' Ik geloof bijna niet meer dat er nog iets op legalistische wijze kan gebeuren. Het land zit helemaal op slot. We hebben een nieuwe coup nodig, een nieuw Loppem-moment. Toen werd de Grondwet gepasseerd om een fundamentele hervorming door te voeren'.

Het zijn niet de woorden van een of andere linkse of rechtse extremist aan de cafétoog nadat die iets te diep in het glas keek. Het zijn de woorden van de voorzitter van de op vandaag nog steeds grootste Vlaamse partij. De N-VA is een partij die zichzelf graag voorstelt als 'conservatief' in plaats van revolutionair. In een interview met de Krant van West-Vlaanderen op 9 juli liet Bart De Wever echter het masker vallen: als hij zijn droom van Vlaamse onafhankelijkheid niet kan waarmaken binnen het kader van de rechtsstaat, dan is hij bereid genoegen te nemen met een zogenaamd confederalisme. Maar om dat te doen, is hij wel bereid te breken met de rechtsstaat en het grondwettelijke kader te verlaten.

Is België echt op?

Volgens De Wever, nog steeds de man die door de media wordt beschouwd als de meest getalenteerde politicus van zijn generatie, is er een consensus dat België op is. Die consensus zou bovendien nog nooit zo groot geweest zijn.

We willen misschien nog wel graag geloven dat daarover in de kring van N-VA-mandatarissen inderdaad overeenstemming bestaat. Maar zodra je buiten die kring kijkt, verwatert die consensus toch zeer snel. Onder meer de recente enquête De Stemming 2021 heeft dit duidelijk aangetoond: 63 procent van de Vlamingen is voorstander van méér België, 30 procent van hen is zelfs voorstander van een terugkeer naar een unitair België. In die context volhouden dat de consensus om België te splitsen nog nooit zo groot was, is dromen voor werkelijkheid nemen.

Appelen en peren

Voor De Wever is de conclusie eenvoudig: België kan onmogelijk nog op democratische wijze bestuurd worden. De complexiteit van onze instellingen laat de nodige hervormingen niet toe, en het is dus noodzakelijk om het grondwettelijke kader te verlaten en een structuur op te zetten die hij (ten onrechte) confederaal noemt. Hij aarzelt niet om deze volgens hem dwingende noodzaak te vergelijken met die van de zogenaamde 'coup van Loppem' van 1918, toen de belangrijkste politieke leiders van die tijd, met de zegen van Koning Albert I, besloten de Grondwet te omzeilen om het algemeen enkelvoudig stemrecht (voor mannen) in te voeren.

Onafhankelijkheid: binnen de rechtsstaat als het kan, zonder als het moet?

Die vergelijking loopt echter mank. De coup van Loppem was een uitzonderlijk antwoord op een uitzonderlijke situatie: vier jaar oorlog die een groot aantal mannen naar het front had gejaagd, in veel gevallen recht de dood in. Hun stem had weinig gewicht, maar ze werden wel geacht te sterven voor het vaderland. Het antwoord hierop was om ook degenen waaraan gevraagd werd om hun jeugd en dikwijls ook hun leven op te offeren ten volle te betrekken bij de democratie.

In casu wil Bart De Wever niet reageren op een crisis vergelijkbaar met de Grote Oorlog, maar gewoon de disfuncties corrigeren die het Belgische politieke systeem uit zichzelf genereert. Hij wil helemaal geen betere werking van de Belgische democratie: als dat het geval zou zijn, zou hij een bijvoorbeeld pleiten voor een federale kieskring, in plaats van voor 'confederalisme', waarin er zelfs geen Belgische verkiezingen meer zouden zijn.

De Wever vergelijkt appelen met peren. België willen opbreken door de rechtsstaat de wacht aan te zeggen is van een heel andere orde dan wat gebeurde tijdens de zogenaamde coup van Loppem in 1918.

Nationalisten en de rechtsstaat

Niemand twijfelt eraan dat de uitlatingen van Bart De Wever een provocatie zijn om de PS uit haar kot te lokken, met name door Paul Magnette af te schilderen als een voorstander van de 'confederale' zaak. Maar het is, helaas, niet de eerste keer dat de N-VA een loopje neemt met de principes van de rechtsstaat. Iedereen herinnert zich Theo Francken's minachting voor de 'wereldvreemde rechters' in asielzaken. Iedereen herinnert zich ook de aanval van Jan Jambon, toenmalig minister van Binnenlandse Zaken, op de advocaten van de verdediging in de zaak Abdeslam.

