De emeritus professor

Een onverwacht mailbericht van de doctoraatsstudente, zomaar in de mailbox van de emeritus professor. Eén zinnetje. Of hij gedachten heeft naar aanleiding van alle #MeToo-verhalen. Wat bezielt iemand om hem na jaren, hoeveel jaren precies zou hij moeten narekenen, een bericht te sturen?
...

Een onverwacht mailbericht van de doctoraatsstudente, zomaar in de mailbox van de emeritus professor. Eén zinnetje. Of hij gedachten heeft naar aanleiding van alle #MeToo-verhalen. Wat bezielt iemand om hem na jaren, hoeveel jaren precies zou hij moeten narekenen, een bericht te sturen? Wat moet hij daarmee? Negeren. Een paar dagen later volgt een tweede bericht. Drie woorden: 'Geen gedachten hierbij?' Een paar weken later een derde bericht. Ze vraagt zich af of de universiteit, die nu zijn pensioen uitbetaalt, zijn gedrag als professor goedkeurde. Als dat geen dreigement is. Wat als ze de aandacht gaat opzoeken, en haar versie van een incidentje naar buiten brengt? Ze heeft de tijdgeest mee. Paniek spreidt zich over hem uit. Zijn vrouw mag dit niet zien. Ze kijkt soms met een half oog mee naar zijn mails. Hij denkt ook aan zijn kinderen. De mailberichten alleen al zijn een inbreuk op zijn privacy. Hij trilt over zijn hele lijf. Hij zit in een volstrekt nieuw leven. Hij is gelukkig. Ze heeft het recht niet dat geluk aan diggelen te komen slaan, vanuit het niets. Hij moet snel ingrijpen. Hoe blokkeer je iemand ook alweer? Die IT, nooit goed in geweest, nu wordt hij er dol van. En zal haar blokkeren een oplossing zijn? Straks spoort de gekkin zijn thuisadres op, en staat ze hier voor de deur en maken zijn vrouw of kinderen open. Dat moet hij tegen elke prijs vermijden. Er moet een manier zijn om haar te laten zwijgen. Zodra zijn vrouw en kinderen naar de supermarkt zijn, neemt hij de telefoon. Hij heeft niet zoveel woorden nodig. Zijn vriend, de advocaat, kan de situatie inschatten. Als studenten hebben ze samen wel wat avonturen beleefd. 'Een mug moet je verjagen voor ze je lek prikt', zegt de advocaat lachend. 'We zullen haar even laten nadenken voor ze de aandacht opzoekt.' Hij zal een brief schrijven, een aangetekende brief op handgeschept papier met de naam van zijn advocatenkantoor in het watermerk. 'Ik vind wel argumenten om haar geloofwaardigheid in twijfel te trekken.' Na het telefoontje kan de professor weer een beetje ademhalen. Hij gaat achter in de tuin bij de composthoop staan, kijkt om zich heen. Besluit iets met zijn handen te doen, zich nuttig te maken voor het gezin. Hij zal de haag scheren. Hij denkt aan de man die zijn leven en zijn carrière vormgegeven heeft, zijn voorbeeld, de grote, charmante, heldhaftige schrijver. Die noemde zichzelf de ridder die zich niet bekommert om de modder aan zijn schoenen. Akkoord, met de modder bedoelde hij de recensenten. De professor is ook een ridder. Hij heeft gevochten, alles zelf gedaan en nooit opgegeven. Student, assistent, keihard gewerkt, professor. Zwoegend aan de haag overdenkt hij zijn academische carrière. De lange treinreizen naar de universiteit iedere week, de vergaderingen, steeds meer vergaderingen in de loop der jaren, de colleges, steeds meer gequoteerd, zijn appartementje vlak bij de campus, de saaie halve stokbroden als lunch. Maar hij denkt ook aan zijn vrijheid, zijn populariteit. Hij was een graag geziene professor. Niet al te streng, hij hield van een grapje en van de lossere, meer Noord-Nederlandse omgang. De deur van zijn kantoor stond altijd open, net als de bovenste knoopjes van zijn witte overhemd zonder das. Hij kwam soms in aanvaring met collega's maar bij zijn