De afgelopen weken was er felle kritiek op de besparingen die de regering-Jambon doorvoert, onder andere op de cultuursector. Minister Matthias Diependaele (N-VA) verdedigt het beleid. 'Wat ik mis in het debat, is de stem van de winnaars. Het onderwijs krijgt volgend jaar 362 miljoen extra. (feller) Dat is waarom we besparen. Om te kunnen investeren.'

De cultuurbesparingen zijn volgens Diependaele geen vorm van revanchisme - een vaak gehoorde kritiek. 'Ik zie in die kritiek veeleer een politieke agenda. ... Ik hoor mensen beweren dat cultuur zestig procent moet besparen. Dat is larie en apekool. Cultuur moet minder dan dan twee procent besparen. Het is wel zo dat op één van het budget zestig procent bespaard wordt (de projectsubsidies, nvdr.).' Gevraagd naar de kritiek dat een rijke kunsthandelaar als Fernand Huts in aanmerking komt voor extra geld, zegt Diependaele: 'Als hij subsidies krijgt, dan is dat voor het tentoonstellen van zijn kunstcollectie aan het brede publiek. De geldt ook voor de private kunstcollectie van Belfius. Ik vind dat maar normaal.'

De regering-Jambon mikt op een begrotingsevenwicht in 2021, zeker niet op een overschot, verzekert Diependaele. 'Ik zie ook dat andere regeringen in onze richting kijken. Maar ik uitdrukkelijk neen. Vlaanderen is de enige overheid die al jaren zijn begroting op orde heeft. Wij gaan geen overschotten maken omdat de anderen hun verantwoordelijkheid niet nemen.'

Lees het volledige interview met Matthias Diependaele in De Zondag.