Benjamin Herman was een jongen van amper 16 toen hij in 2003 werd opgesloten in de jeugdinstelling van Everberg. Het was het begin van een lange penitentiaire carrière waar vijftien jaar later een dramatisch einde aan kwam. Op 29 mei maakte Herman gebruik van zijn penitentiair verlof om drie mensen te vermoorden. De aanslag deed wat aanslagen telkens opnieuw met samenlevingen doen. Na de schok kwamen de vragen: hoe kon dit gebeuren, en viel het te vermijden?
...

Benjamin Herman was een jongen van amper 16 toen hij in 2003 werd opgesloten in de jeugdinstelling van Everberg. Het was het begin van een lange penitentiaire carrière waar vijftien jaar later een dramatisch einde aan kwam. Op 29 mei maakte Herman gebruik van zijn penitentiair verlof om drie mensen te vermoorden. De aanslag deed wat aanslagen telkens opnieuw met samenlevingen doen. Na de schok kwamen de vragen: hoe kon dit gebeuren, en viel het te vermijden? 'Helaas helpen zulke drama's om mijn boodschap te verspreiden', vertelt Hans Claus, behalve gevangenisdirecteur in Oudenaarde ook secretaris van de vzw De Huizen. 'Benjamin Herman legt het probleem van ons penitentiair systeem helder en bijzonder pijnlijk bloot.' Claus, die hier in de eerste plaats wil spreken namens zijn vzw, ijvert al jaren voor een 'copernicaanse revolutie' in het gevangenissysteem. 'Het spijt me, maar het concept "deurtje dicht, enkele jaren bezinnen, en je lesje is geleerd" werkt niet meer. Het richt alleen maar schade aan, zowel bij de dader als in de samenleving.' Heel kort samengevat pleit Claus ervoor om de bestaande 35 gevangenissen te sluiten en ze te vervangen door 900 kleinschalige detentiehuizen. Die moeten worden ingebed in, en niet afgezonderd van de samenleving, zoals nu het geval is met de grote penitentiaire instellingen. 'Mensen noemen het systeem, en al zeker mijn voorstellen, soms naïef en soft. Maar een verblijf in een detentiehuis is zwaarder dan de gevangenisstraf van nu. Een gedetineerde zal daar veel harder geconfronteerd worden met zichzelf en zijn daden, door de andere sociale dynamiek en de doorgedreven begeleiding. Dat is zwaarder dan, karikaturaal uitgedrukt, een jaar in je cel tv te liggen kijken.' Volgens Claus zijn detentiehuizen op nog een andere manier een verstrenging. 'Ook kortgestraften zouden we zo kunnen vastzetten, in plaats van ze - zoals nu - uit plaatsgebrek voor enkele maanden een enkelband te geven. En daarbovenop zul je verschillende detentiehuizen hebben, aangepast aan het profiel van de gedetineerde. De zware gevallen zullen navenant bewaakt worden.' Claus' ideeën klinken revolutionair, maar zijn plan is minstens al voor een deel terug te vinden in het beleid van justitieminister Koen Geens (CD&V). Die wil volgend jaar al enkele 'transitiehuizen' openen, 'kleinere entiteiten waar gevangenen echt worden voorbereid op de laatste stappen in de re-integratie in de samenleving.' Het verschil met Claus' detentiehuizen is dat de transitiehuizen pas aan het eind van de penitentiaire rit komen. Dat zal ze minder effectief maken, vindt An-Sofie Vanhouche, postdoctoraal onderzoekster aan de vakgroep criminologie van de VUB. 'Het grote voordeel van die detentiehuizen is net dat je er de funeste invloed van de gevangenis mee vermijdt. Gevangenissen zijn crime schools, zowel voor 'gewone' criminelen als voor mensen die radicaliseren. Detentiehuizen vermijden die val. Gedetineerden leren er waardevolle sociale contacten leggen. Dat maakt dat zij, eenmaal buiten, sneller re-integreren en minder kans maken op herval.' Toch is Claus tevreden met de transitiehuizen. Volgens hem zijn ze alvast een eerste, voorzichtige stap naar een systeem dat op alle vlakken veel logischer, gezonder en eigentijdser is. 