Ik zat toevallig naast haar tijdens een voorstelling, een paar weken geleden. Achteraf raakten we aan de praat. 'Ik ben Mary Boduin', zei ze. Ze zag er die decemberavond uit als een bohemienne, een meisje van 76. Dat ze heel wat Vlaams erfgoed geschreven had, wist ik niet: Gelukkig zijn van Ann Christy, Dag Vreemde Man ook, en nog een paar krakers met eeuwigheidswaarde.
...

Ik zat toevallig naast haar tijdens een voorstelling, een paar weken geleden. Achteraf raakten we aan de praat. 'Ik ben Mary Boduin', zei ze. Ze zag er die decemberavond uit als een bohemienne, een meisje van 76. Dat ze heel wat Vlaams erfgoed geschreven had, wist ik niet: Gelukkig zijn van Ann Christy, Dag Vreemde Man ook, en nog een paar krakers met eeuwigheidswaarde. In maart krijgt ze daarvoor een plaats in de Eregalerij van Radio 2. En ze speelt ook mee in een voorstelling over haar dagen met Ann Christy. 'Mary is een beetje onze Lennaert Nijgh', vertelde haar producer Alain Mazijn me. 'Ik was vroeger dol op de teksten van Boudewijn de Groot. Tot ik besefte dat ze bijna allemaal geschreven zijn door het genie Nijgh. Mary kan ons ook zo goed verwoorden. Haar levensverhaal is een song op zich. Zoals Michel Fugain ooit zong: C'est un beau roman, c'est une belle histoire.'Een paar weken later, in de Bourla. Mary bestelt een steak tartaar à la flamande met een Hollands accent . Ze woont al vijftig jaar in België. 'Maar je oude tongval verleer je nooit', grijnst ze. Haar levenslied begint in de Vlaggemanstraat in Rotterdam, tijdens de oorlog. 'Ik heb er de hongerwinter nog meegemaakt. Veel geld hadden mijn ouders niet, maar mijn moeder stuurde me toch naar de muziekschool. En later ging ik naar de toneelacademie in Maastricht. Al heel vroeg wist ik dat ik op het podium wilde staan.' Ze was verliefd op de geur van schmink. Op de blauwe gloed van de spots. 'Op een dag zei een vriendje: "Ik ga auditie doen in Brussel. Wil jij mijn tegenspeler zijn?" Wij naar Brussel. Geen haar op mijn hoofd dat eraan dacht om in België te gaan wonen, ik wilde hem alleen uit de nood helpen. Na de auditie zei de directeur: "Jullie zijn allebei aangenomen voor twee jaar." "Nee," wilde ik nog zeggen, "ik ga terug naar..." Maar tegelijkertijd dacht ik: het is maar voor twee jaar. In Nederland was er op dat moment toch geen werk en ik wilde zo graag na mijn toneelopleiding in Maastricht op de planken staan. "Hoe heet u?" vroeg de directeur van de KVS. "Mary Vijg", antwoordde ik. "Met zo'n naam kun je het wel vergeten in Vlaanderen", zei hij. "De journalisten en het publiek zullen lachen. Ik zie de krantenkoppen al: "Mary was maar een platte vijg", "Mary: vijgen na Pasen." Vanaf nu gebruikt u de achternaam van uw moeder. Hoe heet zij?" "Kreuk", mompelde ik. Hij schudde het hoofd. "Ga naar huis en zoek een artiestennaam." Dat werd Mary Bo-duin, Mary uit het land van de mooie duinen.' Die bestonden niet in haar nieuwe stad. 'Op mijn eerste dag ging ik in Brussel een brood kopen. " Un pain blanc", vroeg ik aan de bakker. "Fout, Mary," zeiden mijn vrienden,"je moet een wit brood zeggen." Maar die bakker sprak Frans, stribbelde ik tegen. Ik begreep toen niets van de Vlaamse zaak. Het was de tijd van de marsen op Brussel. Ik verstopte me als die voorbijkwamen, zo bang was ik. Het ging er heel hevig toe op straat.' En toch vond ze Brussel een wonderlijk mooie stad. 'Zoals Parijs eruitzag in mijn verbeelding, met al die oude gebouwen.' De KVS werd haar thuis: Dora van der Groen en Wies Andersen speelde er toen, Nand Buyl en Chris Lomme. Ik dacht toen dat zij zijn secretaresse was. (lacht) We gingen vaak samen eten. "Mary maakt altijd zulke smakelijke geluiden", zei Dora. Dat was ook zo. Ze serveerden hier dingen waar wij in Nederland nog nooit van gehoord hadden: aubergines, knoflook...' Het werden lange avonden in de hoofdstad, met veel wijn. Mary leerde hoe ze een dronken mens moest spelen. 'Nooit al lallend, maar veel subtieler. Zodat mensen op den duur zeggen: hé, die is dronken.' Met al die wijsheid stapte ze voor de eerste keer op de bühne van de KVS. 