Met de gewelddadige overname door de extremistische taliban voltrekt zich een nachtmerriescenario in Afghanistan. Ondanks twintig jaar van westerse hulp dreigt opnieuw chaos en instabiliteit. Sinds het begin van dit jaar zijn volgens de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR maar liefst 570.482 burgers hun woonplaats ontvlucht. Dat aantal komt bij de 2,9 miljoen Afghanen die eerder al hun woonplaats hadden verlaten. Voorlopig lijkt slechts een fractie van hen daadwerkelijk het land uit te zijn. Volgens de UNHCR staken enkele duizenden Afghanen de grenzen met Iran, Pakistan en Tadzjikistan over.
...

Met de gewelddadige overname door de extremistische taliban voltrekt zich een nachtmerriescenario in Afghanistan. Ondanks twintig jaar van westerse hulp dreigt opnieuw chaos en instabiliteit. Sinds het begin van dit jaar zijn volgens de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR maar liefst 570.482 burgers hun woonplaats ontvlucht. Dat aantal komt bij de 2,9 miljoen Afghanen die eerder al hun woonplaats hadden verlaten. Voorlopig lijkt slechts een fractie van hen daadwerkelijk het land uit te zijn. Volgens de UNHCR staken enkele duizenden Afghanen de grenzen met Iran, Pakistan en Tadzjikistan over. Bovendien slaat covid genadeloos toe in Afghanistan, en dreigt de aanhoudende droogte ook de oogsten te doen mislukken. Volgens VN-secretaris António Guterres heeft ongeveer de helft van de Afghaanse bevolking humanitaire hulp nodig. Toch lijkt het onwaarschijnlijk dat Europa binnenkort enorme aantallen te slikken zal krijgen. Vandaag wordt het overgrote deel van de Afghaanse vluchtelingen opgevangen in Iran en Pakistan, die samen aan meer dan 2,2 miljoen Afghanen onderdak bieden. Liza Schuster, die al twee decennia onderzoek doet naar Afghaanse vluchtelingen, betwijfelt of veel Afghanen de oversteek naar Europa zullen maken. 'De meeste Afghanen kiezen voor Iran en Pakistan, omdat ze de taal spreken en er kunnen werken', aldus Schuster. 'Over het algemeen zijn er maar weinig Afghanen die verder zullen trekken naar Europa. Ze beseffen goed dat het niet vanzelfsprekend is om in Europa te raken, en dat ze er niet echt welkom zijn.' Het maakt de Europese ongerustheid er niet minder op. Zelfs toen begin augustus vrijwel elke dag nieuwe Afghaanse steden in handen van de taliban vielen, ondertekenden zes Europese lidstaten, waaronder België, een brief aan de Europese Commissie waarin ze benadrukten dat Afghanen die geen bescherming nodig hebben nog steeds teruggestuurd moeten kunnen worden. Karl Nehammer, de Oostenrijkse minister van Binnenlandse Zaken, ging half augustus nog een stapje verder. Hij lanceerde het voorstel om 'deportatiecentra' in buurlanden op te richten, zodat Europa toch nog Afghanen zou kunnen terugzenden. Ontslagnemend Nederlands premier Mark Rutte sprak plomp de ambitie uit om 'zo weinig mogelijk Afghanen' naar Europa te halen. Armin Laschet, de lijsttrekker voor de christendemocratische CDU in Duitsland, waarschuwde dat '2015 zich niet mag herhalen' en 'de fouten in de omgang met de Syrische burgeroorlog' niet opnieuw gemaakt mogen worden. De Franse president Emmanuel Macron benadrukte dat zijn land het recht heeft zich te verdedigen tegen een mogelijke 'golf van migranten'. Was het louter omdat Laschet, Macron en, gezien de moeilijke coalitieonderhandelingen in Nederland, misschien ook Rutte in campagnemodus zaten en hun rechterflank wilden afdekken? Of is 'zo weinig mogelijk Afghanen' gewoon de Europese strategie? Het is duidelijk dat het trauma van 2015 zich van de Europese machinekamer meester heeft gemaakt. Toen waagden meer dan 1 miljoen