studenten en studentes was hij bijzonder geliefd. En nu komt zij op de proppen. Een doctoraatsstudentje dat uit het niets de geschiedenis wil herschrijven. Als laatstejaarsstudente had ze een uitstekende paper geschreven, een analyse van een novelle van de schrijver. Hij was onder de indruk. Hij zag haar voor het eerst op de afstudeerproclamatie, want ze was nooit naar de les gekomen. Toen nodigde hij haar uit voor een gesprek en een eenvoudige lunch. Dat had hij beter niet gedaan. Ze ging gretig op het aanbod in. De lunch was een bescheiden succes. Ze nam haar tijd, lachte om zijn grappen, hing aan zijn lippen. Hij bood haar een baan als doctoraatsstudente aan. Het is niet onbelangrijk dat het ook op persoonlijk vlak klikt tussen een professor en een assistent. Is dat verkeerd? Hij had gedacht dat ze wat meer relaxed zou zijn. Ze bleef lachen om zijn grappen, ging mee uit lunchen als hij het vroeg, aanvaardde complimentjes. Ze liet het zich allemaal welgevallen, al loste ze vreemd genoeg niets over haar privéleven. Dat ze een slechte werkkracht was en zelf schrijvertje wilde spelen, dat had hij ook beter moeten inschatten. Hij zweet zich te pletter. Zijn vrouw en kinderen zijn nog steeds boodschappen aan het doen. Dat duurt vandaag wel erg lang. Kalm blijven. Ze zijn nog geen uur weg. Alles is normaal. Straks noemt ze het nog een aanranding ook. Dat was het niet. Of een verkrachting. Hij is een man van taal, hij weet hoe wendbaar woorden zijn. Wendbaarder dan de verduivelde haagschaar in zijn handen in elk geval. Het was een vergissing, dat geeft hij toe. Na een van hun lunches, toen ze met zijn tweeën terug op het bureau waren, probeerde hij een volgende stap te zetten. Het werd niks, ze had er geen zin in. Zijn hartslag moet omlaag. In de keuken gaat hij een glas water drinken. Hysterisch hoe ze toen reageerde. Met veel bravoure kondigde ze aan dat ze wilde vertrekken als doctoraatsstudente, maar hij kon niet zomaar iemand ontslaan. Het systeem liet het niet toe. Er was een contract getekend. Hij had veel stappen doorlopen om haar aan boord te hijsen. Veel onderzoeksresultaten had hij nog niet gezien. Na weken van ziektebriefjes is ze aan zijn bureau gaan zitten. Hij heeft de ontslagpapieren getekend. Alles afgehandeld. Klaar. Dacht hij. Was het dan nog niet genoeg? Wanneer houdt zoiets op? Ze dwingt hem nu om stappen te zetten, de mug die blijft zoemen. Terwijl hij degene is die afgewezen is, die in haar geïnvesteerd heeft en daar niets dan ellende voor heeft teruggekregen. Als de haag helemaal geschoren is en zijn vrouw is nog niet terug, dan is er iets niet pluis. Zijn vrouw heeft het er af en toe wel over, hij en de studentes. Hij ontkent in alle toonaarden. Het is ook allemaal zo lang geleden. En hij viel nu eenmaal in de smaak. Alsof zij de enige was. De prof heeft zich de afgelopen tijd al het hoofd gebroken over de vraag of er getuigen waren. Er was niemand in het kantoor, maar die andere assistent had de deur geopend en heeft misschien toch iets gemerkt. En zou ze met anderen gepraat hebben? Wie weet zal hij zijn vriend, de advocaat, nog moeten betalen. Cash geld afhalen, zodat zijn vrouw niets merkt. Allemaal voor iets waar hij niets aan gehad heeft. Een auto rijdt de oprit op. De motor gaat uit. Portieren openen en slaan dicht. Hij schrikt van het gejoel van zijn kinderen. Later op de avond laat zijn vriend hem weten dat de brief verstuurd is. Vanaf zijn eigen mailaccount als advocaat, en ook per aangetekende brief. Hij verzekert de professor dat ze hem niet meer lastig zal vallen. Ze zal zwijgen. In zijn nachtmerrie ziet de professor een