'Ik hoefde alleen maar te strijken op het podium, maar een journalist had me wel opgemerkt. Hij sprak mijn naam uit op de radio. Op z'n Frans, maar dat deed er niet toe: ik was zo blij.' 'Op mijn achttiende, tijdens mijn toelatingsexamen voor de toneelschool, vroegen ze: "Mary, waarom wil je op een podium staan?" "Omdat ik graag applaus hoor", zei ik. Heel wat anderen hadden gezegd: "Omdat ik het publiek iets wil geven." Bullshit, natuurlijk. Die kandidaten werden terecht afgewezen. Elke artiest wil erkenning. Je hoopt dat anderen zich herkennen in wat je doet.' 'Op een dag riep de directeur van de KVS me in zijn bureau. Louis de Funès zocht een lange actrice met een accent. Hij vroeg of ik interesse had.' Mary trok naar Frankrijk, voor de opnames van Les Grandes Vacances. 'Die vonden plaats in een tent, en alwéér moest ik strijken. Ze wilden petroleum op de kleren gieten, zodat ze in brand zouden vliegen. "U weet toch wat er in de Innovation is gebeurd?" zei ik tegen De Funès. "Dat is waar", zei hij. "Iedereen naar buiten!" Zodat ik, in het geval dat de tent in brand zou vliegen, direct naar de uitgang zou kunnen lopen. Hij stond daar al. (lacht) Fantastisch man, De Funès. Als hij niet voor de camera's stond, verdwenen al zijn tics. Dan at hij gewoon samen met de andere acteurs en vertelde hij anekdotes.' 'Na mijn rol in Les Grandes Vacances zat mijn naam even in een fichebak voor acteurs. Wat later kreeg ik een bericht van iemand uit de entourage van Luchino Visconti: of ik een rolletje wilde spelen in Lo Straniero.'Die keer is ze niet gegaan. Omdat ze geen vakantie kon nemen of omdat haar telefoon weer eens afgesloten was, dat weet ze niet meer. Er telde in die dagen maar één ding: op de scène acteren, onder de blauwe gloed van de spots. Het leek een goed medicijn tegen de werkelijkheid, hoewel. 'Ik heb ooit een actrice gekend die moest spelen dat ze een kind had verloren. Haar bewonderaars prezen haar de hemel in. Tot ze op een dag echt haar kind verloor. Een paar weken later moest ze weer dezelfde rol spelen. Ze huilde op het podium. Haar bewonderaars, die van niets wisten, zeiden: ze heeft nog nooit zo slecht gespeeld.' 'Ik heb het omgekeerde meegemaakt. Mijn eerste liefde heb ik op het podium leren kennen: ik was 22, hij 40. Ik moest spelen dat ik verliefd op hem was. Hem aanraken en zoenen. Vreselijk was dat, want ik voelde niets voor hem. Tot hij tijdens een repetitie zei: "Je bent mooi, Mary." Toen werd alles anders. "Wil je met hem naar bed?" vroeg Ivonne Lex. Ik knikte. "Dan ben je verliefd", zei ze. Ivonne Lex was toen de enige met een loge. Die mochten we gebruiken, want hij was getrouwd.' 'Die man was ook coach van de zangers in Canzonissima, de voorrondes voor het Songfestival. Op een dag vroeg hij of ik een tekst wilde schrijven voor Louis Neefs. Ik probeerde iets. Dat werd Alleen met zijn twee. Na dat nummer vroegen ook anderen of ik een liedje voor hen wilde schrijven. "En niet te intellectueel, hè", voegden ze eraan toe. Ik was een grote fan van de chansonniers. Door de teksten van Leo Ferré heb ik Frans leren spreken. En door die van Brel, natuurlijk, die ik in Brussel had zien optreden. Zij gebruikten fantastische beelden. In het Nederlands waren teksten in die tijd nog heel simpel: "Ik hou van jou, ik blijf je trouw en de lucht is blauw." Ik schreef dingen als: "De kinderen komen uit conserven". Wat later stond in Humo: "Als Mary Boduin nu eens woorden als 'sarcofaag' zou weglaten, dan zou ze de beste tekstschrijver van het land kunnen worden."' Ze bleef koppig verder schrijven: aan een lied over een vreemde man, man van m'n dromen. 