migranten de oversteek naar Europa. Maandenlang probeerden EU-lidstaten elkaar toen de hete aardappel door te schuiven en bleek Brussel niet in staat om een sluitend systeem op te tuigen. De chaos gaf extreemrechts over heel Europa de wind in de zeilen. Het is een scenario dat men dit keer absoluut wil vermijden. Op 1 september, nog geen 24 uur na het einde van de evacuaties uit Kaboel, vergaderden de Europese ministers van Binnenlandse Zaken over de toestand in Afghanistan. Hoewel ze het verlangen uitspraken om meer financiële steun te geven aan internationale organisaties die vluchtelingen ondersteunen, blijken de ministers in hun statement achteraf vooral bezorgd over... illegale migratie. Volgens diezelfde tekst wil de EU samenwerken met de buurlanden van Afghanistan om hun grensbewaking te versterken en mensensmokkel tegen te gaan. Op die manier moet er een 'gecontroleerd en ordentelijk antwoord' komen om de 'ongecontroleerde, grootschalige illegale migratiebewegingen uit het verleden te voorkomen'. Er komen 'doelgerichte informatiecampagnes' tegen smokkelaars om te voorkomen dat migranten de gevaarlijke oversteek wagen. Die focus op illegale migratie is best opmerkelijk. Want door de machtsovername van de taliban, de verslechterde veiligheidssituatie en de dreiging van een humanitaire ramp hebben Afghanen net een grotere kans om als vluchteling erkend te worden. 'Dit soort situaties is letterlijk waarvoor het Vluchtelingenverdrag is uitgevonden', zegt Sergio Carrera, die het Europese migratiebeleid opvolgt aan het Centre for European Policy Studies (CEPS). 'De Europese leiders proberen het voor te stellen als een probleem van illegale migratie, terwijl Afghanen die nu op de vlucht slaan voor het geweld van de taliban wel degelijk het recht hebben om bescherming te vragen. Door hen voor te stellen als mogelijk illegale migranten, criminaliseer je hen op een manier die ingaat tegen het internationaal recht.' Een jaar geleden stelde de Europese Commissie nog haar nieuwe Asiel- en Migratiepact voor. Daarin formuleerde de Commissie de ambitie om 'een voorspelbaar en betrouwbaar migratiebeheersingssysteem' op te zetten. Toch steunt het pact nagenoeg volledig op de goede wil en solidariteit van de lidstaten. Op de drempel van de eerste verjaardag lijkt er van een gestroomlijnd systeem geen sprake. 'Het Europese pact vertrekt vanuit de verkeerde veronderstelling dat het overgrote deel van de migranten die Europa bereiken geen "echte" vluchtelingen zijn', zegt Carrera. Hij verwijst naar statistieken van Eurostat over asielaanvragen. Daaruit blijkt dat vorig jaar 40,7 procent van de asielaanvragen in Europa een positief antwoord kreeg. Na beroep stijgt dat aantal naar 53,9 procent. 'En toch gaat het pact vooral over manieren om sneller migranten terug te sturen en de grenzen te sluiten', zucht Carrera. 'Het is opgesteld vanuit het idee dat je vluchtelingen weghoudt als je kunt voorkomen dat ze hier asiel aanvragen. Het probleem is dat EU-landen gewoon géén vluchtelingen willen opnemen.' Om te voorkomen dat grote aantallen vluchtelingen Europa bereiken, omarmen Europese leiders zowel ter linker- als ter rechterzijde sinds enkele jaren het idee van opvang in de regio. Het is een filosofie die al sinds de jaren tachtig meegaat. Opvang in de regio heet goedkoper te zijn omdat de kosten voor hulpverlening er lager liggen. Het is efficiënter voor de betrokkenen (want zo zijn die minder ver van huis) en de culturele verschillen zijn kleiner, wat de kansen vergroot om te werken en te integreren. Maar opvang in de regio zorgt er vooral voor dat uitgeprocedeerde asielzoekers niet in Europa