Elke week vraagt Knack aan ondernemende Belgen hoe ze lijf en psyche in balans houden.
...

'Ik ben een geheimzinnig iemand', zegt Yasmien Naciri nog voor we zijn gaan zitten. 'Ik deel veel online, over mijn werk en mijn andere bezigheden, maar er is niemand die echt veel over mij weet.' Op Twitter noemt Naciri zich een ' positive realist & free spirit'. Haar ogen fonkelen als briljanten, een glimlach is nooit veraf. Je zou haar zo in vertrouwen nemen, zulke uitstraling heeft ze. 'Zelfs mijn beste vriendinnen kennen me nog niet voor twintig procent', gaat ze verder. 'In de loop van mijn leven heb ik veel muren rond me opgetrokken.' Sinds kort werkt Naciri aan de Antwerpse universiteit, tijdelijk, op de dienst Ontwikkelingssamenwerking. Daarnaast geeft ze strategisch advies aan bedrijven, organisaties en politici, brengt ze ondernemende mensen uit verschillende sectoren en maatschappelijke kringen bij elkaar, schrijft ze columns, geeft ze bijles Nederlands aan kinderen van nieuwkomers, runt ze een jeugdhuis in Deurne en bouwt ze met haar vzw Amana waterputten en dorpsscholen in Marokko. Bent u soms niet bang om te veel hooi op uw vork te nemen?Yasmien Naciri: Ik kan onmogelijk op mijn stoel blijven zitten. Waarom zou ik ook? Als je het leven van andere mensen kunt vergemakkelijken, hen op een concrete manier kunt helpen? Ik wil ondernemen, in de brede zin van het woord. Niet om geld te verdienen, maar om impact te hebben, op lange termijn. Op mensen en op de samenleving. Streeft u in alles wat u doet naar het euforische gevoel dat u had bij de eerste waterput die u in Marokko liet bouwen?Naciri: Ik streef vooral naar impact, maar dat gevoel was inderdaad geweldig. Voor mijn ogen zag ik iets tot stand komen waar heel veel mensen aan hadden bijgedragen. Van de kleinste donatie, van soms maar 90 cent, tot het eerste water dat naar boven werd gepompt. Het hele dorp zat rond de put en toen het water eruitkwam, sprong iedereen op. Het besef dat kinderen door die put niet meer elke ochtend kilometers ver om water zouden hoeven te gaan, dat ouderen niet langer met hun ezel naar het volgende dorp zouden hoeven te reizen: voor mij was dat het beste gevoel ooit. De voldoening die ik van zulke ervaringen krijg, is de enige reden dat ik mijn werk al zo lang volhoud. Zijn uw lichaam en geest in balans? Naciri: Nee, helemaal niet. Mijn brein draait overuren en mijn lichaam kan niet altijd mee. Dat is frustrerend. Ik ga ook niet snel naar de dokter, ik probeer mijn pijn zo lang mogelijk te onderdrukken. Mijn wijsheidstanden heb ik bijvoorbeeld pas onlangs laten verwijderen, terwijl ik al heel lang met die pijn in mijn mond rondliep. Wanneer hebt u voor het laatst een dag niet gewerkt?Naciri: Niet zo lang geleden kwam ik voorbij een schoonheidssalon met een tijdelijke promotie voor goedkope gezichtsbehandelingen. Ik ben impulsief naar binnen gestapt en heb me een uurtje laten behandelen, met allerlei maskers en zeepjes en geurkaarsen. Heel ontspannend, maar na een halfuur begon ik alweer te denken wat ik nog allemaal moest doen die dag. En vorige zomer ben ik met een vriendin naar de Ardennen geweest. We hebben er uren aan een stuk door de bossen gewandeld. Daarna zijn we op een rots gaan zitten, in stilte, om te kijken naar de bomen die boven ons hoofd bewogen en de beestjes die door het mos kropen. Op die rots kwam ik helemaal tot rust. Van de stress hebt u al eens een rib gebroken. Dat kan zomaar? Naciri: Het is al meerdere keren gebeurd, meestal na een hoestbui tijdens mijn slaap. Dan stond ik op en voelde ik dat er een rib gebroken of gekneusd was. Heel pijnlijk: je kunt amper bewegen, zitten lukt niet, je bent de hele tijd bang dat je longen doorboord zullen worden. Ik heb al wat gezondheidsproblemen gehad, ja, en volgens mijn dokter zijn ze allemaal te wijten aan stress. Zo heb ik ook problemen met mijn maag, in sommige periodes komt alles wat ik eet er gewoon weer uit. Mijn eigen schuld natuurlijk, maar voorlopig genees ik wel altijd. Onlangs schreef u op Twitter: 'De deur geopend, helemaal klaar voor mijn loopsessie, op de stoep geraakt, goed rondom me gekeken, terug naar binnen, deur op slot en ploffen in de zetel. Prachtige eerste sessie. Helemaal uitgeput.' U hebt geen lopersbenen? Naciri: Ik was sportief, in het middelbaar heb ik zelfs sport-wetenschappen gevolgd, maar dat is allemaal vervaagd. Ik heb gewoon geen tijd meer. Af en toe