'Het was bedoeld voor Lily Castel, maar zij vond het te negatief. Daarna heeft het een paar jaar op de plank gelegen. Tot iemand me zei: "Ga naar de repetities van Canzonissisma, Mary. Je zult verrast zijn." Ik naar het Amerikaans Theater.' De zaal was leeg. Op het podium stond het orkest van Francis Bay. Helemaal vooraan zong een meisje: 'Je boek, je krant, je sigaret/ Je warme sloffen naast ons bed/ En je pleziertjes eens per week/ De pijn wanneer je me ontweek.''Het was wondermooi. Ik was nog nooit geraakt door iets wat ik zelf geschreven had, maar die middag wel. Na het optreden ging ik naar de coulissen. "Mevrouw Christy, u zong het fantastisch." "Dank u", antwoordde ze. Ze wilde weggaan. Toen dacht ik: ze weet natuurlijk niet dat ik die tekst geschreven heb. "Ik ben Mary Boduin", zei ik. Ze schrok. In die tijd kenden zangers vaak hun tekstschrijvers niet, maar zij wist het wel. Ze nam me bij de arm en we gingen naar haar kleedkamer. Die dag zijn we vriendinnen geworden. We deelden veel: we waren ongeveer even oud, we woonden ook bij elkaar in de buurt.' Nicole en Hugo wonnen dat jaar Canzonnisma. Maar het land sprak over Ann Christy en haar vreemde man. 'Ze kwam vaak bij me over de vloer, toen ik nog in de Landsroemlaan in Koekelberg woonde. We zaten allebei heel graag op de grond. Dan mopperden we over dit land en zijn inwoners die ons niet begrepen - we maakten elkaar heel graag triest. (lacht)Zo zelfverzekerd als Ann was op het podium, zo onzeker en broos was ze daarbuiten. Als ik twee weken niets van me liet horen, belde ze: "Mary, waar ben je?" "Ik ben aan het leven, Ann", antwoordde ik dan. Tegelijkertijd was ze ook heel zorgzaam. Ik herinner me dat ze op mijn verjaardag eens zei: "Ik heb geen cadeau gekocht, maar hier is 1000 frank. Ik hoop dat je nu eens gelukkig wordt, Mary."' Na tien jaar verliet Boduin de KVS. Ze werd artistiek directeur van de school van balletcoryfee Maurice Béjart en belandde daarna bij het reclamebureau BBDO. 'Op een dag kregen we een opdracht voor Lee Jeans. De artdirector wist dat ik componeerde, en vroeg of ik een lied wilde schrijven. Op de piano componeerde ik een song over hoe fantastisch het is om de juiste jeans rond je billen te hebben: Could it be happiness, walking in Lee Jeans. Ik kreeg er 40.000 Belgische frank voor. Daarmee konden we alles opnemen in de Madeleine Studio in Brussel. Op de terugweg dacht ik aan Ann. Ze had me die week laten weten dat ze een lied zocht voor Eurosong, de selectie voor het Songfestival. Omdat mijn telefoon voor de zoveelste keer was afgesloten, besloot ik bij haar langs te gaan. Trots liet ik haar het bandje horen dat we die middag hadden opgenomen. " It's always Lee, could it be happiness." Ze lachte. O nee, dacht ik, ik heb dat geld nodig. Toen het nummer afgelopen was, vroeg ze: "Mag ik het gebruiken voor Eurosong?"' 'Uiteindelijk ging het reclamebureau akkoord. Mary maakte een vertaling: de Lee-jeans vlogen uit de tekst en Could it be happiness vertaalde ze als Dat is dan gelukkig zijn. Maar dat klonk zo flauw.' Mary verving het werkwoord en een Belpopklassieker was geboren: ' Dat heet dan gelukkig zijn. Een deur die plots opengaat. Waardoor je weer hopen gaat.' Ann Christy won Eurosong. Die nacht liep de zangeres tipsy met haar tekstschrijfster door de Landsroemlaan. Iemand maakte een foto: een blond en een roodharig meisje die de beste sigaret van hun leven rookten. Ze gingen naar het Songfestival in Stockholm. 'Het was 1975, het jaar nadat ABBA had gewonnen. In Zweden werden we ontvangen door Frida en Agnetha. Heel hun kamer hing toen al vol gouden platen. Ook Ann droomde van een internationale doorbraak. Ze behoorde tot de favorieten.' Tegen de journalisten zei ze: 'Als ik straks geen ereplaats behaal, durf ik me niet meer te vertonen.' Het werd een sof: ze werd vijftiende in Stockholm, bijna laatste. 'Ze was verschrikkelijk ontgoocheld. Ze wilde zelfs geen interviews meer geven.' 'Zoals elke artiest zocht Ann naar erkenning. Vlaanderen was toen niet rijp voor haar muziek. Ze bracht geen kleinkunst, geen rock, geen schlagers, ze viel overal tussen. Ik ging soms mee naar optredens. Vaak was dat in biertenten, voor een publiek dat amper luisterde. Er was geen wc, geen backstage, geen respect. Ook financieel had ze het moeilijk. Misschien gaf ze haar geld ook uit aan de verkeerde dingen. Ze reed met een Mercedes, opdat mensen naar haar zouden opkijken. Maar andere dingen stelde ze uit, zoals een bezoek aan de dokter. Haar ziekte werd veel te laat ontdekt.' Op 7 augustus 1984 stierf Ann Christy aan baarmoederhalskanker. Ze was 38. Ook het leven van haar tekstschrijfster veranderde op haar 38e. 