Zondag vindt in het Noorse Bergen het WK wielrennen plaats bij de elite mannen. Greg Van Avermaet, Philippe Gilbert, Jens Keukeleire, Jasper Stuyven, Tim Wellens, Julien Vermote, Tiesj Benoot, Dylan Teuns en Oliver Naesen staan namens België aan de start. Naesen ging Bergen in de lente al verkennen. Als dat geen ambitie verraadt. 'Er zijn twee redenen waarom dit een erg zwaar WK wordt', zegt Naesen. 'Eén: de afstand. We rijden 267 kilometer, da's zelfs nog verder dan de Ronde van Vlaanderen. Die afstand en een paar klimmetjes maken het voor pure sprinters te lastig. Tweede verzwarende factor is het weer. In Bergen regent het 300 dagen per jaar. Een natte wedstrijd is anderhalve keer zo vermoeiend als een droge.'
...

Zondag vindt in het Noorse Bergen het WK wielrennen plaats bij de elite mannen. Greg Van Avermaet, Philippe Gilbert, Jens Keukeleire, Jasper Stuyven, Tim Wellens, Julien Vermote, Tiesj Benoot, Dylan Teuns en Oliver Naesen staan namens België aan de start. Naesen ging Bergen in de lente al verkennen. Als dat geen ambitie verraadt. 'Er zijn twee redenen waarom dit een erg zwaar WK wordt', zegt Naesen. 'Eén: de afstand. We rijden 267 kilometer, da's zelfs nog verder dan de Ronde van Vlaanderen. Die afstand en een paar klimmetjes maken het voor pure sprinters te lastig. Tweede verzwarende factor is het weer. In Bergen regent het 300 dagen per jaar. Een natte wedstrijd is anderhalve keer zo vermoeiend als een droge.' Maar lange, licht heuvelende koersen met slecht weer: dat is toch een kolfje naar de hand van de Belgen? 'Ja, wij zijn sterke beren, hè', antwoordt Naesen. 'België start in Bergen zeker met de sterkste ploeg, zonder dat we daarom favoriet zijn. De topkandidaten zijn Peter Sagan, Michael Matthews en Edvald Boasson Hagen: types met een goeie sprint die ook over een heuvel raken. Hen moet je de benen afsnijden, en daar hebben wij toevallig de ideale ploeg voor. België moet aanvallen. Chaos creëren. Wachten we op de spurt, dan zijn we geklopt.' Oliver Naesen: We moeten onderweg van Sagan af, want als je hem meepakt naar de eindstreep, is de kans groot dat hij wint. België moet hem overdonderen, want hij kan niet op alles reageren. Stel: Tim Wellens rijdt met vijf man weg op tachtig kilometer van de eindstreep. Wellens is een stevige coureur, in het peloton zullen ze zenuwachtig worden. Oké, dat gat wordt dichtgereden. Veertig kilometer van de finish spring ik weg met zeven man, onder wie renners van de grote landen. De achtervolging draait niet, dus de favorieten moeten hun deel doen. Als ik word teruggegrepen, gaat Philippe. Sagan zal niet iedere keer mee zijn en verliest veel energie om die situaties te ontmijnen. Zodra hij dood zit, demarreert Greg. Mooi scenario, nee? (lacht) Het gevaar met Sagan is dat je hem een beetje vergeet. Sagan verliest veel koersen waarin hij de beste is omdat hij zo met zijn krachten speelt. Plus: Slowakije is een klein wielerland, waardoor Sagan maar twee ploegmaats meekrijgt. Dan denk je: zo iemand kan niet winnen. De laatste twee jaar reed hij zo sterk dat het allemaal niet uitmaakte. Twee klassen beter dan de rest. Weet je waar ik vooral beducht voor ben? De rare manoeuvres, zo typisch voor het WK. Plots beginnen er ploegen te rijden waarvan niemand begrijpt waarom ze dat doen. Die niks te winnen hebben. Naesen: Het kan, hè. Ik heb ze allemaal al