Het was een paradepaardje van de regering-Michel in 2018: het onbelast bijverdienen. De regeling, beter bekend als de bijkluswet, moest onder meer 'occasionele diensten' tussen burgers regelen: werknemers, zelfstandigen en gepensioneerden zouden tot 6.000 euro per jaar onbelast kunnen bijverdienen.

Maar in april van vorig jaar veegde het Grondwettelijk Hof de wet van tafel. Reden? De wet zette de deur open naar discriminatie voor bijvoorbeeld zelfstandigen, die eenzelfde klusje aan andere voorwaarden zouden moeten uitvoeren.

De huidige meerderheid repareerde de lacune tijdelijk eind vorig jaar. De focus lag enkel op sportclubs, waar verenigingswerkers tot 6.000 euro per jaar konden verdienen tegen een verlaagd belastingtarief van 10 procent. De sportclubs waren destijds vragende partij voor een wettelijke regeling voor hun trainers en andere medewerkers.

In mei werd de regeling opengesteld voor bepaalde activiteiten in de socio-culturele sector en in de amateurkunsten. De beslissing lokte protest uit bij de christelijke vakbond ACV, die sprak van 'een nieuw arbeidsstelsel dat nog meer onzekerheid biedt'.

Sindsdien werkten de Vivaldi-partijen aan een definitieve regeling die zou moeten gelden vanaf 1 januari 2022. In een recent advies geven de sociale partners, verenigd in de Nationale Arbeidsraad (NAR), een mogelijke piste.

We mogen niet te lang wachten.

Nahima Lanjri (CD&V)

300 uur

De NAR adviseert om te werken met maximaal 300 uur waarin werkgevers uit de socioculturele en sportsector worden vrijgesteld van het betalen van sociale bijdragen voor bepaalde functies en activiteiten. Het voorstel is een aanpassing van de piste van CD&V-Kamerlid Nahima Lanjri, die een 25-dagenregeling naar voren schoof.

Lanjri hoopt dat minister van Sociale Zaken Frank Vandenbroucke (Vooruit) met het advies aan de slag gaat. Zo moet een digitale tool voor registratie nog worden uitgewerkt. 'We mogen niet te lang wachten', zegt ze. 'De betrokken administraties, maar ook de organisaties en verenigingswerkers moeten de tijd krijgen om zich voor te bereiden op de nieuwe regelgeving die dan vanaf 1 januari zal ingaan.'

Nahima Lanjri (CD&V) in september 2020., Belga
Nahima Lanjri (CD&V) in september 2020. © Belga
Het was een paradepaardje van de regering-Michel in 2018: het onbelast bijverdienen. De regeling, beter bekend als de bijkluswet, moest onder meer 'occasionele diensten' tussen burgers regelen: werknemers, zelfstandigen en gepensioneerden zouden tot 6.000 euro per jaar onbelast kunnen bijverdienen. Maar in april van vorig jaar veegde het Grondwettelijk Hof de wet van tafel. Reden? De wet zette de deur open naar discriminatie voor bijvoorbeeld zelfstandigen, die eenzelfde klusje aan andere voorwaarden zouden moeten uitvoeren. De huidige meerderheid repareerde de lacune tijdelijk eind vorig jaar. De focus lag enkel op sportclubs, waar verenigingswerkers tot 6.000 euro per jaar konden verdienen tegen een verlaagd belastingtarief van 10 procent. De sportclubs waren destijds vragende partij voor een wettelijke regeling voor hun trainers en andere medewerkers. In mei werd de regeling opengesteld voor bepaalde activiteiten in de socio-culturele sector en in de amateurkunsten. De beslissing lokte protest uit bij de christelijke vakbond ACV, die sprak van 'een nieuw arbeidsstelsel dat nog meer onzekerheid biedt'.Sindsdien werkten de Vivaldi-partijen aan een definitieve regeling die zou moeten gelden vanaf 1 januari 2022. In een recent advies geven de sociale partners, verenigd in de Nationale Arbeidsraad (NAR), een mogelijke piste.De NAR adviseert om te werken met maximaal 300 uur waarin werkgevers uit de socioculturele en sportsector worden vrijgesteld van het betalen van sociale bijdragen voor bepaalde functies en activiteiten. Het voorstel is een aanpassing van de piste van CD&V-Kamerlid Nahima Lanjri, die een 25-dagenregeling naar voren schoof. Lanjri hoopt dat minister van Sociale Zaken Frank Vandenbroucke (Vooruit) met het advies aan de slag gaat. Zo moet een digitale tool voor registratie nog worden uitgewerkt. 'We mogen niet te lang wachten', zegt ze. 'De betrokken administraties, maar ook de organisaties en verenigingswerkers moeten de tijd krijgen om zich voor te bereiden op de nieuwe regelgeving die dan vanaf 1 januari zal ingaan.'