Een huishouden gaf in 2020 gemiddeld 35.209 euro uit, ruim 500 euro minder dan twee jaar eerder. Dat blijkt uit cijfers van het Belgische statistiekbureau Statbel die Knack-journalist Ewald Pironet en VRT-journalist Michaël Van Droogenbroek vandaag vrijgeven in hun nieuwe boek Investeren in de eerste helft van je leven. Om de twee jaar levert Statbel cijfers over wat wij doen met ons geld. Daaruit blijkt dat een gezin gewoonlijk gemiddeld net geen 200 euro betaalt voor leidingwater, 730 euro voor gas en iets meer dan 800 euro voor elektriciteit. Maar ook gemiddeld bijna 40 euro per jaar neertelt voor chips, pakweg 175 euro voor chocolade, een dikke 200 euro voor frisdranken zoals cola, limonade en tonic, 150 euro voor bier en bijna 350 euro voor wijn.
...

Een huishouden gaf in 2020 gemiddeld 35.209 euro uit, ruim 500 euro minder dan twee jaar eerder. Dat blijkt uit cijfers van het Belgische statistiekbureau Statbel die Knack-journalist Ewald Pironet en VRT-journalist Michaël Van Droogenbroek vandaag vrijgeven in hun nieuwe boek Investeren in de eerste helft van je leven. Om de twee jaar levert Statbel cijfers over wat wij doen met ons geld. Daaruit blijkt dat een gezin gewoonlijk gemiddeld net geen 200 euro betaalt voor leidingwater, 730 euro voor gas en iets meer dan 800 euro voor elektriciteit. Maar ook gemiddeld bijna 40 euro per jaar neertelt voor chips, pakweg 175 euro voor chocolade, een dikke 200 euro voor frisdranken zoals cola, limonade en tonic, 150 euro voor bier en bijna 350 euro voor wijn. Uit de cijfers voor het coronajaar 2020 die nu beschikbaar zijn, blijkt dat ons uitgavenpatroon ingrijpend is veranderd in vergelijking met het 'gewone' jaar 2018 en de jaren daarvoor. Laten we beginnen met de grootste uitgaven: de kosten die met wonen te maken hebben en pakweg 30 procent uit ons budget slaan. Die stegen van gemiddeld 10.837 euro in 2018 naar 11.347 euro in 2020, een klim van 4,7 procent over twee jaar. Dat is iets meer dan de stijging van 4,2 procent die tussen 2016 en 2018 werd genoteerd. En nog belangrijker, het cijfer ligt drie keer zo hoog als de inflatie, de algemene prijsstijging, die over 2019 en 2020 1,6 procent bedroeg. Met andere woorden: onze woonkosten stegen veel meer dan de rest. En ook veel meer dan de lonen via de koppeling aan de index. Bij die cijfers horen twee bedenkingen. Eén: de stijging van de woonkosten in 2020 is bijna helemaal te wijten aan de stijging van de (fictieve) huurprijs. We zien hier dus vooral de aanhoudende klim van de prijzen op de vastgoedmarkt. Twee: de afrekeningen van de water- en energiefacturen voor het coronajaar 2020 volgen pas dit jaar. Het waarschijnlijke meerverbruik zit dus nog niet in deze Statbel-cijfers. De consumentenorganisatie Test-Aankoop schat dat we vorig jaar 240 à 360 euro méér uitgaven aan water voor het koffiezetapparaat, de vaat, het waterverbruik van de toiletten en voor de elektriciteit van pc, computerscherm, printer en bureauverlichting enzovoort, omdat we nu eenmaal meer thuis waren. Op basis van die voorzichtige schattingen gaven de huishoudens in 2020 dus gemiddeld 11.650 euro uit aan woonkosten, pakweg 7,5 procent meer dan in 2018. Dat is al bijna vijf keer meer dan de inflatie in die periode. Ook op andere vlakken zijn er grote verschuivingen in het bestedingspatroon tijdens het coronajaar 2020. Soms werd veel meer uitgegeven, soms veel minder. Neem nu onze tweede belangrijkste brok uitgaven: die voor voeding en niet-alcoholische dranken, goed voor 14 procent van onze bestedingen. We gaven in 2020 gemiddeld per huishouden zo'n 5600 euro uit voor de aankoop van voedingsproducten en niet-alcoholische dranken, een stijging met liefst 12 procent tegenover 2018. Zo gaven we 6 procent meer uit voor brood en graanproducten, 10 procent meer voor fruit, 10 procent meer voor melk, 12 procent meer voor vlees, 15 procent meer voor vis en schaaldieren, 23 procent meer voor koffie, 26 procent meer voor groenten. Kortom, voeding en dranken namen in 2020 een flink grotere hap uit