Wat De Wever voorstelt houdt inherent ook een potentiële bedreiging in voor de grondrechten en vrijheden van álle burgers.

De Grondwet gaat niet alleen over meerderheidsregels die de heer De Wever ergeren wanneer hij België en Vlaanderen wil herinrichten volgens zijn wensdromen. Ze omvat ook de regels die de burgers het genot garanderen van hun fundamentele rechten en vrijheden. Als men bereid is de Grondwet op te schorten als het gaat om institutionele zaken, waarom zou men dan niet bereid zijn de Grondwet op te schorten als het gaat om de grondrechten van politieke tegenstanders of als het gaat om verkiezingen die niet het gewenste resultaat hebben?

Wat De Wever voorstelt, is niet alleen gevaarlijk voor België en zijn instellingen, het houdt inherent ook een potentiële bedreiging in voor de grondrechten en vrijheden van álle burgers. In tegenstelling tot wat De Wever beweert, is de rechtsstaat geen hinderpaal voor de democratie: het is er integendeel een bestaansvoorwaarde van.

Met de Grondwet als het kan, zonder als het moet?

Iedereen is het erover eens dat een zevende staatshervorming noodzakelijk is om het federale België efficiënter te maken. Deze staatshervorming zal echter moeten worden doorgevoerd binnen het bestaande grondwettelijke kader en zal dus een tweederdemeerderheid moeten behalen, alsook een meerderheid in elke taalgroep. Als er geen formule is waarmee een voldoende brede consensus kan worden bereikt, valt te vrezen dat er niets zal gebeuren.

Twee dingen zijn echter zeker. Het eerste is dat het 'confederalisme' dat de N-VA voorstaat, niets zal oplossen. Integendeel, de problemen waarmee het huidige federale België te kampen heeft, zullen in een 'confederaal' België nog worden verergerd. Het tweede is dat de voorstellen van de N-VA nooit een tweederdemeerderheid zullen halen. Daarom verkiest de nationalistische partij buiten het grondwettelijke kader te treden om haar doelstellingen te bereiken.

Voor de N-VA is de rechtsstaat van ondergeschikte waarde ten opzichte van de politieke doelstelling van Vlaamse onafhankelijkheid. Een dergelijke partij kan zich bezwaarlijk nog op ernstige wijze conservatief noemen: zij heeft integendeel alles van een revolutionaire antisysteempartij voor wie desnoods niet alleen de politieke stabiliteit, maar ook de welvaart en de fundamentele rechten en vrijheden van ons allemaal op de schop zouden moeten.

