Het Vlaamse wielerseizoen gaat van start, met zaterdag de Omloop Het Nieuwsblad en zondag Kuurne-Brussel- Kuurne. Michel Wuyts, Mister Koers in Vlaanderen en omstreken, warmt zijn fluwelen bariton alvast op. Want er staat ons wat te wachten in 2020, meent hij. 'Nooit heb ik zo sterk naar het nieuwe seizoen uitgekeken als nu', zegt de Sporza-commentator. 'Het wordt revolutionair. Zó overrompelend dat u van uw stoel gaat vallen.'
...

Het Vlaamse wielerseizoen gaat van start, met zaterdag de Omloop Het Nieuwsblad en zondag Kuurne-Brussel- Kuurne. Michel Wuyts, Mister Koers in Vlaanderen en omstreken, warmt zijn fluwelen bariton alvast op. Want er staat ons wat te wachten in 2020, meent hij. 'Nooit heb ik zo sterk naar het nieuwe seizoen uitgekeken als nu', zegt de Sporza-commentator. 'Het wordt revolutionair. Zó overrompelend dat u van uw stoel gaat vallen.' Laten we er meteen een naam op plakken: Mathieu van der Poel. Michel Wuyts: Om hem zal het voorjaar draaien, ja. Van der Poel is niet zomaar de volgende topcoureur die veel zal winnen. Zijn rol is groter dan dat: hij is de man die alles verandert. Ik verwijs naar zijn exploot in de Ronde van Vlaanderen van vorig jaar, toen hij viel en meer dan een minuut moest dichten. Op een smal kasseiweggetje waar nauwelijks over te rijden viel, stoof Van der Poel in een oogwenk naar de kopgroep toe. In veel volgwagens vielen monden open. Of hoe hij de Amstel Gold Race won, ondanks een kansloze aanval op 40 kilometer van de streep. Zoiets heb ik de laatste tien, vijftien jaar nergens gezien. Alle zekerheden verdwijnen, elk scenario kan: dát is de impact van Mathieu van der Poel. Dergelijk rock-'n-roll-wielrennen ken ik uit mijn jeugd. Eddy Merckx, Roger De Vlaeminck, Frans Verbeeck en Freddy Maertens leverden wekelijks zulke stunts af. Mentaal had ik die manier van koersen al geschrapt. Mooie herinneringen, maar nu kan het niet meer. Vijftig jaar later bewijst Van der Poel het tegendeel. Ik heb bij mezelf ervaren: dat doet wel wat met een mens. Wie kan hem concurrentie aandoen? Wuyts: Je zou spontaan zeggen: Wout van Aert. Maar die verwachting mag ik hem niet opleggen. Van Aert herstelt nog van die vreselijke val in de Ronde van Frankrijk. Zijn peesblad was doormidden. Bij het hechten ontbrak een stuk en hebben ze iets nieuws moeten fabriceren. Ik heb een arts in de familie die ik bij dergelijke gevallen raadpleeg. Hij zegt me dat het a) ongetwijfeld goed komt en b) dat het tijd zal vergen. Reken op negen maanden voordat Van Aert weer op volle kracht is. Misschien staat hij er pas in de Tour de France. Ook hij is natuurlijk geen gewone kerel. Zijn veldritseizoen maakte indruk. Ik dacht: Van Aert zal het behoudsgezind aanpakken en zéker niet opnieuw vallen. Maar hij heeft zich ertussen gegooid alsof er niets aan de hand was. Er schuilt een zekere boosheid in de coureur Van Aert, die kracht put uit wat hem overkomen is. Al zal Wout ook wel beseffen dat hij bij die val zijn bocht wel érg kort had aangesneden. En dat hij dus in feite ook boos moet zijn op zichzelf. Nee, de revolutie komt van Van der Poel. Dat beseft ook de oudere generatie wielrenners. Mij valt op dat zij bondgenoten hebben gezocht in de transferperiode. De tijd van één ploeg met één kopman is voorbij. Greg Van Avermaet nam Matteo Trentin erbij, Philippe Gilbert wordt gekoppeld aan John Degenkolb, en zo heb je nog een blok of vier. De redenering is: als onze kopman in de finale geïsoleerd zit, zijn we kansloos. Want er is Van der Poel, en Deceuninck-Quick.Step heeft sowieso minstens drie man in de kopgroep. Deceuninck-Quick.Step is al jaren de te kloppen ploeg in de Vlaamse klassiekers. Zij zullen zich toch niet zomaar neerleggen bij de dominantie van