'Hoeveel Belgen kunnen zeggen dat speciaal voor hen de vlag is gehesen en de Brabançonne is afgespeeld? Komaan, ik vraag het je: hoeveel?'

Om de brede borst van Stéphane Verstappen spant een T-shirt met reclame voor een merk van autobanden. Handen als schoppen zo groot. Uit zijn intonatie leid ik af dat ik vooral niet hoef te antwoorden.

'Ik ben een trotse Belg, maar nog meer dan op mijn vaderland ben ik trots op haar', zegt hij, en met een van zijn schoppen wijst hij naar zijn dochter, Amandine.

We zitten in Bassenge, een dorpje tussen Tongeren en Luik. Langs de oever van de Jeker staat een bord met een aanprijzing voor Klein Lourdes, 'een uitzonderlijk oord van gebed en vrede'. ' Zeker een ommetje waard!!!'

In de tuin van de familie Verstappen, in de rue des Combattants, zit het gras vol putten, deuken en krassen. 'Haar schuld', lacht Stéphane. 'Uren heb ik hier heen en weer gereden', zegt Amandine. 'Na mijn vierde verjaardag zat ik de hele tijd op mijn motor.'

Dat jongetje kan precies goed rijden', zeiden de toeschouwers. Toen zagen ze de vlechtjes.

Vandaag is ze twintig, en ze behoort tot de wereldtop. Eind maart won ze de grand prix van Valkenswaard, een WK-wedstrijd in Nederland. Ze was de allereerste Belgische rijdster die daarin slaagde. Met nog twee wedstrijden te gaan staat ze vierde in het algemeen klassement. Na de GP's van Imola, op 17 en 18 augustus, en het Turkse Afyon hoopt ze begin september op het eindpodium te staan.

Een kuchje verraadt sporen van bronchitis. Ze sukkelt er al een tijdje mee, zegt ze. toch schreef ze een week voor onze ontmoeting het Franse kampioenschap op haar naam, een regelmatigheidscriterium waarin ze ongeslagen bleef. 'Die overwinning was mooi, maar het was niet mijn hoofddoel. Straks wil ik het koste wat het wil op het WK-podium staan.'

Vorig jaar sloot Verstappen het seizoen als zesde af, ver achter haar concurrenten Courtney Duncan, Nancy van de Ven en Larissa Papenheimer, vrouwen die stuk voor stuk ouder en sterker zijn. Verrast door haar grote sprong voorwaarts is ze naar eigen zeggen niet. Begin dit jaar stapte ze over van KTM naar Yamaha, en de nieuwe motor is een pak beter: meer kracht, soepeler in de bochten.

'Ik heb nu een profcontract bij Adeps (de Waalse tegenhanger van Sport Vlaanderen, nvdr) en ik ben gestopt met school. Ik kan eindelijk als een echte prof trainen. Vier keer per week train ik op het circuit van Lommel, en daarnaast werk ik elke dag aan mijn conditie: lopen, fietsen, krachttraining en sofrologie - een relaxatietechniek om mijn concentratie te bevorderen. Het is een beetje zoals meditatie: je moet je ogen sluiten en goed op je ademhaling letten. Tijdens de wedstrijden kan het van pas komen, het kleinste concentratieverlies leidt dikwijls tot een valpartij.'

'Klinkt rustgevend.'

'Om eerlijk te zijn: het is niets voor mij. Ik moet het uitproberen van mijn kinesist, maar ik heb er veel te veel energie voor. Ik kan niet stilzitten. Altijd al gehad, al van toen ik klein was.'

Snelheid en geluid

Op haar vierde kreeg Verstappen een crossbrommertje van haar vader, een Yamaha PW 50. Eenmaal erop wilde ze er niet meer af. Urenlang reed ze rondjes in de tuin. Ze nam hem zelfs mee naar haar slaapkamer.

'In die tijd reed ik zelf in de amateurreeksen', vertelt vader Stéphane. 'Op mijn zesentwintigste was ik ermee begonnen, naast mijn job als slager. Eerlijk, ik hoopte stiekem dat Amandine er na haar eerste valpartij de brui aan zou geven, maar niets daarvan. Sinds die verjaardag is ze niet meer gestopt.'

