De dood van de George Floyd is afschuwelijk. Ze is een brutaal geval van institutioneel racisme en past niet in een democratische rechtsstaat. We moeten daarom allen bondgenoten zijn in de strijd tegen racisme, niet enkel in de Verenigde Staten, maar ook in België.

De meest recente cijfers tonen aan dat Afro-Amerikanen bijna drie keer meer kans maken om door de politie te worden doodgeschoten dan witte Amerikanen. Ze belanden ook vijf keer meer in de gevangenis. Achter deze koele statistieken zitten menselijke drama's. Wetenschappelijke studies tonen verder aan dat de Amerikaanse politie criminaliteit veel harder aanpakt in etnisch diverse buurten dan in witte buurten. Daarnaast worden etnische minderheden ook sneller gecontroleerd (stop-and-search) dan witte Amerikanen. Hierdoor komen Afro-Amerikanen verhoudingsgewijs sneller in de criminaliteitsstatistieken terecht. Bovendien krijgen ze gemiddeld gezien voor dezelfde misdaad een zwaardere straf dan witte Amerikanen.

Ook in België moeten we bondgenoten zijn in de strijd tegen racisme.

Al deze verklaringen vallen onder de noemer van institutioneel racisme. En hoewel er minder cijfers voor België voor handen zijn, gaan veel van deze zaken ook tot op zekere hoogte voor ons land op. Ook hier worden etnische minderheden nadeliger behandeld door de politie en het gerecht.

Dit institutioneel racisme is problematisch voor onze democratische rechtsstaat. Een democratie draait immers om meer dan verkiezingen om de zoveel jaar en het halen van een meerderheid in het parlement. In een democratische rechtsstaat heeft iedere burger gelijke rechten. Dat betekent dat men ook de burgerrechten en grondwettelijke vrijheden van minderheden dient te respecteren. Anders ontstaat de tirannie van de meerderheid. Wanneer de politie en het leger met hun monopolie op geweld bepaalde etnische groepen harder aanpakt dan andere, dan weent niet enkel het slachtoffer maar huilt de ganse democratie. De strijd tegen ethnic profiling en racisme is daarom vooral een strijd voor gelijke rechten.

Velen denken dat dit institutionele racisme dateert van lang vervlogen tijden met openlijke lynchpartijen in de VS ("strange fruit hanging from the popular trees" aldus Billie Holiday) en discriminerende bordjes aan Belgische cafés en restaurants ("Interdit aux Nord-Africains"). Obama is toch president kunnen worden, niet? En steeds meer mensen vinden toch dat gratuit racisme niet door de beugel kan? Ja, maar het racisme is de voorbije decennia meer verholen en vaak onbewust geworden. En zo blijft het de werking van onze democratische rechtsstaat uithollen.

Tegelijkertijd maakt de groeiend populariteit van radicaal-rechts het verband duidelijker tussen institutioneel racisme en een gebrekkige democratie. Het discours en beleid van radicaal-rechtse populisten is immers doordrenkt van het stigmatiseren en uitsluiten van minderheden. We zien dit bij Trump in de VS, maar ook bij Erdoğan in Turkije, Bolsonaro in Brazilië en Modi in Indië. Allen hebben ze een parlementaire meerderheid, maar hun electoraal succes hebben ze net te danken aan het culpabiliseren en onderdrukken van minderheden.

Zowel de subtiele vormen van discriminatie als het expliciete racisme van radicaal-rechts verdienen onze aandacht. Voor beiden vormen mogen we niet langer blind zijn. Ze verdienen onze verontwaardiging en ons verzet. Elk dient bij zichzelf ten rade te gaan wat we kunnen doen voor meer gelijke rechten in onze maatschappij. Dat kan door te lezen en te leren over racisme. Door niet langer voor rechts-radicale populisten te stemmen. Door na te denken over je eigen (onbewuste) vooroordelen. Of actief tussen te komen bij het zien van racisme. Het is een collectieve verantwoordelijkheid.

Eén van de coryfeeën van de burgerrechtenbeweging in de VS was de zwarte schrijver James Baldwin. In de bekroonde documentaire I Am Not Your Negro stelt hij terecht dat het niet enkel om een raciaal probleem gaat. Hij spreekt over zijn land als één huis met vele kinderen, waarbij Amerikanen moeten aanvaarden dat zijn vlees hun vlees is, zijn beenderen hun beenderen en zijn bloed hun bloed. De knie van de politieagent op de keel van George Floyd was een knie op de keel van ons allen. Onze democratische rechtsstaat verkeert in ademnood.