leger van verongelijkte studentes oprukken. Ze denkt eerst dat het een vergissing is, die aangetekende brief van een advocaat. Is ze een verkeersboete vergeten te betalen? Is er een grote burenruzie aan de gang waar ze niets van weet? Krijgt ze een gigantische erfenis? In de brief staat dat ze moet ophouden. Ze moet ophouden met professor X lastig te vallen, ze moet ophouden met professor X te belasteren. Sowieso, leest ze, is ze een totaal ongeloofwaardig persoon (vanuit die logica zou het toch niet uitmaken wat ze uitkraamt?). Met andere woorden: ze moet zwijgen of er zullen strafrechtelijke stappen volgen, staat er. Ze schrikt zich rot. Dat haar korte mailtjes zulke heftige en agressieve reactie zouden opleveren, van twee samenspannende mannen? Zij, naïef wicht, had het oprecht niet verwacht. In het beste geval was er een antwoordmail van de professor gekomen, zodat er een bescheiden dialoog kon ontstaan. De professor was geen bullebak. Ze had misschien gehoopt op voortschrijdend inzicht van hemzelf na al die jaren, net zoals zij het voorval nu ook pas kon plaatsen in een groter geheel. Iedere vrouw heeft haar eigen geschiedenis eens herbekeken toen wereldwijd de #MeToo-bal aan het rollen ging. Van veel vriendinnen hoorde ze opeens dat ja, zij dus ook. Er werd begripvol geknikt boven koppen koffie, er kwamen harde verhalen naar boven bij bellen montepulciano, over twijfelachtige uitschuivers en onenightstands, over de rekbaarheid van wederzijdse instemming, er klonken vervloekingen van vieze venten. Iedere vrouw met een #MeToo-verhaal bracht het op haar manier naar buiten. Of hield het voor zich. Zelf merkte ze in haar binnenste een steeds sterker rommelende onrust. Ze wilde de professor een signaal geven om er een terug te krijgen. Ze hoopte dat ook hij nu ten volle besefte dat hij naadloos in het rijtje #MeToo-overtreders paste, mannen die hun Machtspositie Fout en Grensoverschrijdend inzetten op de Arbeidsvloer. Het kaderde zijn gedrag en hun verhaal - bah, ze wil geen gemeenschappelijk verhaal - in een grotere plot waar de personages en de motieven eeuwenlang behoorlijk vast hadden gelegen. Die plot wordt nu opnieuw gelezen en geherinterpreteerd. De professor zweeg. In plaats van zelf te antwoorden stuurt de schuldige, die zich in het nauw gedreven voelt, een dreigbrief via een advocaat, zonder ook maar de minste strafrechtelijke grond, weliswaar. Hoeveel duidelijker kon je in één klap schuld bekennen én je ook nog eens schuldig maken, aan typisch laf roofdiergedrag? Ze probeert even voor zichzelf te reconstrueren wat er zoveel jaren geleden precies is gebeurd. De professor en zij deelden een liefde, de liefde voor het werk van de schrijver. De intellectuele verleidingsdans was vermoedelijk ingezet toen ze met een enthousiaste en doordachte paper kwam over een novelle van de teruggetrokken auteur. Ze was er zelf tevreden over, en zag dat nog eens bevestigd toen ze de paper terugkreeg met het maximum van de punten. Het verbaasde haar niet, al mag je dat als vrouw niet te luid zeggen. Enfin, haar intellectuele arbeid werd naar waarde geschat. Al van bij het eerste contact genoot de professor er zichtbaar van om anekdotes over de grote schrijver op te diepen. Dichter bij de schrijver was zij nooit geweest. Of toch, één keertje toen ze als dwaze puber die cool wilde overkomen een pakje sigaretten liet signeren door haar grote, Camel rokende idool. Tijdens hun kennismakingslunch ratelde de professor over hun gemeenschappelijke liefde. Het viel wel op dat hij nogal gefocust was op de amoureuze veroveringen van de mysterieuze, spaarzaam publicerende