Het wetsontwerp Bestuurlijke Handhaving komt neer op een olifantendracht. Het was een van de dada's van minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA), toen zijn partij nog deel uitmaakte van de regering. Zijn opvolger Pieter De Crem (CD&V) had na zijn aantreden aangegeven dat hij er nog werk van wilde maken.

De wettekst van De Crem en Justitieminister Koen Geens (CD&V) maakte het mogelijk dat burgemeesters en lokale besturen meer wettelijke tools in handen om op te treden tegen ernstige georganiseerde criminaliteit. Daarnaast kunnen ze ook 'voorkomen' dat criminelen zich nestelen in het economisch en maatschappelijke weefsel van de stad of gemeente. Concreet schept het wetsontwerp een wettelijke basis voor gemeenten om door middel van een politieverordening een integriteitsonderzoek te kunnen voeren naar de uitbating van publiek toegankelijke inrichtingen.

Dat integriteitsonderzoek moet nagaan of er een ernstig risico bestaat dat er criminele relaties zijn of er ernstige aanwijzingen dat de uitbating gebruikt zal worden om criminele feiten te plegen of er zulke voordelen uit te halen. De resultaten van het integriteitsonderzoek kunnen aangewend worden om een vergunning niet af te leveren, te schorsen of op te heffen, dan wel een uitbating te sluiten.

Het wetsontwerp voorziet ook in de oprichting van een Directie Integriteitsbeoordeling voor Openbare Besturen (DIOB) die adviezen kan verlenen aan de gemeenten over aanvragers van vergunningen. De kans dat het ontwerp binnenkort effectief in werking treedt, is nagenoeg onbestaande. De tekst moet nog voor advies worden voorgelegd aan een aantal instanties, waardoor er wellicht te weinig tijd is om het nog door het parlement te krijgen.