Van vrijdag 13 op zaterdag 14 maart ging België in een lockdown light om de verdere verspreiding van het coronavirus tegen te gaan en de druk op de ziekenhuizen te beperken.
...

Van vrijdag 13 op zaterdag 14 maart ging België in een lockdown light om de verdere verspreiding van het coronavirus tegen te gaan en de druk op de ziekenhuizen te beperken. Omdat de gemiddelde Belg zich de afgelopen anderhalve maand voldoende aan de maatregelen heeft gehouden, is het aantal ziekenhuisopnames en overlijdens al een tijdlang aan het dalen en werd een overbelasting van de gezondheidszorg voorkomen. Ruim vijftig dagen later is maandag de eerste fase van de versoepeling van de coronamaatregelen begonnen. Wat staat er precies op het programma? Sinds 4 mei (fase 1A) kunnen ondernemingen en business to business-bedrijven (B2B) opnieuw aan de slag, rijdt het openbaar vervoer weer op volle kracht, gaat de kinderopvang grotendeels opnieuw open en wordt de toegang tot de gezondheidszorgsector uitgebreid. Naast die versoepeling begint een startgroep van tracers vanaf maandag met contactonderzoek bij mensen die positief hebben getest op het SARS-CoV-2-virus. Als de cijfers gunstig blijven evolueren volgt er op 11 mei een tweede versoepelingsronde (fase 1B), waarbij de business to customer-bedrijven (B2C) onder strenge voorwaarden opnieuw de deuren mogen openen. Specifieke contactberoepen zoals kappers mogen dat nog niet. Volgens Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) moet het contactonderzoek in Vlaanderen vanaf 11 mei volledig operationeel zijn. Nog een week later, vanaf 18 mei (fase 2), gaan de scholen gedeeltelijk open. Over de derde fase, die ten vroegste ingaat vanaf 8 juni, is er momenteel nog niets concreet bekend, buiten de piste dat de horeca vanaf dan ten vroegste zou kunnen opengaan. Bovenstaande versoepelingen zorgen er natuurlijk voor dat mensen in vergelijking met de afgelopen weken naar alle waarschijnlijkheid vaker met elkaar in contact zullen komen. De mate waarin dat gebeurt, is van cruciaal belang. Tot op welke hoogte kunnen we het normale leven opnieuw opnemen en tegelijkertijd de verspreiding van het coronavirus voldoende inperken? 'Ik houd mijn hart vast voor de versoepeling van de maatregelen op 11 mei', vertelde Niel Hens, de biostatistiticus die deel uitmaakt van de expertengroep voor de uitfasering van de coronamaatregelen, afgelopen vrijdag in De Afspraak op Canvas.In samenwerking met epidemiologen Ashleigh Tuite, Amy Greer en David Fisman en wiskundige en ingenieur Steven De Keninck werkte Knack een interactief model uit dat de mogelijke effecten van de versoepeling op onder meer de blootstelling, de verspreiding en de gevolgen van het coronavirus in de nabije toekomst tracht te simuleren. Drie van de vier ontwikkelden eerder ook een versie voor de New York Times nadat Amerikaans president Donald Trump in maart liet optekenen dat hij de genomen coronamaatregelen na twee weken wilde versoepelen. Het model dat wordt gebruikt (zie beneden), verscheen eerder in het Canadian Medical Association Journal (CMAJ). Het model houdt onder meer rekening met interactie tussen leeftijdsgroepen, bestaande aandoeningen, de mate van sociale interacties, presymptomatische besmettingen, het ziekteverloop enzovoort. Op basis van de meest recente informatie tracht het de effecten van het aantal sociale contacten en van het contactonderzoek op de verspreiding van het coronavirus zo nauwkeurig mogelijk te ramen. Het dient dus niét om de impact van pakweg de winkelheropeningen op het aantal contacten in te schatten. Wel om een beeld te schetsen van wat er kan gebeuren als onze directe contacten daardoor toenemen zoals die voor de coronamaatregelen plaatsvonden. Het model houdt met andere woorden geen rekening met het gebruik van social distancing, mondmaskers, plastic schermen in de winkels en andere maatregelen die sinds de verspreiding van het virus zijn geïntroduceerd. Bovendien houdt het model geen rekening met de mogelijk lagere besmettingsgraad van kinderen op andere personen.Voor alle duidelijkheid: het model biedt geen voorspelling, wel een inschatting waarin een aantal aannames zijn verwerkt die niet noodzakelijk stroken met een nog deels onbekende realiteit. De inschatting van bovenstaande parameters is gebaseerd op de Belgische gegevens over het aantal opnames intensieve zorg en het aantal overlijdens die het Crisiscentrum en Sciensano dagelijks publiceren en geldt voor de transmissie van het virus in de algemene Belgische bevolking zonder de rusthuizen en de woonzorgcentra. Het model schat dat we er tijdens de lockdown light in geslaagd zijn om het gemiddeld aantal contacten met 70 procent terug te dringen in vergelijking met de periode voordat de maatregelen op zaterdag 14 maart van kracht gingen. Bovendien gaan we ervan uit dat tijdens de lockdown light gemiddeld 10 procent van de besmette mensen geïdentificeerd werden, zoals viroloog Marc Van Ranst begin maart aangaf. In de interactieve grafiek hieronder kunt u voor elke fase aangeven wat de impact op onze directe fysieke contacten kan zijn. Om de zichtbaarheid te verbeteren, kunt u rechtsonder de grafiek uitvergroten. Links bovenaan kunt u aanvinken wat u allemaal in het model wil zien: hoeveel mensen er