Ze reed haar eerste wedstrijd op het circuit van Hélécine, hier in de buurt. Ze was amper zes - eigenlijk nog een jaar te jong. Ze schreef zich in met de identiteitskaart van haar oudere zus en werd meteen tweede, als enige meisje in de wedstrijd.

'Dat jongetje kan precies goed rijden', hoorde Stéphane de toeschouwers zeggen. Tot het jongetje zijn helm afzette en er twee vlechtjes tevoorschijn kwamen.

© Debby Termonia

Amandine: 'In die tijd konden sommige jongens het niet hebben dat ze geklopt werden door een meisje, maar ondertussen is er vooral veel respect voor elkaar. Man of vrouw, we zijn prof en we proberen zo goed mogelijk te presteren. Maar zoals in de meeste sporten krijgen ook wij minder aandacht dan onze mannelijke collega's. De premies liggen lager, de sponsors vinden ons minder interessant, de aandacht van de pers en het publiek is kleiner.'

Onlangs kreeg ze een bericht van een jong meisje dat met motorcross was begonnen nadat ze Amandine aan het werk had gezien. Zo gaat dat als je uitblinkt in je sport: ineens ben je een rolmodel. 'Zoals ik vroeger fan was van Livia Lancelot, de Française. Mijn kamer hing vol met posters van haar. Ik had haar bezig gezien tijdens de jaarlijkse cross van Lommel, en sindsdien wist ik dat het mogelijk was: dat je als meisje van motorcross je job kunt maken.'

Uitstapjes naar tennis en voetbal duurden niet lang, motorcross moest en zou het worden. De combinatie van snelheid en geluid doet het 'm, denkt Amandine. Al van kinds af trok die haar aan. 'Nu nog voel ik bij elke start de adrenaline door mijn lijf gieren. Ik denk nergens aan, ik kijk recht voor me uit en voel geen angst. Wie bang is, gaat nooit op kop de eerste bocht in. Die kanonstart is mijn specialiteit. Daarna is het vechten om mijn plaats te behouden.'

En dat mag ik gerust letterlijk nemen, lacht ze. 'Vrouwen zijn erger dan mannen. Naast het circuit komen we overeen, maar tijdens de wedstrijd is het soms een bitch fight. '

Door al dat duwen en wringen zijn valpartijen en breuken eerder regel dan uitzondering. Lachend geeft ze een korte samenvatting: polsbreuk, sleutelbeenbreuk, gebroken ribben, gescheurde pezen, een breukje in de hand. 'De weken na zo'n blessure zijn de zwaarste. Ik word gek als ik niet mag rijden.'

Nu pas zie ik het: ze draagt niet alleen roze nagellak, ze heeft ook verschillende tattoos. Een pijl en een diamant op haar rechterarm, een roos op de linker.

Tegenwind

België heeft natuurlijk een rijke motorcrossgeschiedenis. Iedereen kent Stefan Everts en Eric Geboers, over hun levens werden boeken geschreven en tv-documentaires gemaakt. Maar bij de vrouwen is de spoeling dun. 'Als er al eens een meisje met motorcross begint,' zegt Amandine, 'houdt ze er meestal snel mee op. Het is te lastig, of er komen andere hobby's in de plaats. Ik ben nog niemand tegengekomen die het al zo lang volhoudt als ik.'

Steeds vaker trekt ze de grens over. Naar Frankrijk, waar er meer en betere terreinen liggen, en waar de organisatie professioneler is. 'We mogen niet klagen over de Belgische bond', zegt vader Stéphane. 'Ze doen wat ze kunnen, maar veel middelen hebben ze niet. Het is een politieke keuze, blijkbaar wil dit land geen kampioenen meer opleiden. Er is veel te weinig aandacht voor de jeugd, elke structuur ontbreekt. Je moet maar je plan trekken. Maar verhuizen? Dat nooit. Daarvoor ben ik veel te trots om Belg te zijn.'

Van het grote publiek krijgt de sport steeds meer tegenwind. Luchtvervuiling en geluidsoverlast zijn daarbij de belangrijkste argumenten. Mens en dier lijden onder het onophoudelijke geronk. 'Bij mijn club in Frankrijk zie ik ik het nu ook gebeuren', zegt Amandine. 'Ecologisten komen protesteren en het gezang van de vogels opmeten. Ik begrijp het niet zo goed. Willen ze onze sport doodknijpen of zo? Akkoord, er zal af en toe wel wat lawaaihinder zijn, maar de meeste circuits liggen toch buiten de dorpskernen? Waarom zouden we dan wedstrijden moeten schrappen?'

