'Op deze wereld is niets zeker, behalve de dood en belastingen', zou de Amerikaanse staatsman en fysicus Benjamin Franklin in de 18e eeuw al gezegd hebben. Wat de dood betreft, had hij gelijk. Wat belastingen betreft, is twijfel op zijn plaats. Zeker als het over de superrijken gaat. Dat blijkt uit een studie die enkele dagen geleden verscheen, geschreven door de economen Annette Alstadsæter (Norwegian University of Life Sciences), Niels Johannesen (Universiteit van Kopenhagen) en Gabriel Zucman (University of California, Berkeley). Voor het eerst hebben zij met harde cijfers kunnen staven: het zijn de superrijken die massaal belastingen ontwijken.
...

'Op deze wereld is niets zeker, behalve de dood en belastingen', zou de Amerikaanse staatsman en fysicus Benjamin Franklin in de 18e eeuw al gezegd hebben. Wat de dood betreft, had hij gelijk. Wat belastingen betreft, is twijfel op zijn plaats. Zeker als het over de superrijken gaat. Dat blijkt uit een studie die enkele dagen geleden verscheen, geschreven door de economen Annette Alstadsæter (Norwegian University of Life Sciences), Niels Johannesen (Universiteit van Kopenhagen) en Gabriel Zucman (University of California, Berkeley). Voor het eerst hebben zij met harde cijfers kunnen staven: het zijn de superrijken die massaal belastingen ontwijken. Er zijn in het verleden al wel studies gepubliceerd over belastingontduiking, dat wijdverspreide fenomeen. Fiscaal expert Michel Maus, bijvoorbeeld, schreef enkele jaren geleden een boek over belastingontduiking in België met als titel Iedereen doet het. Volgens hem loopt onze fiscus ieder jaar 26 tot 30 miljard mis door fiscale fraude. Daarbij bleef onduidelijk wíé de belastingen het meeste ontduikt. Het probleem is vooral dat je de superrijken zo moeilijk in de statistieken kunt vatten, omdat ze met zo weinig zijn en aan de meeste enquêtes ontsnappen. Daarin is onlangs verandering gekomen. Dankzij de Swissleaks, waarbij onthuld werd hoe via de Zwitserse bank HSBC belastingen werden ontdoken. En dankzij de Panama Papers, waarin belastingfraude aan het licht kwam via de zakelijke dienstverlener Mossack Fonseca op Panama. De gegevens die dankzij die twee dossiers vrijkwamen koppelden Alstadsæter, Johannesen en Zucman aan de beschikbare data over vermogens in Denemarken, Noorwegen en Zweden. 'Zo konden ze de tot dusver meest gedetailleerde becijfering maken van de belastingontwijking', stelde het weekblad The Economist. De studie van de drie economen, die iedereen kan terugvinden op de site van Gabriel Zucman, concludeert dat de belastingontduiking extreem geconcentreerd is en scherp toeneemt met de rijkdom. In 2006 betaalde een gemiddeld Scandinavisch gezin 3 procent te weinig belastingen. De rijkste 1 procent van de gezinnen, met een nettovermogen van minstens 2 miljoen dollar, betaalde 10 procent te weinig. Stuitend wordt het pas echt als de superrijken onder de loep komen: de rijkste 0,01 procent, met een nettovermogen van meer dan 45 miljoen dollar, stortte 30 procent te weinig aan de fiscus. Iedereen doet het, ja. Maar superrijken toch vele keren meer dan gewone gezinnen. Omdat het vermogen en het inkomen dat voor de fiscus verborgen wordt gehouden zozeer bij de superrijken geconcentreerd zit, is de ongelijkheid in de samenleving groter dan tot nu toe gedacht, zo stellen de auteurs. Ze nemen Noorwegen als voorbeeld: meer dan 25 procent van het vermogen van de superrijken zit daar weggestopt voor de belastingdiensten, en dus werd ook hun vermogen onderschat. Ze zijn, met andere woorden, 25 procent rijker dan gedacht. Dat maakt de kloof met de armen natuurlijk veel groter. Alstadsæter, Johannesen en Zucman hebben zich in hun onderzoek beperkt tot Scandinavië. Zij schrijven dat hun conclusies over het ontwijken van belastingen in die regio erg conservatief zijn als je vergelijkt met zulk gedrag in de rest van de wereld. Want de Scandinavische landen prijken in de lijstjes meestal bovenaan als het gaat over sociale cohesie, de minste corruptie en het grootste respect voor wetten en gezag. Bovendien, zo stippen ze nog aan, staat maar 2 procent van het vermogen van Scandinavische gezinnen op offshorerekeningen, terwijl het algemene gemiddelde op 4 procent ligt. Dat alles laat vermoeden dat het in andere landen nog veel erger gesteld is, qua belastingontduiking. Het zou verbazen als dat bijvoorbeeld in België niet het geval zou zijn. Wat ons land betreft, valt er minstens één opmerking te maken: de rijkste 10 procent betaalt hier nu al meer dan 40 procent van de belastingen. Daardoor is het des te spijtiger dat ook de regering-Michel geen komaf heeft gemaakt met het ingewikkelde kluwen van onze vermogensbelastingen: ook rijken hebben recht op transparante, efficiënte en billijke belastingen. Daar horen een vermogenskadaster en doorgedreven controle op de aangifte bij, zodat we er opnieuw zeker van kunnen zijn dat iedereen zijn deel van de belastingen betaalt.