Door de COVID-19-crisis observeren we eerder ongeziene fenomenen zoals lockdownparties, hamsteren van toiletpapier, volledig lege autosnelwegen en plotse inkomensverliezen. Op het eerste zicht lijken deze fenomenen weinig voorspelbaar, toch kunnen ze verklaard worden vanuit gedragseconomische inzichten. Bovendien reikt de gedragseconomie ons handvaten hoe we uit deze ongeziene crisis moeten komen. Het is dan ook verwonderlijk dat er geen gedragseconomen deel uitmaken van het GEES.

Ons gedrag in de covid-19-crisis is voorspelbaarder dan we denken.

Ons gedrag wordt mee bepaald door de sociale normen, onze perceptie van wat de meeste mensen in de samenleving doen, wat ze goed vinden en wat ze afkeuren. Maar deze perceptie is vaak onjuist of vertekend. Als we vrienden hebben die lockdownfeestjes organiseren of hamsteren, zijn we bang iets te missen. Vanuit de overtuiging dat dergelijke handelingen normaal zijn, gaan we ze imiteren, wat tot kuddegedrag leidt. Dergelijk kuddegedrag kan ook positief zijn: als kennissen afstand houden of een mondmasker dragen, zet dit ons aan om hetzelfde te doen. De mate waarin we beïnvloed worden, hangt ook af van onze emoties, onze nabijheid en ons vertrouwen. Onze emotionele ingesteldheid (negatief of positief) maakt ons vatbaarder voor bepaalde types nieuws. Wie positief ingesteld is, zal bijvoorbeeld meer aandacht besteden aan positieve berichten en die ook beter onthouden. Door het terugkerende gevoel van angst en ongerustheid voorn een nieuw gevaar zijn we meer geneigd om het gedrag van mensen die dicht bij ons staan en van vertrouwenspersonen te imiteren en hun advies te volgen.

De crisis zorgt ook voor gedrags- en psychologische effecten. Het is volkomen normaal dat we bang en ongerust zijn. Maar deze gevoelens kunnen een tweesnijdend zwaard zijn: Angst kan ons helpen om op de best mogelijke manier te reageren op een dreigend gevaar. Maar angst kan ook onze verdedigingsmechanismen activeren als we ons machteloos voelen. Op die manier kunnen we ons op onze meest elementaire noden concentreren zoals voeding en onderdak. Deze emoties verklaren mee de paniekreacties, zoals het hamsteren van toiletpapier. Aan het andere uiteinde van het spectrum zien we het over-optimisme. Dit kan nuttig zijn om het effect van negatieve emoties te verminderen, maar zet mensen er ten onrechte ook toe aan om de effecten van de ziekte te minimaliseren. Een voorbeeld hiervan zijn de 'lockdownfeestjes' of de grootschalige barbecues op moederdag.

Inkomensverlies versus minder uitgaven

Een derde invloed speelt via de persoonlijke financiën. Een enquête van de Nationale Bank geeft aan dat een op de drie gezinnen een inkomensverlies leidt door de COVID-19-crisis. Deze inkomensdaling maakt het moeilijk voor mensen om dezelfde levensstandaard aan te houden als vroeger: ze moeten ofwel hun consumptie-uitgaven verlagen, ofwel leningen sluiten of hun spaargeld aanspreken. In deze omstandigheden gaan mensen op zoek naar meer informatie over persoonlijke financiën omdat ze hun huidige en toekomstige uitgaven herplannen.

Omgekeerd sparen twee op de drie gezinnen nu meer omdat ze bij een constant inkomen minder uitgaven hebben. Voor hen is de crisis een stimulans om werk te maken van een betere financiële bescherming, door te beleggen, te sparen, of geld te besteden aan pensioenfondsen of verzekeringen. Het platform gonna.be dat KU Leuven mee ontwikkelt kan hen hierbij helpen.

Het inkomensverlies leidt ook tot een effect op onze voorkeuren. Door de coronacrisis worden we ons beter bewust van de risico's waarmee we in de toekomst te maken zullen krijgen en die zowel verband houden met onze gezondheid als met toekomstige inkomensschokken. Daarom gaan veel mensen op zoek naar betere beschermingsmiddelen, wat de vraag naar heel wat verzekeringsproducten en financiële producten zal opdrijven. Mensen zullen ook meer het spaargeld oppotten en minder investeren in risicovolle beleggingen.

SARS-epidemie

Om uit de crisis te raken kunnen we lessen trekken uit de SARS-epidemie in 2003. Zelfs 4 maanden na de crisis stond in Taiwan de vraag naar ziekenhuiszorg nog op een laag pitje, met een daling van 30% tot 40% in bepaalde gemeenschappen, wat te verklaren is door het kuddegedrag van de mensen waarbij ze elkaar imiteren. Het zou kunnen dat we hier in België een gelijkaardig fenomeen zien bij de ziekenhuizen en woonzorgcentra, waar zelfs na de lockdown de vraag laag kan blijven. Na de SARS-epidemie heeft de Canadese overheid een massa-event georganiseerd via een gratis optreden van de Rolling Stones. Het motiveerde de bevolking om het toeristische, economische en sociale leven weer op te pikken. Die ommezwaai toont aan hoe beïnvloedbaar en hoe voorspelbaar we zijn tijdens en na een crisis. De GEES-experten zouden daarom best bijgestaan worden door gedragseconomen.

Kristof De Witte en Francisco Pitthan zijn economen aan de KU Leuven en verbonden aan de 'Baloise Insurance Leerstoel voor Financieel welzijn'.