schrijver. Hij vertelde erover alsof het zijn eigen escapades waren, alsof hij zelf de bloedmooie diplomate op een schip versierd had, zelf mee aan tafel had gezeten met Che Guevara en een muze. Hij vertelde met een mimetische begeerte, in zijn gedroomde grote en meeslepende leven. Voor haar was de schrijver altijd een groot literair voorbeeld geweest, een elegante, geheimzinnige man die met slechts twee fabelachtige romans en één novelle internationale erkenning genoot. Gratis kreeg ze er nu een stroom verhaaltjes bij, uit de zoveelste hand. De verhalen werden al snel aangevuld met charmant geflirt, dat haar ongemakkelijk in haar schulp deed kruipen. Op een avond stelde de professor voor om in zijn appartement nog iets te bespreken. Ze begreep niet goed waarom ze niet konden vergaderen in een van de vele leslokalen en wimpelde het af, met als excuus de treinuren. Sorry. Uiteindelijk kwam er een echte poging. Ze deelde één kantoorruimte met nog drie professoren, drie andere assistenten, iemand die data invoerde, en professor X. Die middag lunchte ze met professor X in een van de brasserieën naast de universiteitscampus, een simpele zaak die je waar voor je geld gaf. De professor vertelde en vertelde, prikkend in de smeuïge geitenkaas op zijn bord, diepte anekdotes op over de schrijver. Na de lunch wandelden ze terug, door de donkere gang met vuil, grijsgroen tapijt naar het kantoor. Als bij toeval was daar niemand. Dat verbaasde haar, want de jongen van de databank lunchte meestal achter zijn computerscherm, een logge, vergeelde desktop. De professor sloot de deur. In haar herinnering draaide hij die deur op slot en verstijfde ze. En toen die droge lippen, dat uitgedroogde, schurende gezicht. Het uitkleden en betasten. Dat schurende lijf. De appel op het bureau van de jongen die de databank bijhield. Bevrijdend gerammel aan de deurklink. Het bevrijdende moment voor haar, al had het eerder gemogen, was het verkeerde moment voor de professor. De deur ging open en ze was verbaasd dat achter die deur alles gewoon verder ging, dat de kopieermachine ratelde, hoestte en zoals altijd meteen weer blokkeerde, dat de mannelijke assistent van de professor binnenkwam en een vraag stelde over het college van die middag, dat de professor de draad weer oppikte en antwoord gaf. Alsof er een scène uit een film was geknipt en zij was de enige die het opmerkte. Er was dus niets gebeurd. Een freeze. Ze had hem niet eens weggeduwd. Aan de universiteiten - net zoals in filmstudio's, sportscholen of zoveel andere plekken - is de techniek van de ruilhandel vaak gebruikt. Ze dacht eerst dat ze een baan kreeg op basis van een intellectuele prestatie. Inhoudelijk viel het werk haar vrij snel tegen. Maar de grootste deuk in haar zelfvertrouwen was dat ze werd teruggefloten. Officieel was ze doctoraatsstudente van de professor maar blijkbaar wilde meneer de professor een traditionele sidekick aan zijn zijde, een assistente with benefits. Had de professor haar stomweg binnengehaald met die verborgen agenda? Het was vernederend om als vrouw met een intellect toch weer gereduceerd te worden tot een lichaam. Ze weigerde de rol van assistente with benefits, maar niet zonder angst en niet zonder eerst de schuld van de professor weg te halen en bij zichzelf te leggen. Was ze dan zelf zo onkreukbaar? En ze was toch meegegaan in het hele verhaal? Ze had toch veel eerder kunnen aangeven dat ze niets van zijn avances wilde weten? Daar lag haar fout. Hij had al een heel scenario opgebouwd, zij had haar rol geacteerd en haakte dan opeens af. Pech voor hem. Toch niet zo erg voor haar. Passons. Na een