Van der Poel? Wuyts: Zeker niet. Van Patrick Lefevere weet je dat hij zaken beklonken heeft waarvan wij pas later zullen vaststellen dat het weer ontzettend slim is geweest. Opnieuw liet hij grote namen vertrekken, zoals Philippe Gilbert en Elia Viviani, maar dat is juist de kunst, zo zweert José De Cauwer mij. Een manager moet doorzien wanneer een renner op zijn hoogtepunt is en hem dan onverbiddelijk versassen. Lefevere analyseert koeltjes: 'Wie levert mij het meest op: opkomende man Sam Bennett of de al wat meer bezadigde Elia Viviani?' De grote kopmannen hebben ze momenteel niet, toch niet voor de kasseiklassiekers. Wuyts: Maar Lefevere zal de pretentie hebben om te zeggen: die maak ik zelf. Misschien wordt de nog relatief onbekende Kasper Asgreen wel de nieuwe Gilbert? Voor de Ronde van Vlaanderen haalt Lefevere Julian Alaphilippe erbij, dé renner van 2019. Alaphilippe is een lichtgewicht en is in principe ongeschikt voor lange kasseistroken, maar met zijn behendigheid moet hij dat verteren. Als hij tot in de finale goed omringd blijft, zie ik hem meedoen voor winst. Het grote gevaar is dat hij zich, zonder het te beseffen, leeg rijdt. De Ronde, dat is onderweg veel geven en toch reserve houden tot de laatste beklimming van de Paterberg. Voor een janneke nerveus zoals Alaphilippe is dat geen evidente onderneming. Hoe kwam het binnen bij de vele schaduwkopmannen in die ploeg, die nog nooit een grote klassieker wonnen, dat Alaphilippe de Ronde rijdt? Wuyts: Diep in hun binnenste hebben ze bedenkingen. Yves Lampaert heeft thuis gevloekt toen hij bij de ochtendkrant een boterham in zijn mond stak. Maar in de wedstrijd zelf neemt de professionaliteit de bovenhand. Alaphilippe is populair binnen zijn ploeg, en ik vermoed dat Lefevere juist hoopt dat zijn aanwezigheid het pad effent voor een andere renner van Deceuninck-Quick.Step. Dat die ploeg iets minder sterk staat voor de Vlaamse klassiekers kan nog een andere reden hebben: misschien calculeert Lefevere de komende contractverbeteringen van Remco Evenepoel al in. Hij is uiteraard het twééde fenomeen dat dit seizoen onvergetelijk zal maken. Ik moet het vragen, al is hij amper 20: kan Remco Evenepoel dit jaar de Giro winnen? Wuyts:(diepe zucht) Ik zit met de daver op het lijf om 'ja' te antwoorden! Maar we moeten oppassen met hoera-uitspraken, al besef ik dat het lastig is bij wat die knaap allemaal toont. Zelfs de altijd rustige Eddy Merckx zei op de uitreiking van de Kristallen Fiets: 'Hij zou wel eens groter kunnen worden dan ik.' Je moet het Merckx vergeven: iedereen is wild van die jongen, voor wie geen limieten lijken te bestaan.Zou Evenepoel zelf in Girowinst geloven? Wuyts: Daar ben ik bijna zeker van. Hij móét ook mateloos ambitieus zijn. Dat hoort bij de leeftijd, dat past bij zijn talent. Hopelijk staan er binnen Deceuninck-Quick.Step figuren op die zijn drang intomen om dag na dag door de muur te gaan. Ik zou Evenepoel zichzelf twee weken laten testen in de Giro. Staat hij er goed voor, dan dromen we verder. Maar is hij vermoeid, dan moeten ze hun verstand gebruiken. Want Evenepoels echte doelen komen later. In het tijdrijden is hij al wereldtop. Hij kan olympisch en wereldkampioen tijdrijden worden. De overtuigden zullen toevoegen: én olympisch kampioen op de weg, maar dat laat ik in het midden. Straf is hoe kalm Evenepoel blijft. Als hij start in de onbetekenende Ronde van San Juan, dan staan er zes bladzijden in de krant. Wuyts: Hij geniet van het koersen én van de aandacht. Zelfs de tiende journalist die dezelfde vragen komt stellen, krijgt zijn ontwapenende glimlach.Tussen het fenomeen Van der Poel en het fenomeen Evenepoel bestaat wel een verschil. Evenepoel wil ronderenner worden, en