U hebt het ongetwijfeld ook al ergens gelezen of gehoord, het aantal werklozen in Vlaanderen daalt maand na maand. En dat is goed nieuws. Maar wil dat dan zeggen dat er meer mensen aan het werk zijn? Jammer genoeg niet.

Eind januari telde Vlaanderen 215.562 werklozen. Dat is 5,9 procent minder dan een jaar eerder. Meer zelfs, het afgelopen jaar was de werkloosheid elke maand lager dan in 2015. Op basis hiervan concludeert Vlaams minister van Werk Philippe Muyters dat "2016 een goed jaar was voor de Vlaamse arbeidsmarkt." Maar zijn de werkloosheidscijfers op zich een goede parameter om de vitaliteit van de arbeidsmarkt aan af te meten? Kunnen we daaruit afleiden dat er meer werkloze Vlamingen een job hebben gevonden? Nee. ze vertellen ons vooral dat er minder werkloosheidsuitkeringen uitbetaald worden. Het is vandaag veel moeilijker om toelating te krijgen tot de werkloosheid en de daaraan gekoppelde werkloosheidsuitkering. Dat is een bewuste keuze van de huidige regeringspartijen.

'Minder werklozen betekent niet dat er meer mensen aan de slag zijn'

Vooral het aantal jongeren dat instroomt in de werkloosheid, is in vrije val. De afgelopen zes jaar schreven gemiddeld 17.500 jongeren zich in het derde kwartaal - het kwartaal waarin ze afstuderen - in bij de VDAB. In 2016 waren dat er 2.000 minder. De verklaring hiervoor ligt in de verstrenging van de inschakelingsuitkering. Dat is de werkloosheidsuitkering die jongeren ontvangen nadat ze van de schoolbanken komen, maar niet meteen een job vinden. Dat minder jongeren zich inschrijven bij de VDAB vertaalt zich logischerwijze in een daling van de werkloosheidcijfers. Uiteraard zou dit geen probleem zijn als het zou betekenen dat deze jongeren een baan hebben gevonden. Maar daar knelt het schoentje. Er zijn helemaal niet meer jongeren die een baan hebben gevonden, ook het afgelopen jaar niet. De daling van de werkloosheid betekent dus simpelweg dat er minder mensen een werkloosheidsuitkering ontvangen, niet dat er meer mensen een job hebben.

'Steeds meer jonge Vlamingen verhuizen van de VDAB richting OCMW.'

Waar we wel naar moeten kijken om de arbeidsmarkt te evalueren is de werkzaamheidsgraad oftewel het aandeel werkende Vlamingen binnen de bevolking. En die cijfers schetsen een ander beeld dan de hoera-stemming van minister Muyters. De werkzaamheidsgraad lag in 2015 in Vlaanderen op 71,9%, exact even hoog als in 2013 en 2014. En ook in 2016 bleef de werkzaamheidsgraad ongewijzigd, dat kunnen we alvast afleiden uit de (Belgische) cijfers voor de eerste drie kwartalen van 2016.

Vlaamse werkloosheid is dus vooral een papieren evolutie. Wijzigingen in de reglementering zorgen ervoor dat minder mensen, vooral jongeren, een uitkering krijgen. Dat blijkt ook uit de toename van het aantal leefloners. Steeds meer jonge Vlamingen verhuizen van de VDAB richting OCMW. In het najaar van 2016 steeg het aantal Vlamingen met een leefloon met maar liefst 11%. Ook dat is een rechtstreeks gevolg van de verscherping van de toekenning van de inschakelingsuitkering. Jammer genoeg zijn deze mensen niet enkel verdwenen uit de werkloosheid, maar ook van de arbeidsmarkt.

Nochtans liggen de kansen om meer mensen aan een job te helpen, voor het grijpen. De opportuniteiten op de arbeidsmarkt anno 2016 zijn legio. Gemiddeld staan er dagelijks meer dan 60.000 Vlaamse vacatures open. Een groot deel hiervan is geschikt voor laaggeschoolden. Daar ligt bijgevolg de grote uitdaging. Hoe kunnen we bedrijven beter ondersteunen om mensen zonder job en zonder veel ervaring toch een kans te geven? Een kans om zich te ontwikkelen op de werkvloer en al doende de stiel te leren. Zowel voor werkgever, werkzoekende, als voor onze economie is dat een veel betere strategie dan deze werkzoekenden richting inactiviteit of OCMW te duwen.

Ik zal de eerste zijn om de minister te feliciteren als hij erin slaagt om meer mensen aan het werk te krijgen. Maar ik roep hem vandaag op om werk te maken van een beleid dat echt meer mensen aan het werk helpt, en niet mensen naar een leefloon duwt.

