'Moet ik naast mijn dochter zitten tijdens het huiswerk en haar fouten verbeteren?' en 'hoe praat ik met mijn zoon over school?'. Als je daarop als leraar kan antwoorden, betrek je ouders thuis bij het onderwijs van hun kind. Nederlands onderzoek wees uit dat dat meer impact heeft op de schoolprestaties dan aanschuiven op oudercontacten of pasta eten op het schoolfeest. Meer nog: ook hun zelfbeeld, welbevinden en motivatie profiteren ervan.

Wat is thuisbetrokkenheid?

Hans Van Crombrugge, pedagoog bij het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen: Leraren mogen verwachten dat ouders thuis meewerken. Maar volgens hun draagkracht. Vraag dus niet om na de lessen een toneelstuk te bezoeken dat de leerling moet recenseren. Sommige gezinnen kennen en doen dat niet. Dan is de leerling de dupe van zijn thuissituatie. Daarom gaat betrokkenheid thuis veel minder over tips om huiswerk te begeleiden, maar wel over gezinnen ondersteunen om school een goede én welomlijnde plek te geven thuis.

Dat doe je door ouderavonden te organiseren over onderwijsthema's. Dat doe je ook door ouders te stimuleren om met hun kinderen over school te praten, door ze te motiveren, interesse te tonen in wat ze op school doen. Het zit soms in kleine gewoontes. Als ouder tegen je kind zeggen: 'Je doet het echt goed hé, ik zie dat' is veel warmer dan 'Zie dat je 't goed doet hé'. Die methodieken kan je als leraar meegeven.

Weten ouders wat de school van hen verwacht?

Evelyn Morreel, onderzoeker kenniscentrum Odisee: Scholen verwachten vaak veel, zonder daarover duidelijk te communiceren of te controleren of ouders alles snappen. Het blijft soms steken bij impliciete verwachtingen en eisen: dat ouders hun kinderen straffen als er een opmerking in de agenda staat, dat ze meegeven dat studeren belangrijk is, dat ze boekentassen en agenda controleren.

Een ouder die dezelfde klasse en cultuur deelt met de leraren, weet intuïtief ongeveer wat verwacht wordt. Ouders met en migratieachtergrond, uit landen met een ander onderwijssysteem, veel minder.

Vandaag bepaalt één partij, de school, nog te vaak de spelregels van ouderparticipatie

Hans Van Crombrugge

Hoe geef je als school aan wat je thuis verwacht?

Van Crombrugge: Ik zou het inschrijvingsmoment heel expliciet benutten. Als je je kind hier inschrijft, teken je voor een bepaald pakket en dat is wat we van jou verwachten. Ook thuis. Ouders kunnen dan meteen aangeven wat zij verwachten en wat voor hen lukt.

Beide partijen geven dus het best aan wat ze van elkaar verwachten?

Van Crombrugge: Ja. In ouderbetrokkenheid en -participatie moeten we streven naar wederkerigheid. Nu zijn ouders - enigszins onvermijdelijk - min of meer klanten van de school. Daar moet je van af, want zo betrek je ouders niet op een goede manier bij onderwijs en breng je ouders en leraren niet dichter bij elkaar.

Vandaag bepaalt één partij, de school, nog te vaak de spelregels. Oudercontacten bijvoorbeeld: amper 10 minuten op één specifieke avond, terwijl je ook samen met ouders kan afspreken hoe vaak je wil samenzitten tijdens het jaar. Met de ene ouder misschien vaker dan met de andere.

Morreel: In enkele scholen van het Deeltijds Beroepssecundair Onderwijs zitten ouders en leraar nooit alleen aan tafel voor een gesprek. Doordat er ook andere mensen aanwezig zijn (bv. de trajectbegeleider), loopt het gesprek nooit vast op één visie op de leerling. Het kind staat er centraal, met zijn problemen en talenten.

Van Crombrugge: Scholen moeten die dialoog met ouders structureel inbouwen. Ga als directeur of leraar dus aan de schoolpoort staan. Ouders kunnen je aanspreken en omgekeerd. Je kan ook ouders uitnodigen om de speelplaats over te stappen als ze hun kind naar de klas brengen. Benut niet alleen de talenten van een bepaalde groep ouders, maar ook de expertise van kwetsbare ouders.

Onderschatten we de betrokkenheid van kwetsbare ouders?

Morreel: Ja. We spreken soms snel over gezinnen met een 'zwakke' of 'onbestaande' betrokkenheid of onderwijscultuur. Het hangt ervan af hoe je betrokkenheid definieert. Leraren denken: wie niet op school komt, zal thuis ook wel niet betrokken zijn.

