'O-nur Ka-ya!' Aan de Gaverbeek klinkt het uit duizend kelen. Iedereen is dol op een echte nummer 10, en Kaya straalt uit dat hij net iets meer kan dan de modale voetballer. Lichte voetjes, arendsblik, perfecte balbeheersing, en nog ijverig ook: geen wonder dat de supporters van Zulte Waregem hem aanbidden. Het is een bijzondere week voor Onur Kaya. Zulte Waregem lootte het Nederlandse Vitesse in de Europa League, en dat is de club waar Kaya zijn eerste minuten volmaakte als voetbalprof. Een woelige club, Vitesse, en in Nederland zeker niet onbesproken. Tot voor kort werd het team geleid door Merab Zjordania, een Georgische zakenman met een louche reputatie. Sinds kort is het overgenomen door Aleksandr Tjigirinski, een Russische vastgoedbons die dicht bij Roman Abramovitsj staat en dus ook bij Chelsea. De intriges bezorgden Vitesse de bijnaam 'FC Hollywood aan de Rijn'. 'Allemaal dingen van ver na mijn tijd', zegt Onur Kaya, die aan zijn Nederlandse periode een noordelijk uksent overhield. 'Het personeel ken ik nog, maar de technische staf en het bestuur zijn helemaal vernieuwd. Ik ben in 2010 bij Vitesse vertrokken. In het voetbal is dat een eeuwigheid. Negen jaar heb ik in Arnhem gewoond. Dat is een stuk van je leven dat ginder ligt, dus ik kijk er bijzonder naar uit om de stad opnieuw te zien. Vooral aan de Korenmarkt heb ik goeie herinneringen: érg prettige plek om te gaan stappen. Of ik dat veel deed? Nee hoor, altijd een brave jongen geweest.' (lacht)
...

'O-nur Ka-ya!' Aan de Gaverbeek klinkt het uit duizend kelen. Iedereen is dol op een echte nummer 10, en Kaya straalt uit dat hij net iets meer kan dan de modale voetballer. Lichte voetjes, arendsblik, perfecte balbeheersing, en nog ijverig ook: geen wonder dat de supporters van Zulte Waregem hem aanbidden. Het is een bijzondere week voor Onur Kaya. Zulte Waregem lootte het Nederlandse Vitesse in de Europa League, en dat is de club waar Kaya zijn eerste minuten volmaakte als voetbalprof. Een woelige club, Vitesse, en in Nederland zeker niet onbesproken. Tot voor kort werd het team geleid door Merab Zjordania, een Georgische zakenman met een louche reputatie. Sinds kort is het overgenomen door Aleksandr Tjigirinski, een Russische vastgoedbons die dicht bij Roman Abramovitsj staat en dus ook bij Chelsea. De intriges bezorgden Vitesse de bijnaam 'FC Hollywood aan de Rijn'. 'Allemaal dingen van ver na mijn tijd', zegt Onur Kaya, die aan zijn Nederlandse periode een noordelijk uksent overhield. 'Het personeel ken ik nog, maar de technische staf en het bestuur zijn helemaal vernieuwd. Ik ben in 2010 bij Vitesse vertrokken. In het voetbal is dat een eeuwigheid. Negen jaar heb ik in Arnhem gewoond. Dat is een stuk van je leven dat ginder ligt, dus ik kijk er bijzonder naar uit om de stad opnieuw te zien. Vooral aan de Korenmarkt heb ik goeie herinneringen: érg prettige plek om te gaan stappen. Of ik dat veel deed? Nee hoor, altijd een brave jongen geweest.' (lacht)Met welke ambitie gaat Zulte Waregem naar Nederland? Jullie hebben 1 op 9 en zijn zo goed als uitgeschakeld. Onur Kaya: Toen we Lazio, Nice en Vitesse lootten, wisten we dat Europees overwinteren moeilijk zou zijn. Tegen zulke teams wordt ieder foutje afgestraft. Neem de thuiswedstrijd tegen Nice. In het spel waren we niet de mindere, en toch klopte Nice ons met 1-5. De komende matchen moeten we laten zien dat Zulte Waregem een goeie, aantrekkelijke ploeg is die op dit niveau thuishoort. Daarna moet de focus snel terug naar de Belgische competitie, want we moeten onze mindere periode snel afsluiten. De Europese matchen hebben ons punten gekost, en ik vrees dat het nog een lange, lastige strijd wordt om play-off I te halen. Zulte Waregem is een team voor de top zes, maar in België mag je geen moment op je lauweren rusten. Onderschat onze