'U gaat mijn leeftijd toch niet noemen?' Nee, de politierechter van Aalst verbergt haar ijdelheid niet. 'Ik probeer er zo weinig mogelijk aan te denken dat ik zo "oud" ben geworden. Er zit nog te veel leven in mij.'
...

'U gaat mijn leeftijd toch niet noemen?' Nee, de politierechter van Aalst verbergt haar ijdelheid niet. 'Ik probeer er zo weinig mogelijk aan te denken dat ik zo "oud" ben geworden. Er zit nog te veel leven in mij.' Het gesprek vindt plaats bij haar thuis in Berlare. In een kleine kasteel-villa uit de negentiende eeuw, het vroegere zomerhuis van haar overgrootvader. Overal hangt en staat moderne kunst. 'Laatst was ik nog op een Leonardo Da Vinci-nocturne in Parijs. En in London bezocht ik een expo in de Royal Academy of Arts, met de wonderbaarlijk mooie zelfportretten van Lucian Freud.' Déze vrouw is dus rechter in Aalst, een stad waar sommige mannen zich weleens in vrouwenlingerie op straat begeven, aangevuld met valse borsten en een haring in een vogelkooi. MireilleSchreurs: (lacht) In die carnavalsstad, ja. Je voelt dat in alles. Tot in de rechtbank. Hoezo? Schreurs: Als je een Aalstenaar die naar de rechtbank komt vraagt wanneer iets is gebeurd, dan zal die altijd verwijzen naar carnaval. De rest van de wereld denkt in 'voor of na Christus'. In Aalst in 'voor of na carnaval'. Tussen ons: wat vindt u van de heisa over de Unesco- erkenning van het carnaval als werelderfgoed, en de satire op de Joden? Schreurs: Buitenstaanders begrijpen niet altijd even goed hoe speciaal carnaval wel is. In Aalst lachen ze met iedereen en met alles, ook met zichzelf. Binnen die context moet satire kunnen. Je moet jezelf ook niet te ernstig nemen. Op mijn griffie werken mensen die lid zijn van een carnavalsvereniging, en ik kan u verzekeren dat niemand daar wakker ligt van de Unesco. En dat niemand begrijpt dat de carnavalisten voor antisemieten worden uitgemaakt. Eind december stopt u als rechter. Waarom? Schreurs: Ik kon nog drie jaar langer blijven, maar ik doe dit werk intussen al 34 jaar. Het is tijd om iets anders te doen. Toen ik begon, was ik de jongste politierechter. Nu zal ik eindigen als een van de oudste. Wat gaat u doen vanaf januari? Schreurs: Ik ben altijd gepassioneerd geweest door hedendaagse kunst. Mijn zoon Jean-Jacques is daar ook mee bezig, maar hij heeft er eigenlijk te weinig tijd voor, door zijn parlementaire werkzaamheden en zijn schepenambt in Aalst. Daarom gaan we samen tentoonstellingen bouwen op heel bijzondere locaties. Je zou het pop-uptentoonstellingen kunnen noemen. U hebt een mooi pensioen waar veel Vlamingen jaloers op zullen zijn. Schreurs: Eerlijk gezegd weet ik niet precies hoeveel ik zal ontvangen. Je kunt dat laten berekenen op mypension.be, maar ik heb dat niet gedaan. Blijkbaar kan dat ook niet meer zodra je pensioen aangevraagd is. Het zal wel in orde zijn. Waarom bent u destijds rechten gaan studeren? Schreurs: Ik herinner me niet meer of ik als achttienjarige heel doelgericht voor het recht heb gekozen. Ik wilde vooral niets met wetenschappen doen. Bovendien stam ik uit een ondernemersfamilie. Mijn vader had een transportbedrijf, en hij gaf me de raad om een diploma te behalen waarmee je alle kanten op kunt. Ik was zeker geen goede humaniorastudent, maar in de rechten voelde ik me snel thuis. Ik ben eerst acht jaar advocaat aan de balie van Dendermonde geweest. Die job was niet ideaal om te combineren met een jong gezin. Karel zat in de politiek, was veel uithuizig en we kregen kort na elkaar twee kinderen. Als advocaat heb je niet helemaal vat op de indeling van je werkdag. De consultaties met cliënten gebeurden bijvoorbeeld vaak 's avonds, na de werkuren van de mensen. Toen er twee vacatures kwamen voor politierechter in Dendermonde en Aalst, heb ik niet lang getwijfeld. Had u ooit het gevoel dat u als vrouw verplicht was om die keuze