In Brussel bijvoorbeeld lijken ouders die de Nederlandse taal niet machtig zijn vaak niet-betrokken. Leraren zien ze nauwelijks op school. Maar als je met ouders praat, merk je dat ze hun kinderen heel bewust naar Nederlandstalige scholen sturen zodat ze later meer (job)kansen hebben. Eigenlijk toont die keuze dat ze onderwijs wél belangrijk vinden. Dat ze niet naar school komen heeft dus met andere drempels te maken.

Scholen communiceren niet duidelijk. Veel verwachtingen naar ouders blijven impliciet.

Evelyn Morreel

Kunnen ouders thuis ook te betrokken zijn?

Van Crombrugge: Ouders kunnen taken zelf oplossen of te veel druk leggen op hun kinderen. Daar mag je ze op aanspreken. Maar scholen geven soms verwarrende signalen.

Een leraar die tegen de ouders beweert dat hun kind elke dag tot 9 uur moeten werken, zelfs op vrijdag, omdat het er anders niet zal geraken? Ik kan me voorstellen dat sommige ouders daar helemaal in meegaan en minutieus timen. 'Voor 9 uur verlaat je je bureau niet'. Dat moet een ramp zijn voor dat kind. De boodschap moet zijn: 'Nee hé, vrijdagavond mag je kind niet werken voor school.

Idem tijdens examens. Vandaag zetten ouders examenstress over op hun kinderenen vragen ze verlof. Eigenlijk moet de school de boodschap geven: 'Ouders moeten niet té hard met examens bezig zijn. Zorg voor gezond eten, vraag na het examen hoe het ging. En als je kind antwoordt 'goed', blijf dan niet doorvragen.

Hoe reageer je op ouders die botsen met een leraar of bepaalde leerstof?

Van Crombrugge: Je kan anticiperen: in het begin van het schooljaar duidelijk maken of je bijvoorbeeld leert koken met varkensvlees - wat voor veel moslims moeilijk ligt - of niet. Dan weten de ouders wat er komt. Informeren sluit overigens een overleg met de ouders niet uit. Bij onvrede met of over een leraar probeer je alle partijen te laten praten met elkaar. Maak die onvrede concreet en stel je bemiddelend op. Maar je kan en mag niet tolereren dat ouders tijdens het schooljaar normen en waarden in vraag gaan stellen, zoals geen turnleraar voor meisjes.

Moet je school en thuis ook soms loskoppelen?

Van Crombrugge: Ja. Maar dat is een moeilijke evenwichtsoefening. Het is goed dat je als leraar de familiale achtergrond kent en daarop wil inspelen. Maar soms moet een kind zijn thuissituatie in je klas even achter zich kunnen laten en echt leerling zijn. En thuis geen leerling, maar kind. Soms kan je als school zo veel eisen dat het kind thuis achter de leerling verdwijnt. Geef ouders voldoende vrije tijd samen met hun kinderen.

Dit artikel werd geschreven door Bart De Wilde en verscheen eerder in het dossier rond ouderbetrokkenheid op de website van het multimediale onderwijsmagazine Klasse.

