'Houden, Nina! Houden!' In het turnzaaltje zijn alle ogen gericht op Nina Sterckx. De jonge gewichthefster ademt diep. Kordaat grijpt ze de halter. Ze trekt een grimas, haar buikspieren trillen. 82 kilo zwiert door de lucht en... ze houdt het. Met een triomfantelijke dreun ploft het gewicht even later op de grond, zes tieners in spandex juichen. Smartphones worden bovengehaald: dit moet met hoge spoed op Instagram. Coach Bieke Vandenabeele grinnikt. 'De records sneuvelen vlot vandaag. Komt het door die journalist? Ferm, we gaan Knack nog uitnodigen.'
...

'Houden, Nina! Houden!' In het turnzaaltje zijn alle ogen gericht op Nina Sterckx. De jonge gewichthefster ademt diep. Kordaat grijpt ze de halter. Ze trekt een grimas, haar buikspieren trillen. 82 kilo zwiert door de lucht en... ze houdt het. Met een triomfantelijke dreun ploft het gewicht even later op de grond, zes tieners in spandex juichen. Smartphones worden bovengehaald: dit moet met hoge spoed op Instagram. Coach Bieke Vandenabeele grinnikt. 'De records sneuvelen vlot vandaag. Komt het door die journalist? Ferm, we gaan Knack nog uitnodigen.' Vandaag bezoeken we een uniek sportproject, opgezet door het koppel Tom Goegebuer en Bieke Vandenabeele. Goegebuer was Belgiës beste gewichtheffer van zijn generatie. In 2009 werd hij Europees kampioen in de categorie tot 56 kg. Hij plaatste zich drie keer voor de Olympische Spelen. Vandenabeele is een gewezen topzwemster en maakte deel uit van het Belgische bobsleeteam. Samen leiden ze een Gentse keurgroep van bijzonder jonge gewichtheffers, met de ambitie er olympiërs van te maken. Hun opvallendste pupil is Nina Sterckx - what's in a name - de wereldkampioene bij de junioren. De 82 kilo die ze zonet tilde, is haar trainingsrecord in de ' snatch': daarbij heft ze het gewicht in één beweging van op de grond tot boven haar hoofd. In competitie kan Sterckx 88 kilogram aan. Bij de 'clean & jerk', waarbij het gewicht eerst op borsthoogte wordt gebracht en daarna boven het hoofd gestoten, tilt Nina Sterckx 103 kilogram: een jeugdwereldrecord. Dit verbluffende meisje meet 1m57 en komt uit in de klasse tot 55 kilogram. Een nimfenlichaam dat het gewicht van vier zakken cement boven haar hoofd houdt: je moet het zien om het te geloven. 'Wat er zo prettig is aan gewichtheffen?' Sterckx zucht. Het is een vraag die ze vaak krijgt. 'De strijd met mezelf: krijg ik het omhoog of niet? In essentie lijkt gewichtheffen op turnen: het draait om lenigheid, snelle spieren en doorzettingsvermogen. Turnen is een groeiproces van jaren. Gewichtheffen ook, maar je hebt een duidelijker beeld op je vooruitgang: de kilo's tonen dat je beter wordt. Een gewicht tillen dat vorige maand nog te zwaar was: een grotere kick bestaat er niet.' Sterckx deed op jonge leeftijd aan tumbling: een spectaculaire discipline uit het turnen met salto's, sprongen en flikflakken. Op een turnkamp belandde ze in de krachthonk. Toevallig kende de monitor Tom Goegebuer. Zeker eens uitnodigen, zei hij. Dit meisje oogt opvallend sterk. Zo bleek: 'Bij de eerste training tilde Nina meteen haar lichaamsgewicht', vertelt Goegebuer. 'Wat mij nog meer verbaasde, was dat ze meteen weg was met de techniek. Een gewicht van de grond krijgen is lastiger dan het lijkt. Zonder techniek val je simpelweg omver. Door haar achtergrond in het turnen bezit Nina een uitzonderlijk hoge controle over haar eigen lichaam. Tel daar haar natuurlijke kracht bij, en het feit dat ze trainbaar en gemotiveerd is: een geboren gewichthefster.' De Olympic Gent-club telt nog een tweede talent met een olympische droom: Annelien Vandenabeele, de vijftienjarige nicht van de coach. Haar tante Bieke ontdekte het gewichtheffen toen ze zich omschoolde tot bobsleeër. Het is allemaal veel toeval bijeen: nichtjes van, begaafde passanten in de krachthonk... 