De NMBS heeft zo'n 550 stopplaatsen, van grote stations zoals Brussel-Noord tot piepkleine zoals Buda tussen Vilvoorde en Brussel, waar elke dag slechts een vijftigtal reizigers opstappen. Tot 2020 mogen er geen stations of stopplaatsen worden gesloten, beloofde minister van Mobiliteit François Bellot (MR) twee jaar geleden toen hij zijn voorgangster Jacqueline Galant (MR) opvolgde.

Uit de voorlopige versie van de nieuwe beheersovereenkomst blijkt de sluiting geen taboe meer. De NMBS zou sommige lijnen mogen 'verbussen'. Over welke stopplaatsen zou het dan kunnen gaan? Dat is een zéér gevoelige vraag, zowel in de politieke wereld als bij de klanten.

Het meest objectieve criterium is het aantal reizigers dat dagelijks bij een stopplaats passeert. De NMBS weet dat perfect want het telt elk jaar in oktober gedurende een week alle reizigers met de hand. Uit de telling van oktober 2017 blijkt dat ons land 202 haltes heeft met minder dan 200 instappende reizigers op een weekdag. Dat aantal werd in de jaren tachtig voor het spraakmakende IC-IR-plan gebruikt om enkele honderden stations te sluiten.

Er zijn ook 95 haltes met minder dan honderd opstappende klanten per dag (zie kaart). Uit de telling van september blijkt dat het in Vlaanderen om 13 haltes gaat in Brussel om 5 en Wallonië heeft er niet minder dan 75. Uitschieter is het Henegouwse Hourpes met vier trouwe klanten per dag.

Knack
© Knack

Stefan Stynen, voorzitter van de vereniging van trein-, tram- en busgebruikers (TTB) is niet principieel tegen het sluiten van kleine stopplaatsen, maar hij vindt dat elk geval apart en in zijn context moet worden bekeken. 'Als je elke stopplaats met 50 reizigers per dag sluit of verbust dan zijn er over een jaar nog twintig over. Die leegloop gebeurde ook in de jaren tachtig.'

Federaal parlementslid Inez De Coninck (N-VA) beseft dat deze tellingen een communautair bommetje zijn: 'Door de jarenlange wafelijzerpolitiek liggen in Wallonië veel sporen en zijn er veel haltes die weinig gebruikt worden. Waarom deze haltes niet schrappen en anderen beter uitbouwen (bus, parking, fiets,...)? Zo verhoog je ook de reistijd op bepaalde trajecten wat ook weer ten goede komt aan aantrekkelijk maken van spoor in vergelijking met de auto. Voor de N-VA moet het aantal stopplaatsen objectief bekeken worden aan de hand van duidelijke parameters en zijn er dus geen taboes. De belastingbetaler is niet gediend met het in stand houden van quasi ongebruikte stopplaatsen. Dat past ook niet in een visie van duurzame mobiliteit.'

De NMBS heeft zo'n 550 stopplaatsen, van grote stations zoals Brussel-Noord tot piepkleine zoals Buda tussen Vilvoorde en Brussel, waar elke dag slechts een vijftigtal reizigers opstappen. Tot 2020 mogen er geen stations of stopplaatsen worden gesloten, beloofde minister van Mobiliteit François Bellot (MR) twee jaar geleden toen hij zijn voorgangster Jacqueline Galant (MR) opvolgde.Uit de voorlopige versie van de nieuwe beheersovereenkomst blijkt de sluiting geen taboe meer. De NMBS zou sommige lijnen mogen 'verbussen'. Over welke stopplaatsen zou het dan kunnen gaan? Dat is een zéér gevoelige vraag, zowel in de politieke wereld als bij de klanten. Het meest objectieve criterium is het aantal reizigers dat dagelijks bij een stopplaats passeert. De NMBS weet dat perfect want het telt elk jaar in oktober gedurende een week alle reizigers met de hand. Uit de telling van oktober 2017 blijkt dat ons land 202 haltes heeft met minder dan 200 instappende reizigers op een weekdag. Dat aantal werd in de jaren tachtig voor het spraakmakende IC-IR-plan gebruikt om enkele honderden stations te sluiten.Er zijn ook 95 haltes met minder dan honderd opstappende klanten per dag (zie kaart). Uit de telling van september blijkt dat het in Vlaanderen om 13 haltes gaat in Brussel om 5 en Wallonië heeft er niet minder dan 75. Uitschieter is het Henegouwse Hourpes met vier trouwe klanten per dag.Stefan Stynen, voorzitter van de vereniging van trein-, tram- en busgebruikers (TTB) is niet principieel tegen het sluiten van kleine stopplaatsen, maar hij vindt dat elk geval apart en in zijn context moet worden bekeken. 'Als je elke stopplaats met 50 reizigers per dag sluit of verbust dan zijn er over een jaar nog twintig over. Die leegloop gebeurde ook in de jaren tachtig.'Federaal parlementslid Inez De Coninck (N-VA) beseft dat deze tellingen een communautair bommetje zijn: 'Door de jarenlange wafelijzerpolitiek liggen in Wallonië veel sporen en zijn er veel haltes die weinig gebruikt worden. Waarom deze haltes niet schrappen en anderen beter uitbouwen (bus, parking, fiets,...)? Zo verhoog je ook de reistijd op bepaalde trajecten wat ook weer ten goede komt aan aantrekkelijk maken van spoor in vergelijking met de auto. Voor de N-VA moet het aantal stopplaatsen objectief bekeken worden aan de hand van duidelijke parameters en zijn er dus geen taboes. De belastingbetaler is niet gediend met het in stand houden van quasi ongebruikte stopplaatsen. Dat past ook niet in een visie van duurzame mobiliteit.'