Het idee van een universeel basisinkomen duikt geregeld op. De laatste jaren gebeurt dat vooral in academische kringen. Groen en Ecolo hadden ooit een basisinkomen in hun programma, maar erg concreet werd het nooit.
...

Het idee van een universeel basisinkomen duikt geregeld op. De laatste jaren gebeurt dat vooral in academische kringen. Groen en Ecolo hadden ooit een basisinkomen in hun programma, maar erg concreet werd het nooit. Opvallend is dat de MR het thema oppikt. Oud-minister Richard Miller krijgt de opdracht om te bestuderen hoe het basisinkomen kan worden ingevoerd en gefinancierd. In Le Soir heeft hij het over een onvoorwaardelijk inkomen voor iedereen vanaf de geboorte, gefinancierd met belastingen voor grote vervuilers en een taks op financiële transacties, de zogenoemde Tobintaks. Een liberale partij die een basisinkomen bepleit, betaald met nieuwe belastingen: veroorzaakt Bouchez daarmee niet de zoveelste controverse in zijn politieke familie? Het verzet tegen bijvoorbeeld een Tobintaks was bij de MR altijd behoorlijk groot. David Coppi van Le Soir wijst erop dat de stap van studie naar partijprogramma groot is. 'Het klopt dat Bouchez vaker losse ideeën lanceert, maar dit komt niet uit de lucht vallen. In 2017 schreef hij al over het basisinkomen in zijn essay L'aurore d'un monde nouveau. ' Coppi ontwaart ook een politieke tactiek in het initiatief. 'Het is een poging van Bouchez om zijn imago op te poetsen. Om duidelijk te maken dat hij niet alleen bezig is met polemiekjes, zoals vorige week met SP.A-voorzitter Conner Rousseau. Bouchez heeft de MR al vaker dooreengeschud, bijvoorbeeld door de omstreden Mathieu Michel als staatssecretaris aan te wijzen en Daniel Ducarme uit te rangeren. Het leek er toen zelfs op dat hij zélf aan kant zou worden geschoven.' 'Het basisinkomen kan de MR inderdaad intern verdelen, maar Bouchez snijdt wel een fundamentele maatschappelijke kwestie aan. Er is ook een link met de coronacrisis: er moet worden nagedacht over hoe het verder moet na de pandemie, sociaal-economisch en op milieuvlak. Ook daar past zijn initiatief bij.' Dat oudgediende Richard Miller wordt gevraagd, is volgens Coppi evenmin toeval. 'Miller behoort tot de eerder progressieve liberale vleugel, zeg maar de kringen rond vader en zoon Michel. Hij was vijfentwintig jaar geleden een van de architecten van het sociaal liberalisme. Hij is bovendien schrijver - als er een partijmanifest moest worden geschreven, kwam dat vaak uit zijn pen. Bouchez zoekt hiermee dus ook bredere steun voor zijn voorzitterschap. Die steun kan hij goed gebruiken.'