De eerste onrustwekkende berichten kwamen uit Oostenrijk. Enkele dagen na een prik met het AstraZeneca-vaccin ondervond een 49-jarige verpleegster zware gezondheidsproblemen. Ze werd opgenomen in een ziekenhuis in Wenen, waar ze overleed aan de gevolgen van een longembolie. De onrust werd er niet kleiner op toen nog twee andere Oostenrijkse verpleegsters na hun vaccinatie met vergelijkbare, zij het minder ernstige problemen te maken kregen.
...

De eerste onrustwekkende berichten kwamen uit Oostenrijk. Enkele dagen na een prik met het AstraZeneca-vaccin ondervond een 49-jarige verpleegster zware gezondheidsproblemen. Ze werd opgenomen in een ziekenhuis in Wenen, waar ze overleed aan de gevolgen van een longembolie. De onrust werd er niet kleiner op toen nog twee andere Oostenrijkse verpleegsters na hun vaccinatie met vergelijkbare, zij het minder ernstige problemen te maken kregen. De berichten uit Oostenrijk werden gevolgd door die uit Denemarken. Ook daar kreeg een aantal mensen na vaccinatie af te rekenen met verstoppingen van de (slag)aders door bloedklonters. En net als in Oostenrijk leidde dat in één geval tot een overlijden: een zestigjarige vrouw overleed er door stollingen in de bloedvaten. Hoewel het Deense gezondheidsinstituut benadrukte dat er voorlopig geen causaal verband is gevonden, besloot de lokale overheid vorige week om de vaccinaties met het AstraZeneca-vaccin voor de duur van veertien dagen on hold te zetten. Toeval of niet: sindsdien besliste het ene na het andere land om de AstraZeneca-vaccins tot nader order in de koelkast te laten zitten. Voorlopig laatste landen in de rij zijn Duitsland, Frankrijk en Italië. Ondertussen heeft de onrust ook ons land bereikt. De krant La Dernière Heure berichtte afgelopen weekend over twee 'verdachte' gevallen, waaronder een dertigjarige verpleegster die, enkele uren na haar vaccinatie, te maken kreeg met een bloedstolling in het oog. De Belgische regering ziet voorlopig geen reden om het bewuste vaccin niet langer toe te dienen. De regering wordt daarin gevolgd door de Hoge Gezondheidsraad. Die Raad stipt onder meer aan dat het aantal trombo-embolische aandoeningen na inenting met het Pfizer-vaccin niet significant lager ligt. Gezondheidsminister Frank Vandenbroucke (SP.A) wees erop dat bij mensen die ingeënt werden met het vaccin van AstraZeneca tot dusver net minder vaak bloedstollingen worden vastgesteld dan te verwachten is. Die cijfers worden bevestigd door de Taskforce Vaccinatie. In de leeftijdscategorie 18 tot 24 jaar krijgen jaarlijks ongeveer 40 op 100.000 mensen te maken met trombo-embolische aandoeningen. Dat aantal loopt op samen met de leeftijd. De afgelopen maanden kregen in België omstreeks 150.000 mensen het vaccin in kwestie toegediend. Dat twee van hen kregen af te rekenen met een trombo-embolische aandoening mag dus inderdaad niet verontrustend heten. In Europa werden inmiddels een 150-tal gevallen geregistreerd. Tegenover een totaal van 5,5 miljoen vaccinaties met het AstraZeneca-vaccin is dat geen reden tot ongerustheid, zegt professor Isabel Leroux-Roels, hoofdonderzoeker van het Centrum voor Vaccinologie van het UZ Gent, in een gesprek met Knack. 'Kijk ook naar het Verenigd Koninkrijk, waar al meer dan 3 miljoen mensen dit vaccin kregen toegediend. Vanuit het VK is er nog geen enkel onrustwekkend signaal gekomen.' Professor Leroux-Roels wil niet helemaal uitsluiten dat er een probleem is. 'Al acht ik de kans heel erg klein. Ik vermoed dat Denemarken en de landen die dit voorbeeld hebben gevolgd elke twijfel willen wegnemen. Daarvoor zal men, alvorens de vaccinatie te hervatten, de medische achtergrond en de risicofactoren van de getroffen mensen willen onderzoeken om een verklaring voor de trombosevorming te vinden. Als men hier geen aanknopingspunten vindt, is het belangrijk om verder te zoeken naar een eventueel causaal verband met het vaccin.' Hoewel Leroux-Roels dat verlangen naar absolute zekerheid niet helemaal onbegrijpelijk noemt, vindt ze de tijdelijke stopzetting een slecht idee. 