ga ik nog eens zwemmen of lopen, maar daar is altijd een hele planning voor nodig. Het zou me nochtans deugd doen. Ik pieker mezelf de dood in. Waarover breekt u zich momenteel het hoofd?Naciri: De situatie thuis, mijn eigen situatie, wat ik de komende tijd anders moet gaan doen, wat er nog beter kan. Ik stel me voortdurend kritisch op ten opzichte van mezelf, van mijn denken en handelen. En ik heb gewoon veel verantwoordelijkheden. Niet alleen op het werk, maar ook thuis, bij mijn moeder. Ik ondersteun haar bij de administratie, maar ook mentaal. Ze heeft veel meegemaakt: stress, depressie, een vechtscheiding. (zwijgt) Ze heeft het moeilijk, al heel lang. Dat verklaart voor een groot stuk waarom ik zo'n sterk verantwoordelijkheidsgevoel heb. Sinds de scheiding van uw ouders hebt u uw vader niet meer gezien. Bent u koppig?Naciri: Ik heb hem in het begin nog gezien, maar het contact vervaagde. Vorig jaar heb ik hem uitgenodigd voor de voorstelling van mijn boek Wij nemen het heft in handen, maar hij is niet gekomen. Na talloze pogingen heb ik het maar zo gelaten, want zoiets doet pijn. Ik heb geleerd niet in het verleden te blijven hangen, wat me ook overkomt. En meer in het algemeen ben ik wel een doorzetter, maar ik kan mijn fouten gemakkelijk toegeven. Ik kan mijn ego heel gemakkelijk aan de kant zetten. Ik heb mijn hele leven niets anders gedaan, thuis en op de werkvloer.Verschillende politieke partijen hebben u al het hof gemaakt. Wat doet dat met uw ego? Naciri: Ik ben ondertussen al door vijf partijen gevraagd. Voor de laatste verkiezingen zelfs op mooie plaatsen: twee keer een eerste plaats, zowel Vlaams als federaal. Mijn moeder begreep me niet, maar ik heb het afgewezen. Als ik ooit in de politiek zou stappen, dan niet voor een of ander postje maar voor een inhoudelijk project. Voorlopig heb ik het gevoel dat ik meer kan bereiken buiten de politiek, al sta ik dichter bij de macht dan de meeste mensen denken. Ik ben niet enkel het meisje van de waterputten en het jeugdhuis, zoals veel mensen op Twitter me graag afschilderen. Ik zit in allerlei werkgroepen en ik word door politici dikwijls om advies en eigen inbreng gevraagd. Maar om te antwoorden op je vraag: mijn ego is mijn grootste vijand. Mijn grootste angst is dat ik mezelf verlies, dat er een kloof ontstaat tussen mezelf nu en mijn vroegere ik. Op uw twaalfde reisde u naar uw grootmoeder in Marokko. Zindert de impact van die reis nog altijd na?Naciri: Het was confronterend, ja. In het dorpje waar ze woonde, was er geen elektriciteit en geen stromend water. Mijn neefje, die nog jonger was dan ik, moest elke dag water halen aan de bron, een heel eind verderop. Mijn sociale gevoeligheid is daar geboren, denk ik. Twaalf is jong, dat klopt, maar als je in armoede opgroeit, word je sneller volwassen. Ik was me snel bewust van het bestaan van ellende in de wereld, en van de waarde en de rol van geld. Uw ouders hadden het niet breed. Hebt u vaak een lege maag gehad?Naciri: Dat is enkele keren gebeurd. Maar pas nu besef ik ten volle hoe de situatie toen was. Als kind vind je zoiets normaal, je past je aan de omstandigheden aan en leert doorbijten. Als je je moeder zichzelf consequent de kleinste portie ziet opscheppen, ga je als kind niet zeggen dat je honger hebt. Ik eet mijn bord trouwens nog altijd volledig leeg, tot de laatste kruimel. Bij een slecht gebruik van het Nederlands werden jullie op de vingers getikt. Zelfs 'ge' en 'gij' waren uit den boze.Naciri: Vooral mijn papa was op dat vlak heel streng. Ik was de oudste van drie kinderen, ik heb het het hardst te verduren gekregen. Elke avond moest ik hardop voorlezen uit een boek en bij elk woord dat ik verkeerd uitsprak, kreeg ik een pedagogische tik. Het heeft me gevormd tot wie ik vandaag ben, maar het had wel wat milder gemogen. Uw grootvader stamde uit een intellectuele familie uit de Midden-Atlas in Marokko. Zijn broers waren professoren, hij koos ervoor om in de Limburgse mijnen te komen werken. Kunt u die beslissing begrijpen? Naciri: Vanuit een hedendaags standpunt is dat moeilijk te begrijpen, maar in de tijdgeest van toen moet dat logisch geweest zijn. Er kwam een rekruteringsgolf op gang, mijn grootvader werd aangetrokken door het mooie loon dat hem werd voorgespiegeld, en hij had aanvankelijk niet de intentie om hier te blijven. Op korte termijn veel geld verdienen en dan weer terug naar huis: als je het zo bekijkt, is het een begrijpelijke carrièreswitch. Hij heeft een hard leven gehad, niet alleen door zijn werk in de mijnen maar ook door hoe hij hier werd behandeld. Er werd helemaal niet ingezet op integratie. Kinderen van gastarbeiders, zoals mijn ouders, werden totaal niet gemotiveerd om hogere studies te volgen. Ze werden in de richting van familiehulp en snit en naad geduwd, en velen onder hen belandden in de armoede. Of ik op mijn grootvader lijk? Ja, op verschillende vlakken. Hij was leergierig, solidair en soms heel gesloten. U liet me op voorhand weten dat u enorm gesloten bent. 