Op 4 april 2019 verontschuldigde toenmalig premier Charles Michel (MR) zich in het parlement 'tegenover de metissen van Belgische koloniale origine en hun families' en erkende 'de gerichte segregatie waarvan [zij] het slachtoffer waren onder het koloniale bestuur van Belgisch Congo en Ruanda-Urundi tot 1962 en na de dekolonisatie, evenals het daarmee samenhangende beleid van gedwongen ontvoeringen'. De toenmalige premier zei dat hij hoopte dat 'dit plechtige moment een verdere stap zou zijn om dit deel van onze nationale geschiedenis onder de aandacht te brengen'.
...

Op 4 april 2019 verontschuldigde toenmalig premier Charles Michel (MR) zich in het parlement 'tegenover de metissen van Belgische koloniale origine en hun families' en erkende 'de gerichte segregatie waarvan [zij] het slachtoffer waren onder het koloniale bestuur van Belgisch Congo en Ruanda-Urundi tot 1962 en na de dekolonisatie, evenals het daarmee samenhangende beleid van gedwongen ontvoeringen'. De toenmalige premier zei dat hij hoopte dat 'dit plechtige moment een verdere stap zou zijn om dit deel van onze nationale geschiedenis onder de aandacht te brengen'. Vijf vrouwen, die vandaag zeventigers zijn, geboren in gekoloniseerd Congo, uit blanke vaders en zwarte moeders, besloten het proces te versnellen: ze klagen de Belgische staat aan voor misdaden tegen de menselijkheid (die sinds 1968 onverjaarbaar zijn), zo ontdekten Le Vif/L'Express, Le Soir en RTBF.Léa Tavares Mujinga, Monique Bitu Bingi, Noëlle Verbeeken, Simone Ngalula en Marie-José Loshi, die nu in België of in Frankrijk wonen, verwijten België onder meer de systematische ontvoering van metis-kinderen van 1911 tot 1960 en de gevolgen van het achterlaten van een aantal van deze kinderen, waaronder seksueel misbruik en verkrachting.In de dagvaarding, die op 24 juni voor het Gerecht van eerste aanleg in Brussel werd ingediend, staat dat de aanvoerende partijen 'in één nacht verstoken waren van hun moeder, hun familieleden, hun familie; van behoorlijk voedsel en de meest elementaire zorg; ontworteld van hun eigen cultuur, hun afkomst; verstoken van identiteit; soms slachtoffers van mishandeling, geweld, seksueel misbruik en verkrachting'. De Belgische staat heeft hen de facto elke mogelijkheid ontnomen om een juridische band met hun familie te claimen. Beroofd van hun levens, enkel en alleen omdat ze als metis geboren zijn. Het resultaat van het wijdverspreide en systematische beleid van gedwongen ontvoeringen dat door de Belgische staat met de hulp van de Kerk werd beslist en uitgevoerd.'De advocaten van de metis-kinderen beroepen zich op artikel 136ter van het Strafwetboek: 'In overeenstemming met het Statuut van het Internationaal Strafhof wordt onder misdaad tegen de mensheid verstaan een van de volgende handelingen gepleegd in het kader van een veralgemeende of stelselmatige aanval op burgerbevolking en met kennis van bedoelde aanval: verlaging tot slavernij; gedwongen deportatie of overbrenging van bevolking; gevangenneming of elke andere vorm van ernstige beroving van de lichamelijke vrijheid, martelen, verkrachting, seksuele slavernij, vervolging van enige groep of van enige identificeerbare collectiviteit wegens politieke, raciale, nationale, etnische, culturele, godsdienstige of seksistische redenen...'De daden waarvan België wordt beschuldigd zijn 'extreem gewelddadig, op basis van de rassenwetten', aldus advocate Michèle Hirsch. 'De Belgische staat heeft geweigerd de metissen toegang te geven tot hun identiteit. Men weigerde hun bestaan te erkennen. Een wet van herstel en compensatie is nodig. Men moet de dingen erkennen en benoemen zoals ze zijn: misdrijven van ontkenning, rassenmisdrijven, misdrijven tegen de menselijkheid'. Léa Tavares Mujinga, Monique Bitu Bingi, Noëlle Verbeeken, Simone Ngalula en Marie-José Loshi eisen elk 50.000 euro en de aanstelling van een deskundige om de morele schade op te meten, 'en het bedrag van dit nadeel te verhogen met de wettelijke rente sinds de dag van hun respectieve ontvoering'.De beslissing van de rechtbank wordt pas over twee jaar verwacht.Door Thierry Fiorilli en Hadja LahbibNaar het Nederlands vertaald door Céline Bouckaert