Sinds begin dit jaar krijgen volwassen personen met een beperking een persoonsvolgende financiering (PVF). Hierdoor kunnen ze met een cashbudget en/of via een voucher zelf hun zorg en ondersteuning op maat organiseren. Dat klinkt veelbelovend, maar toch blijft de druk op de omgeving om zelf mantelzorg op te nemen erg hoog. Tekorten in de professionele zorg en te weinig en onvoldoende budgetten zijn de oorzaken.

Tweetrapsfinanciering

De persoonsvolgende financiering bestaat uit het basisondersteuningsbudget (BOB), een vast bedrag per maand voor personen met een beperkte ondersteuningsnood. Het persoonsvolgend budget (PVB) is voor personen die door hun handicap intensieve of frequente ondersteuning nodig hebben. Ze kunnen hiermee zelf hun zorg op maat organiseren want het bestaat uit een gepersonaliseerd jaarlijks bedrag in cash of onder de vorm van een voucher (of een combinatie) waarmee ze zorg en ondersteuning kunnen inkopen bij het eigen netwerk, vrijwilligers, professionele zorgverleners en bij erkende zorgaanbieders.

Gedeelde verantwoordelijkheid

De overheid beschouwt zorg aan personen met een beperking als een gedeelde verantwoordelijkheid. Ze baseert zich hiervoor op de theorie van de concentrische cirkels. Vertrekkend vanuit de persoon met een beperking worden vijf zorgcirkels rond de persoon onderscheiden. Zelfzorg vormt de eerste cirkel, daarna volgt de zorg van samenwonende gezinsleden voor elkaar. Op de derde plek komt zorg en ondersteuning geboden door de ruimere familie en vrienden die niet bij de zorgvrager inwonen. Vervolgens is er de professionele zorg en ondersteuning, eerst deze waar alle burgers beroep kunnen op doen en tot slot de handicap-specifieke zorg en ondersteuning. De overheid benadrukt dat de ene vorm van zorg niet hoeft uitgeput te zijn voor een andere vorm kan aangeboord worden. De theorie zegt dus dat de verschillende bronnen van zorg tegelijk en onafhankelijk van elkaar kunnen ingezet worden.

Opnieuw wachtlijsten en te weinig budget

De evolutie naar zorg op maat sluit aan bij de visie van de Gezinsbond op een inclusieve samenleving en bouwt verder op de rechten van personen met een handicap. Ook zorgende gezinnen dromen van die inclusieve samenleving en wensen gewone zorg en ondersteuning waar mogelijk, maar verwachten gespecialiseerde zorg indien nodig. Persoonsvolgende financiering betekent een stap in de goede richting, maar de praktijk valt voorlopig toch wat tegen. Heel wat mensen met een beperking blijven op een wachtlijst staan. Niet langer voor een dienstverlening of een plek in een voorziening zoals voorheen, maar wel voor een budget. Door een gebrek aan middelen zijn er onvoldoende budgetten beschikbaar.

In de opstartfase is er ook een groep volwassenen die voorlopig een BOB krijgt terwijl hun ondersteuningsnood een ruimer PVB rechtvaardigt. Zij beschikken over een budget dat hun zorgnood niet dekt en kunnen onvoldoende handicap specifieke zorg inschakelen. In beide gevallen moeten gezinnen gedwongen zelf de zorg voor hun familielid verderzetten en gaan ze soms tot ver over de grens van hun draagkracht vooraleer ze toegang krijgen tot professionele zorg.

Mantelzorg mag geen alibi zijn

In bijzondere zorgsituaties kan en mag de zorg door gezinsleden nooit een gedwongen alternatief zijn bij gebrek aan mogelijkheden in de professionele zorg. Mantelzorg mag geen alibi zijn om de kosten voor ondersteuning af te schuiven op zorgende gezinnen. Een persoonsvolgende financiering kan pas een succes worden als elke persoon met een beperking kan beschikken over een budget dat voldoende hoog is om al zijn zorgnoden te dekken. De overheid moet daarom voldoende financiële middelen voorzien. Alleen dan wordt mantelzorg echt een vrije keuze en verlaagt de druk op gezinnen om zelf zorg op te nemen.