Op 25 oktober 2018 kondigde de regering-Michel op een persconferentie aan dat ze definitief had gekozen voor de Amerikaanse F35 van Lockheed-Martin om de F16-gevechtstoestellen te vervangen. De aankoopsom bedraagt 4 miljard voor 34 toestellen. Volgens Charles Michel (MR) bleef de regering daarmee 600 miljoen onder het vooraf bepaalde budget. 'Dat geld kan worden gebruikt voor Europese projecten, zoals een toekomstig gevechtsvliegtuig', zei de premier.
...

Op 25 oktober 2018 kondigde de regering-Michel op een persconferentie aan dat ze definitief had gekozen voor de Amerikaanse F35 van Lockheed-Martin om de F16-gevechtstoestellen te vervangen. De aankoopsom bedraagt 4 miljard voor 34 toestellen. Volgens Charles Michel (MR) bleef de regering daarmee 600 miljoen onder het vooraf bepaalde budget. 'Dat geld kan worden gebruikt voor Europese projecten, zoals een toekomstig gevechtsvliegtuig', zei de premier. Die uitspraak was duidelijk bedoeld om EU-lidstaten als Duitsland, Italië, Spanje en het Verenigd Koninkrijk te sussen die samen graag hun Eurofighter hadden verkocht. Ook Frankrijk had een toestel in de aanbieding: de Rafale van Dassault. Na een bezoekje aan president Emmanuel Macron probeerde Charles Michel zelfs, buiten de officiële procedure om, alsnog de Rafale te laten meedingen naar het miljardencontract. Dat mislukte. Maar Frankrijk heeft nog andere troeven. De Franse regering wil samen met Duitsland een nagelnieuw toestel laten bouwen door Airbus en Dassault. Het project met de naam SCAF ( Système de Combat Aérien du Futur) moet tegen 2035 een opvolger van zowel Rafale als de Eurofighter kunnen opleveren. Meteen deden speculaties de ronde. Had Michel tijdens zijn onderonsje met Macron de hierboven aangestipte 600 miljoen al aan het SCAF-project toegezegd? Rond de bedragen hangt nogal wat onduidelijkheid. Defensiebronnen spreken bijvoorbeeld van een overschot van 838 miljoen euro in plaats van 600 miljoen euro, geld dat meteen netjes werd verdeeld. 191 miljoen werd gereserveerd voor eventuele extra kosten bij het F35-budget. 277 miljoen zou dienen als 'terugvorderbaar voorschot' voor Belgische bedrijven die aan de ontwikkeling zullen meewerken. De rest, ongeveer 369 miljoen, is bestemd voor dat 'toekomstige Europese gevechtsvliegtuig'. Welk toestel daarmee precies bedoeld wordt, de Eurofighter of het SCAF-vliegtuig, werd op 25 oktober niet gezegd. In de Duitse pers verschenen wel berichten dat België 'zich bereid verklaarde' om in het SCAF-project te stappen. Het lobbywerk is dus volop bezig. Maar er zitten adders onder het gras. Zo is de besteding van het overschot op het F35-budget wel 'genotificeerd' als beslissing van de regering, maar komen die miljoenen niet voor in de laatste begroting van de regering-Michel. Een welingelichte defensiebron wijst erop dat er geen concreet dossier aan die regeringsbeslissing gekoppeld is. Het gevolg? 'Die miljoenen hangen eigenlijk in de lucht, gehuld in een dikke mist.' Navraag bij premier Michel en begrotingsminister Sophie Wilmès (MR) levert geen duidelijk antwoord op. In een korte reactie verwijst Wilmès alleen naar de terugvorderbare voorschotten: 'Defensie heeft in 2018 een uitgave van 277 miljoen gedaan. Op dit moment is er nog geen enkele vereffening gepland. Defensie wacht op het voorstel van de FOD Economie. Aangezien het om een code 8 gaat, zal dit geen negatieve impact hebben op de federale begroting.' Code 8 slaat op interne verrichtingen die geen invloed hebben op het overheidstekort. Met andere woorden: de volgende federale regering zal niet gebonden zijn door de beslissing van haar voorganger. Ze moet een gat in de begroting van ruim 10 miljard vullen, en zou het overschot van het F35-budget gemakkelijk integraal kunnen besparen. Zouden Duitsland en vooral Frankrijk dat zomaar aanvaarden? Dat is nog maar de vraag. Zelfs als België in het SCAF-project stapt, dreigt ons