Het heeft lang geduurd, maar het internet heeft zich nu ook tegen mij gekeerd. Ik heb nochtans altijd veel moeite gehad met de dystopie die de online wereld vandaag zou zijn, waar 24/7 een loopgravenoorlog wordt uitgevochten tussen trollen, hackers, een handvol armzalige factcheckers en - de ergste van allemaal - influencers. 'Oorlog' is trouwens een verkeerd gekozen woord, want dat strijdgewoel wordt natuurlijk geregisseerd door de techreuzen van Silicon Valley. Het zijn hun algoritmes die ons de afgrond in storten. Maar ik gebruik apps als...

Het heeft lang geduurd, maar het internet heeft zich nu ook tegen mij gekeerd. Ik heb nochtans altijd veel moeite gehad met de dystopie die de online wereld vandaag zou zijn, waar 24/7 een loopgravenoorlog wordt uitgevochten tussen trollen, hackers, een handvol armzalige factcheckers en - de ergste van allemaal - influencers. 'Oorlog' is trouwens een verkeerd gekozen woord, want dat strijdgewoel wordt natuurlijk geregisseerd door de techreuzen van Silicon Valley. Het zijn hun algoritmes die ons de afgrond in storten. Maar ik gebruik apps als Google, YouTube en WhatsApp eenvoudigweg nog altijd heel erg graag. Zelfs Facebook vind ik nog steeds leuk - iets wat door iedereen die jonger is dan ik op meewarig gegiechel wordt onthaald. De algoritmes die me in de gaten houden, zijn dan ook niet van de snuggerste die er in de business werken. Enkel als ik eens rondsurf voor een nieuwe bril, een keukenkastje of een bloemenabonnement word ik daarover voor een tijdje met reclames overspoeld. Momenteel zijn het vleesvervangers. Het ergste, of in ieder geval merkwaardigste dat ik al enkele keren meemaakte, is dat ik op Facebook mensen kreeg gesuggereerd als vriend over wie ik een dag eerder offline had zitten praten. Het was uiteindelijk het algoritme van Twitter dat me heeft gekraakt. Dat ging in enkele maanden tijd. Ik begon ergens in januari een geestige, Amerikaanse homo te volgen (@gutter_spice), die naast zijn sociaal commentaar over de wereld ook weleens foto's post van zichzelf in bloot bovenlijf. Twitter is erachter gekomen dat ik die foto's misschien nog wel het boeiendst vond. Vervolgens werden mij vrienden van hem aangeraden, die dat ook allemaal bleken te doen. Ik volg er nu zo'n vijf - niet overdreven, allemaal ook even geestig - maar sindsdien ging het helemaal mis. Het algoritme voedt mij nu zelfs tweets die zij enkel liken of waar ze op reageren. Tenminste, als er een man in bloot bovenlijf opstaat. Tientallen zijn dat er nu per dag. Het voelt alsof iemand me fastfood voorzet waarvan ik weet dat ik er ziek van word maar waar ik ook niet af kan blijven. In mijn feed worden ondertussen alle interessante inzichten van de Vlaamse intelligentsia en de must-reads van mijn collega's overwoekerd door die foto's. En ik kan wel piepen dat ik de tweets van Fernand Keuleneer, Rik Torfs en Geert Noels mis, maar de app merkt zelf waar mijn ogen wél aan blijven hangen. Ik word alleen nog thirst traps voorgezet. Mijn account is een rabbit hole waar ik niet meer op eigen kracht uit weg raak. Het algoritme heeft me ontmaskerd als een tuttige pervert, ik kan niets anders doen dan Twitter van mijn smartphone deleten.