Hoewel de wereld enorme vooruitgang heeft geboekt op het gebied van kindersterfte in het algemeen, blijft het aantal doodgeboren baby's elk jaar zeer zorgwekkend, klinkt het. "De vooruitgang bij het terugdringen van doodgeboorten gebeurt veel langzamer dan de algemene kinder- en moedersterfte. Zonder dringende maatregelen zullen er tegen 2030 nog 20 miljoen doodgeboren baby's zijn." Uit het rapport, van de 'VN Inter-agency Group for Child Mortality Estimation', blijkt dat de afgelopen twee decennia 48 miljoen baby's zijn doodgeboren. Ongelijkheid is volgens het rapport een drijvende factor in het aantal doodgeborenen. "Dit is een probleem dat onevenredig grote gevolgen heeft voor lage- en lage-middeninkomenslanden en de meest kwetsbare bevolkingsgroepen." Drie op de vier doodgeboorten vinden zo plaats in Sub-Saharaans Afrika of Zuid-Azië. Het risico op doodgeboorte is ook het grootst onder de meest kwetsbare groepen. Volgens het rapport zijn de meeste doodgeboorten te voorkomen met bekende interventies en kwaliteitsgezondheidszorg. Dat wordt echter bemoeilijkt door een beperkte toegang tot gezondheidszorg, weinig of geen begrip bij de gemeenschappen en gezondheidswerkers en het stigma rond doodgeboorten. Er is weliswaar vooruitgang, maar die is te traag om doelstelling in het Every Newborn Action Plan (ENAP) van 12 doodgeboorten per 1.000 totale geboorten in 2030 te halen. Zetten de trends in het beperken van doodgeboorten van tussen 2000 en 2019 zich door, komen er het volgende decennium naar verwachting nog eens 20 miljoen doodgeboren baby's bij, waarschuwt het rapport. De agentschappen waarschuwen ook dat er een groot risico bestaat dat de coronapandemie de vooruitgang bij het terugdringen van kindersterfte ongedaan maakt. Naar schattingen zouden in 117 lage- en middeninkomenslanden bijna 200.000 extra doodgeboorten kunnen plaatsvinden in een periode van 12 maanden, in een scenario met ernstige verstoringen van de gezondheidszorg als gevolg van de pandemie. Unicef en de partners roepen op tot meer en sterke politieke wil, gezond beleid en gerichte investeringen in de zorg voor elke moeder en kind, "vooral om de universele toegang tot hoogwaardige en tijdige prenatale zorg en bevallingszorg te verbeteren". Zo moeten alle kinderen, zwangere vrouwen en kersverse moeders toegang hebben tot een veilige bevalling, essentiële vaccinatie, voeding en hoogwaardige gezondheidsdiensten in hun gemeenschap "om hen te beschermen tegen de secundaire gevolgen van COVID-19 en om een toename van kindersterfte te voorkomen". (Belga)

Hoewel de wereld enorme vooruitgang heeft geboekt op het gebied van kindersterfte in het algemeen, blijft het aantal doodgeboren baby's elk jaar zeer zorgwekkend, klinkt het. "De vooruitgang bij het terugdringen van doodgeboorten gebeurt veel langzamer dan de algemene kinder- en moedersterfte. Zonder dringende maatregelen zullen er tegen 2030 nog 20 miljoen doodgeboren baby's zijn." Uit het rapport, van de 'VN Inter-agency Group for Child Mortality Estimation', blijkt dat de afgelopen twee decennia 48 miljoen baby's zijn doodgeboren. Ongelijkheid is volgens het rapport een drijvende factor in het aantal doodgeborenen. "Dit is een probleem dat onevenredig grote gevolgen heeft voor lage- en lage-middeninkomenslanden en de meest kwetsbare bevolkingsgroepen." Drie op de vier doodgeboorten vinden zo plaats in Sub-Saharaans Afrika of Zuid-Azië. Het risico op doodgeboorte is ook het grootst onder de meest kwetsbare groepen. Volgens het rapport zijn de meeste doodgeboorten te voorkomen met bekende interventies en kwaliteitsgezondheidszorg. Dat wordt echter bemoeilijkt door een beperkte toegang tot gezondheidszorg, weinig of geen begrip bij de gemeenschappen en gezondheidswerkers en het stigma rond doodgeboorten. Er is weliswaar vooruitgang, maar die is te traag om doelstelling in het Every Newborn Action Plan (ENAP) van 12 doodgeboorten per 1.000 totale geboorten in 2030 te halen. Zetten de trends in het beperken van doodgeboorten van tussen 2000 en 2019 zich door, komen er het volgende decennium naar verwachting nog eens 20 miljoen doodgeboren baby's bij, waarschuwt het rapport. De agentschappen waarschuwen ook dat er een groot risico bestaat dat de coronapandemie de vooruitgang bij het terugdringen van kindersterfte ongedaan maakt. Naar schattingen zouden in 117 lage- en middeninkomenslanden bijna 200.000 extra doodgeboorten kunnen plaatsvinden in een periode van 12 maanden, in een scenario met ernstige verstoringen van de gezondheidszorg als gevolg van de pandemie. Unicef en de partners roepen op tot meer en sterke politieke wil, gezond beleid en gerichte investeringen in de zorg voor elke moeder en kind, "vooral om de universele toegang tot hoogwaardige en tijdige prenatale zorg en bevallingszorg te verbeteren". Zo moeten alle kinderen, zwangere vrouwen en kersverse moeders toegang hebben tot een veilige bevalling, essentiële vaccinatie, voeding en hoogwaardige gezondheidsdiensten in hun gemeenschap "om hen te beschermen tegen de secundaire gevolgen van COVID-19 en om een toename van kindersterfte te voorkomen". (Belga)