'Als ik de tijd en de middelen had, dan vond ik gegarandeerd nieuwe talenten. Toppers die niet weten dat ze toppers zijn', meent Bieke Vandenabeele. 'Dat is het lot van een onbekende sport: veel mensen zullen in hun hele leven niet één keer proberen om een gewicht te tillen. Mijn stille droom is een talentendag te organiseren voor alle zesdejaars leerlingen uit de buurt. Ik weet zeker dat ik dan potentiële olympiërs spot. Voor wie zich geroepen voelt: gewichtheffen is een combinatie van beenkracht, explosiviteit en souplesse. Springen uit stand is een goeie test. Een twaalfjarige die twee meter springt, mag ons contacteren.' Alleen is de vraag of er wel plek is. In het hele land verrezen Cross- Fit-centers: een soort doorgedreven fitness, uiteraard bedacht in Californië, het mekka van de bodybuilder. Door CrossFit werd gewichtheffen een stille rage: bij de club van Goegebuer en Vandenabeele staat vijftig man op de wachtlijst. De accommodatie zou nochtans beter kunnen: Sterckx en co gebruiken de krachthonk van de Hogeschool Gent, waar ook de roeiers en de kanoërs spieren kweken. De helft van de zaal komt amper boven de twee meter: één verdieping hoger is een trampoline in de vloer verwerkt. De kinderen doen hun hefoefeningen onder het verlaagde plafond, de anderen hebben in het hogere deel van het benepen zaaltje amper ruimte. Oppassen voor de tenen, wanneer er weer een gewicht tegen de grond smakt. Het is behelpen, zoals zo vaak in wat ten onrechte 'de kleine sporten' wordt genoemd. De trainers worden ook niet betaald. Goegebuer verdient zijn brood als stralingsfysicus, Vandenabeele geeft krachttraining op topsportscholen. De passie is zo groot dat ze er nog bondsjobs bijnemen: Goegebuer als secretaris van de Vlaamse Gewichtheffers en Powerlifting Federatie, Vandenabeele als technisch directeur. 'Erger is dat onze atleten moeten scharrelen om hun reiskosten te betalen', zegt Vandenabeele. 'Annelien verkocht snoepzakjes om naar het WK in Las Vegas te kunnen gaan. En we hielden al zo veel spaghettiavonden dat het mij niet meer smaakt. Het gevaar is: op de duur spendeer je zo veel tijd aan geld zoeken dat je het presteren uit het oog verliest.' Nina Sterckx en Annelien Vandenabeele zijn ondertussen gelukkig opgenomen in het BeGold- programma: een subsidie voor jonge atleten die Topsport Vlaanderen in staat acht om top acht te halen op de Olympische Spelen. Hun tegenstand komt van over heel de wereld, want weinig sporten zijn zo geglobaliseerd als gewichtheffen. In de gewichtsklasse van Nina Sterckx krijgt ze Roemeense, Indonesische en Colombiaanse atleten tegenover zich: en in die landen is de sport groter, en beter gesubsidieerd. De topnaties zijn Noord-Korea en China, normaal niet te kloppen. De Belgische sterren Nina en Annelien zijn voorlopig ook concurrentes van elkaar, want ze komen allebei uit in de categorie tot 55 kilo. 'We wachten zo'n beetje tot Anneliens lichaam uitzet', lacht Nina Sterckx, net luid genoeg opdat haar vriendin het hoort. 'Annelien is twee jaar jonger, maar ook groter en forser. Met het klimmen van de jaren stijgt ze vermoedelijk een gewichtscategorie. Ik zal haar missen wanneer het zover is. Het is fijn om een concurrente te hebben. Ik ben op dit moment de betere, maar wanneer zij haar persoonlijke record breekt, sta ik scherp om op opnieuw uit te lopen. Bovendien zijn we supergoeie vrienden: ik gun Annelien het allerbeste. Zélfs dat ze ooit beter zou worden dan ik.' Een sport met gewichtsklassen betekent onvermijdelijk een gevecht met de weegschaal, maar het dieet van Nina Sterckx brengt bijzondere uitdagingen met zich mee. 