ons budget. Tegelijk konden we natuurlijk minder naar restaurants en cafés, die lange periodes gesloten waren of aan strenge coronavoorwaarden moesten voldoen. Terwijl een huishouden in 2018 nog gemiddeld 2350 euro achterliet in restaurants en andere horecazaken, was dat in 2020 nog maar 1550 euro, een daling met een derde. We spendeerden veel meer in afhaalrestaurants of aan maaltijden die thuis werden geleverd: een huishouden gaf er in 2020 gemiddeld iets meer dan 200 euro aan uit. Dat is meer dan een verdrievoudiging in vergelijking met twee jaar eerder. Terwijl we minder op café konden en gingen, stegen onze aankopen van alcoholische dranken gemiddeld met 10 procent, richting 600 euro per huishouden. We gaven vorig jaar 7 procent meer uit aan wijn, 13 procent meer aan bier, 18 procent meer aan likeur en sterke drank en zelfs drie keer zoveel als in 2018 aan softdrinks met alcohol. Heel opvallend is dat we veel minder geld uitgaven aan kleding: slechts 900 euro per huishouden, een daling met bijna 30 procent. Aan mannenkleding werd pakweg 230 euro besteed, zowat 30 procent minder dan twee jaar eerder. Aan vrouwenkleding werd bijna dubbel zoveel uitgegeven als aan mannenkleding, iets meer dan 450 euro. Maar ook dat is een daling in vergelijking met 2018, zelfs met bijna 35 procent. Mannen gaven bijvoorbeeld 38 procent minder uit aan (jeans)broeken, de helft minder aan hemden en zelfs 71 procent minder aan kostuums. Vrouwen besteedden 27 procent minder aan (jeans)broeken, ook 27 procent minder aan jurken, 39 procent minder aan bloezen en 22 procent minder aan beha's. Aan mannenschoenen werd gemiddeld per huishouden net geen 100 euro uitgegeven (min 8 procent) en aan vrouwenschoenen 130 euro (min 15 procent). Dat de ontspannings- en cultuursector zwaar te lijden had in het coronajaar 2020 is geen geheim. Het blijkt nu ook zwart op wit uit de cijfers van Statbel. Zo werd er veel minder geld uitgegeven aan recreatieve uitgaven: slechts gemiddeld 220 euro per huishouden of min 24 procent. Aan sport en recreatie spendeerde een gemiddeld gezin geen 200 euro, een daling met 36 procent. Aan de bioscoop, het theater en aan concerten werd gemiddeld minder dan 40 euro besteed, een duik met liefst 70 procent in vergelijking met 2018. Maar voor de abonnementen voor betaal-tv, voor extra zenders en bijvoorbeeld Netflix, werd 35 procent meer geld uitgegeven. We bleven in 2020 massaal thuis, en dus namen ook de reiskosten een duik. De uitgaven voor vliegtuigreizen kregen een knip van 60 procent, de uitgaven voor all-invakanties namen met meer dan de helft af, net als die voor hotels. Ook de uitgaven in campings en vakantieparken daalden met bijna een kwart. Voor de aankoop van auto's werd in 2020 8 procent minder uitgetrokken dan twee jaar eerder, voor de brandstof (diesel, benzine, autogas...) en smeermiddelen 30 procent minder - ongetwijfeld eengevolg vanhet verplichte thuiswerk en de lockdowns. Voor alles wat met fietsen te maken heeft, gingen de uitgaven van de huishoudens dan weer met 63 procent omhoog. En omdat we meer thuisbleven, gaven we meer geld uit aan bijvoorbeeld nieuwe meubelen (plus bijna 30 procent), aan huishoudtextiel zoals gordijnen en bedlinnen (plus 20 procent) en aan tuinartikelen, bloemen en planten (plus 16 procent). Er werd ook opvallend meer geld besteed aan bijvoorbeeld stofzuigers (een verdrievoudiging), radiatoren en airco's (meer dan een verdubbeling), wat zeker verband houdt met meer thuis zijn en telewerk. Het mag duidelijk zijn dat corona ons uitgavenpatroon grondig door elkaar heeft geschud. De vraag is dan wat er de volgende jaren zal gebeuren, als de pandemie achter de rug is. Er zal zeker weer meer worden uitgegeven in restaurants en cafés. Maar zullen we minder geld besteden aan alcoholische dranken, of zal dat blijven toenemen? Zijn de afhaalgerechten nog weg te denken uit ons leven? Zullen we opnieuw meer geld spenderen aan kleding en schoenen? In 2023, wanneer Statbel de cijfers van 2022 heeft verwerkt, kennen we het antwoord.