te maken, en niet uw echtgenoot? Schreurs: We moeten daar niet flauw over doen, in die tijd ging dat meestal zo. Dat was ook niet zo erg. Ik wilde wel blijven werken, een eigen inkomen hebben en niet afhankelijk zijn van een man. Maar het moet leefbaar blijven voor iedereen. Maar het was dus niet uw eerste keuze? Schreurs: Het liefst was ik net als Karel in de politiek gestapt. En zo werd u een van de eerste vrouwen die politierechter werd. Schreurs: Ik denk dat er in die tijd nog één Franstalige vrouwelijke politierechter was. (denkt na) In het begin van mijn carrière als rechter zat ik ook in de commissie voor de teruggave van rijbewijzen - die bestaat nu niet meer. Die commissie kon iemand met een levenslang rijverbod alsnog opnieuw een rijbewijs toekennen. Voor mijn eerste vergadering in die commissie was ik te laat. Toen ik de vergaderzaal binnenstapte, zei een rechter dat ik buiten moest wachten tot ik opgeroepen zou worden. Hij dacht dat ik iemand was die zijn rijbewijs kwam terugvragen. Een vrouwelijke collega? Dat hadden ze niet zien aankomen. Toen ik hem zei dat ik lid van de commissie was, veerden ze allemaal gecharmeerd op. Hebt u ooit negatieve reacties gekregen als vrouwelijke rechter? Schreurs: Een keer van een allochtone man die zei dat hij niet door een vrouw beoordeeld wilde worden. Ik heb hem toen gezegd dat hij dan maar beter kon terugkeren naar het land waar hij vandaan kwam en waar de mannen het voor het zeggen hadden. Ik had dat misschien beter niet zo gezegd, maar ik was echt boos. Hoe komt het dat vrouwen nog altijd ondervertegenwoordigd zijn in de magistratuur? Schreurs: Wij hebben toch een flinke inhaalbeweging gedaan. Dat is bovendien spontaan gebeurd en zonder dat er quota nodig waren, zoals in de politiek en het bedrijfsleven. Het kan zeker nog beter in de hogere rechtbanken zoals Cassatie of de Raad van State, maar dat is een kwestie van enkele jaren. Ook in de rechtenstudie hebben de meisjes de leiding genomen en behalen ze doorgaans betere resultaten dan jongens. (lachend) Niet alleen daar, trouwens. Vrouwen zijn zeker niet minder ambitieus dan mannen. Oordelen vrouwen anders dan mannen? Schreurs: Misschien wel in een jeugdrechtbank, omdat je daar met minderjarigen te maken krijgt. Ik moet eerlijk bekennen dat ik altijd een voorkeur had voor strafrecht. Ook als advocate deed ik dat soort zaken. Ik wilde absoluut niets te maken hebben met echtscheidingen en familierecht. Daar heb ik een hekel aan. Waarom? Schreurs: Dat is veel te gevoelsmatig. Je krijgt dan te maken met mensen die onredelijk zijn, die niet met elkaar willen praten en ruziemaken over de kinderen of over de verdeling van de keukenpotten en -pannen. Oordelen over anderen, wat doet dat met een mens? Schreurs: De mensen die voor een rechtbank moeten verschijnen, hebben meestal iets misdaan. Dat weet je en het helpt je. Er zijn soms vrijspraken, maar dat is een minderheid. Als rechter moet je goed kunnen luisteren naar de beklaagde en de omstandigheden goed inschatten. Soms zijn die verzwarend, soms verzachtend. Zware ongevallen blijven soms wel enkele dagen in je hoofd hangen. Niet dat ik er echt over pieker, maar het laat je ook niet volledig los, zeker niet als er kinderen bij betrokken zijn. Zodra ik het vonnis op papier gezet hebt, verander ik wel niet meer van mening. Twijfelt u weleens? Schreurs: Als je echt twijfelt, moet je vrijspreken. Het is beter om iemand ten onrechte vrij te spreken dan om iemand ten onrechte te veroordelen. In de 34 jaar dat u politierechter was, is de samenleving enorm veranderd. Merkte u dat ook in de rechtbank? Schreurs: Het respect voor de rechter is flink verminderd, maar dat geldt voor alle gezagsposities in de samenleving: ook het respect voor leerkrachten en politie is gedaald. Dat is geen goede evolutie. Mondig zijn mag, maar een samenleving heeft