'Ik heb strijd moeten voeren om mijn tante uit de klauwen van haar bewindvoerder te bevrijden en vervolgens trof ik één grote puinhoop aan', vertelt Els Coenen. In Bewind vs. Bemind beschrijft ze hoe Margriet, de lievelingszus van haar overleden vader, eerst het slachtoffer werd van financieel misbruik en daarna een bewindvoerder toebedeeld kreeg die alles nog veel erger maakte. 'Ik hoop dat mijn boek mensen de ogen zal openen', zegt Coenen. 'We zouden ons allemaal tegen financieel misbruik en slechte bewindvoering moeten wapenen door in een zorgvolmacht vast te leggen wat er met ons en ons geld moet gebeuren als we het zelf niet meer kunnen zeggen. Had mijn tante dat gedaan, dan was haar veel ellende bespaard gebleven.'
...

'Ik heb strijd moeten voeren om mijn tante uit de klauwen van haar bewindvoerder te bevrijden en vervolgens trof ik één grote puinhoop aan', vertelt Els Coenen. In Bewind vs. Bemind beschrijft ze hoe Margriet, de lievelingszus van haar overleden vader, eerst het slachtoffer werd van financieel misbruik en daarna een bewindvoerder toebedeeld kreeg die alles nog veel erger maakte. 'Ik hoop dat mijn boek mensen de ogen zal openen', zegt Coenen. 'We zouden ons allemaal tegen financieel misbruik en slechte bewindvoering moeten wapenen door in een zorgvolmacht vast te leggen wat er met ons en ons geld moet gebeuren als we het zelf niet meer kunnen zeggen. Had mijn tante dat gedaan, dan was haar veel ellende bespaard gebleven.' Een paar jaar geleden was oud-verpleegster Margriet Coenen nog heel actief. Ze had een uitgebreide vriendenkring en zette zich in voor de vrijwilligersorganisatie Vrienden van Don Bosco. Het grootste deel van haar leven bracht ze in Lier door, tot ze zo'n tien jaar geleden verhuisde naar Mortehan in de Ardennen, waar ze eerder al een huis had gekocht. Ze was verliefd op die plek en wilde er tot haar laatste snik blijven wonen. Ze had zelfs al met de plaatselijke pastoor afgesproken waar ze zou worden begraven. Maar omdat ze geen man of kinderen had en besefte dat het op den duur moeilijk zou worden om helemaal alleen in dat huis te blijven, verkocht ze het op lijfrente aan een Vlaams gezin. De afspraak was dat ze er tot aan haar dood samen met hen zou wonen. Maar het draaide anders uit. Wanneer besefte u dat er iets scheef zat? Els Coenen: Toen ik tante Margriet in het woonzorgcentrum ging bezoeken nadat ze eind 2015 een hersenbloeding had gekregen. Ik schrok toen ik haar zag. De rechterkant van haar lichaam was gedeeltelijk verlamd, ze kon amper nog praten, was heel mager en zag er verwaarloosd uit. Door de beroerte verstond ze geen Frans meer. Ze begreep dus niets van wat het zorgpersoneel in de Ardennen tegen haar zei en daardoor ging ze nog meer achteruit. Was ze in een Nederlandstalige omgeving opgevangen, dan had ze misschien nog een deel van haar spraakvermogen teruggekregen. Het was overduidelijk dat ze het best zo snel mogelijk kon verhuizen naar een rusthuis hier in Lier, waar ze de mensen tenminste zou verstaan. Maar dat bleek moeilijker dan gedacht. Hoezo? Coenen: Op verzoek van de sociaal assistente van het ziekenhuis van Libramont, waar ze na haar beroerte was opgenomen, had de vrederechter tante onder bewindvoering geplaatst. Dus vroegen we haar bewindvoerder, een plaatselijke advocate, toestemming voor de verhuizing. Maar tot mijn verbazing wilde zij dat tante bleef waar ze was. Volgens haar waren de rusthuizen in Vlaanderen duurder dan in Wallonië en kon tante zich daar geen verblijf veroorloven. Het vreemdste was dat de bewindvoerder alle contact met mij en tantes beste vriendin Anita, die mee aan de kar trok, probeerde af te blokken. Zat uw tante inderdaad krap bij