'Vandaag geven we alle gedetineerden min of meer dezelfde behandeling', zegt hij. 'Die grootschalige, one size fits all-aanpak werkt niet en zorgt er mee voor dat we in België tot 60 procent recidive hebben. In detentiehuizen, daarentegen, kun je differentiëren, zowel qua beveiliging, specifieke problematieken of het toekomstperspectief van de gedetineerde.' Bovendien voldoet zo'n systeem ook beter aan de verwachtingen van de slachtoffers van een misdaad, weet hij. 'Ook zij vinden dat er met de gedetineerden iets moet gebeuren. Het is geen toeval dat Moderator, de vereniging die bemiddelt tussen slachtoffers en daders, met De Huizen samenwerkt. Naast begrijpen wat er is gebeurd, wil het slachtoffer de garantie dat wat hem of haar overkwam niet opnieuw gebeurt.' Dat Claus' visie in ons land nog geen gemeengoed is, hoeft niet helemaal te verbazen. In veel opzichten gaat ze in tegen wat het buikgevoel ons over schuld en boete influistert. Zware criminele feiten, die bestraf je met zware straffen, klaar. En die zware straffen hebben bovendien een afradend effect, toch? 'Fout', zegt Tom Vander Beken, hoogleraar criminologie aan de UGent. Vander Beken publiceerde in 2015 een boek over gevangenissen in Europa en mocht afgelopen week in het parlement zijn visie geven op 'het nut van straf'. Hij merkte dat ook onder parlementsleden het misverstand leeft dat strenge straffen helpen. 'Zonder straf zou ik mijn kinderen niet kunnen opvoeden, zeggen ze dan. Dat kan wel zijn, maar volwassenen zijn geen kinderen. We weten al heel lang dat bijvoorbeeld gevangenisstraffen en zelfs de doodstraf weinig tot geen afschrikkend effect hebben. In de criminologie wordt dat geïllustreerd met een beroemd en eeuwenoud voorbeeld uit Engeland. Dieven werden toen vaak publiek terechtgesteld, op het dorpsplein. In plaats van de massa af te schrikken, lokte die massa een plaag van zakkenrollerij uit.' (lacht) Wat wel afschrikwekkend is, zegt Vander Beken, is de pakkans. 'Die moet groot genoeg zijn. De zwaarte van de straf doet niet of nauwelijks ter zake.' De les is oud, maar ons strafwetboek illustreert dat ze nog steeds niet is geleerd, vindt Vander Beken. In vergelijking met het buitenland geeft België veel, zware en lange gevangenisstraffen. 'Terwijl we weten dat ze contraproductief zijn en een mens niet beter maken. Afgesloten worden van je sociale en seksuele contacten, in een volstrekt kunstmatige omgeving, veroorzaakt aantoonbaar detentieschade. Bovendien brengen we die schade toe aan mensen die in veel gevallen al sociaal en psychisch kwetsbaar zijn en disproportioneel vaak in de kansarmoede zitten. De gevangenis zwengelt dat alleen maar aan.' Ook bij Kristel Beyens, hoogleraar criminologie aan de VUB, vinden gevangenisstraffen weinig absolutie. 'Criminelen moeten begrijpen waarom ze in de gevangenis zitten. Maar hoe langer je in de cel zit, hoe vager de link tussen de misdaad en de straf wordt, en hoe minder duidelijk de zin van de straf. Mensen kunnen niet eeuwig blijven nadenken over hun fouten. Als je niet meteen vanaf dag één begint met de re-integratie, dan gaat het licht uit bij die mensen. Dát is wat er in onze gevangenissen gebeurt.' De beperkingen van detentie als middel om de criminaliteitscijfers te drukken, werd bewezen in een al wat ouder onderzoek uit Nederland, zegt Vander Beken. 