eens geklopt. Meestal niet voor de eerste plek, maar toch. (lacht) Ik weet dat het stom klinkt maar de nacht voor ik koers, droom ik altijd dat ik win. Zelfs al is het een bergetappe in de Tour. 99 procent van de keren wordt het niks, maar heel af en toe win ik en dan loopt het exact zoals ik het mij inbeeldde. Bijna griezelig. Het Belgisch kampioenschap ging zo. Er bestaat een scenario waarin ik wereldkampioen word, maar Greg Van Avermaet en Philippe Gilbert starten als kopman. Mijn koers staat in het teken van hen, en dan zullen we wel zien of het finaal nog in mijn voordeel draait of niet. Naesen: Ze zijn hetzelfde type coureur en hebben lang voor dezelfde ploeg gereden, allebei als kopman. Philippe eist altijd zijn plek op, bij Greg ligt dat minder in zijn natuur. Vaak zat de een ingesloten achter het koersplan van de ander. Dat zijn dingen die vanzelf voor wrevel zorgen. Maar qua karakter kunnen ze het goed met elkaar vinden, hoor ik van Greg. Naesen: Hij woont 7 kilometer van mijn deur. Zijn we allebei in het land, dan trainen we altijd samen. Sportief heb ik in 2017 een serieuze stap gezet waardoor ik, redelijk onverwacht, Greg af en toe tegenkom in de finale van de grote koersen. Maar ik heb nog nooit gedacht: verdorie, dat is mijn beste kameraad en nu lapt hij mij dit. Ik ben blij als Greg wint en ik zelf geen kans maakte, maar in de koers is het hard tegen hard. Een goed voorbeeld was de E3 Harelbeke. We zaten met drie voorop: ik, Greg en Philippe Gilbert. Phil demarreert op de Tiegemberg. Ik moet lossen, Greg ziet dat en pakt direct over. Dat toont: we zijn wel maten, maar uiteraard wil Greg zelf winnen. Ik zou ook nooit verwachten dat hij voor mij afstopt of zo. Mijn overwinningen verdien ik zelf wel. De woensdag na de E3 Prijs verkenden we samen de Ronde van Vlaanderen. Toen hebben we over de Tiegemberg gepraat. Greg lachte mij uit: 'Als je daar al lost, ga je nog veel boterhammen moeten eten.' Ik dacht: jou ga ik nog wel hebben, mannetje. Naesen: Het ergste wat ik ooit heb meegemaakt. Zo'n grote kans op zo'n domme manier uit handen geglipt. Gilbert won verdiend de Ronde van Vlaanderen, maar als Sagan niet was gevallen, hadden we hem zeker teruggehaald. Toen Greg, Sagan en ik even ronddraaiden, daalde Gilberts voorsprong van 2,5 minuten naar 35 seconden. En we reden niet eens voluit, of zo voelde het toch voor mij. Ik koerste zonder moeite. Naesen: Ik ben een laatbloeier. De laatste dag van het zesde middelbaar was ik de kleinste van mijn kameraden, na de zomer moesten ze omhoog kijken. Die trage groei verklaart voor een deel mijn flauwe resultaten bij de jeugd. Ik eindigde dertigste in een koersje rond de kerktoren en daar was ik al blij mee. Prof worden was een verre droom die ik niet hardop durfde uit te spreken. Het wielrennen was sowieso een late roeping. Ik was judoka en had zelfs een bruine gordel, wat vrij hoog is, maar ik miste competitiedrang. De passie voor sporten ontdekte ik pas toen ik begon te skateboarden. Naesen: En ik heb het nog gekregen ook. (lacht) Ik zat er van acht uur 's morgens tot tien uur 's avonds. Dag in, dag uit. Ik was echt vrij goed. Dries Devenyns van Quick Step is een grote skatefan. Hij stuurt voortdurend filmpjes met blitse moves. Wel, ik kan dat ook. Ik moet dringend eens een filmpje van mijn beste bewegingen maken. Naesen: Niemand hoeft het te