs als de politie naar je op zoek is en je in Turkije wordt opgepakt als terrorist, kan je gewoon langs Nederland de grens overwandelen en op je dooie gemak jezelf opblazen in een metrostel in Brussel. Piece of cake. ' 'Ik heb die aanslagen mee voorbereid,' zegt de tweede. 'Ze hebben maandenlang met het hele Belgische veiligheidsapparaat naar me gezocht, en ze hadden uiteindelijk een pizzakoerier nodig om me per ongeluk te vinden.'De derde lacht schamper. 'Dat is nog niks. Ik heb het hele plan achter de aanslagen aangestuurd. En een paar jaar geleden hebben die zotte Belgen mij nog zelf uit een gevangenis in Irak gehaald.'Dat gesprek heeft uiteraard nooit plaatsgevonden, maar iedere gelijkenis met bestaande personen of gebeurtenissen berust niet op toeval. De eerste terrorist is Ibrahim El Bakraoui - een geboren en getogen Brusselaar die zich jarenlang onledig maakte met gewapende overvallen en allerhande criminaliteit. In juni 2015, terwijl hij nog voorwaardelijk vrij was en dus niet naar het buitenland mocht, werd hij opgepakt in de buurt van de Turks-Syrische grens en door Turkije naar Nederland uitgezet. Vandaar kon hij ongestoord terug naar ons land reizen. Uiteindelijk zou El Bakraoui zichzelf opblazen in de buurt van metrostation Maalbeek.De tweede persoon uit het fictieve gesprek is Salah Abdeslam. Hij speelde een cruciale rol bij de aanslagen in Parijs door de leden van de terreurcel logistiek te ondersteunen en vanuit verschillende landen samen te brengen. Vermoed wordt dat hij voor zijn arrestatie ook de nakende aanslagen in ons land mee op touw zette, en dat zijn arrestatie er zelfs voor zorgde dat de terroristen hun plannen versneld uitvoerden. Enkel het derde deel van het gefingeerde gesprek hierboven strookt niet helemaal met de waarheid - of beter gezegd: we weten niet wat zijn rol was in de aanslagen, zelfs of hij daar überhaupt een rol in gespeeld heeft. Maar dat Oussama Atar een van Belgiës meest gewiekste en ongrijpbare geradicaliseerden is, lijkt wel als een paal boven water te staan. Atar heeft zijn afkomst niet mee - hij komt uit een familie van zware jongens die een aardig stukje van Brussels criminele verleden schreven. De zelfmoordterroristen van Brussel, Ibrahim en Khalid El Bakraoui, zijn overigens neven van hem. Zelf raakte Atar ook al snel op het verkeerde pad. Twaalf jaar terug dook hij op in Irak, waar hij door Amerikanen vastgezet werd in de gevangenis van Abu Ghraib, waarschijnlijk op verdenking van wapenhandel. De exacte omstandigheden van zijn aanwezigheid in Irak en zijn arrestatie zijn omgeven door een dikke rookwolk, en dat is uiteindelijk zijn redding geweest. De familie van Atar ijverde jarenlang voor zijn vrijlating en kreeg in het begin van de jaren 2010 ook Buitenlandse Zaken achter hun zaak. Volgens de familie, die heel wat mist spuide over zijn arrestatie, was hij niet alleen onschuldig maar kwijnde Atar ook weg in de gevangenis in Irak - intussen was hij overgeplaatst naar Camp Bucca - en leed hij aan een agressieve nierkanker. Ook Amnesty International schaarde zich achter de familie, omdat Atar volgens hen het recht op gezondheid en een menswaardige behandeling van zijn aandoening ontzegd werden. In 2012 kwam hij uiteindelijk terug naar België.Hoe levensbedreigend zijn ziekte was, zullen we nooit weten, maar vijf jaar later lijkt Atar in ieder geval springlevend. Bovendien wordt zijn naam al een jaar lang nadrukkelijk in verband gebracht met de terreurcel van Parijs en Brussel. Atar zou wel eens de mysterieuze missing link kunnen zijn waar onderzoekers al een jaar naar zoeken: een Syriëstrijder die luistert naar de naam Abou Ahmad, en op hoog niveau de aanslagen aanstuurde vanuit Syrië. Dat Atar hoog opgeklommen zou zijn binnen de rangen van Islamitische Staat, hoeft alvast niet te verbazen. In 2005 deelde hij zijn gevangenschap met kalief Abu-Bakr al-Baghdadi - de leider van Islamitische Staat. Het weekblad Humo ploos eerder al het radicaal islamitische verleden van Atar uit, en beschreef hem als de verbindende schakel tussen de 'Zwarte Weduwe van Al-Qaida', de Abdeslams, de Bakraouis en de Molenbeekse haatprediker Bassam Ayachi.Waar het onderzoekers aan ontbreekt, is een smoking gun: een onweerlegbaar bewijs van Atars betrokkenheid bij de aanslagen. Zelfs als Atar niks met de terreur in Brussel en Parijs te maken had, is hij niettemin een man die cruciale informatie kan leveren over de organisatie van Islamitische Staat, haar buitenlandse vertakkingen, de radicale islamitische cellen in ons land, en het netwerk van geradicaliseerden in de Brusselse Kanaalzone. De vraag is: waar zit Atar? Een jaar na de aanslagen - een jaar nadat de strijd tegen de radicale islam een speerpunt werd van het regeringsbeleid - ontbreekt ieder spoor. Via zijn familie sijpelt nu en dan een bericht naar buiten waarin Atar zijn onschuld uitroept, en vorige week berichtte CNN nog dat hij enkele maanden terug zelfs een deel van zijn familie gezien zou hebben. Intussen blijven de veiligheidsdiensten op hem jagen, maar voorlopig zonder succes. Hoe langer dat duurt, hoe ongrijpbaarder deze zware jongen wordt.