kas? Coenen: Aanvankelijk dacht ik dat ze geld genoeg had. Naast dat huis in de Ardennen had ze ook nog een huis in Lier en een appartement aan zee. Bovendien kreeg ze een mooi pensioen. Ze ging wel graag op reis en gaf af en toe een feestje, maar ze gooide haar geld echt niet door ramen en deuren naar buiten. Hoe was het dan mogelijk dat zij zich geen Vlaams woonzorgcentrum kon veroorloven? Al snel bleek dat het koppel dat haar huis had gekocht - in mijn boek noem ik ze Firmin en Sylvia - daar voor iets tussen zat. Niet alleen hadden ze nooit de afgesproken lijfrente betaald, ze hadden in totaal ook 160.000 euro van haar rekening gehaald. Van vrienden van tante hoorde ik dat het samenleven in Mortehan al lang niet meer zo harmonieus was. Zij woonde in een mansardekamer boven de schuur terwijl het gezin het woonhuis had ingenomen en haar vrienden bleven weg omdat ze zich er allesbehalve welkom voelden. Had niemand dan geprobeerd om de verschuldigde lijfrente te innen? Coenen: Nee, de bewindvoerder had zelfs nooit een poging ondernomen. Om tante toch naar Lier te kunnen halen, heb ik de hulp moeten inroepen van mijn neven en nichten, die bereid waren een kleine maandelijkse bijdrage te storten om haar pensioen aan te vullen. Toen stond niets haar verhuizing naar Lier nog in de weg, dacht ik. Maar dat was buiten de bewindvoerder gerekend, die zich ertegen bleef verzetten. Pas toen ik haar stafhouder aanschreef, gaf ze eindelijk toe. Ondertussen had u ook een aanvraag ingediend om de bewindvoering van de advocate over te nemen. Coenen: Inderdaad. Het was de vrederechter van Lier die daarover moest beslissen. Samen met zijn griffier kwam hij daarvoor naar het woonzorgcentrum waar tante ondertussen woonde. Anita en ik waren er ook, samen met de advocaat die we in de arm hadden genomen om de financiën uit te klaren. Hoewel tante duidelijk maakte dat ze mij als bewindvoerder wilde, vond de vrederechter het dossier te complex om in handen van een familielid te geven. Daar moest een advocaat op worden gezet. Iemand met kennis van zaken. Terwijl het net een advocaat was die de zaak zo had laten escaleren! Aan de advocate-bewindvoerder van andere bewoners in het woonzorgcentrum heb ik eens gevraagd of zij wél achter die achterstallige lijfrente zou zijn aangegaan. 'Nee', antwoordde ze meteen. 'Dat doe ik niet.' Voor advocaten brengt zo'n ingewikkeld dossier veel te veel werk met zich mee. In hun ogen is het sop de kool waarschijnlijk niet waard. Uiteindelijk bent u toch als bewindvoerder aangesteld. Wat hebt u toen gedaan? Coenen: Met de hulp van onze advocaat heb ik geprobeerd om zo veel mogelijk geld van Firmin en Sylvia terug te krijgen. Ondertussen begonnen de lijken uit de kast te vallen. In de negen maanden dat de Waalse advocate bewindvoerder was, had ze alleen tantes rusthuisfacturen betaald en af en toe de rekening van een arts. Doktersattesten had ze nooit aan het ziekenfonds bezorgd, waardoor die ook niet waren terugbetaald. Verder waren de verzekeringspolissen onbetaald gebleven en had ze nooit een nieuwe identiteitskaart voor mijn tante aangevraagd. De fiscus eiste ook vastgoedbelastingen van tante terwijl ze haar huis al lang had verkocht. Maar dat stond allemaal niet in het eindrapport van de advocate, die ons ook een rekening van 1400 euro voor bewezen diensten stuurde. En net toen ik dacht dat ik alles had gehad, viel er een brief van een gerechtsdeurwaarder uit Neufchâteau in de bus: tante had nog een openstaande schuld van een paar duizend euro's voor haar opname in het ziekenhuis van Libramont. De bewindvoerder had zelfs nooit op de aanmaningen gereageerd. Dát was het moment waarop ik besloot alles op te schrijven.