Ecologisten komen protesteren en het gezang van de vogels opmeten. Willen ze de sport kapot?

Over stillere, elektrische motoren heeft ze een duidelijke mening: 'Als dat er ooit van zou komen, stop ik onmiddellijk. Ik hoor dat ze momenteel getest worden, maar mij krijgen ze er niet op. Motorcross is lawaai, en zonder lawaai geen cross. Punt.'

Strijdlust

Vader Stéphane is 49. Motorrijden doet hij alleen nog op zijn Harley Davidson. 'Ik ben moeten stoppen door de schuld van Amandine', vertelt hij. 'We reden naast elkaar, elk op onze motor, en op een bepaald moment maakte zij een manoeuvre waardoor ik viel. Twee gebroken ribben. Het hoefde niet meer voor mij.'

Vader en dochter zijn onafscheidelijk. Hij traint haar, kent haar beter dan wie ook, cultiveert een hang naar perfectionisme. 'Bij Yamaha werken heel bekwame mensen, maar het is toch niet hetzelfde', zegt hij. 'Voor een wedstrijd controleren zij haar motor maar één keer, ik doe het minstens drie keer. En maar goed ook: ik haal er altijd nog wel een foutje uit. Vorig weekend was het weer zo. Vlak voor de start zag ik dat er nog ergens iets los zat. Gelukkig had ik nog genoeg tijd om het aan te passen, anders had ze het kampioenschap nooit gewonnen. Voor de mecaniciens is het een job, voor mij een kind. Dat is een groot verschil.'

Stéphane werkt als slager, runt een slachthuis en heeft vijfentwintig arbeiders op de loonlijst. (Amandine: 'Ik lust geen vlees, maar ik heb weinig keus. Bijna elke dag komt hier vlees op tafel.') Hij werkt 's nachts én overdag. Na een hele nacht in zijn slachthuis gaat hij thuis even op de bank in de woonkamer liggen. Twee uur later is hij alweer op de been: dan begint zijn taak als coach van Amandine. 'En sinds kort zit haar broertje van tien op de voetbalacademie van Standard. Vijf trainingen in de week, dat komt er ook nog eens bij.'

Hij doet het met plezier, en daar heeft zijn eigen jeugd alles mee te maken. De warmte van een hecht gezin heeft hij nooit gekend. 'Mijn ouders stierven toen ik zeven was', zegt hij. Zijn broer kon niet voor hem instaan. Het was het begin van een jarenlange tocht langs instellingen en opvangcentra. 'Elke nacht ging ik te voet naar mijn werk in het slachthuis. Tien kilometer heen, tien kilometer terug. Ik ben niet slim, maar ik heb één gave meegekregen: ik kan als geen ander beesten ontleden. Elk stukje van een dier weet ik liggen en met mijn ogen dicht snij ik het er zo uit. Daarmee heb ik alles verworven wat ik heb: mijn gezin, mijn huis, het geluk mijn dochter te kunnen zien rijden.'

Tijd om af te ronden. Amandine wil naar het circuit van Lommel, eens voelen of de ziektekiemen stilaan uit het lichaam zijn.

'Het is simpel', zegt Stéphane nog. 'Het is haar leven, niet het mijne. Ik help haar waar ik kan, maar uiteindelijk moet ze het allemaal zelf doen. Als ze niet hard genoeg traint, zal ze minder presteren en dus sponsors verliezen, en zal ze vroeg of laat moeten gaan werken.'

Amandine: 'In elk geval níét in het slachthuis.'

Stéphane: 'Vijf jaar geef ik haar. Dan moet ze minstens een keer wereldkampioene zijn geworden. Anders kan ze er maar beter mee stoppen.'

Amandine: 'Ik sterf liever dan mijn motor af te geven.'

Vader en dochter Verstappen, ze wonen niet toevallig in de rue des Combattants.

Amandine Verstappen

- 20 jaar

- Woont in Bassenge, tussen Luik en Tongeren

- Draait mee aan de top van het WK motorcross voor vrouwen

- Won als allereerste Belgische een WK-grand prix, eind maart in Valkenswaard

- Wordt getraind door haar vader Stéphane, vroeger een succesvol amateurrijder, nu baas van een slachthuis

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.