competitie niet. Wie niet scherp aan de aftrap komt, verliest net zo makkelijk van de laatste in de stand. In de zomer vertrokken Lukas Lerager, Soualiho Meïté, Mbaye Leye en Christophe Lepoint. Denkt u dan: wat nu? Kaya: Dan knijp je je wel eens in de arm, ja. Die vier waren sterkhouders en de jongens die hen vervingen kende ik niet. Niet dat ik in paniek was, met Zulte Waregem heb je bijna de zekerheid dat het uiteindelijk toch goed komt. Elke zomer verliezen we belangrijke spelers, maar de ploeg blijft overeind. Die natuurlijke doorstroming pakt de club slim aan. Ik vind het alleen jammer dat we dit seizoen met zoveel geleende spelers zitten. Want zij zijn minder bij de zaak betrokken? Kaya: Nee, dat niet. Een goeie speler blijft een goeie, een slechte wordt er niet slechter door, en jongens die er niet voor gaan vind je hier sowieso niet. Het is vooral jammer dat je nu al weet dat je die gasten niet zult kunnen houden. Is Zulte Waregem de best combinerende ploeg in eerste klasse? Kaya: Ik plaats ons in de top drie, maar de bal vlot rond laten gaan is maar een deel van het plaatje. We mogen niet de sympathieke, mooie ploeg worden die telkens het deksel op de neus krijgt. We moeten onze kansen afmaken. De analisten noemen ons naïef, en ze hebben niet helemaal ongelijk. Gent, Genk of Oostende zijn minder gestart, maar ze kunnen alle drie nog play-off I halen. Ik kijk ook niet alleen naar beneden: kleinere clubs die tegen de verwachting in goed aan het seizoen zijn begonnen, willen heus de rol niet lossen. Dit wordt een rare competitie. Gent, Anderlecht en Oostende wisselden van trainer. Hoe zullen die teams zich de komende weken presenteren? Begrijpt u waarom die clubs Francky Dury niet polsten? Als er één Belgische trainer is die al jaren consequent goede resultaten kan voorleggen, dan is hij het wel. Kaya: Misschien deden ze dat wel, maar weten de journalisten het niet? (lacht) Nee, het is geen geheim dat onze coach de boot afhoudt, en ik begrijp waarom: een lang contract bij een stabiele club die weet wat ze wil, is veel waard. Het geeft de spelers vaste grond onder de voeten. Toen ik bij Charleroi zat, kregen we om de drie maanden een nieuwe coach. Je ziet geen richting meer, en iedereen denkt alleen nog aan zichzelf. Bij Zulte Waregem weten de spelers waar Dury naartoe wil, en hij heeft ons elders weggehaald dus hij weet waarom we daar staan. U gaf dit jaar nog geen assist. Vreemd, want de afgelopen seizoenen domineerde u dat klassement. Wat is er aan de hand? Kaya: Ze willen niet scoren wanneer ik voorzet! (lacht) De titel van assistkoning is natuurlijk maar spielerei. Ik lig er niet wakker van, zolang de ploeg maar draait. Dat ik minder assists geef, is geen toeval want we voetballen anders dan vorig seizoen. Zonder Mbaye Leye en Christophe Lepoint zijn we minder doeltreffend op hoge voorzetten dan vroeger. Eigenlijk wil het zeggen dat ík nu de goals moet maken, eerder dan dat ik ze voorbereid. Dat loopt nog niet zoals ik wil. Ik had al zeker zes keer moeten scoren. Wat is het geheim van de assist? De openingen zien, de techniek hebben om de perfecte bal te trappen? Kaya: Beide. Ik dank het aan mijn tijd in Nederland. Positiespel, rekening houden met de kans die komt, technische finesse: daar hameren de Hollanders tot in den treure op. Het Belgisch voetbal legt meer nadruk op fysieke kracht. Ik verenig de twee, en dat is een ideaal huwelijk. Een discussie die beslecht leek, werd door Vincent Mannaert van Club Brugge weer geopend. Moeten we de play-offs afschaffen? Kaya: Als je play-off I haalt, is het leuk, maar voor wie eruit valt, is het een drama. En tweede klasse (Eerste Klasse B dus, nvdr.) slaat nergens op. Acht teams die vier keer tegen elkaar spelen: wie zit daarop te wachten? Ik had te doen met de spelers van Westerlo. Hun seizoen zat