Bij de tienduizenden relatiebreuken die jaarlijks plaatsvinden, zijn vaak kinderen betrokken. Hun rol is dikwijls beperkt tot die van toeschouwer, maar zij moeten wel leven met de gevolgen. In tegenstelling tot de partnerrol, blijft de ouderrol ook na een relatiebreuk voort bestaan voor beide ouders. In vele gevallen is er een spanningsveld tussen deze rollen en dreigt de focus te liggen op het conflict tussen de (ex)-partners in plaats van op het belang van de kinderen. Door de scheiding valt hun wereld als een kaartenhuisje in elkaar.

Te weinig communicatie met de ex-partner en met de kinderen

Na de scheiding van hun ouders verdelen kinderen hun tijd tussen moeder en vader. Onze samenleving kijkt hier heel anders naar dan enkele decennia terug. Waar vader tot pakweg de jaren '90 vaak een stapje opzij zette in de opvoeding, is het nu steeds meer evident dat hij een actieve rol blijft spelen. Ook de wetswijzigingen rond echtscheiding speelden een rol. In 1995 werd gezagsco-ouderschap de norm. In 2006 werd daar het verblijfsco-ouderschap aan toegevoegd waarbij de wetgever zijn voorkeur aangeeft om de kinderen gelijkmatig tussen hun ouders te laten verblijven. Zo wil men het kind de kans geven om de band met beide ouders te behouden. Maar het loopt soms al fout vóór of vlak na de scheiding. Ouders zijn vaak te veel bezig met hun eigen bekommernissen en de noden van de kinderen verdwijnen naar de achtergrond. Kinderen hebben nood aan rust, stabiliteit, duidelijkheid en rechtlijnigheid. Dat veronderstelt zowel bij gezags- als bij verblijfsco-ouderschap een goede communicatie tussen beide ouders. Uit sociologisch onderzoek van de KU Leuven blijkt nu net dat communicatie over de opvoeding van de kinderen op een bijzonder laag pitje staat. Beslissingen worden dan ook vaak eenzijdig genomen of helemaal niet. In cijfers: één op vier praat nooit met zijn ex over hun kind. Meer dan één op drie neemt nooit belangrijke beslissingen samen met de ex.

Maak samen een plan op maat, én in overleg met de kinderen

De Gezinsbond wil een lans breken voor het welzijn van kinderen betrokken bij een scheiding. En dit ongeacht de samenlevingsvorm van de ouders. Kinderen van gehuwde ouders hebben immers dezelfde noden als kinderen van wettelijk of feitelijk samenwonende ouders. Wij willen dat ouders stilstaan bij de impact van hun beslissing op de kinderen. Zij hebben daarbij nood aan een omkadering waarbinnen de afspraken helder zijn. Naar voorbeeld van Nederland, pleiten wij daarom voor een ouderschapsplan dat ouders moeten opstellen vóór ze een officieel einde kunnen maken aan hun relatie. Een plan dat afspraken regelt over alles wat betrekking heeft op de kinderen. Wie het ouderlijk gezag uitoefent, maar ook afspraken over de verblijfsregeling, de dagelijkse zorg- en opvoedingstaken, de manier waarop informatie wordt uitgewisseld, en een eventuele onderhoudsbijdrage gebaseerd op een objectieve berekeningsmethode.

Het is van groot belang dat ook de kinderen betrokken worden bij het opstellen van dit plan. Uiteraard betekent dit niet dat kinderen knopen moeten doorhakken en dat moeilijke beslissingen op hen worden afgeschoven. Het betekent wel dat zij mogen deelnemen aan gesprekken die betrekking hebben op hen en op hun opvoeding. Dat zal op een andere manier gebeuren bij een 7-jarige dan bij een 16-jarige, maar het blijft op elke leeftijd van cruciaal belang om hen inspraak te geven.

Een ouderschapsplan mag geen keurslijf worden. Er moeten mogelijkheden zijn om wijzigingen aan te brengen als dat nodig is, in functie van de noden van het kind. Dialoog is het centrale woord in deze oefening. Ook wijzigingen moeten in eerste instantie in onderling overleg worden doorgevoerd, desnoods met hulp van een bemiddelaar.

Het ouderschapsplan is geen toverformule, maar het kan net dat duwtje in de rug zijn dat ouders nodig hebben om het belang van de kinderen als prioritair te stellen.

Erika Coene werkt op de studiedienst van de Gezinsbond.