dagelijks worden blootgesteld, hoeveel mensen er dagelijks overlijden, hoeveel mensen er dagelijks op intensieve zorgen belanden enzovoort. Wanneer u met de cursor over de balkjes van de grafiek beweegt, dan ziet u links bovenaan de Griekse hoofletters Sigma (Σ) en Delta (Δ). Achter beide symbolen worden per geselecteerde categorie cijfers getoond. De Sigma duidt op het aantal van die dag, de Delta op het eventuele verschil (positief, negatief of gelijk) met de dag ervoor. Indien u vervolgens op de grafiek naar beneden scrollt, dan ziet u zowel de fase die we gepasseerd zijn (fase 0) als toekomstige fases (fase 1A, 1B en fase 2) waar we de komende weken nog door moeten. Beweegt u de cursor over zo'n kader, dan licht de fase in het rood op. Per fase kunt u zelf slepen met het percentage van het aantal fysieke contacten én met het percentage van het totaal aantal besmette personen dat door middel van contactonderzoek kan worden opgespoord en geïsoleerd. Vervolgens ziet u hoe de grafiek zich aanpast aan de percentages die u heeft gekozen. Indien de intensieve zorg rood oplicht, betekent het dat de huidige capaciteit (2700 bedden) overgeschreden wordt.Enkele scenario'sHet basisscenario - wat het model aangeeft als je de pagina vernieuwt - voorziet dat in fase 1A de sociale contacten met 15 procentpunt toenemen ten opzichte van de lockdown light en dat we erin slagen om 15 procent van de besmette personen op te sporen en te isoleren. In fase 1B, wanneer de winkels terug open zijn, gaan onze contacten omhoog tot 60 procent van het aantal dat we voor de maatregelen hadden. Het contactonderzoek stijgt naar 20 procent. In de twee daaropvolgende fases stijgt het aantal contacten tot respectievelijk 70 procent en 90 procent terwijl de het contactonderzoek erin slaagt om respectievelijk 50 procent en 75 procent van de besmettelijke personen te tracen en in afzondering te plaatsen (zie blauwe kader hieronder).In dat scenario raamt het model de komende maanden een tweede piek. Zo zou het aantal dagelijkse opnames op de intensieve zorg op 22 mei opnieuw beginnen stijgen. Een dag later begint het aantal dagelijkse overlijdens opnieuw te stijgen. Op 3 juli zouden er 1970 mensen op de intensieve zorgafdelingen liggen, een flink pak meer dan tijdens de vorige piek. Omdat we er stapsgewijs in slagen om via contactonderzoek besmette(lijke) personen kunnen isoleren - meer dan 25.000 op 14 juni - zou het aantal ziekenhuisopnames op 3 juli weer beginnen dalen. Een overbelasting van de maximumcapaciteit op de intensieve zorg zou wel worden afgewend. Kunnen we het sociaal contact lager houden en het contactonderzoek even efficiënt toepassen dan in bovenstaand scenario, dan ziet het plaatje er een stuk rooskleuriger uit. Laten we ervan uitgaan dat het aantal sociale contacten in de vier stadia van de komende drie fases met telkens tien procentpunt toeneemt (zie blauwe kader hieronder). In dat geval zien we de komende weken nog een kleine opflakkering van het aantal dagelijkse overlijdens en het aantal patiënten dat op de intensieve zorg belandt. Die toename zou echter van korte duur zijn. Kortom, het beperken van sociale contacten in combinatie met doorgedreven contactonderzoek is volgens het model hét succesrecept om de komende maanden de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan en een eventuele herinvoering van de maatregelen te voorkomen. Om aan te tonen hoe belangrijk het contactonderzoek is, nog een derde scenario. Wat gebeurt er al als zowel het aantal sociale contacten als de efficiëntie van het contactonderzoek per stadium met tien procentpunt toeneemt (zie blauwe kader hieronder)? In dat scenario kijken we volgens het model tegen een enorme nieuwe piek aan die hoger en erger uitvalt dan de vorige. Zo zou onze intensieve zorg op 25 juli overbelast geraken. Ook zal het dagelijkse aantal overlijdens tegen het einde van juli bijna driemaal zo hoog liggen als tijdens de piek van het dagelijkse aantal overlijdens in april. Wat kunnen we uit bovenstaande scenario's leren? Het model schat in dat (1) als we op vlak van de sociale contacten te veel in de richting van het vroegere 'normaal' evolueren en/of (2) als het contactonderzoek de komende drie weken onvoldoende doeltreffend is, er opnieuw een snelle en hevige uitbraak van het coronavirus dreigt. We moeten dus bijzonder bedachtzaam met de versoepeling van de maatregelen omgaan en volop inzetten op doeltreffend contactonderzoek. Ook ieders individuele verantwoordelijkheid om de maatregelen en richtlijnen te respecteren speelt een cruciale rol. We moeten het directe sociaal contact blijven beperken, met de contacten die we toch hebben voldoende afstand houden, en waar dat laatste niet kan zo veel mogelijk beschermingsmaatregelen nemen zoals het gebruik van mondmaskers en handschoenen. We moet daarbij onze handen frequent blijven wassen en de nodige hoest- en nieshygiëne respecteren.David Fisman is professor epidemiologie bij de Universiteit van Toronto. Ashleigh Tuite is assistent-professor Epidemiologie en wiskundig modeleerder. Amy Greer is associate professor Epidemiologie en experte in population disease modeling. Steven De Keninck is een wiskundige en ingenieur die hielp bij de implementatie en parameter-estimatie van het model.