'Ik moet me forceren om dag na dag al die eiwitten binnen te krijgen', zegt de gewichthefster. 'Te veel eten bestaat niet voor mij, ik moet eerder opletten dat ik voldoende eet. Minstens 2500 calorieën per dag, en uiteraard het liefst niet te ongezond: voor iemand met mijn lichaamsbouw valt dat niet mee.' Eén keer koos het team voor een andere oplossing: op het vorige EK zakte Nina Sterckx onaangekondigd af naar de gewichtsklasse tot 49 kilo. Drie weken op wortelen en kip en ze was er. 'De -49 is een minder sterk bezette categorie, en dus interessant met het oog op medailles. Toch zal het een eenmalig experiment blijven, want ik werd er kribbig van. In mijn sport is het erg belangrijk dat het mentaal in balans blijft.' Gewichtheffen is een veel strategischere sport dan je als leek zou denken. In competities krijgt een atleet drie pogingen. Niet per gewicht, maar in totaal. 'Je begint met een gewicht dat je zeker kunt tillen, louter om in de uitslag te staan', zegt Bieke Vandenabeele. 'Die startscore mag niet te ver liggen van waar je eigenlijk wilt uitkomen, want er is niks moeilijker dan van een laag gewicht naar een hoog gewicht gaan. Atleten die op training tillen wat ze in een wedstrijd aankunnen, zijn zeldzaam. Het is dus inschatten, of noem het gokken. Vastberaden naar dat gewicht stappen en jezelf overstijgen.' De zeventienjarige Sterckx doet de wereldtop concurrentie aan en toch hangt haar deelname aan de Olympische Spelen aan een zijden draad. Kwalificatie gebeurt op basis van de ranglijst over de afgelopen twee seizoenen. Sterckx klimt gestaag in die ranking, maar te vrezen valt dat ze te laat komt. De coronadreiging compliceert de zaken. Ze kon dit jaar op twee evenementen punten rapen: het WK van junioren begin maart en het EK voor volwassen in april. Het eerste toernooi werd geannuleerd, het tweede is uitgesteld tot in juni (13/6 tot 21/6). Team Sterckx deed een aanvraag om mee te mogen doen aan de Pan-Amerikaanse kampioenschappen of eventueel die van Oceanië, maar ook als ze toestemming krijgen, is het afwachten of die toernooien wel plaatsvinden. Sterckx heeft zelf de knop al omgedraaid. 'Het is nooit mijn doel geweest om in 2020 al naar de Spelen te gaan', zegt ze resoluut. Haar trainer ziet dat anders. Tom Goegebuer herinnert zich namelijk zijn eigen olympische kwalificaties. 'Die waren altijd op het nippertje beklonken, door schrappingen op de olympische ranglijst. Je weet nooit of er nog landen collectief worden geschorst. Met wat er begin dit jaar is uitgekomen, lijkt dat zelfs waarschijnlijk.' Goegebuer verwijst naar een schokkende documentaire van ARD. Duitse journalisten onderzochten de handel en wandel van Tamas Ajan, een 81-jarige Hongaar die sinds 1976 de dienst uitmaakt bij de Internationale Gewichtheffederatie. Ajan zou zelf munt slaan uit dopinggebruik, er bestaan zelfs officieuze tarieven: 55 euro voor een nationale dopingtest, 180 euro voor een internationale. Zijn systeem is pijnlijk simpel. Dubbelgangers van de opgepepte atleten leveren urine- en bloedstalen, de dopingcontroleurs krijgen een zakcentje om de identiteit niet te controleren. Volgens ARD werd de helft van de medaillewinnaars van de laatste twaalf jaar geen enkele keer grondig getest. Toch wordt de sport, ondanks dat camouflagesysteem, geplaagd door een lawine aan affaires. Thailand en Egypte, grootmachten in het gewichtheffen, gaan niet naar de Spelen wegens te veel dopingzaken. Rusland, Kazachstan, Armenië, Azerbeidzjan, Wit-Rusland, Iran, India en Bulgarije mogen slechts een beperkt aantal atleten selecteren. Al die landen tekenen beroep aan, en waar dat toe leidt voor Tokio 2020 weet niemand. Het heeft erom gespannen of gewichtheffen wel een olympische sport mocht blijven, wat de kans groter maakt dat men deze keer doorzet met die straffen. 