lange afwezigheid, met ziektebriefjes, ging ze op een ochtend terug naar de universiteit. Er werden papieren ondertekend, ze kon gaan. Die glorieuze fietsrit lang, wegwaaiend van die universiteit, voelde ze de vrijheid door haar hele lijf stromen. Omdat de professor haar bevrijd had uit de gevangenis die hij eerst zelf voor haar gemaakt had, alles welbeschouwd. Later heeft ze eens publiekelijk zijn academische competentie in twijfel getrokken. Over de rest repte ze met geen woord. Ze legde zichzelf die stilte op om haar verhaal niet weer te reduceren tot een verhaal over een lichaam. *** 'Eeuwenlang hebben vrouwen gediend als een vergrootglas dat de kracht had om mannen twee keer groter te laten lijken dan ze waren', schreef de scherpzinnige Virginia Woolf in 1929, bijna een eeuw geleden. Ze krijgt vandaag nog veel te vaak gelijk. De #MeToo-dominosteentjes blijven vallen. Er zijn zoveel domeinen van het maatschappelijk leven waar mannen hun machtspositie gebruikt hebben om grenzen te overschrijden. Als er één domein is waar macht en status een grote rol spelen, is het wel de academische wereld. Aanvankelijk was de universiteit, de schoot van alle kennis, verboden terrein voor vrouwen. In 1880 ging de eerste vrouw aan de Vrije Universiteit Brussel studeren. Vrouwen bleven heel lang rariteiten, als student en zeker als assistent. Ofwel waren ze onomstotelijk genieën, zoals Marie Curie, ofwel intelligente handpoppen, verstandige en toch vooral gedweeë en het liefst mooie meisjes, om de heren academici bij te staan en op de meest uiteenlopende manieren te ondersteunen. Op hun beurt konden de vrouwen het privilege genieten om kennis uit mannenmonden te aanhoren. Goeie deal, voor wat hoort wat. Kennis in ruil voor schoonheid en erotiek. *** De Vlaamse academische wereld kent traditiegetrouw een vrij hiërarchische opbouw. Toen ik ging studeren, hadden studenten ontzag voor de 'heren professoren' en, in de softe letteren, ook voor die paar vrouwelijke professoren (twee). Onder de studentes in mijn jaar deden verhalen de ronde over het gedrag van sommige proffen, over onschuldige knipogen, voorkeuren voor blondines en onderbroeken in een bureaulade. Een vriendin die haar thesis bij professor A schreef, kreeg bij iedere bespreking van een hoofdstuk een pseudoliterair compliment van haar promotor. Hilarisch vonden we frases als: 'Jij wandelt niet, jij schrijdt' of 'Jij bent een lentewind'. Of hij sloot de zonneblinden suggestief, schoof wat dichterbij en zei met een knipoog: 'Zo hebben we meer privacy.' Na iedere afspraak kon de studente een nieuwe anekdote in de groep gooien. Professor A speelde zijn rol van viespeuk overtuigend en werd door de studentes ook zo bekeken. We vonden hem even weerzinwekkend als grappig. Gek genoeg stelden we het gedrag niet ter discussie. Zo ging dat nu eenmaal. Onze vrouwelijke solidariteit ging niet verder dan samen schamper lachen. Achteraf gezien toch verbazingwekkend hoe wij dat aanvaardden, ook al walgden we ervan. Omdat ook wij het script volgden en dachten dat het deel uitmaakte van het academische wereldje waar we nu even van proefden? Jaren later is professor A eerst gedegradeerd, dan veroordeeld voor verkrachting. *** 'Ik wilde hem niet kwaad maken.' Het is een zinnetje dat steeds terugkeert in de #MeToo-verhalen, of het nu gaat om een mannenhand die ongewenst op een vrouwenheup is beland of om een verkrachting. De angst voor de woede van een man in een machtspositie, de angst om hem af te wijzen, nee te zeggen, hem te frustreren, teleur te stellen, te krenken, fysiek uit te dagen, te kwetsen, iets te ontzeggen. De angst om