weten, ik stuur het hem in een privébericht. (lacht) Maar inderdaad: rennerscontracten verbieden nogal wat. Ooit stond er bij mij: 'Mag geen enkele sport beoefenen behalve het wielrennen.' Naesen: Zeker de Fransen. Niemand maakt er problemen van als je het doet, maar als je een zware blessure oploopt, sta je er alleen voor, vrees ik. Mijn skateboard heb ik uiteindelijk geruild voor de fiets maar, zoals gezegd, zonder klinkende resultaten. Ik ben dan lichamelijke opvoeding gaan studeren, maar ook daar blonk ik niet in uit. Er zijn al veel artikels geschreven over mijn zogezegd wilde studentenleven - 'van fuifnummer tot wielerprof' - maar eigenlijk viel dat best mee. Natuurlijk heb ik af en toe de zon zien opkomen boven de Gentse Overpoort. Welke student niet? Voor het wielrennen was dat uiteraard geen goeie zaak, maar de fiets viel sowieso niet te combineren met mijn studie. Examens in januari, dus heel december achter de boeken, met als gevolg dat je vierkant draait als het seizoen begint. Rond mei begint het beter te gaan, maar dan zit je wéér in de blok. Frustrerend. Het laatste jaar wist ik: dat studeren wordt niks en dus ben ik gestopt. Ik kon dan meer trainen en won eindelijk mijn eerste koers. Op mijn 21e, wat ontzettend laat is. Het was een kermiskoers van niks, maar dat heeft me enorm gemotiveerd. Niet lang daarna begon ik te werken. Ik was koerier voor een wasserette. Een ontspannen baantje. Niet nadenken, gewoon de uren kloppen. Ik begon om zes uur 's ochtends en stopte om vier uur in de namiddag. Daarna ging ik trainen. Heel fanatiek, het waren schema's van een prof. Iets drinken of eens naar de cinema was er nooit bij. Alles stond in het teken van de fiets. Vanaf toen ging het beter en beter. Ik won regelmatig, en als ik niet won, zat ik toch bij de eerste drie. Stilaan groeide het gevoel dat ik misschien toch in het profpeloton thuishoor. Walter Planckaert gaf me een kans bij Topsport Vlaanderen-Baloise. Hij moest zijn bazen een uitzondering vragen, normaal geven zij maar contracten tot 22 jaar. Ouder en nog geen prof? Dan ben je afgeschreven. Ik wist dat ik geen tijd had voor een aanpassingsperiode, maar gelukkig had ik die ook niet nodig. Met dat eerste profcontract was ik zo blij. Een droom die in vervulling ging, na al die opofferingen. Die twee jaar waarin ik werkte, en na mijn uren bijtrainde als een prof, waren sowieso het zwaarste wat ik zal doen in mijn leven. Op die periode ben ik trotser dan op gelijke welke koers die ik ooit nog win. Naesen: Dat is ook niks om fier op te zijn. Studeer ik wel af, dan was ik nu ergens leerkracht L.O. Een mooi leven, maar wat ik nu heb, lijkt me mooier. Alleen: wie wist dat dit nog zou komen toen ik stopte met studeren? Het heeft zo moeten zijn, denk ik. Ik apprecieer wat ik nu heb, want ik ken het leven van de werkman en mijn studententijd heeft me verlost van de drang om te feesten. Veel coureurs zeggen aan het eind van het seizoen: 'Eindelijk, de riem mag eraf. Ik ga mij stiepelzat zuipen!' Dat heb ik niet. Been there, done that. Naesen: Dat sowieso. Vorig seizoen was ik tevreden met een plek tussen tien en twintig. Dit jaar wou ik dat optrekken naar de top tien, maar het ging zelfs nog beter. Ik heb ontdekt dat ik van niemand bang hoef te zijn, zeker niet op kasseien. En er zit nog wel wat rek op mijn prestaties. Niet door meer te trainen; er