'Ik heb tijdens mijn carrière vaak geklaagd over doping. Destijds leek ik een slechte verliezer, maar een blinde kon zien dat er massaal werd geknoeid', zegt Goegebuer. 'Wat ARD naar buiten bracht, is slechte reclame voor de sport waar ik van hou. Maar nu ligt de corruptie op straat en zal er wel moeten worden ingegrepen.'Zijn atleten garanderen dat hun tegenstanders het spel zuiver spelen, kan Goegebuer niet. Wel integendeel. 'Ik weet zeker dat er nog steeds valsspelers tussen zitten, maar dat is geen reden om het op te geven. Het gaat de goede kant op, echt waar. In het begin van mijn carrière kwam je er als eerlijke atleet niet aan te pas. Je kon evengoed thuis blijven. Van Nina en Annelien garandeer ik dat ze clean presteren, toch zijn beiden Europese top, met een groeitraject richting wereldtop. De dopingcontroleurs zitten de valsspelers zozeer op de hielen dat het weer speelbaar wordt.' De training loopt naar zijn einde. Een half uur geleden lukte iedere poging, nu gaat het moeizamer. Sterckx mokt wanneer een halter haar uit handen glipt. Hetzelfde overkomt Annelien Vandenabeele, die het laconiek opneemt. Hoever kunnen die twee gaan? Komen er medailles aan? Tom Goegebuer blaast. 'Ze groeien allebei zo veel sneller dan we konden voorzien, die vraag valt niet te beantwoorden. Top acht op de Spelen lijkt zowel voor Nina als voor Annelien haalbaar, ooit. En medailles? Dat hangt ook af van de concurrentie. En van het antidopingbeleid.' 'Het is verleidelijk om die twee met elkaar te vergelijken, maar Nina en Annelien zullen niet hetzelfde pad volgen', zegt Goegebuer. 'Annelien kwam bij ons zonder sportervaring. Technisch zag het er bij haar lang knullig uit, maar omdat ze zo explosief is, kon ze toch bijbenen. Nu gewichtheffen voor haar een tweede natuur wordt, zet ze reuzenstappen. Bij Nina gaat alles moeiteloos, zij is meer de aangeboren atleet. Ze stoomde als vanzelf naar de internationale top, maar hoe hoger je klimt, hoe harder je moet werken om nog een paar kilo's meer te tillen, want op dat niveau zijn het allemaal supertalenten. Het komt neer op: hoe graag wil ze het? Haast elke maand je record breken, werkt verslavend, maar zoiets kan niet blijven duren. Hoe zal ze erop reageren wanneer het eens minder loopt? Want dat maakte Nina nog niet mee,' zegt Goegebuer, luid genoeg opdat Sterckx het hoort. 'Ze studeert goed. Wie weet doorkruist haar toekomstige job de olympische droom, of kiest ze voor een gezin? En blijft haar lichaam de arbeid verteren? We hopen dit jaar nog naar de Spelen te kunnen met Nina, maar in 2024 zal ze echt top zijn. Bij Annelien denk ik dat Los Angeles 2028 haar toernooi wordt.' Dat Sterckx 'goed studeert' is een understatement. De gewichthefster is hoogbegaafd en zit op haar zeventiende al in haar eerste jaar burgerlijk ingenieur. En dat in combinatie met topsporttrainingen. Bij het verlaten van de turnzaal nemen we haar nog even apart, om te zeggen dat we oprecht paf staan van wat ze presteert. De eerder gereserveerde gewichthefster kan het compliment waarderen. 'Dank je dat je mij daaraan herinnert', zegt ze. 'Een meisje van 55 kilo dat het dubbele van haar lichaamsgewicht optilt: dat is inderdaad straf. Maar als jij degene bent die het doet, vergeet je verwonderd te zijn. Ik doe iets waarvan ik nooit had vermoed dat ik het zou kunnen: misschien is dat wel de essentie van topsporter zijn.'