daarin staat het ene wondertalent na het andere op. Ik denk aan Tadej Pogacar, Pavel Sivakov, Egan Bernal en nog wat Colombianen. Ook dat zijn ongeremden die op niks of niemand wachten: wat een cadeau voor de wielercommentators! Ik ben dankbaar dat ik het mag meemaken. Maar in onze koersen, van de Omloop tot Parijs-Roubaix, is de toevoer matig. Ik heb het gevoel dat die niche verarmt. De nieuwe hypertalenten willen klimmen en tijdrijden. Van de Koppenberg dromen ze niet. Als Van der Poel alles wint, wordt het misschien weer saai? Wuyts: Ik denk het niet. Velen zullen zich geroepen voelen om het voorbeeld van de wilde aanvaller Van der Poel te volgen. Ik zie één zwakke plek bij Van der Poel, al heeft hem dat tot nu toe geenszins gestoord: zijn ploeg staat niet op het niveau van de kopman. Mathieu zal er vaak alleen voor staan. Gelukkig, zou ik bijna denken. Stel je voor dat hij voor Team Sky had gekozen, het huidige Ineos. Dan deden we de boeken toe. Ook Greg Van Avermaet is een aanvaller. Hij was jarenlang een renner van net-niet en reeg dan twee seizoenen de overwinningen aaneen. Moet hij terug naar af? Wuyts: Maar hij was ook in het voor hem mindere 2019 wel de eerste Belg op de UCI-ranglijst, met voorsprong zelfs. Toch vergat men hem bij de uitreiking van de wielertrofeeën. Greg Van Avermaet staat niet bol van emotie, maar ik vermoed dat hij daar gramschap uit put. 'Hoezo, ze zijn mij vergeten?' Ik lees dat hij zijn fiets zes weken aan de kant liet, wat lang is, en weer op hoogtestage ging. Dat zou zijn vormpiek iets later moeten leggen, om zijn grote droom te vervullen: eindelijk de Ronde van Vlaanderen winnen. Ik denk dat Van Avermaet voelt dat het in 2020, ten laatste in 2021 moet gebeuren. Want de drang van de jonge honden wordt te groot. In het begin van zijn carrière wilde Van Avermaet met allure winnen, solo dus. Wegspringen lukte, maar hij raakte niet tot aan de streep. In de loop van zijn carrière is Van Avermaet gaan inzetten op zijn sprint. Daarin is zijn vertrouwen nog altijd onwrikbaar. Als het een lange, zware wedstrijd is, durft hij zelfs met Peter Sagan naar de streep. De 30-jarige Sagan won tot hiertoe twee klassiekers: veel minder dan iedereen had gedacht. Wuyts: Sagan rijdt de laatste jaren lusteloos rond. Aan de andere kant heeft hij gekoerst zoals niemand anders dat deed. De laatste Tour was spannend, maar de edities daarvoor zouden grote geeuwen zijn geweest zonder Sagan. Hij trok zelfs op pad in bergetappes, gewoon omdat het hem plezierig leek! Die inspanningen bekoopt hij nu. Doorgaans praat ik niet over familiale problemen, maar bij Sagan voel je dat ze een grote rol spelen. Zijn scheiding brak de veer.Het helpt niet dat hij voor een Duitse ploeg koerst, waar sponsors traditioneel vaak en lang beslag leggen op de betere renners. Ik zag hem daags na de Ronde van Vlaanderen, na 'de editie met de jas', toen Sagan viel op de Kwaremont. Hij had overal pijn, maar stoere Peter laat zoiets natuurlijk nooit zien. Hij moest flensjes bakken en tonen dat Bora-fornuizen werkelijk de beste zijn. Ik had medelijden met hem.Wat mij ook opvalt, en dit is geen detail: zijn houding op de fiets is log geworden. Sagan hangt plomp op zijn zadel en hij kromt zijn rug niet meer zoals hij deed in zijn jonge jaren. Daardoor rijdt hij met zijn kop vol in de wind. Ik ben ook zijn sprintgedrag gaan analyseren. Zich staande houden in het peloton lukt nog met verve - links en rechts een kwakje uitdelen blijft een tweede natuur - maar in de sprint zelf eindigt hij op lengten. Dat zijn allemaal slechte signalen, nee? Paleisrevolutie bij Lotto-Soudal, waar veel volk uit de omkadering ontslagen werd. Manager Marc Sergeant niet, maar ook hij is aan de kant geschoven. Wuyts: Gevolgen van de komst van Kevin De Weert. Een zeer ambitieus man, rad van tong, die niet van wachten houdt. De Weert riep hardop dat Lotto-Soudal vastgeroest is. Hij ging een paar keer dronken uit de bocht, niet toevallig bij feestjes nadat de ploeg gewonnen had. Als de wijn is in de man... Toch is Jannie Haek, de baas van de Nationale Loterij, De Weert gevolgd. In een column schreef u: 'Kan Philippe Gilbert wat Vincent Kompany niet kon?' Wuyts: Gilbert, die terugkeert bij Lotto-Soudal, is een figuur met gezag. Ik hoop dat hij de rol van Sergeant overneemt. Het is een misverstand dat Marc Sergeant een te mild type is. Sergeant doet het buiten het oog van de pers en zonder te bulderen, maar twijfelaars of brokkenmakers zegt hij heus wel waar het op staat. Zonder de peptalk van Sergeant had Caleb Ewan vorig jaar geen drie ritten gewonnen in de Tour. Het is vreemd dat de vroegere baas na zo'n zware herstructurering in dienst blijft, maar ik voorzie geen problemen. Het zit niet in Sergeants karakter om dwars te liggen. Philippe Gilbert wordt 38, maar hem afschrijven is uiterst gevaarlijk. Als hij presteert zoals de voorbije seizoenen, dan trekt Gilbert de hele ploeg omhoog: de glorie van de kopman straalt af op de luitenanten. Al vrees ik dat Lotto-Soudal juist op dat front tekort zal komen. Er zijn te weinig ervaren helpers. Ondertussen is dopingdokter Michele Ferrari gesignaleerd bij Astana, de ploeg van Alexandre Vinokourov. Wuyts: Ik moet eerlijk toegeven dat ik al voor die geruchten opdoken mijn vragen had bij Astana-renner Jakob Fuglsang, de winnaar van Luik-Bastenaken-Luik. Je moet zijn erelijst eens opzoeken. Die staat vol tweede en derde plaatsten, en pas nu, op zijn 34e, volgt de ene overwinning na de andere. Hij was zowaar de enige die Alaphilippe aankon! Wijst dat op doping? Op zich niet, maar frappant is het wel. Ferrari is verbrand, contact met hem hebben is voor sporters verboden. Als je doping wilt nemen, stap je toch niet naar hem? Wuyts: Of je moet een ezel zijn met sportieve zelfmoordneigingen. Zo lopen er ongetwijfeld rond. Ach, Ferrari is nooit weggeweest. In de Italiaanse pers lees je wel vaker verhalen over geheime ontmoetingen op snelwegafritten en carpoolparkings. Een zaak waar hier minder aandacht voor was: eind januari werd een groot dopingnetwerk opgerold in Cádiz. Er zouden 260 sporters bij betrokken zijn, onder wie wielrenners. Naar Spaanse gewoonte hoor je daar nadien niet veel meer van, maar ik hou mijn hart vast. In Cádiz ging het om epo. Dat is toch opspoorbaar? Wuyts: Klopt, maar kennen wij de voortgang van de medische wetenschap? Ik vergeet nooit een gesprek met een zoon van dokter Paul Janssen, de man achter Janssen Pharmaceutica. 'In China worden elke week zes à zeven varianten op epo ontwikkeld', zei hij. Wie weet waar het peloton stiekem mee experimenteert?U bent nu 63 jaar. Het pensioen komt in zicht. Wuyts:(gespeeld verbaasd) Is dat zo? Ik heb nog niet de kleinste kans gehad om daarover na te denken. Ik weet wel dat ik mijn vak nog liever doe dan pakweg twintig jaar geleden. Het proces naar een uitzending - voorbereiden, zoeken naar verbanden, strategieën doorzien - blijft een genot. In de Ronde van Frankrijk gebeurt het dat José en ik een uitzending van zes uur aan elkaar praten. En waar denk je dat het over gaat zodra we niet meer in de ether zijn? Over de koers, natuurlijk. Ik ontlaad en probeer te distilleren wat ik net gezien heb, strateeg José doorgrondt in een flits wat de niet-winnaars hadden moeten doen om wel te winnen. Ik ben dan zo vief om een paar trefwoorden op te schrijven en hem 's anderendaags in de uitzending te kietelen. Ah, gewoon al door erover te praten, krijg ik zin om eraan te beginnen.