'Er zijn eigenlijk niet veel mensen die me echt kennen', zei u. Hebt u een gesloten hart? Naciri: Ik ben altijd al een gesloten type geweest. De voorbije jaren heb ik mezelf wel aangeleerd om wat opener te zijn, maar ik praat nog altijd niet graag over mezelf en wat ik voel. Ik observeer en analyseer liever. Om een voorbeeld te geven: toen mijn ouders uit elkaar gingen, heb ik dat zelfs aan mijn beste vrienden niet verteld. Ze kregen het pas jaren later te horen. Ook al vonden ze dat erg, ze hebben het me nooit kwalijk genomen. 'Het kan lang duren, maar eens ze je vertrouwt, kun je op Yasmien een huis bouwen', zei een van uw vriendinnen me. Naciri: Ik heb liever een paar heel goede vriendschappen dan veel oppervlakkige. Ik heb een luisterend oor, dat wel, maar ik vertrouw moeilijk mensen. In het verleden heb ik lang gedacht dat er iets mis was met mij, dat er iets kapot was in mijn hersenen omdat ik mensen zo moeilijk in vertrouwen kon nemen. Het lukt me gewoon niet, het maakt me moe. Ik ben al een paar keer ontgoocheld geweest en ik heb geen zin meer in de emotionele instabiliteit, de ruzies en de drama's die er vroeg of laat bij komen kijken. U bent u een solitaire ziel? Naciri: Ik ben graag alleen, ja, ik vind mezelf het beste gezelschap. Dat had ik als kind al. Tijdens familiefeesten trok ik me telkens terug op mijn kamer, ik kwam niet graag onder de mensen. Onlangs liep ik met mijn moeder door Mol, waar ik ben opgegroeid, en een van haar beste vriendinnen vroeg haar wie dat meisje aan haar arm was. In die zevenentwintig jaar had ze me blijkbaar nog nooit gezien. Om af en toe toch wat geroezemoes en mensen rond me te hebben, werk ik vaak in de bibliotheek of in een koffiebar ergens onderweg. U hebt last van bindingsangst. Kunt u uitleggen hoe dat werkt?Naciri: Ik ben bang om mijn zelfstandigheid te verliezen en ik vertrek altijd vanuit het idee dat iedereen je uiteindelijk zal verlaten, als het niet door de dood is dan wel door iets anders. Daardoor durf ik me niet te binden, omdat het verlaten nog meer pijn zal doen. Het helpt ook om alles rationeel te benaderen. Misschien heb ik eigenlijk verlatingsangst? Hebt u al iemand gevonden die met u wil skydiven?Naciri:(lacht) Nee, jammer genoeg niet. Ik zou dat graag eens doen, maar mijn vrienden zien het niet zitten. Een tijd geleden heb ik eens gekajakt tussen Malta, Gozo en Comino, op een wilde zee. Ik vond het geweldig om zo kwetsbaar op het water te dobberen. Ik vind het interessant om te voelen dat we er door één kleine gebeurtenis plots niet meer kunnen zijn. Maar als ik dat aan mijn vrienden vertel, krijg ik de reactie dat ik te donker ben, dat ik op een veel te rationele manier naar de dood kijk. Welke ervaringen hebben uw kijk op de dood gekleurd?Naciri: Ik heb in mijn leven al veel mensen zien sterven, niet zozeer in mijn dichte omgeving, maar daardoor heb ik wel al vroeg beseft dat de dood nu eenmaal bij het leven hoort. En de dood van mijn grootvader heeft me diep geraakt. Ik was dertien jaar, hij had kanker en lag in het ziekenhuis van Geel. Op vrijdagavond heb ik hem nog gezien. Er werd me beloofd dat hij de volgende ochtend naar huis zou mogen, maar die nacht is hij gestorven. Ik was gechoqueerd, even ervoor was ik nog zo hoopvol: ik had zelfs een ontbijt voor hem klaargezet. (zwijgt lang) Het klinkt cliché als een quote die je op een of andere visual ziet, maar sindsdien besef ik dat elke dag een gift is, dat morgen je niet is beloofd. Hoeveel weet ik ondertussen over u?Naciri: Zo'n vijfentwintig procent, schat ik. Ik vind het een kunst om mensen het gevoel te geven dat je hen alles vertelt, terwijl je eigenlijk nog veel verzwijgt. Niet voor niets schaak ik graag, ik ben anderen graag een paar zetten voor. Ik heb zojuist verloren?Naciri: Daar komt het eigenlijk wel op neer, ja. (lacht)