blijven hangen. Hen terugsturen is immers aartsmoeilijk. Om die opvang in de regio te stimuleren, mikt Europa op nieuwe migratie- akkoorden. Momenteel zijn er al pacten met landen als Turkije, Libië, Marokko en Niger. Vooral de EU-Turkijedeal uit 2016 geldt als blauwdruk voor nieuwe akkoorden. Daarin belooft Turkije om migranten die de oversteek naar Europa proberen te maken tegen te houden en terug te nemen. In ruil daarvoor beloofde Europa, naast enkele diplomatieke toezeggingen, om 6 miljard euro te investeren in lokale ngo's die de vluchtelingen aan onderwijs en huisvesting moeten helpen. Opmerkelijk genoeg heeft die Turkijedeal geen enkele juridische waarde: het is letterlijk een persstatement. Daardoor kan Turkije op gelijk welk moment ophouden met de voorwaarden na te leven. 'Het maakt de hele deal ook uiterst ontransparant', aldus Carrera. 'Het is nagenoeg onmogelijk om te controleren of Turkije de vluchtelingen volgens de regels behandelt.' Vanuit een pragmatisch - cynisch - oogpunt functioneert de Turkijedeal wonderwel. Het aantal migranten dat Griekenland bereikt én het aantal verdrinkingsdoden zijn in vergelijking met 2015 drastisch gedaald. Dankzij het Europese geld hebben honderdduizenden Syrische jongeren onderwijs gekregen. Voor een aanzienlijk deel van de vluchtelingen zijn de leefomstandigheden wel degelijk verbeterd. Maar tegelijk zorgen deals zoals die met Turkije voor enorme problemen. 'Door onze verantwoordelijkheid door te schuiven naar derde landen, maken we onszelf enorm kwetsbaar', benadrukt Carrera. 'Het maakt ons afhankelijk van de binnenlandse politiek van die landen. We geven autoritaire leiders een unieke mogelijkheid om ons onder druk te zetten en af te persen.' In Turkije heeft het akkoord de autoritaire lijn van het regime alvast versterkt. 'De meeste ngo's die Europees geld hebben gekregen, waren gelinkt aan Turkse ministeries of lokale besturen', zegt Emre Eren Korkmaz, migratieonderzoeker aan de Universiteit van Oxford. 'Er is geen enkele Europese leider die zich nog durft uit te spreken tegen de manier waarop de rechtsstaat in Turkije wordt uitgehold, omdat ze bang zijn dat president Recep Tayyip Erdogan de grenzen zal openzetten.' Een uitbreiding van de Turkijedeal voor Afghaanse vluchtelingen, waarop Belgisch staatssecretaris voor Asiel en Migratie Sammy Mahdi (CD&V) al zinspeelde, lijkt bovendien onwaarschijnlijk. 'De migratiedeal met de EU staat in Turkije onder grote druk', waarschuwt Korkmaz. 'Toen dat akkoord gesloten werd, bestond er in Turkije geen antivluchtelingsentiment. Zowat iedereen ging ervan uit dat die vluchtelingen naar Syrië zouden terugkeren zodra de oorlog voorbij zou zijn. Vandaag is het duidelijk dat de oorlogen niet onmiddellijk zullen stoppen. Turkije is een van de meest gepolariseerde landen ter wereld, maar over één ding zijn zowel ultranationalisten, islamisten, kemalisten, socialisten als Koerdische nationalisten het eens: er zijn te veel vluchtelingen.' Ook in de rest van de regio zal het voor de Europese Unie moeilijk zijn om partners te vinden. Pakistan en Iran herbergen al meer dan 2,2 miljoen vluchtelingen en zijn voor Europa geen eenvoudige gesprekspartners. Pakistan onderhoudt goede banden met de taliban en kreeg de voorbije jaren zware kritiek voor de schaal waarop mensenrechten er geschonden worden, maar krijgt de voorbije weken geregeld hoog Europees bezoek over de vloer. Iran, waar de economie slabakt en corona zwaar toeslaat, heeft vermoedelijk niet meteen de ambitie om extra vluchtelingen op te nemen. En ook in de Centraal-Aziatische landen is er maar weinig animo om als vluchtelingenkamp voor