'Daaruit bleek dat als je met detentie de criminaliteit met 25 procent wilt laten dalen, je 45 keer meer mensen moet opsluiten dan we nu doen. Dan zouden er 450.000 mensen in de gevangenis zitten.' De huidige gevangenis, zegt Hans Claus, is in wezen een enorm anachronisme. 'Een gevangenisstraf moet de band herstellen tussen wie een misdaad pleegde en de samenleving. Wanneer de samenleving verandert, moet een gevangenisstraf dus ook evolueren. Dat is niet gebeurd. Bij het ontstaan van de gevangenissen moest de burger plooien naar wat de patroon en de pastoor zeiden. Nu verwachten we van burgers dat ze zelf verantwoordelijkheid nemen, keuzes maken en levenslang bijleren. Een goede straf zou aangepast moeten zijn aan dat nieuwe sociale contract. Helaas doen we in de gevangenis nog altijd alsof er niets is veranderd. En dus maakt de gevangenis mensen alleen maar kleiner, in plaats van beter.' De begeleiding die gevangenen vandaag krijgen, stelt volgens Claus weinig voor. 'Er zijn programma's, natuurlijk, maar die zijn fragmentair en vrijblijvend. Welke logica schuilt erachter dat je in Oudenaarde een opleiding loodgieterij hebt en in Hoogstraten een voor bakker? En het is veel te weinig. In Oudenaarde is er bijvoorbeeld geen permanent programma voor drugsverslaafden. Als directeur moet ik elke dag weer zeggen: "Nee, sorry, ik kan je die begeleiding niet geven. En ja, je hebt gelijk, je hebt ze nodig en je hebt er zelfs recht op." Dat is pijnlijk. In de wet staat dat er voor elke gedetineerde een detentieplan zou moeten zijn, met daarop volgend een reclasseringsplan. Maar tot vandaag is er nog geen énkele gedetineerde die zo'n plan heeft.' Dat we in België worstelen met onze gevangenissen, blijkt uit de veelvuldige veroordelingen door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens wegens de mensonwaardige omstandigheden. Hoe doen ze het in het buitenland? Laten we beginnen met een slecht voorbeeld: de Verenigde Staten. Daar zitten verhoudingsgewijs zeven keer meer mensen in de cel dan in België. Nergens ter wereld worden zo veel mensen opgesloten als in the land of the free. Het contrast met de Scandinavische cijfers is nog veel groter. In Noorwegen en Denemarken is de gevangenispopulatie in verhouding de helft kleiner dan bij ons. Ook hun recidivecijfers liggen fors lager: 20 procent in Noorwegen, 27 in Denemarken. Bij ons piekt dat cijfer tot 60 procent. Denemarken is ook het land van het Skejby-pension, een detentiehuis vergelijkbaar met Claus' voorstel, waar de recidivecijfers nog eens 21 procent lager liggen dan het Deense gemiddelde. Ook Nederland kan tot voorbeeld dienen. Daar zijn ze meer taakstraffen gaan opleggen. Het is er niet de enige verklaring voor, waarschuwt Beyens, maar zeker is wel dat Nederland zijn gevangenispopulatie tussen 2006 en 2015 zag krimpen met 44 procent - de sterkste daling in Europa. 'Niet de gevangenisdirecteur beslist hoeveel gevangenen hij heeft,' zegt Beyens, ' de wetgever en de rechter kunnen de instroom inperken. De eerste door te zorgen voor alternatieven voor de gevangenisstraf, van taakstraffen tot elektronisch toezicht. De tweede door gevangenisstraffen eindelijk als laatste en ultieme middel te beschouwen.' Hoe verklaart Beyens de forse daling die Koen Geens kan voorleggen? Sinds het aantreden van de justitieminister is de overbevolking gedaald van 24 naar 12 procent. Beyens glimlacht. 