belang aan burgers die respectvol omgaan met elkaar in alle mogelijke relaties. Ik behandel de beklaagden die voor mijn rechtbank verschijnen ook met respect. Zijn er ook evoluties in het soort dossiers dat u moet behandelen? Schreurs: Het takenpakket is flink uitgebreid. Vroeger werden dodelijke verkeersongevallen bijvoorbeeld behandeld door de correctionele rechtbank, nu doet de politierechter dat. Ons publiek is ook mee 'verkleurd', samen met de rest van de samenleving. De rechtbank is een weerspiegeling van de samenleving, en zeker als politierechter sta je dicht bij de burger. Ik krijg soms mensen voor mij die uit landen komen die geen echte verkeerswet hebben en zich hier navenant gedragen. Wat bedoelt u? Schreurs: Dat ze denken dat ze geen verzekering nodig hebben voor hun auto, geen technische keuring en geen Belgisch Europees rijbewijs. Sommigen hebben het moeilijk om zich aan te passen aan onze wetten, ook al verschijnen ze voor de vierde keer voor mij. 'Je ne savais pas, madame.'Zijn mensen uit de lagere sociale klassen oververtegenwoordigd bij u? Schreurs: Ik zie veel mensen in schuldbemiddeling en die me vragen of ze een lagere geldboete kunnen krijgen in ruil voor een langer rijverbod. Dat komt nu meer voor dan vroeger. Om dezelfde reden geef ik redelijk veel werkstraffen, zeker ook aan minderjarigen. Anders moeten de ouders opdraaien voor de boete van hun kind. Alcohol in het verkeer blijft een groot probleem. Schreurs: Ik merk in mijn rechtbank dat jongeren zich daar meer dan vroeger van bewust zijn, en onderling afspreken wie de Bob van de avond zal zijn. Alcoholmisbruik in het verkeer is groter bij de veertig- en vijftigplussers. De Vlaming is een levensgenieter, en daar hoort voor sommigen bijna automatisch een glas bier of wijn bij. De invloed van twee glazen alcohol tijdens een volledige maaltijd is bijna verwaarloosbaar. Dan kun je nog altijd een auto besturen zonder ongelukken te veroorzaken. Voor mij volstaan de huidige limieten. Blijft de pakkans te klein? Schreurs: Die is klein, maar je kunt niet op elk kruispunt een agent zetten. Je zou moeten stoppen met drinken en rijden omdat het gevaarlijk is, niet omdat er een agent op straat staat. Je zult maar eens dronken een kind aanrijden. Gedraagt de Vlaming zich ondertussen beter in het verkeer? Schreurs: Dat is moeilijk te zeggen. Veel hangt ook af van het parket. Soms wordt er veel gedagvaard en dan weer minder. Bovendien is het verkeer véél drukker. Vroeger had ik een kwartiertje nodig om van Berlare naar mijn rechtbank in Aalst te rijden, nu minstens het dubbele. Ik zie ook meer chauffeurs onder invloed van drugs. Dat is vandaag makkelijker te detecteren dankzij de speekseltest. Maar als iemand een ongeval heeft veroorzaakt en men heeft cannabis in zijn bloed of urine gevonden, dan is het mogelijk dat de chauffeur die drugs mogelijk drie dagen eerder heeft genomen en dat ze geen invloed hadden op zijn rijgedrag. Dat moet je als rechter goed weten. Meestal gaat het om cannabis, maar bij een iets ouder publiek tref je ook cocaïne en amfetamines aan. Hoe staat u tegenover de legalisering van cannabis? Schreurs: Als je thuis een joint rookt in de privésfeer en je komt daar niet mee naar buiten in het verkeer, dan heb ik daar geen probleem mee. Ik ben nogal voor de vrijheid. Zoals een echte liberaal? Schreurs: Je moet niet alles willen verbieden. De vrije keuze moet blijven. Ik zal zelf geen drugs nemen, maar als anderen een jointje willen roken... Hebt u de indruk dat de samenleving chagrijniger is geworden? Schreurs: Vooral jaloerser. Nu moet iedereen weten wat de andere verdient, en schrijven de media daarover. Waarom? Iedereen heeft het recht om dat te vragen, maar je hebt ook het recht om daarover te zwijgen. Men gunt de ander minder, en volgens mij spoort dat helemaal met het verminderde respect. Ook in