'Helemaal veilig bestaat niet. Je hebt mensen die een maagbloeding ontwikkelen na het innemen van een ontstekingsremmer. Bovendien is dit vaccin veel grondiger getest dan veel andere geneesmiddelen. De meeste geneesmiddelen komen op de markt nadat ze op 5000 mensen zijn getest. Bij het AstraZeneca-vaccin waren het er vier keer meer. Met zulke omvangrijke studies ben je er zeker van dat je alle frequente bijwerkingen kent. Alleen de hele zeldzame kunnen door de mazen van het net glippen.' Volgens Leroux-Roels weegt het voordeel van de absolute zekerheid hier niet op tegen de nadelen van een stopzetting. 'Twee weken stoppen met vaccineren, betekent ook twee weken langer mensen blootstellen aan het gevaar van infecties. Bovendien krijgt het al wankele vertrouwen in dit vaccin, en bij uitbreiding alle vaccins, daardoor opnieuw een knauw.' Professor Leroux-Roels wijst erop dat ongegronde angst voor bijwerkingen soms bijzonder verstrekkende gevolgen kan hebben. Als voorbeeld noemt ze het vaccin tegen baarmoederhalskanker. 'Die kanker wordt veroorzaakt door HPV-virussen (papillomavirussen, nvdr). Daartegen is een uitstekend vaccin ontwikkeld, dat wij hier massaal toedienen aan jonge vrouwen en dat ervoor zal zorgen dat deze kanker hier binnen afzienbare tijd zo goed als verdwenen zal zijn. Helaas is dat niet zo in Japan. De vaccinatiecampagne is er stilgelegd toen er berichten kwamen over slaapstoornissen en gevoeligheid aan licht en geluid. Hoewel het verband met de vaccinatie al lang is weerlegd, wordt het vaccin in Japan nog altijd niet aangeraden. De gevolgen daarvan zijn bijzonder zwaar. Wetenschappelijke studies hebben voorspeld dat die onnodige angst zal leiden tot meer dan 10.000 vermijdbare sterfgevallen.' Zoals eerder aangestipt: ons land zal het voorbeeld van Denemarken niet volgen en blijft tot nader order het AstraZeneca-vaccin toedienen. Toch zal de onrust allicht ook in ons land gevolgen hebben. Al van bij de aanvang van de campagne had het AstraZeneca-vaccin een minder goede reputatie. De berichten over een minder effectieve bescherming tegen besmettingen hebben daar zonder twijfel toe bijgedragen. Waar de Pfizer- en Moderna-vaccins voor 95 procent zouden beschermen tegen besmetting, scoren de AstraZeneca-vaccins 'slechts' 82 procent. 'Hoewel de vaccins allemaal even goed zijn in het voorkomen van ernstige ziekte of overlijden, heeft zo het idee postgevat dat het AstraZeneca-vaccin een tweederangsvaccin is', vertelt professor Leroux-Roels. Die reputatie doet het vaccin volgens haar oneer aan. 'Die lagere percentages die het AstraZeneca-vaccin behaalde zijn relatief', zegt ze. 'De vaccins zijn in andere landen getest, op een ander ogenblik en in andere epidemiologische omstandigheden. Zo zijn de vaccins van Pfizer en Moderna getest op een ogenblik dat er van de varianten nog geen sprake was. De realiteit is dat je dergelijke cijfers niet kunt vergelijken.' Een handigere communicatie vanuit het bedrijf had volgens de professor kunnen helpen. 'Johnson & Johnson heeft dat slimmer aangepakt, en vooral gecommuniceerd over de werkzaamheid van hun vaccin tegen ernstige ziekte en sterfgevallen. Dat percentage ligt erg hoog, maar niet hoger dan dat van AstraZeneca. Toch ben ik er zeker van dat, als mensen de keuze hadden, ze voor het vaccin van Johnson & Johnson zouden kiezen.' Of de reputatieschade nog te herstellen valt? 'Zelfs in ons ziekenhuis zag ik dat heel veel personeelsleden met vragen over dit vaccin zaten. Om het vertrouwen op te krikken heb ik er een webinar over gegeven, en dat heeft denk ik wel gewerkt. Maar ik besef ook wel dat ik daar voor een relatief makkelijk publiek spreek. De algemene bevolking overtuigen wordt ongetwijfeld een veel grotere uitdaging.'