de Europese Unie te fungeren. Autoritaire landen als Turkmenistan of Oezbekistan zien Afghaanse vluchtelingen als een mogelijke bron van jihadisme en criminaliteit, en houden hun grens met Afghanistan ondanks de lamlendige toestand potdicht. De enige Centraal-Aziatische republiek die bereid lijkt om vluchtelingen binnen te laten,, is Tadzjikistan, dat in juli nog aangaf dat het 100.000 Afghaanse vluchtelingen wil opnemen. De Tadzjieken hebben momenteel al onderdak verleend aan voormalig Afghaans president Ashraf Ghani, en steunen de rebellenbeweging van Ahmad Massoud in de Panjshirvallei. Bovendien zorgen migratieakkoorden voor allerlei ongewenste nevenwerkingen. Zo dreigt een overdaad aan deals van de opvang van vluchtelingen een soort economisch winstmodel te maken, waarbij landen 'in de regio' enkel nog bereid zullen zijn om vluchtelingen op te vangen als ze daarvoor boter bij de vis krijgen. Kenia, dat sinds de Somalische burgeroorlog bijna 500.000 vluchtelingen herbergt, dreigt er sinds 2016 voortdurend mee om zijn vluchtelingenkampen te sluiten als het geen westerse financiering krijgt. Ook in Niger, waar de EU in 2016 een akkoord sloot om vluchtelingen uit Libië weg te houden, heeft het migratieakkoord tal van ongewenste bijwerkingen. Voor het akkoord was migratie een van de voornaamste inkomstenbronnen voor voormalige Toeareg- en Tuburebellen, die zich sindsdien toeleggen op drugs- en wapensmokkel en gewapende overvallen. Liza Schuster is ervan overtuigd dat de Europese plannen ook dit keer op een fiasco zullen uitdraaien. 'Opvang in de regio werkt gewoon niet', zucht ze. 'Het gaat fundamenteel in tegen hoe mensen in elkaar zitten. Europese leiders lijken te denken dat vluchtelingen die naar Europa willen komen passieve wezens zijn, die je naar eigen goeddunken kunt verplaatsen. Dat is niet zo. Migranten die de overstap naar Europa wagen voelen ofwel de noodzaak om zichzelf in veiligheid te brengen, of ze zijn ambitieus om er hun leven uit te bouwen. Als je ze onderbrengt in een land waar ze geen toekomstperspectief hebben, zullen ze opnieuw vertrekken. Het heeft geen enkele zin om hen naar een straatarm land te brengen en te hopen dat ze daar zullen blijven.' Op basis van haar onderzoek stelt Schuster een contra-intuïtieve oplossing voor. 'Eigenlijk zou Europa het net gemakkelijker moeten maken om naar hier te komen', zegt ze. 'In al mijn onderzoeken komt bijna altijd naar voren dat Afghanen eigenlijk niet graag in Europa wonen. Het is moeilijk om de taal te leren en te aarden, en ze beseffen maar al te goed dat er een zekere vijandigheid tegenover hen bestaat. Maar omdat de reis naar Europa zo'n enorme investering vergt, komen velen in een soort schuldenval terecht: ze willen eigenlijk weg uit Europa, maar ze kunnen niet terugkeren als ze hun investering niet hebben terugverdiend. Als je moeder haar laatste juwelen heeft verkocht om de oversteek te betalen, is het vernederend om terug te gaan en te zeggen dat je Europa eigenlijk maar niets vindt. En dus blijven ze, tegen beter weten in. Dat is het rechtstreekse gevolg van onze strategie om het reizen naar Europa zo moeilijk mogelijk te maken. Als ze niet zo veel hoefden te investeren, zouden ze gewoon terug naar huis kunnen.' Finaal zal Europa niet anders kunnen dan extra vluchtelingen opnemen, vermoeden experts. 'Europa moet stoppen met zichzelf wijs te maken dat het zich zomaar van de rest van de wereld kan isoleren', zegt Korkmaz. 'Het is hemeltergend dat Europese leiders dit als zo'n enorm probleem ervaren. Waarom moeten 26 lidstaten panikeren als er 100.000 vluchtelingen binnenkomen? Is dat echt zó onhoudbaar?'