'Het aantal gedetineerden is niet gedaald, er zijn gewoon twee groepen verplaatst: de geïnterneerden naar forensisch psychiatrische instellingen, en de korter gestraften naar elektronisch toezicht. Pas op, dit is meer dan een vestzak-broekzakoperatie. Geïnterneerden horen inderdaad thuis in een forensische instelling, waar ze begeleiding op maat krijgen. Maar als minister Geens de gevangenispopulatie duurzaam wil verkleinen, dan moet hij de instroom inperken door de gevangenisstraffen te verkorten en in alternatieven te voorzien. En rechters moeten van die straffen gebruik maken.' Vander Beken stelt tot zijn tevredenheid vast dat dit besef meer en meer doordringt tot de Belgische politiek. 'Zo wordt in het nieuwe strafwetboek dat in de maak is, en dat straks naar het parlement gaat, het idee verlaten dat een gevangenisstraf de standaardstraf is. Een rechter zal eerst alternatieven zoals een werkstraf of elektronisch toezicht moeten bekijken. Een gevangenisstraf wordt dan de laatste optie. Gevangenisstraffen van minder dan één jaar worden dan zelfs niet meer mogelijk. Dat is een vrij radicale hervorming, want vandaag is gevangenisstraf eigenlijk de standaard.' Het is een welkome evolutie, vindt Vander Beken. Zeker omdat er vandaag iets zorgwekkends gebeurt in de gevangenissen. 'We geven zeer zware straffen die heel lang duren, en tegelijk perken we de mogelijkheden in om vervroegd vrij te komen. Het gevolg is dat delinquenten, zoals zedenplegers en in groeiende mate ook fundamentalisten, zich niet meer inschrijven in programma's om vroeger vrij te komen. Sommigen omdat de voorwaarden daarvoor te zwaar en soms zelfs onhaalbaar zijn, anderen omdat ze zonder voorwaarden willen vrijkomen. "Laat mij maar tot de laatste dag zitten", zeggen ze.' Het buikgevoel kan bedrieglijk zijn, meent Vander Beken. 'Een volledig uitgezeten straf is een mislukte straf, omdat je dan vrijkomt zonder dat je in de cel begeleiding hebt gekregen, en zonder dat er voorwaarden worden opgelegd wanneer je eruit stapt. Die mensen zijn met andere woorden gevaarlijker dan gedetineerden die vroeger vrijkomen maar die een programma hebben doorlopen. Als meer mensen kiezen voor het uitzitten van de volledige straf, dan betekent dat dat ons systeem faalt. Als meer en meer geradicaliseerden dat doen, dan hoef ik er geen tekening bij te maken dat zoiets veiligheidsvragen oproept.' Het inzicht dat het traditionele gevangenisconcept achterhaald is, lijkt te rijpen. Ook bij de politieke partijen. 'Op Vlaams Belang na zijn alle partijen gewonnen voor de bouw van transitiehuizen', zegt Claus. Men kan zich afvragen waarom ideeën die zo solide zijn geschraagd door cijfers en buitenlandse successen, zoals het Deense Skejby-pension, zo traag ingang vinden. De verklaring is deels cultureel, zegt Claus. 'Films waarin geen archetypische gevangenis wordt getoond, zijn een minderheid. Dat maakt dat mensen zich moeilijk een wereld zonder gevangenis kunnen voorstellen.' Daarnaast moet de wetenschap soms de duimen leggen voor het buikgevoel. Ook dat maakt de zaak-Herman duidelijk. Waar Claus, en met hem een ruime meerderheid van criminologen en mensen op het terrein, Benjamin Herman beschouwt als een argument om het gevangenissysteem verder te hervormen, ziet minstens een deel van de publieke opinie in deze zaak vooral een argument om nog zwaarder en langer te straffen. Neem N-VA-voorzitter Bart De Wever, die kort na de aanslag opriep om geïnterneerden die het risico lopen te radicaliseren binnen te houden zolang er terreurdreiging is. 'Een zeer populistisch voorstel', vindt Claus. 