' Ik geloof bijna niet meer dat er nog iets op legalistische wijze kan gebeuren. Het land zit helemaal op slot. We hebben een nieuwe coup nodig, een nieuw Loppem-moment. Toen werd de Grondwet gepasseerd om een fundamentele hervorming door te voeren'. Het zijn niet de woorden van een of andere linkse of rechtse extremist aan de cafétoog nadat die iets te diep in het glas keek. Het zijn de woorden van de voorzitter van de op vandaag nog steeds grootste Vlaamse partij. De N-VA is een partij die zichzelf graag voorstelt als 'conservatief' in plaats van revolutionair. In een interview met de Krant van West-Vlaanderen op 9 juli liet Bart De Wever echter het masker vallen: als hij zijn droom van Vlaamse onafhankelijkheid niet kan waarmaken binnen het kader van de rechtsstaat, dan is hij bereid genoegen te nemen met een zogenaamd confederalisme. Maar om dat te doen, is hij wel bereid te breken met de rechtsstaat en het grondwettelijke kader te verlaten.Volgens De Wever, nog steeds de man die door de media wordt beschouwd als de meest getalenteerde politicus van zijn generatie, is er een consensus dat België op is. Die consensus zou bovendien nog nooit zo groot geweest zijn. We willen misschien nog wel graag geloven dat daarover in de kring van N-VA-mandatarissen inderdaad overeenstemming bestaat. Maar zodra je buiten die kring kijkt, verwatert die consensus toch zeer snel. Onder meer de recente enquête De Stemming 2021 heeft dit duidelijk aangetoond: 63 procent van de Vlamingen is voorstander van méér België, 30 procent van hen is zelfs voorstander van een terugkeer naar een unitair België. In die context volhouden dat de consensus om België te splitsen nog nooit zo groot was, is dromen voor werkelijkheid nemen.Voor De Wever is de conclusie eenvoudig: België kan onmogelijk nog op democratische wijze bestuurd worden. De complexiteit van onze instellingen laat de nodige hervormingen niet toe, en het is dus noodzakelijk om het grondwettelijke kader te verlaten en een structuur op te zetten die hij (ten onrechte) confederaal noemt. Hij aarzelt niet om deze volgens hem dwingende noodzaak te vergelijken met die van de zogenaamde 'coup van Loppem' van 1918, toen de belangrijkste politieke leiders van die tijd, met de zegen van Koning Albert I, besloten de Grondwet te omzeilen om het algemeen enkelvoudig stemrecht (voor mannen) in te voeren.Die vergelijking loopt echter mank. De coup van Loppem was een uitzonderlijk antwoord op een uitzonderlijke situatie: vier jaar oorlog die een groot aantal mannen naar het front had gejaagd, in veel gevallen recht de dood in. Hun stem had weinig gewicht, maar ze werden wel geacht te sterven voor het vaderland. Het antwoord hierop was om ook degenen waaraan gevraagd werd om hun jeugd en dikwijls ook hun leven op te offeren ten volle te betrekken bij de democratie. In casu wil Bart De Wever niet reageren op een crisis vergelijkbaar met de Grote Oorlog, maar gewoon de disfuncties corrigeren die het Belgische politieke systeem uit zichzelf genereert. Hij wil helemaal geen betere werking van de Belgische democratie: als dat het geval zou zijn, zou hij een bijvoorbeeld pleiten voor een federale kieskring, in plaats van voor 'confederalisme', waarin er zelfs geen Belgische verkiezingen meer zouden zijn. De Wever vergelijkt appelen met peren. België willen opbreken door de rechtsstaat de wacht aan te zeggen is van een heel andere orde dan wat gebeurde tijdens de zogenaamde coup van Loppem in 1918.Niemand twijfelt eraan dat de uitlatingen van Bart De Wever een provocatie zijn om de PS uit haar kot te lokken, met name door Paul Magnette af te schilderen als een voorstander van de 'confederale' zaak. Maar het is, helaas, niet de eerste keer dat de N-VA een loopje neemt met de principes van de rechtsstaat. Iedereen herinnert zich Theo Francken's minachting voor de 'wereldvreemde rechters' in asielzaken. Iedereen herinnert zich ook de aanval van Jan Jambon, toenmalig minister van Binnenlandse Zaken, op de advocaten van de verdediging in de zaak Abdeslam.De Grondwet gaat niet alleen over meerderheidsregels die de heer De Wever ergeren wanneer hij België en Vlaanderen wil herinrichten volgens zijn wensdromen. Ze omvat ook de regels die de burgers het genot garanderen van hun fundamentele rechten en vrijheden. Als men bereid is de Grondwet op te schorten als het gaat om institutionele zaken, waarom zou men dan niet bereid zijn de Grondwet op te schorten als het gaat om de grondrechten van politieke tegenstanders of als het gaat om verkiezingen die niet het gewenste resultaat hebben? Wat De Wever voorstelt, is niet alleen gevaarlijk voor België en zijn instellingen, het houdt inherent ook een potentiële bedreiging in voor de grondrechten en vrijheden van álle burgers. In tegenstelling tot wat De Wever beweert, is de rechtsstaat geen hinderpaal voor de democratie: het is er integendeel een bestaansvoorwaarde van. Iedereen is het erover eens dat een zevende staatshervorming noodzakelijk is om het federale België efficiënter te maken. Deze staatshervorming zal echter moeten worden doorgevoerd binnen het bestaande grondwettelijke kader en zal dus een tweederdemeerderheid moeten behalen, alsook een meerderheid in elke taalgroep. Als er geen formule is waarmee een voldoende brede consensus kan worden bereikt, valt te vrezen dat er niets zal gebeuren. Twee dingen zijn echter zeker. Het eerste is dat het 'confederalisme' dat de N-VA voorstaat, niets zal oplossen. Integendeel, de problemen waarmee het huidige federale België te kampen heeft, zullen in een 'confederaal' België nog worden verergerd. Het tweede is dat de voorstellen van de N-VA nooit een tweederdemeerderheid zullen halen. Daarom verkiest de nationalistische partij buiten het grondwettelijke kader te treden om haar doelstellingen te bereiken. Voor de N-VA is de rechtsstaat van ondergeschikte waarde ten opzichte van de politieke doelstelling van Vlaamse onafhankelijkheid. Een dergelijke partij kan zich bezwaarlijk nog op ernstige wijze conservatief noemen: zij heeft integendeel alles van een revolutionaire antisysteempartij voor wie desnoods niet alleen de politieke stabiliteit, maar ook de welvaart en de fundamentele rechten en vrijheden van ons allemaal op de schop zouden moeten.