er in maart al op. Je degradeert, mentaal ben je kapot en dan moet je nog twee maanden de tijd volmaken. Daar gaan carrières op stuklopen, let maar op. Anderlecht begon dramatisch aan het seizoen, maar ik geef je op een briefje dat ze daar denken: als we in maart het gaspedaal indrukken, zijn we toch nog kampioen. Zoiets blijft een farce. En er komt in januari nog een transferperiode aan. Clubs kunnen dan zwaar uitpakken of zelfs hun concurrenten leegkopen. Het verbaast me dat dit nog geen issue is geworden. Bij de jeugd speelde u bij Anderlecht. Kaya: Ik zat in de lichting van Vincent Kompany en Anthony Vanden Borre. De sterkste jeugdploeg die het Belgisch voetbal ooit gekend heeft, of het scheelt niet veel. Over Vince hoefde je je toen al geen zorgen te maken, maar Anthony, die nog een jaar jonger was, sloeg alles. Veroverde de bal in ons strafschopgebied, liep iedereen voorbij en als hij voor de keeper kwam, moest je maar afwachten of Anthony passte of hem er zelf inschoot. Elke tegenstander werd afgemaakt. Was Kompany toen al Vince the Prince? Kaya: Hij is een geboren leider, hè. Tweetalig, dus toen al de verbindingsman tussen jongens die moeilijk met elkaar konden communiceren. Vincent is een bijzonder slimme jongen. Hij heeft voor zichzelf een pad uitgestippeld. Hij zou er komen, wat er ook gebeurde. Qua talent deed Kompany onder voor Vanden Borre, maar je moet mentaal klaar zijn om het leven van een profvoetballer te dragen. Bij Vincent ging dat vanzelf, Anthony had er moeite mee. Anderlecht heeft toen een gouden generatie half gemist. Kompany en Vanden Borre waren krachtpatsers, maar ik kon ook aardig mee, net als Dries Mertens en Sven Kums, die iets jonger waren. Men vond mij, Dries en Sven te klein. Belachelijk, als je ziet wat voor een carrière Mertens bijvoorbeeld heeft uitgebouwd. Is er aan groeihormoon gedacht? De jonge Lionel Messi heeft daarmee geëxperimenteerd. Kaya: Voor mij was dat geen optie. Ik was klein maar wel struis. Groeihormoon zou mij niet helpen. Wat Kums en Mertens hebben gedaan, weet ik niet. Er is wel ooit een botscan gedaan om te zien hoe groot ik zou worden. Een exacte wetenschap is dat niet, want ik ben vier centimeter kleiner dan de botscan had voorspeld. Waarom men zo'n zaak maakt van mijn lengte heb ik nooit begrepen. Marc Degryse was in die jaren de held bij Anderlecht, en dat is toch ook geen reus? Hij en Luc Nilis waren mijn voorbeelden. Zij droegen het laatste grootse Anderlecht met Johan Walem, Bruno Versavel, Pär Zetterberg... Vergelijk dat met het Anderlecht onder René Weiler en je begrijpt waarom de supporters ontevreden waren. U bent een Brussels Ketje. Hoe reageert u wanneer de Amerikaanse president Donald Trump uw stad 'a hellhole' noemt? Kaya: Gelul. En als het nu alleen van Trump kwam, dan kon je het weglachen. Maar ik schrik wanneer ik Vlamingen over Brussel hoor praten of, erger nog, over Molenbeek. Die verloederde, gevaarlijke stad waar de mensen zogezegd in angst leven: míjn Brussel herken ik daar niet in. Ik groeide op aan de Hallepoort in Sint-Gillis, en ondertussen woon ik al zeven jaar in Anderlecht. Die buurten hebben een reputatie, maar ze zijn heus de Bronx of Mexico-stad niet. Voor mij is Brussel vooral relaxed. Leuke restaurantjes, veel te doen, gezellige mensen. Het ontspoort niet en dat is al heel wat, als je er goed over nadenkt. Zijn er weleens problemen? Natuurlijk, maar niet meer dan je mag verwachten in een stad met een miljoen inwoners. Maak niet de fout om de terroristen te vereenzelvigen met de hele stad. Dan beledig je een miljoen mensen die vreedzaam samenleven. De aanslagen van vorig jaar hebben natuurlijk indruk gemaakt. Vrienden van me werken bij de politie en hadden maanden daarvoor al gewaarschuwd dat er iets op til was. Ik zat lang met het gevoel: verdorie, het kan ieder