Het wordt warmer in de Wetstraat. Nu PS-voorzitter Paul Magnette zich '200 procent' achter de staking van maandag 29 maart heeft geschaard, komen de ideologische spanningen binnen de Vivaldi-regering bloot te liggen. Vooral de liberale excellenties zitten niet te wachten op de grote gebaren van de vakbond. Nogal wat ondernemers - een deel van de blauwe achterban, dus - houden in de coronacrisis ternauwernood het hoofd boven water. De vraag van de bonden om boven op de indexaanpassing nog eens méér dan 0,4 procent loonsverhoging toe te kennen is 'totaal wereldvreemd', volgens de werkgevers. Ook de Vlaamse medestanders van Magnette, die minder dan hij de hete adem van extreemlinks in de nek voelen, aarzelen. SP.A-voorzitter Conner Rousseau loste vorige week een solidair tweetje: 'Als sectoren winst maken, mogen ook de werknemers deftig vooruitgaan.' Maar hij riep nadrukkelijk op tot verder overleg, en dus juist níét tot een staking...

Het wordt warmer in de Wetstraat. Nu PS-voorzitter Paul Magnette zich '200 procent' achter de staking van maandag 29 maart heeft geschaard, komen de ideologische spanningen binnen de Vivaldi-regering bloot te liggen. Vooral de liberale excellenties zitten niet te wachten op de grote gebaren van de vakbond. Nogal wat ondernemers - een deel van de blauwe achterban, dus - houden in de coronacrisis ternauwernood het hoofd boven water. De vraag van de bonden om boven op de indexaanpassing nog eens méér dan 0,4 procent loonsverhoging toe te kennen is 'totaal wereldvreemd', volgens de werkgevers. Ook de Vlaamse medestanders van Magnette, die minder dan hij de hete adem van extreemlinks in de nek voelen, aarzelen. SP.A-voorzitter Conner Rousseau loste vorige week een solidair tweetje: 'Als sectoren winst maken, mogen ook de werknemers deftig vooruitgaan.' Maar hij riep nadrukkelijk op tot verder overleg, en dus juist níét tot een staking. Daarmee volgt Rousseau wijselijk de weg naar een compromis à la belge. Nee, er is in deze barre tijden géén ruimte voor een gevoelige loonsverhoging boven op de indexaanpassing. Tenzij voor die sectoren die het de afgelopen maanden zeer goed hebben gedaan, zoals de distributie- of de farmabedrijven. Daar kan een eenmalige 'premie' wat zonneschijn brengen. Zowel de minister van Werk, Pierre-Yves Dermagne (PS), als premier Alexander De Croo (Open VLD), heeft al te kennen gegeven dat de regering daar wel muziek in ziet. Case closed, zou je denken. Dat is buiten de capriolen van de Belgische loononderhandelingen gerekend. Het zijn een soort tweejaarlijkse turnoefeningen van de Groep van Tien, de club van werknemers en werkgevers. Dat gaat gepaard met ronkende verklaringen aan beide kanten, over 'de gewone mensen' die enkel 'de kruimels van de koek' krijgen (dixit de vakbonden), of over de 'platte onverantwoordelijkheid' van diezelfde bonden (volgens de werkgevers). Het grootste probleem van die volkssport: er komt geen volk meer naar kijken. Zelfs veel vakbondsmilitanten horen het in Keulen donderen als het over de 'wet op het concurrentievermogen' gaat. Nochtans is dat de echte inzet van deze onderhandelingen: de wet van Jean-Luc Dehaene uit 1996 die ervoor moet zorgen dat onze lonen door de automatische indexaanpassing niet sneller stijgen dan de lonen in het buitenland. Die wet heeft zijn diepste wortels in de jaren zeventig, toen België gaandeweg véél hogere lonen kende dan de buurlanden, tot meer dan 10 procent extra. Die ontsporing is nu al zo'n 25 jaar onmogelijk gemaakt. De regering-Michel paste de wet nog (een beetje) aan ten voordele van de werkgevers, zodat er nog minder ruimte vrijkwam voor loonsverhogingen. Het is vooral die recente verstrenging die een aantal vakbondsbonzen willen terugdraaien, nu er een linksere regering is. En zo zitten we, in volle coronacrisis, met een staking waarvan niemand nog begrijpt waarom ze er komt. En toch. Nu een staking organiseren is een stommiteit, maar de bonden hebben wel een punt. Niet als het gaat over ocharme 0,4 procent loonsverhoging waarbij misschien nog een hoger cijfer achter de komma gescoord kan worden. Wel als het gaat over de ongelijke verdeling van de opbrengsten in het algemeen. Het is niet toevallig dat PVDA/PTB-boegbeeld Raoul Hedebouw zo vaak de naam Jeff Bezos laat vallen. Amazon is geen Belgisch bedrijf, maar dat neemt niet weg dat de miljardenwinsten van de superrijken, zoals Bezos, ook de veel minder gefortuneerden in België pijn beginnen te doen. Bovendien is het loonaandeel - het deel van de economische inkomsten dat naar de werknemers gaat, in plaats van naar de bedrijven of hun aandeelhouders - de laatste decennia fel gekrompen. Ook in België. Het is zeer de vraag of Belgische politici die evolutie op eigen houtje kunnen keren. Het debat over de komende staking is een typisch binnenlands schimmenspel. De echte inzet - die in zijn diepste wezen internationaal is - wordt in deze contreien gesmoord in lokale loodgieterij en sektarisch gebekvecht. Maar als premier De Croo straks in rare tijden een nog vreemdere staking op zijn bord krijgt, dan zal hij toch een antwoord moeten verzinnen, een antwoord dat beter is dan een cijfer na de komma. Dat antwoord ligt vooral in Europa. Van big tech tot big pharma: als Europese regeringen dit soort aberrante vakbondsacties willen vermijden, dan moeten ze in Brussel dringend veel assertiever de woekerwinsten van multinationals gaan afromen.