het verkeer is men agressiever geworden. Als je niet meteen doorrijdt als een verkeerslicht op groen springt, beginnen sommige chauffeurs meteen te toeteren en te foeteren. Mensen hebben geen geduld meer. We leven in een zenuwachtige wereld. Alles moet veel sneller gaan, en dat uit zich dan ook in het verkeer. Hoe reageert u op agressieve 'klanten' in uw rechtbank? Schreurs: Dan gebeurt bij mij het omgekeerde: dan word ik superkalm en zen. Hoe goed of hoe slecht werkt justitie? Schreurs: Goed genoeg. Elke rechter probeert zijn best te doen, net als ik, maar overal zijn er uitzonderingen. Justitie zou wel korter op de bal moeten spelen. Ik vind een jaar te lang om een verkeersdelict voor de rechtbank te brengen. Als je zo lang na een vluchtmisdrijf een getuige moet oproepen, is dat niet evident. Hoe kan het sneller? Schreurs: Justitie is nog altijd een papieren wereld. Men is bij wijze van spreken pas gisteren begonnen met de digitalisering. Dat heen-en-weer gesleur met die vuistdikke dossiers! Dat is niet meer van deze tijd. Ons computersysteem valt om de haverklap uit. De griffie moet alle vonnissen van een volledige zittingsdag ingetikt hebben voor je een deel ervan digitaal kunt raadplegen. Dat veroorzaakt vertraging, zeker als het systeem weer eens crasht. Data moeten ook sneller en ruimer raadpleegbaar zijn. Nu zijn bijvoorbeeld de gegevens verzameld van mensen die rijden met een auto zonder technische keuring. Als je een nummerplaat intikt van een verkeerd geparkeerde auto, zie je dat meteen. Dat zou ook moeten kunnen voor niet-verzekerde auto's, of voor bestuurders met een rijverbod enzovoort. Dat verhoogt meteen de pakkans. Sommigen vinden de magistratuur te conservatief. Magistraten zijn bang voor verandering. Schreurs: U overdrijft. Rechters willen vooral niet dat anderen zich bemoeien met hun vonnissen. Waarom zijn werklastmetingen bijvoorbeeld niet bespreekbaar voor rechters? Schreurs: Ik heb daar geen bezwaar tegen, hoor. Kijk naar mijn aantal vonnissen. Ik doe in tegenstelling tot sommige collega's twee zittingen per week, en dat is best haalbaar. Sommige collega's van u hebben tijdens de werkuren tijd om te gaan golfen. Schreurs: Veel is perceptie. Mij kun je misschien ook wel eens betrappen bij het winkelen als ik geen zitting heb. Maar als ik geen gerechtelijke achterstand heb en 's avonds doorwerk omdat ik overdag met iets anders bezig was, dan moet dat kunnen. Als rechter moet je de vrijheid behouden om te kiezen wanneer je werkt. Het belangrijkste is het eindresultaat. Ik denk ook niet dat een vrederechter of politierechter minder hard werkt dan andere rechters. Ik werk ook zeer goed samen met mijn collega Peter D'Hondt in Dendermonde. Wij springen in voor elkaar. Tijdens mijn jongste evaluatie was men daar aangenaam door verrast. U wordt geëvalueerd als rechter? Schreurs: Om de vijf jaar. Dat is nogal tijdrovend en vraagt veel papierwerk, en ik heb mijn twijfels over de efficiëntie ervan. Als rechter ben je benoemd voor het leven. Je kunt wel een blaam of andere tuchtstraf krijgen, maar dat is mij nog niet overkomen. Hoe is uw relatie met de media? U geeft veel minder interviews dan uw collega Peter D'Hondt. Schreurs: Soms verwijs ik journalisten naar hem door. Zelf doe ik het liever niet. Waarom zou ik ook constant mijn mening over iets moeten geven? Daarom weiger ik ook haast alle aanvragen om in panels of praatprogramma's te zitten. U bent de enige die ik over mijn pensioen als rechter wil spreken. Toch vind ik het wél goed dat rechters af en toe in de media duiding geven over rechtspraak. Justitie moet een open huis zijn. Tot slot: vindt u het vervelend dat u meer bekendstaat als de echtgenote van politicus Karel De Gucht dan als politierechter Mireille Schreurs? Schreurs: Als dat al zo zou zijn, vind ik het totaal niet erg. Daar is ook niets mis mee, toch?