hem nadien het leven moeilijk te maken, te hinderen, te belasteren, te beschuldigen, overstuur te maken. De angst voor repercussies. Die angst is geen persoonlijk gevoel maar een geïnstitutionaliseerd aanvoelen van dreiging. Volgzaamheid is voor een meisje eeuwenlang een must geweest, een positieve eigenschap, iets wat je liet toetreden tot de cirkel van de vrouwen die meespeelden omdat ze hun plaats kenden in de maatschappij. Het is de angst voor de overmacht en de eigen onmacht. Al die vrouwelijke kafka's die gedoemd waren verloren te lopen in het systeem met al zijn ondoorgrondelijke strafregels als ze niet blindelings gehoorzaamden. En zelfs als ze in de pas liepen, kon het nog op ieder moment fout lopen. 'We hebben allemaal en levenslang het fijnstof ingeademd van de sociale discriminatie die ons omringt, en waar we blijkbaar deel van uitmaken', schrijft socioloog Abraham de Swaan, door Marja Pruis geciteerd in haar sterke essay over vrouwenhaat in De Groene Amsterdammer. Het mannelijke eergevoel heeft zich zo goed kunnen ontwikkelen ten koste van vrouwen. Ik krijg een aangetekende brief onder ogen. Ik ken de irrationele angst waar zo'n dreigbrief op inspeelt: dat je ergens schuldig bent en dat alles tegen jou kan en zal gebruikt worden. In je hok, terug naar af, passeer langs de start zonder je mond open te doen en dan komt alles goed. Je bent ongeloofwaardig. Je moet zwijgen. Je bent een vrouwenlichaam. *** In mijn tekst vermijd ik namen en herkenbare details, om privacyredenen én uit angst voor repercussies. *** Een kleine rondvraag bij een paar academicae anno 2019 levert verrassend genoeg niet veel nieuws op. De vrouwen, wier namen ik niet vermeld, komen meteen met voorbeelden van banaal seksisme. Een intelligente vrouw in de academische wereld is nog te vaak eerst een lichaam en dan pas een intellect. Vooral in situaties waarin mannen hun positie bedreigd zien. Gek hoe de natuur vrouwen met opvallend veel eigenschappen heeft toebedeeld die allemaal in het voordeel van de man spelen. Vrouwen zouden minder leiderscapaciteiten hebben. Dat komt door 'een gebrek aan gravitas'. 'Gravitas' is een rijkelijk vage term die misschien wil uitdrukken dat je als vrouw je plaats moet kennen, wat misschien betekent dat je als vrouw niet in een traditie van grote, leidinggevende academici staat en je dus vooral niet moet denken dat je zomaar in hun voetsporen kunt treden. Vrouwen zijn van nature oppervlakkig. En oppervlakkigheid rijmt niet op leiderschap. Bij een sollicitatie zegt een mannelijke professor met kinderen dat een academische carrière voor een vrouw met kind eigenlijk niet te doen is. Vrouwen zijn van nature zorgende wezens. Nog vaak is de aanname dat de vrouwelijke assistent de koffie haalt en de fotokopieën maakt. Vrouwen zijn van nature koffiemachines en kopieermachines. *** Ik zou mezelf echt geen mannenexpert durven te noemen. Toch kunnen vrouwen, ook ik, zich doorgaans maar al te goed een beeld vormen van de tere plekjes en gekwetste gevoelens van een man. Alsof vrouwen, weer van nature, een aangeboren talent voor empathie zouden hebben. Bij mannen lijkt dat veel minder het geval. Een deel van het hele probleem dat de #MeToo-beweging naar voren schoof, is net dat mannen geen vragen hebben gehad bij veel van hun grensoverschrijdend gedrag omdat ze niet stilstaan bij de vrouwelijke ervaring. Wat vrouwen voelen, is hun grote blinde vlek. Dat heeft veel voordelen. Zolang alles vertrekt vanuit de mannelijke subjectiviteit, is er geen enkel probleem, behalve wanneer het mannelijke ego gekrenkt wordt of tekort gedaan. De trots van een man parasiteerde