land meegesleurd te worden in nog een andere gevoelige kwestie: de exportcontrole. De SCAF-vliegtuigen zijn in de eerste plaats bedoeld voor EU-landen. Defensiespecialisten wijzen erop dat zo'n miljardenproject alleen betaalbaar is als je minstens duizend toestellen kunt bouwen. Daarvoor is de EU-markt alleen te beperkt. Maar wie zal dan bepalen aan welke niet-EU-landen de vliegtuigen worden verkocht? Over die vraag is het nu al hommeles tussen Duitsland en Frankrijk. Daardoor staat het hele SCAF-project op de helling nog voor het goed en wel van start is gegaan. Diederik Cops, onderzoeker bij het Vlaams Vredesinstituut, een onderzoeksinstelling bij het Vlaams Parlement, kent het probleem. 'Wapens of gevechtsvliegtuigen binnen de EU verkopen is niet meteen een discussiepunt, zeker niet nu er steeds meer sprake is van een Europese defensie en een Europees leger. Frankrijk en Duitsland sloten in 1972 al een akkoord over samenwerking aan militaire producten, het zogenoemde Schmidt-Debré-akkoord. Volgens dat akkoord beslist het land waar het militair materieel wordt geassembleerd ook aan welke andere landen het mag worden verkocht. Er bestond dus geen vetorecht.' Maar eind 2017 heeft een onderzoeksrapport over de Frans-Duitse defensiesamenwerking dat akkoord ter discussie gesteld, zegt Cops. 'De Frans-Duitse relatie is sinds de jaren zeventig grondig veranderd, en er is nu veel meer politieke aandacht voor wapenexport. Parlementsleden, beleidsmakers en de brede samenleving aanvaarden niet zomaar meer dat elk land dat wil betalen ook militair materieel kan kopen. De recente controverse in verschillende Europese landen, waaronder België, over wapenleveringen aan Saudi-Arabië illustreren dat.' 'Duitsland heeft bijvoorbeeld al geweigerd om bepaalde onderdelen voor wapentuig aan Frankrijk te leveren omdat de Fransen het eindproduct aan Turkije wilden verkopen. De Fransen zijn op het vlak van export veel coulanter. Frankrijk ziet wapenexport naar bijvoorbeeld het Midden-Oosten als een middel om zijn machtspositie te versterken. Duitsland is dan weer veel gevoeliger voor export naar landen die geen al te beste reputatie hebben als het over de mensenrechten gaat. Het gaat om twee fundamenteel verschillende visies op wapenexport en geopolitiek.' Als ons land aan SCAF participeert, zo vreest Cops, zal het in die felle discussie meegesleurd worden. 'De vraag is dan welke politieke rol België zou spelen. Zullen economische belangen de doorslag geven? Want hoe vroeger je in zulke projecten stapt, hoe groter de return op termijn. Als je snel meedoet, zit je als land met je militaire toestellen misschien safe voor dertig of veertig jaar, zelfs voor de periode ná de F35. ' 'Maar het gaat uiteraard ook veel ruimer dan België', zegt Diederik Cops. 'Volgend jaar wordt een Europees Defensiefonds opgezet om binnen de EU gezamenlijk onderzoek en ontwikkeling rond nieuwe militaire producten te financieren. Ook daarbij zal de exportkwestie een belangrijke rol spelen. Veel actoren binnen de Commissie, de Europese Raad en het Parlement vinden dat de vraag over exportcontrole eerst moet worden beantwoord, als een echte Europese defensie kans op succes wil hebben.' 'Opvallend is dat er in de EU-lidstaten weinig enthousiasme is om deze delicate kwestie grondig te bediscussiëren. Sommige lidstaten vrezen dat een Europese harmonisering van de export de drempel kan verlagen voor uitvoer naar dubieuze regimes. Duitsland en bijvoorbeeld ook de Scandinavische landen willen die drempel net hoger leggen.' Waar ligt die drempel voor België? 'Als we in het SCAF-project stappen,' zegt Cops, 'zal op dat punt wellicht al een verschil zichtbaar worden tussen Vlaanderen en Wallonië. Het is op zich al een uitdaging om één Belgisch standpunt over exportcontrole te formuleren. Maar met een duidelijk eensgezind standpunt zou België wel een rol kunnen spelen in de hele discussie.'