'Om het met een boutade te zeggen: in de gevangenissen van vandaag radicaliseert iederéén. Radicalisering neemt altijd de kleur aan van de tijd: van extreemlinks in de jaren zeventig via zwaar banditisme in de jaren tachtig tot islamitisch fundamentalisme nu. Vraag eens, met De Wevers voorstel in het achterhoofd, aan de gevangenen hoe ze tegenover de samenleving en hun toekomst staan. Wel, je zult iederéén willen binnenhouden.' Zó radicaal ingrijpen in het penitentiair verlof is als 'schieten met hagel', vindt Beyens. Het herinnert haar aan het Dutroux-tijdperk, toen de voorwaardelijke invrijheidstelling van alle zedenplegers collectief werd verstrengd. Je moet een systeem dat goed werkt voor de meerderheid niet aanpassen aan de minderheid waarbij het faalt, besluit An-Sofie Vanhouche. 'Je kunt onmogelijk nog beweren dat je aan re-integratie doet als je het penitentiair verlof afschaft.' Jana Robberechts, die aan de vakgroep criminologe van de VUB onderzoek doet naar digitalisering in de gevangenis, onderstreept dat penitentiair verlof en uitgaansvergunningen niet licht worden toegekend. 'Het zijn de eerste stappen van de re-integratie. Twee jaar voor een voorlopige invrijheidstelling kan een gedetineerde een uitgaansvergunning krijgen. Een jaar later pas volgt het penitentiair verlof, dat een langer verblijf buiten de gevangenis toelaat. De uitgaansvergunning of het penitentiair verlof is dus een voorbereiding op andere detentievormen, zoals elektronisch toezicht, en het eind van de straf.' Dat systeem heeft minstens drie voordelen, stipt ze aan: een grotere kans op re-integratie, minder recidive én minder druk op de gevangenisdiensten die instaan voor begeleiding en opleiding, want een gedetineerde kan bij een psycholoog of een opleiding in de buitenwereld terecht. De publieke opinie onderschat weleens wat zo'n penitentiair verlof inhoudt, vult Vanhouche aan. 'Mensen noemen hun vakantie ook "verlof", maar het penitentiair verlof of een uitgaansvergunning is allerminst vakantie. Gedetineerden moeten zich aan een strak programma houden van sollicitaties of opleidingen.' Een meer humane aanpak is niet alleen een morele kwestie, benadrukt Kristel Beyens, het is een zaak van effectiviteit. 'Veel mensen denken dat straf leed moet toebrengen. Maar wat bereik je daarmee? Detentiehuizen zijn veel efficiënter om recidive te bestrijden dan de klassieke gevangenis, en zijn bovendien goedkoper.' Dat laatste kan Claus bewijzen, nadat hij op verzoek van minister Geens berekende hoeveel de detentiehuizen zouden kosten. 'Voor een detentiehuis van 26 gedetineerden kwamen we uit op 203 euro per dag per gevangene. Dat is een stuk duurder dan wat een gedetineerde in Vorst kost, maar goedkoper dan in Beveren.' Als de dagprijs van een gevangene in een klassieke gevangenis al lager ligt dan in een detentiehuis, zegt Vanhouche, dan is dat alleen omdat er nu veel kosten buiten beeld blijven. 'De kosten van recidive zijn bijzonder hoog: wéér een tussenkomst van politieagenten, van advocaten en van rechters, en natuurlijk zijn er de kosten voor de slachtoffers.' Maar er zijn toch zware jongens en meisjes die je, omwille van het algemeen belang, nooit meer kunt vrijlaten? Ook daar blijkt het buikgevoel pover als kompas. Paul Dauwe, de Hasseltse collega van Claus, zei in De Standaard dat hij na 33 jaar in het gevangeniswezen 'hoogstens tien mensen' van dat kaliber is tegengekomen. Claus haalt de schouders op bij die vraag. 