eeuwenlang op vrouwenhaat. *** Ga je in de letteren op zoek naar de mannelijke auteurs die zich ingeleefd hebben in de rol van de vrouw die betast wordt, dan gaat het licht uit. Jawel, er zullen wel voorbeelden te vinden zijn. Lichtpuntjes. Net zoals er voorbeelden te vinden zijn van mannen die seksueel lastiggevallen zijn door vrouwen op het werk of van honingbijen die allergisch aan honing zijn. Maar ik heb het over het numerieke overwicht, over structuren en rollen. Over het dominante verhaal. Fictie bestaat bij de gratie van herkenbaarheid. In de literaire canon is de meerderheid van de verhalen vanuit een mannelijk standpunt geschreven, door mannen. Literatuur treft geen schuld, wat mij betreft. De letters van het alfabet zijn onschuldig, de zinnen die aaneengeregen worden ook. Maker en kunstwerk moet je los van elkaar beschouwen. Regisseur Roman Polanski, beschuldigd van verkrachting, maakte met Rosemary's Baby net een aangrijpende film over de zwijgcultuur rond verkrachting, en omgekeerd heeft de schrijver van het pedofiele meesterwerk Lolita, Vladimir Nabokov, zelf nooit veel te minderjarige meisjes in zijn bed gelokt. *** Het is moeilijk te bepalen waar persoonlijke schuld begint als je opgroeit en gedijt in een context die het je toestaat om te flirten met de grenzen. Tenzij je een oppermachtig en gewetenloos weinsteinmonster bent dat boven alles staat. De meeste overtreders bewijzen wel dat ze geen autonoom denkende wezens zijn maar dat ze het nodig hebben om zich te identificeren met een voorgeschreven rol. Het is een teken van zwakte dat je je legitimatie zoekt in wat je voorafging en je omringt. Vele mannen die niet boven aan de machtsladder staan, hebben zich gespiegeld aan een bepaald imago en konden hun rol spelen omdat hun omgeving hen de hand boven het hoofd hield. Essayiste Rebecca Solnit schrijft naar aanleiding van het geval Jeffrey Epstein over de bescherming die de samenleving b-figuren geeft: 'Het zijn de secundaire types die er het meest toe lijken te doen... Hun straffeloosheid is niet inherent. Ze is iets wat de samenleving hun geeft - en hun kan afnemen.' *** Schrijver Lionel Shriver, niet vies van wat controverse en dwarsigheid, liet zich in de Britse krant The Independent kritisch uit over de hele #MeToo-beweging. Ze vond dat ze te ver aan het doorslaan was, dat het tijd was om verder te gaan in plaats van te verdrinken in die vloedgolf aan getuigenissen. Volgens mij is het net belangrijk om zo veel mogelijk vrouwen een stem te geven, met allemaal een ander verhaal, maar met steeds terugkerende elementen die net aantonen hoe diepgeworteld, wereldwijd en structureel het probleem van het grensoverschrijdende gedrag van mannen is. Toch kan ik Lionel Shriver volgen als ze zegt: 'Ik wil niet dat jonge vrouwen hun gevoel voor macht in hun zwakte, in hun kwetsbaarheid zoeken.' Vrouwen hebben het helemaal niet nodig om te blijven hangen in een verhaal dat hun zwakte en slachtofferschap beklemtoont. Maar ze moeten wel eerst gehoord worden. Vrouwen kunnen uit de fantasie van mannen wegstappen en hun eigen verbeelding daartegenover stellen, zodat ze zich niet langer laten reduceren tot lichamen, of alleen als ze dat zelf willen. Ik schreef vanuit het perspectief van de agressor. Ik deed dat omdat ik een schrijver ben en je je als schrijver net in andere standpunten moet kunnen inleven. Maar ik deed het ook om een grens over te gaan, de controle te nemen en me de stem van professor X toe te eigenen. Te fictionaliseren. Zo helpt literatuur. Als poging om iets te begrijpen, je iets toe te eigenen én grenzen te overschrijden. Daar wel.