U hebt het ongetwijfeld ook al ergens gelezen of gehoord, het aantal werklozen in Vlaanderen daalt maand na maand. En dat is goed nieuws. Maar wil dat dan zeggen dat er meer mensen aan het werk zijn? Jammer genoeg niet. Eind januari telde Vlaanderen 215.562 werklozen. Dat is 5,9 procent minder dan een jaar eerder. Meer zelfs, het afgelopen jaar was de werkloosheid elke maand lager dan in 2015. Op basis hiervan concludeert Vlaams minister van Werk Philippe Muyters dat "2016 een goed jaar was voor de Vlaamse arbeidsmarkt." Maar zijn de werkloosheidscijfers op zich een goede parameter om de vitaliteit van de arbeidsmarkt aan af te meten? Kunnen we daaruit afleiden dat er meer werkloze Vlamingen een job hebben gevonden? Nee. ze vertellen ons vooral dat er minder werkloosheidsuitkeringen uitbetaald worden. Het is vandaag veel moeilijker om toelating te krijgen tot de werkloosheid en de daaraan gekoppelde werkloosheidsuitkering. Dat is een bewuste keuze van de huidige regeringspartijen.Vooral het aantal jongeren dat instroomt in de werkloosheid, is in vrije val. De afgelopen zes jaar schreven gemiddeld 17.500 jongeren zich in het derde kwartaal - het kwartaal waarin ze afstuderen - in bij de VDAB. In 2016 waren dat er 2.000 minder. De verklaring hiervoor ligt in de verstrenging van de inschakelingsuitkering. Dat is de werkloosheidsuitkering die jongeren ontvangen nadat ze van de schoolbanken komen, maar niet meteen een job vinden. Dat minder jongeren zich inschrijven bij de VDAB vertaalt zich logischerwijze in een daling van de werkloosheidcijfers. Uiteraard zou dit geen probleem zijn als het zou betekenen dat deze jongeren een baan hebben gevonden. Maar daar knelt het schoentje. Er zijn helemaal niet meer jongeren die een baan hebben gevonden, ook het afgelopen jaar niet. De daling van de werkloosheid betekent dus simpelweg dat er minder mensen een werkloosheidsuitkering ontvangen, niet dat er meer mensen een job hebben.Waar we wel naar moeten kijken om de arbeidsmarkt te evalueren is de werkzaamheidsgraad oftewel het aandeel werkende Vlamingen binnen de bevolking. En die cijfers schetsen een ander beeld dan de hoera-stemming van minister Muyters. De werkzaamheidsgraad lag in 2015 in Vlaanderen op 71,9%, exact even hoog als in 2013 en 2014. En ook in 2016 bleef de werkzaamheidsgraad ongewijzigd, dat kunnen we alvast afleiden uit de (Belgische) cijfers voor de eerste drie kwartalen van 2016.Vlaamse werkloosheid is dus vooral een papieren evolutie. Wijzigingen in de reglementering zorgen ervoor dat minder mensen, vooral jongeren, een uitkering krijgen. Dat blijkt ook uit de toename van het aantal leefloners. Steeds meer jonge Vlamingen verhuizen van de VDAB richting OCMW. In het najaar van 2016 steeg het aantal Vlamingen met een leefloon met maar liefst 11%. Ook dat is een rechtstreeks gevolg van de verscherping van de toekenning van de inschakelingsuitkering. Jammer genoeg zijn deze mensen niet enkel verdwenen uit de werkloosheid, maar ook van de arbeidsmarkt. Nochtans liggen de kansen om meer mensen aan een job te helpen, voor het grijpen. De opportuniteiten op de arbeidsmarkt anno 2016 zijn legio. Gemiddeld staan er dagelijks meer dan 60.000 Vlaamse vacatures open. Een groot deel hiervan is geschikt voor laaggeschoolden. Daar ligt bijgevolg de grote uitdaging. Hoe kunnen we bedrijven beter ondersteunen om mensen zonder job en zonder veel ervaring toch een kans te geven? Een kans om zich te ontwikkelen op de werkvloer en al doende de stiel te leren. Zowel voor werkgever, werkzoekende, als voor onze economie is dat een veel betere strategie dan deze werkzoekenden richting inactiviteit of OCMW te duwen. Ik zal de eerste zijn om de minister te feliciteren als hij erin slaagt om meer mensen aan het werk te krijgen. Maar ik roep hem vandaag op om werk te maken van een beleid dat echt meer mensen aan het werk helpt, en niet mensen naar een leefloon duwt.