Pieter-Paul Verhaeghe is professor sociologie aan de Vrije Universiteit Brussel.

De dood van de George Floyd is afschuwelijk. Ze is een brutaal geval van institutioneel racisme en past niet in een democratische rechtsstaat. We moeten daarom allen bondgenoten zijn in de strijd tegen racisme, niet enkel in de Verenigde Staten, maar ook in België.De meest recente cijfers tonen aan dat Afro-Amerikanen bijna drie keer meer kans maken om door de politie te worden doodgeschoten dan witte Amerikanen. Ze belanden ook vijf keer meer in de gevangenis. Achter deze koele statistieken zitten menselijke drama's. Wetenschappelijke studies tonen verder aan dat de Amerikaanse politie criminaliteit veel harder aanpakt in etnisch diverse buurten dan in witte buurten. Daarnaast worden etnische minderheden ook sneller gecontroleerd (stop-and-search) dan witte Amerikanen. Hierdoor komen Afro-Amerikanen verhoudingsgewijs sneller in de criminaliteitsstatistieken terecht. Bovendien krijgen ze gemiddeld gezien voor dezelfde misdaad een zwaardere straf dan witte Amerikanen. Al deze verklaringen vallen onder de noemer van institutioneel racisme. En hoewel er minder cijfers voor België voor handen zijn, gaan veel van deze zaken ook tot op zekere hoogte voor ons land op. Ook hier worden etnische minderheden nadeliger behandeld door de politie en het gerecht.Dit institutioneel racisme is problematisch voor onze democratische rechtsstaat. Een democratie draait immers om meer dan verkiezingen om de zoveel jaar en het halen van een meerderheid in het parlement. In een democratische rechtsstaat heeft iedere burger gelijke rechten. Dat betekent dat men ook de burgerrechten en grondwettelijke vrijheden van minderheden dient te respecteren. Anders ontstaat de tirannie van de meerderheid. Wanneer de politie en het leger met hun monopolie op geweld bepaalde etnische groepen harder aanpakt dan andere, dan weent niet enkel het slachtoffer maar huilt de ganse democratie. De strijd tegen ethnic profiling en racisme is daarom vooral een strijd voor gelijke rechten.Velen denken dat dit institutionele racisme dateert van lang vervlogen tijden met openlijke lynchpartijen in de VS ("strange fruit hanging from the popular trees" aldus Billie Holiday) en discriminerende bordjes aan Belgische cafés en restaurants ("Interdit aux Nord-Africains"). Obama is toch president kunnen worden, niet? En steeds meer mensen vinden toch dat gratuit racisme niet door de beugel kan? Ja, maar het racisme is de voorbije decennia meer verholen en vaak onbewust geworden. En zo blijft het de werking van onze democratische rechtsstaat uithollen. Tegelijkertijd maakt de groeiend populariteit van radicaal-rechts het verband duidelijker tussen institutioneel racisme en een gebrekkige democratie. Het discours en beleid van radicaal-rechtse populisten is immers doordrenkt van het stigmatiseren en uitsluiten van minderheden. We zien dit bij Trump in de VS, maar ook bij Erdoğan in Turkije, Bolsonaro in Brazilië en Modi in Indië. Allen hebben ze een parlementaire meerderheid, maar hun electoraal succes hebben ze net te danken aan het culpabiliseren en onderdrukken van minderheden. Zowel de subtiele vormen van discriminatie als het expliciete racisme van radicaal-rechts verdienen onze aandacht. Voor beiden vormen mogen we niet langer blind zijn. Ze verdienen onze verontwaardiging en ons verzet. Elk dient bij zichzelf ten rade te gaan wat we kunnen doen voor meer gelijke rechten in onze maatschappij. Dat kan door te lezen en te leren over racisme. Door niet langer voor rechts-radicale populisten te stemmen. Door na te denken over je eigen (onbewuste) vooroordelen. Of actief tussen te komen bij het zien van racisme. Het is een collectieve verantwoordelijkheid. Eén van de coryfeeën van de burgerrechtenbeweging in de VS was de zwarte schrijver James Baldwin. In de bekroonde documentaire I Am Not Your Negro stelt hij terecht dat het niet enkel om een raciaal probleem gaat. Hij spreekt over zijn land als één huis met vele kinderen, waarbij Amerikanen moeten aanvaarden dat zijn vlees hun vlees is, zijn beenderen hun beenderen en zijn bloed hun bloed. De knie van de politieagent op de keel van George Floyd was een knie op de keel van ons allen. Onze democratische rechtsstaat verkeert in ademnood.Pieter-Paul Verhaeghe is professor sociologie aan de Vrije Universiteit Brussel.