Het Wetboek van Strafvordering bepaalt dat een onderzoeksrechter een verdachte kan verplichten om 'de wijze om toegang te verkrijgen' tot een informaticasysteem, bekend te maken. In een drugszaak sprak het Gentse hof van beroep in oktober echter een verdachte die werd vervolgd omdat hij weigerde om de toegangscode van zijn gsm te geven, voor die tenlastenlegging vrij. Het hof van beroep oordeelde dat die verplichting onverenigbaar is met het zwijgrecht en het verbod op gedwongen zelfincriminatie.

De procureur-generaal tekende echter cassatieberoep aan tegen die beslissing en kreeg van het Hof van Cassatie ook gelijk. Dat oordeelde dinsdag dat er geen 'verdragsbepalingen en overwegingen' of 'enig daarop gesteund algemeen rechtsbeginsel' zijn die beletten dat een verdachte verplicht kan worden om een paswoord te onthullen van zijn smartphone of computer.

'Het recht zichzelf niet te incrimeren en het vermoeden van onschuld zijn niet absoluut en moeten worden afgewogen tegenover andere rechten zoals het recht op vrijheid en veiligheid (...) en het verbod op rechtsmisbruik', luidt het voorts onder meer.

Het Hof van Cassatie benadrukt wel dat het betrokken toestel 'zonder het gebruik van dwang op de persoon' moet zijn verkregen. 'Bovendien moet worden aangetoond dat de beklaagde de code kent', luidt het.

Op Twitter reageert minister van Justitie Koen Geens (CD&V) tevreden. 'Het arrest van het Hof van Cassatie zorgt voor evenwicht tussen belang van het onderzoek en privacy van de mensen. Politie en gerecht moeten toegang hebben tot de gegevens op telefoons van criminelen. Op die manier kan relevant bewijsmateriaal verzameld worden.'

Het Wetboek van Strafvordering bepaalt dat een onderzoeksrechter een verdachte kan verplichten om 'de wijze om toegang te verkrijgen' tot een informaticasysteem, bekend te maken. In een drugszaak sprak het Gentse hof van beroep in oktober echter een verdachte die werd vervolgd omdat hij weigerde om de toegangscode van zijn gsm te geven, voor die tenlastenlegging vrij. Het hof van beroep oordeelde dat die verplichting onverenigbaar is met het zwijgrecht en het verbod op gedwongen zelfincriminatie. De procureur-generaal tekende echter cassatieberoep aan tegen die beslissing en kreeg van het Hof van Cassatie ook gelijk. Dat oordeelde dinsdag dat er geen 'verdragsbepalingen en overwegingen' of 'enig daarop gesteund algemeen rechtsbeginsel' zijn die beletten dat een verdachte verplicht kan worden om een paswoord te onthullen van zijn smartphone of computer. 'Het recht zichzelf niet te incrimeren en het vermoeden van onschuld zijn niet absoluut en moeten worden afgewogen tegenover andere rechten zoals het recht op vrijheid en veiligheid (...) en het verbod op rechtsmisbruik', luidt het voorts onder meer. Het Hof van Cassatie benadrukt wel dat het betrokken toestel 'zonder het gebruik van dwang op de persoon' moet zijn verkregen. 'Bovendien moet worden aangetoond dat de beklaagde de code kent', luidt het. Op Twitter reageert minister van Justitie Koen Geens (CD&V) tevreden. 'Het arrest van het Hof van Cassatie zorgt voor evenwicht tussen belang van het onderzoek en privacy van de mensen. Politie en gerecht moeten toegang hebben tot de gegevens op telefoons van criminelen. Op die manier kan relevant bewijsmateriaal verzameld worden.'