zullen er weinig zijn die meer kilometers afmalen dan ik. Maar van voeding weet ik zeker niet alles, en ik ben bijvoorbeeld ook nog nooit op hoogtestage geweest. Qua rust ben ik wel goed bezig. Er zit weinig afleiding in mijn leven. Dank u, studententijd. (lacht) Naesen: Volgend jaar wel, want we zijn fantastische transfers aan het doen. Tony Gallopin komt erbij, Silvan Dillier. Stijn Vandenbergh hebben we dit jaar gemist door alle tegenslagen van de wereld, maar hij komt terug op niveau, net als Alexis Gougeard. Tel dat allemaal eens op. Dat is beter dan BMC of Lotto-Soudal. Oké, Quick Step blijft buiten categorie. Je mag ook niet te veel willen, hè. (lacht) Ze hebben mij vooral bij de ploeg gehaald omdat ze het beu waren om eind april altijd met nul punten te staan. Een of twee keer top tien halen, had AG2R al geweldig gevonden, maar het is nog veel beter uitgedraaid, met onder meer een derde plaats in de E3 Harelbeke en winst in het Belgisch Kampioenschap. Ze geloven in mij, mijn contract is opengebroken en volgend jaar krijg ik de steun om mee te draaien met de wereldtop. De ploeg vroeg wie ze moesten halen, maar ik vond dat een lastige vraag. Uiteindelijk heb ik het zo geformuleerd: aan renners die in de Ronde van Vlaanderen de tweede keer over de Oude Kwaremont raken heb ik iets. Het mogen jongens zijn die ooit de ambitie hebben om voor zichzelf te rijden, maar niet nu. Een ploeg met één kopman functioneert het best. Naesen: Daarom was ik zo blij toen ik Belgisch kampioen werd: ik rijd nu als enige met een zwarte broek. (lacht) Bruin vloekt te veel met de Belgische vlag. Mijn Belgische titel was eigenlijk een half mirakel. Ik had maar één ploegmaat, geen volgwagen en zat zelfs niet op hotel. Het was zoals bij de nieuwelingen: 's morgens met de auto naar daar, één fiets in de koffer en pa die elke ronde een bidon aangaf. Als ik lek zou zijn gereden, was het meteen over. Naesen: Voor een klimmer zijn waaiers moordend, hè. Zelf een waaier halen, is al lastig, maar zorgen dat een ander erbij zit, is nog veel moeilijker. Ik heb afgezien, maar het is gelukt. Naesen: Zo is het niet gegaan. Het plan was dat ik de laatste klim als eerste op zou draaien met Romain in mijn wiel. In het gedrang zijn we elkaar kwijtgeraakt. Ik zag een chicane en dacht: als ik iedereen doe remmen, sluit mijn kopman misschien weer aan. Greg komt daardoor alleen op kop. Veel te vroeg, in feite zorg ik ervoor dat hij de koers verliest. Romain verliest in Rodez 5 seconden. Niet veel, maar we hadden het liever anders gezien. Naesen: Greg heeft een huis in de Ardennen. Elk jaar spreken we daar midden november af met de actieve Parels, en de mannen die al gestopt zijn. We gaan elke dag eten: zelf koken zit er niet in. Nadien komt het bier op tafel en 's morgens... only the strong survive. (lacht) Greg en ik zijn eigenlijk de flauweriken van de bende. Wij kruipen rond 1 uur in ons bed. Het gebeurt dat de anderen nog aan de gang zijn wanneer wij weer wakker worden. Naesen: Ik zal de enige zijn, zeker? Er is beterschap in zicht: ik ben met mijn vriendin op zoek naar een appartement, en we hebben ook al een bouwgrond. We wilden niet overhaasten. Dorien werkt nog maar één jaar, bij een apotheek hier in de buurt. Naesen: Ik zit aan de bron, hè. (lacht) Best bij iedere levering even checken of er niks bijzit dat ik zelf kan gebruiken.