Onlangs stuurde Marc Thys, chef van de landmacht, een pessimistische mail naar zijn troepen waarin hij waarschuwde voor 'een implosie van het leger'. Het was een hoogst ongebruikelijke geste voor een militair. 'Mijn opdracht is militair en educatief', zegt hij. 'Intern, maar ook extern. De bevolking is onze eerste klant. Ik denk niet dat de Belgen beseffen in welke lamentabele toestand het leger zich bevindt, en wat er nodig is om deze complexe machine te laten draaien.'
...

Onlangs stuurde Marc Thys, chef van de landmacht, een pessimistische mail naar zijn troepen waarin hij waarschuwde voor 'een implosie van het leger'. Het was een hoogst ongebruikelijke geste voor een militair. 'Mijn opdracht is militair en educatief', zegt hij. 'Intern, maar ook extern. De bevolking is onze eerste klant. Ik denk niet dat de Belgen beseffen in welke lamentabele toestand het leger zich bevindt, en wat er nodig is om deze complexe machine te laten draaien.' De man die her en der al 'crisismanager' wordt genoemd, geeft meteen een voorbeeld. 'Onze administratie is onderbemand, waardoor de uitbetaling van de lonen in het gedrang komt. Eind 2019 moet dat probleem opgelost zijn. (lachend) Een soldaat die niets te doen heeft, is gevaarlijk. Maar een soldaat die niet betaald wordt, is nog gevaarlijker.' Zelfs munitie heeft het Belgische leger tekort. Marc Thys: We hebben jaarlijks zo'n 30 miljoen euro nodig om voldoende munitie aan te kopen voor trainingen en operaties. Ik ben vier jaar verantwoordelijk geweest voor die job: in die periode heb ik nooit meer dan 15 miljoen euro ter beschikking gehad. We zijn hier op het hoofdkwartier van het leger, het hart van de Belgische defensie, maar alle gebouwen zijn verouderd en afgeleefd. Thys: Mijn bureau heeft twee stopcontacten. Eén ervan is stuk. Ik ben al anderhalve maand aan het wachten op de herstelling. We zullen er geen oorlog door verliezen, maar zo kan ik honderden voorbeelden geven. Moet het leger ook niet in eigen boezem kijken? Thys: We hadden veel vroeger en veel duidelijker moeten zeggen wat onze problemen zijn. Het recht van spreken is voor een militair omgekeerd evenredig met de problemen in zijn organisatie. Is het leger een te gewillig slachtoffer van besparingen geweest. Thys:(zucht) Absoluut. Toen ik in 1977 als jonge cadet bij het leger kwam, was het defensiebudget 2,6 miljard euro. Het ligt nog altijd even hoog, ondanks de enorm gestegen kosten van het levensonderhoud. We zijn erin geslaagd onze opdrachten keurig te blijven uitvoeren met steeds minder middelen. Soms lijkt het op bricolage à la Belge, maar wij zijn daar trots op. Die can-do-mentaliteit zit in ons DNA. Wat niet zichtbaar was voor de buitenwereld, en waar we nooit over communiceerden, was dat wij daarbij altijd alle risico's op ons namen. U bent opgeleid om uw troepen te leiden in het gevecht. Niet om, zoals nu, aan crisismanagement te doen. Thys:(lacht) Ik ben voor veel dingen opgeleid. Jaren geleden antwoordde ik al, toen iemand me vroeg wat ik die dag ging doen: 'Gérer la crise.' We doen al jaren aan crisismanagement. Waarom heeft het leger niet gekozen voor een ervaren crisismanager uit de privésector? Thys: Het leger is nog iets anders dan een normaal bedrijf. Een crisismanager moet militaire ervaring hebben, beseffen wat de operationele gevolgen zijn van een beslissing. Hij moet niet alleen de cijfers kennen, maar ook de psychologie daarachter. En dan spreek ik niet eens over onze loonplafonds. Ik denk dat een mannetje van bijvoorbeeld Ernst & Young eens hard zal lachen als hij onze lonen ziet. Is dat een blamage voor de stafchef, Marc Compernol? Thys: De buitenwereld ziet dat misschien zo, maar ik niet. De situatie is vandaag toch wel heel bijzonder. Iets afbouwen is gemakkelijk. Nu moeten we opbouwen. Ik kan me daar voltijds mee bezighouden. In die rol zie ik mezelf als de adviseur van de