'Ik heb toen een heel zwaar auto-ongeluk gehad.' De bestuurder naast me was dronken. Ik had nog zo gezegd: "Rij rechts", maar... Een jaar buiten strijd geweest. En toch. Sinds dat ongeval ben ik geen seconde meer ongelukkig geweest.' Het had ook met de liefde te maken. Op een herdenking van Ann Christy ontmoette ze Josée, de vrouw van haar dromen. 'Al had ik me daarvoor al bekeerd tot de vrouwenliefde', zegt ze. 'Dat was ook niet moeilijk. Als je daar zelf geen probleem van maakt, doen anderen het ook niet. David Davidse heeft me ooit gezegd: "Toen ik zag hoe gelukkig jij was, ben ik ook uit de kast gekomen." Alleen mijn moeder had problemen met mijn geaardheid. Ze aanvaardde het wel bij anderen, maar niet bij mij. Twee jaar hebben we elkaar niet gezien. Tot ze op een dag voor de deur stond: "Zweer op de ziel van je vader dat je niet zo bent." "Het is niet zo, mama", loog ik. Ik moest dat zeggen, want anders was ik haar kwijt. Ik zag haar doodgraag. Ze was een vrouw uit 1907, ze zou het nooit aanvaard hebben. (kijkt naar de hemel) Ik hoop dat ze er nu vrede mee heeft.'Ze blaast: 'Zo'n interview, dat is alsof je een examen moet afleggen over je leven.' 'En wat gebeurde er toen?' vraag ik. 'Na de dood van Ann Christy is haar man een relatie begonnen met Liliane Saint-Pierre. Ze heeft de hond van Ann en haar tekstschrijfster erbij genomen. (lacht) Geen kwaad woord over Liliane: een schat van een vrouw, de meest onderschatte zangeres van Vlaanderen. Ook al werk ik niet meer voor haar. Na 34 jaar was ik leeg geschreven. We zijn allebei de zeventig voorbij. En liedjes maken over het verleden is nooit een goed idee. Niemand herkent zich in een song die begint met "gisteren"... Het moet over vandaag gaan, maar over oude bomma's wil ik niet schrijven. Dan voel ik me zelf zo oud. (lacht) Brel schreef La Chanson des Vieux Amants. Maar toen was hij nog heel jong, hè.' Mary woonde nog in de Landsroemlaan, waar ze met Ann Christy op de vloer zat te mopperen over dat land en zijn inwoners. Zoveel jaren later doet ze dat soms nog, uit liefde: een tekst schrijven over Vlaanderen. 'Je bent te braaf, te buitenspel. Je loopt maar zelden in de kijker (...) Je schaamt je vaak, voor wat dan wel...''Ik woon hier al vijftig jaar ontzettend graag, maar er is zo weinig respect voor het erfgoed. Senne Rouffaer sterft, en in de krant staat een klein bericht: "Kapitein Zeppos is dood". Terwijl Senne als theateracteur de hoofdrol speelde in bijna alle stukken van Shakespeare. Zo gaat het met zoveel iconen.' Op dat moment krijgt ze een sms. Ze kijkt naar haar smartphone en verbleekt: 'Rita Deneve is gestorven.' Na een paar minuten stilte zegt ze: 'Onze wegen hebben elkaar vaak gekruist, ja.' In de coulissen van Canzonissima, bij vrienden aan een tafel met aubergines en knoflook, een paar keer ook op vakantie. 'Ze praatte altijd over haar moeder. Dat vond ik zo mooi. Daarom heb ik eens een tekst voor haar geschreven: Dans, mama, dans.' 'Had u zelf geen zangeres willen zijn?' vraag ik. 'Nee,' antwoordt ze, 'ik kan helemaal niet zingen. Daarom vind ik het niet erg dat ik alles aan anderen heb gegeven. Maar ik had misschien wel een eigen oeuvre willen hebben. Als je de boeken van Ernest Hemingway of anderen na elkaar leest, dan ontdek je daar een waarheid in.' 'Wat is uw waarheid?' 'Ooit las ik een zin in de Talmoed: "Let op je gedachten, want ze worden je woorden. Let op je woorden, want ze worden je acties. Let op je acties, want ze worden je gewoontes. Let op je gewoontes, want ze worden je karakter. Let op je karakter, want het wordt je lot." Dat is mijn leven.' Een paar uur later post de tekstschrijfster op Facebook haar laatste tekst voor Rita Deneve. Onder een foto van een tafel met een kaars en aubergines staat: 'Lieve Rita, je blijft bij ons. Altijd.'