Door de COVID-19-crisis observeren we eerder ongeziene fenomenen zoals lockdownparties, hamsteren van toiletpapier, volledig lege autosnelwegen en plotse inkomensverliezen. Op het eerste zicht lijken deze fenomenen weinig voorspelbaar, toch kunnen ze verklaard worden vanuit gedragseconomische inzichten. Bovendien reikt de gedragseconomie ons handvaten hoe we uit deze ongeziene crisis moeten komen. Het is dan ook verwonderlijk dat er geen gedragseconomen deel uitmaken van het GEES. Ons gedrag wordt mee bepaald door de sociale normen, onze perceptie van wat de meeste mensen in de samenleving doen, wat ze goed vinden en wat ze afkeuren. Maar deze perceptie is vaak onjuist of vertekend. Als we vrienden hebben die lockdownfeestjes organiseren of hamsteren, zijn we bang iets te missen. Vanuit de overtuiging dat dergelijke handelingen normaal zijn, gaan we ze imiteren, wat tot kuddegedrag leidt. Dergelijk kuddegedrag kan ook positief zijn: als kennissen afstand houden of een mondmasker dragen, zet dit ons aan om hetzelfde te doen. De mate waarin we beïnvloed worden, hangt ook af van onze emoties, onze nabijheid en ons vertrouwen. Onze emotionele ingesteldheid (negatief of positief) maakt ons vatbaarder voor bepaalde types nieuws. Wie positief ingesteld is, zal bijvoorbeeld meer aandacht besteden aan positieve berichten en die ook beter onthouden. Door het terugkerende gevoel van angst en ongerustheid voorn een nieuw gevaar zijn we meer geneigd om het gedrag van mensen die dicht bij ons staan en van vertrouwenspersonen te imiteren en hun advies te volgen. De crisis zorgt ook voor gedrags- en psychologische effecten. Het is volkomen normaal dat we bang en ongerust zijn. Maar deze gevoelens kunnen een tweesnijdend zwaard zijn: Angst kan ons helpen om op de best mogelijke manier te reageren op een dreigend gevaar. Maar angst kan ook onze verdedigingsmechanismen activeren als we ons machteloos voelen. Op die manier kunnen we ons op onze meest elementaire noden concentreren zoals voeding en onderdak. Deze emoties verklaren mee de paniekreacties, zoals het hamsteren van toiletpapier. Aan het andere uiteinde van het spectrum zien we het over-optimisme. Dit kan nuttig zijn om het effect van negatieve emoties te verminderen, maar zet mensen er ten onrechte ook toe aan om de effecten van de ziekte te minimaliseren. Een voorbeeld hiervan zijn de 'lockdownfeestjes' of de grootschalige barbecues op moederdag.Een derde invloed speelt via de persoonlijke financiën. Een enquête van de Nationale Bank geeft aan dat een op de drie gezinnen een inkomensverlies leidt door de COVID-19-crisis. Deze inkomensdaling maakt het moeilijk voor mensen om dezelfde levensstandaard aan te houden als vroeger: ze moeten ofwel hun consumptie-uitgaven verlagen, ofwel leningen sluiten of hun spaargeld aanspreken. In deze omstandigheden gaan mensen op zoek naar meer informatie over persoonlijke financiën omdat ze hun huidige en toekomstige uitgaven herplannen. Omgekeerd sparen twee op de drie gezinnen nu meer omdat ze bij een constant inkomen minder uitgaven hebben. Voor hen is de crisis een stimulans om werk te maken van een betere financiële bescherming, door te beleggen, te sparen, of geld te besteden aan pensioenfondsen of verzekeringen. Het platform gonna.be dat KU Leuven mee ontwikkelt kan hen hierbij helpen. Het inkomensverlies leidt ook tot een effect op onze voorkeuren. Door de coronacrisis worden we ons beter bewust van de risico's waarmee we in de toekomst te maken zullen krijgen en die zowel verband houden met onze gezondheid als met toekomstige inkomensschokken. Daarom gaan veel mensen op zoek naar betere beschermingsmiddelen, wat de vraag naar heel wat verzekeringsproducten en financiële producten zal opdrijven. Mensen zullen ook meer het spaargeld oppotten en minder investeren in risicovolle beleggingen. Om uit de crisis te raken kunnen we lessen trekken uit de SARS-epidemie in 2003. Zelfs 4 maanden na de crisis stond in Taiwan de vraag naar ziekenhuiszorg nog op een laag pitje, met een daling van 30% tot 40% in bepaalde gemeenschappen, wat te verklaren is door het kuddegedrag van de mensen waarbij ze elkaar imiteren. Het zou kunnen dat we hier in België een gelijkaardig fenomeen zien bij de ziekenhuizen en woonzorgcentra, waar zelfs na de lockdown de vraag laag kan blijven. Na de SARS-epidemie heeft de Canadese overheid een massa-event georganiseerd via een gratis optreden van de Rolling Stones. Het motiveerde de bevolking om het toeristische, economische en sociale leven weer op te pikken. Die ommezwaai toont aan hoe beïnvloedbaar en hoe voorspelbaar we zijn tijdens en na een crisis. De GEES-experten zouden daarom best bijgestaan worden door gedragseconomen. Kristof De Witte en Francisco Pitthan zijn economen aan de KU Leuven en verbonden aan de 'Baloise Insurance Leerstoel voor Financieel welzijn'.