'Moet ik naast mijn dochter zitten tijdens het huiswerk en haar fouten verbeteren?' en 'hoe praat ik met mijn zoon over school?'. Als je daarop als leraar kan antwoorden, betrek je ouders thuis bij het onderwijs van hun kind. Nederlands onderzoek wees uit dat dat meer impact heeft op de schoolprestaties dan aanschuiven op oudercontacten of pasta eten op het schoolfeest. Meer nog: ook hun zelfbeeld, welbevinden en motivatie profiteren ervan.Hans Van Crombrugge, pedagoog bij het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen: Leraren mogen verwachten dat ouders thuis meewerken. Maar volgens hun draagkracht. Vraag dus niet om na de lessen een toneelstuk te bezoeken dat de leerling moet recenseren. Sommige gezinnen kennen en doen dat niet. Dan is de leerling de dupe van zijn thuissituatie. Daarom gaat betrokkenheid thuis veel minder over tips om huiswerk te begeleiden, maar wel over gezinnen ondersteunen om school een goede én welomlijnde plek te geven thuis.Dat doe je door ouderavonden te organiseren over onderwijsthema's. Dat doe je ook door ouders te stimuleren om met hun kinderen over school te praten, door ze te motiveren, interesse te tonen in wat ze op school doen. Het zit soms in kleine gewoontes. Als ouder tegen je kind zeggen: 'Je doet het echt goed hé, ik zie dat' is veel warmer dan 'Zie dat je 't goed doet hé'. Die methodieken kan je als leraar meegeven. Evelyn Morreel, onderzoeker kenniscentrum Odisee: Scholen verwachten vaak veel, zonder daarover duidelijk te communiceren of te controleren of ouders alles snappen. Het blijft soms steken bij impliciete verwachtingen en eisen: dat ouders hun kinderen straffen als er een opmerking in de agenda staat, dat ze meegeven dat studeren belangrijk is, dat ze boekentassen en agenda controleren.Een ouder die dezelfde klasse en cultuur deelt met de leraren, weet intuïtief ongeveer wat verwacht wordt. Ouders met en migratieachtergrond, uit landen met een ander onderwijssysteem, veel minder. Van Crombrugge: Ik zou het inschrijvingsmoment heel expliciet benutten. Als je je kind hier inschrijft, teken je voor een bepaald pakket en dat is wat we van jou verwachten. Ook thuis. Ouders kunnen dan meteen aangeven wat zij verwachten en wat voor hen lukt.Van Crombrugge: Ja. In ouderbetrokkenheid en -participatie moeten we streven naar wederkerigheid. Nu zijn ouders - enigszins onvermijdelijk - min of meer klanten van de school. Daar moet je van af, want zo betrek je ouders niet op een goede manier bij onderwijs en breng je ouders en leraren niet dichter bij elkaar.Vandaag bepaalt één partij, de school, nog te vaak de spelregels. Oudercontacten bijvoorbeeld: amper 10 minuten op één specifieke avond, terwijl je ook samen met ouders kan afspreken hoe vaak je wil samenzitten tijdens het jaar. Met de ene ouder misschien vaker dan met de andere.Morreel: In enkele scholen van het Deeltijds Beroepssecundair Onderwijs zitten ouders en leraar nooit alleen aan tafel voor een gesprek. Doordat er ook andere mensen aanwezig zijn (bv. de trajectbegeleider), loopt het gesprek nooit vast op één visie op de leerling. Het kind staat er centraal, met zijn problemen en talenten.Van Crombrugge: Scholen moeten die dialoog met ouders structureel inbouwen. Ga als directeur of leraar dus aan de schoolpoort staan. Ouders kunnen je aanspreken en omgekeerd. Je kan ook ouders uitnodigen om de speelplaats over te stappen als ze hun kind naar de klas brengen. Benut niet alleen de talenten van een bepaalde groep ouders, maar ook de expertise van kwetsbare ouders. Morreel: Ja. We spreken soms snel over gezinnen met een 'zwakke' of 'onbestaande' betrokkenheid of onderwijscultuur. Het hangt ervan af hoe je betrokkenheid definieert. Leraren denken: wie niet op school komt, zal thuis ook wel niet betrokken zijn.In Brussel bijvoorbeeld lijken ouders die de Nederlandse taal niet machtig zijn vaak niet-betrokken. Leraren zien ze nauwelijks op school. Maar als je met ouders praat, merk je dat ze hun kinderen heel bewust naar Nederlandstalige scholen sturen zodat ze later meer (job)kansen hebben. Eigenlijk toont die keuze dat ze onderwijs wél belangrijk vinden. Dat ze niet naar school komen heeft dus met andere drempels te maken. Van Crombrugge: Ouders kunnen taken zelf oplossen of te veel druk leggen op hun kinderen. Daar mag je ze op aanspreken. Maar scholen geven soms verwarrende signalen.Een leraar die tegen de ouders beweert dat hun kind elke dag tot 9 uur moeten werken, zelfs op vrijdag, omdat het er anders niet zal geraken? Ik kan me voorstellen dat sommige ouders daar helemaal in meegaan en minutieus timen. 'Voor 9 uur verlaat je je bureau niet'. Dat moet een ramp zijn voor dat kind. De boodschap moet zijn: 'Nee hé, vrijdagavond mag je kind niet werken voor school.Idem tijdens examens. Vandaag zetten ouders examenstress over op hun kinderenen vragen ze verlof. Eigenlijk moet de school de boodschap geven: 'Ouders moeten niet té hard met examens bezig zijn. Zorg voor gezond eten, vraag na het examen hoe het ging. En als je kind antwoordt 'goed', blijf dan niet doorvragen. Van Crombrugge: Je kan anticiperen: in het begin van het schooljaar duidelijk maken of je bijvoorbeeld leert koken met varkensvlees - wat voor veel moslims moeilijk ligt - of niet. Dan weten de ouders wat er komt. Informeren sluit overigens een overleg met de ouders niet uit. Bij onvrede met of over een leraar probeer je alle partijen te laten praten met elkaar. Maak die onvrede concreet en stel je bemiddelend op. Maar je kan en mag niet tolereren dat ouders tijdens het schooljaar normen en waarden in vraag gaan stellen, zoals geen turnleraar voor meisjes. Van Crombrugge: Ja. Maar dat is een moeilijke evenwichtsoefening. Het is goed dat je als leraar de familiale achtergrond kent en daarop wil inspelen. Maar soms moet een kind zijn thuissituatie in je klas even achter zich kunnen laten en echt leerling zijn. En thuis geen leerling, maar kind. Soms kan je als school zo veel eisen dat het kind thuis achter de leerling verdwijnt. Geef ouders voldoende vrije tijd samen met hun kinderen.