stafchef. Van het Belgische defensiebudget gaat 70 procent naar de lonen: dat is veel meer dan in het buitenland. Thys: In een ideaal scenario gaat de helft van het budget naar de lonen en telkens een kwart naar materieel en operaties. Bij ons daalt het aandeel van de lonen, want de komende jaren vertrekt 40 procent van de militairen met pensioen. Tegen 2025 moet u 12.000 nieuwe rekruten vinden. Veel succes daarmee op deze krappe arbeidsmarkt. Thys: Dit jaar zijn we er toch in geslaagd om 2000 nieuwe mensen aan te werven. Maar de rekruten die vandaag instromen, moeten eerst ervaring opdoen. Een officier die nu aan zijn opleiding begint, zal pas in 2024 in zijn eenheid arriveren. Technische functies blijven het grote probleem: ik zou elk jaar 15 nieuwe ingenieurs moeten vinden, maar aan meer dan 5 raak ik niet. U wilt meer inzetten op flexibele statuten: deeltijds werken, outsourcing, meer burgers en uitzendkrachten in dienst enzovoort. Thys: Wij vragen al jaren om dat te mogen doen, maar politiek ligt het gevoelig. Bij de landmacht hebben we bijvoorbeeld berekend dat we ongeveer 500 functies met niet-militairen kunnen invullen. Het leger heeft nu 1400 burgers in dienst, op een totaal van 27.000 personeelsleden: dat is nauwelijks 5 procent. In andere landen is het 15 tot 20 procent. U wilt het beroep van militair ook aantrekkelijker maken. Thys: Bijvoorbeeld door onze mensen dichter bij huis te laten werken. Het is ook geleden van minister André Flahaut (PS, bevoegd voor defensie tussen 1999 en 2007) dat militairen nog eens opslag hebben gekregen. Is daar nu ruimte voor? Thys: Dat is een onderdeel van de 2,4 miljard euro extra die de stafchef vraagt aan de volgende federale regering. Vindt u dat veel? Op een begroting van 200 miljard euro zal dat bedrag anders niet het grote verschil maken. Hoeveel verdient u zelf? Thys: 5500 euro netto per maand. Ik ben verantwoordelijk voor tienduizend militairen. De loonspanning, de verhouding tussen de hoogste en laagste lonen, is bij het leger ongeveer 3,5. Een beginnende soldaat verdient dus 3,5 keer minder dan ik als generaal. Een loonspanning boven de 10 vind ik niet te verdedigen. Vanwege het gebrek aan middelen bij het leger pleit defensiespecialist Alexander Mattelaer voor een operationele pauze. Thys: Dat is geen goed idee. De meeste jonge mensen kiezen voor het leger vanwege het avontuur en de buitenlandse operaties. Die zijn onze enige bestaansreden. Gaan we dat opgeven? Onze regering moet bovendien haar rol kunnen spelen. Je kunt niet zo maar zeggen tegen de NAVO: 'Wij doen twee jaar niet meer mee.' Ondertussen wordt, ondanks een begrotingstekort van 12 miljard, ook meer geld gevraagd voor justitie, onderwijs, gezondheidszorg, milieu, mobiliteit enzovoort. Thys: Ik kan alleen maar zeggen tegen de politieke overheid: 'U vraagt steeds meer van ons en u geeft steeds minder. Als we de middelen niet krijgen om onze opdrachten uit te voeren, zúllen we die opdrachten ook niet meer uitvoeren.' Misschien moeten we ons dan terugtrekken uit een operatie van de NAVO of de Verenigde Naties. Ook omdat we de veiligheid van onze troepen niet meer kunnen garanderen. Hebt u die macht? Thys: Ik ben verantwoordelijk voor mijn mensen. Als er doden vallen tijdens een missie, moet ik hun ouders recht in de ogen kunnen kijken. Sommigen denken dat dit een eerste stap is voor u om straks Marc Compernol op te volgen als stafchef. Thys: In mijn tijd als cadet stond aan de kazerne een bord met daarop: 'Ik dien/ Je sers'. Dat is mijn enige ambitie. Dat heb ik geleerd van de vroegere Amerikaanse president Dwight D. Eisenhower. Marc Compernol heeft zijn pensioenleeftijd al bereikt. Thys: Dat klopt, maar zijn mandaat loopt nog tot 12 juli 2020. Hij is dus nog niet toe aan vervanging. U bent wel goed op de hoogte van de precieze datum. Thys:(lacht) Ja, want het is ook de verjaardag van mijn vrouw.