moment gedaan zijn. We hebben ons leven na die aanslagen opvallend snel weer opgepikt. Kaya: Wat moet je anders? Er waren aanslagen in Barcelona, Nice, Berlijn: nergens ben je veilig. Op nieuwjaarsdag knalde een gek 39 mensen neer in een discotheek in Istanbul waar ik ook weleens kom. Moet je dan maar niet meer naar de discotheek gaan? Gelukkig laten mensen zich niet kisten. Weet je, die terroristen mag je niet omschrijven als Brusselaars of als moslims. Het zijn ontspoorde gekken. De dolle schutter in Las Vegas was een 64-jarige blanke miljonair. Nee, het leven moet doorgaan. Zo toon je dat de terroristen nooit hun doel zullen bereiken. Na de aanslagen in Parijs ging Brussel vier dagen in lock-down. Dat vond ik eng: plots doe je niet meer wat je wilt. Zoals half de nationale ploeg leerde u de stiel op de Brusselse pleintjes. Kaya: De pleintjes hebben me gevormd. Techniek is een noodzaak of ze blazen je omver, maar je leert er ook strijden en snel denken. De pleintjesvoetballers pik ik er zo uit. Die hebben iets extra's. Mijn vader had niet graag dat ik naar de pleintjes ging, dus deed ik het stiekem, wanneer hij aan het werk was. Die ene keer dat hij me betrapte, was mijn beste dag niet, kan ik je vertellen. (lacht) Ik speelde bij de jeugd van Anderlecht. 'Is dat nog niet genoeg voetbal in je leven?' vroeg hij dan. Een opiniestuk in Sport/Voetbalmagazine schilderde een mistroostig beeld van het Brusselse voetbal. Het nationale stadion komt er niet omdat Brusselaars niet geïnteresseerd zijn in Belgisch voetbal. De vele migranten volgen liever de competities van hun thuisland. Kaya: Dat klopt, denk ik. Voor de Turken telt de Süper Lig, de Italianen kijken naar de Serie A, de Spanjaarden naar de Primera Division. Of ze zijn fan van megateams zoals PSG of Chelsea. Ik zie het bij mijn eigen vrienden: de Belgische competitie spreekt hen niet aan. Ze komen kijken om mij een plezier te doen. Er spelen amper drie Turkse Belgen in eerste klasse: u, Sinan Bolat bij Antwerp en Enes Saglik bij Charleroi. Hasan Ozkan is er ook nog, maar die doet bij Oostende amper mee. Waarom zo weinig? De Congolese of Marokkaans-Belgische voetballers zijn veel talrijker. Kaya: Als er íés typisch is voor de Turkse mentaliteit, dan is het dat we nogal snel denken dat we het hebben gemaakt. Maar voetbal gaat om opofferingen. Toen ik op mijn vijftiende naar Vitesse ging, belandde ik op een internaat in een Arnhems bos. Dat voelde erg benepen voor een jongen die de Brusselse drukte gewend was. Ik sprak de taal niet, voelde me cultureel ontheemd, mijn ouders zag ik eens om de twee weken. Pittig, maar ik heb doorgezet en zonder die harde leerschool had ik hier vandaag niet gestaan. Talent is niet genoeg, dit (tikt op zijn voorhoofd) maakt alle verschil. Kent u Yasin Karaca? Hij was een paar jaar ouder dan ik. Bij Anderlecht noemden ze hem 'Maradona'. Zó veel talent dat iedereen dacht: die belandt bij Real Madrid. Wel, ik weet niet eens of hij nog voetbalt. Hebt u ooit racisme ondervonden in het voetbal? Kaya: Niets dat ik zo kan benoemen. Toen ik bij Anderlecht zat, kregen jongens die uit Vlaanderen kwamen sneller een contract dan de Brusselaars, die nochtans veel meer talent hadden. Is dat racisme? Eerder een sportieve inschattingsfout. Ik was de eerste jonge speler die zei: 'Oké, dan probeer ik het ergens anders.' Vitesse wilde toen ook Anthony Vanden Borre, maar hij durfde de stap niet te zetten. Anderlecht schoot wakker, gaf Anthony een contract en een paar weken later mocht hij naar de A-kern. Niet lang daarna brak Vincent Kompany door en toen dat meeviel, kreeg Vanden Borre ook zijn kans. In die tijd moest een jonge Belg bijna de grens over. Vitesse was voor mij de ideale stap: een gezellige, familiale club waar je je kon ontwikkelen. Daar ben ik die club eeuwig dankbaar voor.