Het verzoek in kort geding kwam van drie leden van de Moslimexecutieve die beschuldigingen uitten over wanbeheer.

De rechtbank oordeelde dat het spoedeisend karakter van de vordering ontbrak en dus niet voldaan was aan de voorwaarden voor een kort geding. Volgens de rechtbank gaan de klachten van drie leden van de Moslimexecutieve over alle algemene vergaderingen sinds 2014. Hun klachten, die ze klaarblijkelijk voor het eerst hebben geuit in december 2020, zouden daarom geen urgentie vereisen.

De rechtbank stelde ook vast dat er om minder radicale maatregelen kon verzocht worden dan de aanstelling van een voorlopig bewindvoerder. Zo kon verzocht worden om een beslissing nietig te verklaren als die onwettig tot stand gekomen zou zijn. 'Ze lieten na om tijdig te handelen terwijl hun verzoek, prima facie ('op het eerste zicht', nvdr), alle kansen op succes had', aldus de rechtbank. 'Uit de elementen die aan de rechtbank werden voorgelegd, blijkt inderdaad dat bij de wijzigingen aan de statuten van de verdediging (de Moslimexecutieve dus, nvdr) op de algemene vergadering van 26 juni 2019, in zijn geheel niet voldaan was aan de wettelijke voorwaarden en het quorum.'

'Wanbeheer en malversaties'

De rechtbank stelde ook dat het college van de Moslimexecutieve niet kon bewijzen dat de algemene vergadering op een wettelijke manier zou bijeengeroepen zijn, en dat het quorum voor wijziging van de statuten bereikt zou zijn. Ook stelde de rechtbank dat sommige leden de rechten van andere leden hebben geschonden 'door van zichzelf "effectieve" leden te maken, en alle macht van de algemene vergadering bij zichzelf te concentreren'.

De rechtbank wees er tot slot op dat de maatregel die de drie vroegen, het aanstellen van een voorlopig bewindvoerder, niet zou geleid hebben tot een definitieve wijziging van de statuten.

De zaak die door de drie werd aangespannen, gaat over wanbeheer en boekhoudkundige malversaties binnen de Moslimexecutieve. De drie stelden dat enkele leden van de Moslimexecutieve de controle over de organisatie naar zich toe hadden getrokken, en de andere leden buitenspel zetten. De voorzitter van de Moslimexecutieve, Mehmet Üstün, ontkende de beschuldigingen ten stelligste.

Interne spanningen verdelen al jaren de Moslimexecutieve. Aan die spanningen ligt (politieke) druk ten grondslag van bepaalde stromingen uit enkele moslimlanden. Eind 2020 stapte vicevoorzitter Salah Echallaoui op, na kritiek van minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open VLD). In een rapport van de Staatsveiligheid werd Echallaoui een spion van Marokko genoemd.

Het verzoek in kort geding kwam van drie leden van de Moslimexecutieve die beschuldigingen uitten over wanbeheer.De rechtbank oordeelde dat het spoedeisend karakter van de vordering ontbrak en dus niet voldaan was aan de voorwaarden voor een kort geding. Volgens de rechtbank gaan de klachten van drie leden van de Moslimexecutieve over alle algemene vergaderingen sinds 2014. Hun klachten, die ze klaarblijkelijk voor het eerst hebben geuit in december 2020, zouden daarom geen urgentie vereisen. De rechtbank stelde ook vast dat er om minder radicale maatregelen kon verzocht worden dan de aanstelling van een voorlopig bewindvoerder. Zo kon verzocht worden om een beslissing nietig te verklaren als die onwettig tot stand gekomen zou zijn. 'Ze lieten na om tijdig te handelen terwijl hun verzoek, prima facie ('op het eerste zicht', nvdr), alle kansen op succes had', aldus de rechtbank. 'Uit de elementen die aan de rechtbank werden voorgelegd, blijkt inderdaad dat bij de wijzigingen aan de statuten van de verdediging (de Moslimexecutieve dus, nvdr) op de algemene vergadering van 26 juni 2019, in zijn geheel niet voldaan was aan de wettelijke voorwaarden en het quorum.' De rechtbank stelde ook dat het college van de Moslimexecutieve niet kon bewijzen dat de algemene vergadering op een wettelijke manier zou bijeengeroepen zijn, en dat het quorum voor wijziging van de statuten bereikt zou zijn. Ook stelde de rechtbank dat sommige leden de rechten van andere leden hebben geschonden 'door van zichzelf "effectieve" leden te maken, en alle macht van de algemene vergadering bij zichzelf te concentreren'. De rechtbank wees er tot slot op dat de maatregel die de drie vroegen, het aanstellen van een voorlopig bewindvoerder, niet zou geleid hebben tot een definitieve wijziging van de statuten. De zaak die door de drie werd aangespannen, gaat over wanbeheer en boekhoudkundige malversaties binnen de Moslimexecutieve. De drie stelden dat enkele leden van de Moslimexecutieve de controle over de organisatie naar zich toe hadden getrokken, en de andere leden buitenspel zetten. De voorzitter van de Moslimexecutieve, Mehmet Üstün, ontkende de beschuldigingen ten stelligste. Interne spanningen verdelen al jaren de Moslimexecutieve. Aan die spanningen ligt (politieke) druk ten grondslag van bepaalde stromingen uit enkele moslimlanden. Eind 2020 stapte vicevoorzitter Salah Echallaoui op, na kritiek van minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open VLD). In een rapport van de Staatsveiligheid werd Echallaoui een spion van Marokko genoemd.