'Met hoeveel zijn ze, de Kim De Gelders, de Dutrouxs, de Horions? Als je er 25 hebt, ben je rond. Voor hen volstaat een kleinschalig detentiehuis. Zelfs als je aan 100 gevallen zou komen, heb je nog genoeg met drie detentiehuizen. Ik durf te zeggen dat 99 procent van de gedetineerden nog te redden valt. Met vallen en opstaan, ja, en in het volste besef dat er risico's blijven bestaan. Het voorstel van De Huizen is geen wonderoplossing, hè. Maar het is wel een bétere oplossing dan het huidige systeem.' Over dat laatste is een overweldigende meerderheid van experts en mensen uit het vak het eens. De door onze experts gedebiteerde ideeën mogen dan wel contra-intuïtief lijken, ze zijn overtuigend bewezen - zowel in wetenschappelijk onderzoek als op het terrein. Maar die experts zijn niet de gemiddelde bevolking. Staat die open voor deze radicaal andere visie op schuld en boete? Politici denken van niet, zegt Claus. 'Zij steunen onze plannen, maar beweren dat de samenleving er nog niet klaar voor is. Misschien verwarren ze de baggerreacties op de artikels op HLN.be met de vox populi. Maar hoe representatief is dat? 'Ik geef vaak lezingen, voor mensen van alle slag: senioren, studenten, politici, noem maar op. Bijna altijd word ik met gekruiste armen onthaald. "Wat komt hij hier vertellen? Gaat hij nu ook onze laatste veiligheidspoot komen wegzagen?" Omdat ik al decennia lang met zware jongens werk, kan ik gelukkig met enig gezag spreken. Na twee uur kantelt het publiek. Dan zeggen de mensen: "Misschien is het voor dat soort gevangenen wel een betere optie, ja." Oké, laten we met die gedetineerden beginnen, want je kunt natuurlijk niet van de ene dag op de andere totaal veranderen.' Vander Beken denkt ook dat de meeste mensen realistisch genoeg zijn om geen absolute veiligheid te verlangen. 'Uit onderzoek waarbij men mensen concrete casussen heeft voorgelegd, zodat ze meer feiten zouden kennen, blijkt dat ze milder straffen dan de rechters. Het idee dat het volk schreeuwt om zware straffen, is niet juist. Er is een kloof tussen wat mensen denken, en wat politici denken dat ze denken. Om de nieuwe visie op gevangenissen ingang te doen krijgen, zijn moedige politici nodig.' De reactie van minister Geens meteen na Hermans dodelijke raid kan in die zin op bijval rekenen bij Vander Beken, Robberechts en Vanhouche. 'Het is goed dat hij geen ontslag heeft genomen', zegt die laatste. 'Zo zou hij suggereren dat het systeem van de penitentiaire verloven niet werkt. Dat klopt niet, zelfs niet wanneer je de risico's die eraan verbonden zijn incalculeert. Die kun je nooit uitsluiten, in geen enkel systeem.' Geens zorgde één week later voor verbazing bij de experts toen hij alle toegekende uitgaansvergunningen of penitentiaire verloven voor onbepaalde tijd blokkeerde voor elke gevangene met een profiel van radicalisme of extremisme. Het week-om-weekstelsel wordt zelfs opgeschort voor alle gedetineerden. Ondanks, volgens Geens zelf, de positieve resultaten ervan. 'Gedetineerden die bij eerdere verloven hun voorwaarden nakwamen maar ooit als 'extreem' werden bestempeld, worden nu gestraft voor de daden van één zot in Luik', reageerde strafpleiter Anthony Mallego in de krant De Morgen.Beyens verwijst opnieuw naar de periode-Dutroux als een slecht voorbeeld. 'Politici en magistraten moeten bestand zijn tegen de druk van het gesundes Volksempfinden - het zogenaamde gezond verstand van het volk . Annemie Turtelboom (Open VLD) was dat niet toen ze in de nasleep van de heisa over de vrijlating van Michelle Martin, de toenmalige partner van Marc Dutroux, de wet op de invrijheidstelling verstrengde. Dat was excessief. De strafuitvoeringsrechtbank heeft toen niets fouts gedaan. Dergelijke morele paniek dreigt nu ook in het radicaliseringsdossier. Maar beleid mag niet gebaseerd zijn op verontwaardiging.'