Het was een van de meer opmerkelijke passages uit het Vlaamse regeerakkoord: in één vervoersregio zou worden geëxperimenteerd met een commerciële speler voor het openbaar vervoer. Minister van Mobiliteit Lydia Peeters (Open VLD) wil daar tegen 2023 werk van maken. 'De Lijn zal dus moeten opboksen tegen private concurrenten', zei ze daar vorig jaar over in De Morgen. 'Een beetje concurrentie kan geen kwaad voor de dienstverlening'

In een uitgebreid interview over De Lijn dat woensdag in Knack verschijnt dient Marc Descheemaecker, voorzitter van de raad van bestuur, haar van repliek. 'Ik ben niet tegen liberaliseringen van sectoren die volledig volgens de logica van de vrije markt kunnen functioneren', zegt hij daarin. 'Maar dat is voor openbaar vervoer niet het geval. Ik raad de minister aan om eens te kijken naar buitenlanden waar dergelijke liberaliseringen zijn doorgevoerd. In verreweg de meeste gevallen werden die markten ingenomen door staatsondernemingen van andere landen. Ik denk aan grote spelers als Arriva, dat in handen is van de Deutsche Bahn, of Keolis, dat voor 70 procent eigendom is van de Franse SNCF. De Vlaamse overheid moet dus beseffen dat ze bij een privatisering haar mobiliteitspolitiek minstens voor een deel aan Berlijn of Parijs doorspeelt. Dan geef je Vlaams overheidsgeld aan Franse en/of Duitse overheidsbedrijven, want helemaal rendabel zal het openbaar vervoer nooit zijn. Als dat de bedoeling is: so be it, maar strategisch lijkt het me een verkeerde keuze.'

De Vlaamse overheid moet beseffen dat ze bij een privatisering haar mobiliteitspolitiek minstens voor een deel aan Berlijn of Parijs doorspeelt.

Descheemaecker wordt in de pers weleens afgeschilderd als de man die aan het hoofd van De Lijn is gezet om het bedrijf te ontmantelen - De Lijn moest de voorbije tien jaar zwaar besparen - en net klaar te maken voor die liberalisering. Zo'n zogenaamde 'verrottingsstrategie' ontkracht hij met klem. Descheemaecker: 'Overheidsdiensten moeten performant zijn en even goed functioneren als privébedrijven. Als dat het geval is, moet je de ideologie achterwege laten en strategisch denken. En strategisch gezien lijkt het me verstandig om de belangrijkste onderdelen van de samenleving in eigen handen te houden. Dan heb ik het bijvoorbeeld over onze havens, de energie-infrastructuur en de mobiliteit. Ik zou het bijvoorbeeld dom vinden mocht men onze spoorinfrastructuur verkopen aan een Frans bedrijf, of onze havens aan China. Voor je het weet, ben je geen samenleving meer maar een economisch wingewest.'

Dit jaar vindt er alvast een onderzoek plaats dat De Lijn moet vergelijken met een aantal buitenlandse spelers. Op basis daarvan zal Lydia Peeters moeten beslissen of de openbaarvervoersmaatschappij haar monopoliepositie na 2020 überhaupt kan behouden. Descheemaecker beweert daarover 'nogal relaxed' te zijn. 'De twee vorige keren dat het onderzoek gebeurde, konden wij ons resultaat altijd verbeteren. Dus ik ga ervan uit dat het ook dit jaar wel goedkomt', zegt hij nog in Knack.

Het was een van de meer opmerkelijke passages uit het Vlaamse regeerakkoord: in één vervoersregio zou worden geëxperimenteerd met een commerciële speler voor het openbaar vervoer. Minister van Mobiliteit Lydia Peeters (Open VLD) wil daar tegen 2023 werk van maken. 'De Lijn zal dus moeten opboksen tegen private concurrenten', zei ze daar vorig jaar over in De Morgen. 'Een beetje concurrentie kan geen kwaad voor de dienstverlening'In een uitgebreid interview over De Lijn dat woensdag in Knack verschijnt dient Marc Descheemaecker, voorzitter van de raad van bestuur, haar van repliek. 'Ik ben niet tegen liberaliseringen van sectoren die volledig volgens de logica van de vrije markt kunnen functioneren', zegt hij daarin. 'Maar dat is voor openbaar vervoer niet het geval. Ik raad de minister aan om eens te kijken naar buitenlanden waar dergelijke liberaliseringen zijn doorgevoerd. In verreweg de meeste gevallen werden die markten ingenomen door staatsondernemingen van andere landen. Ik denk aan grote spelers als Arriva, dat in handen is van de Deutsche Bahn, of Keolis, dat voor 70 procent eigendom is van de Franse SNCF. De Vlaamse overheid moet dus beseffen dat ze bij een privatisering haar mobiliteitspolitiek minstens voor een deel aan Berlijn of Parijs doorspeelt. Dan geef je Vlaams overheidsgeld aan Franse en/of Duitse overheidsbedrijven, want helemaal rendabel zal het openbaar vervoer nooit zijn. Als dat de bedoeling is: so be it, maar strategisch lijkt het me een verkeerde keuze.'Descheemaecker wordt in de pers weleens afgeschilderd als de man die aan het hoofd van De Lijn is gezet om het bedrijf te ontmantelen - De Lijn moest de voorbije tien jaar zwaar besparen - en net klaar te maken voor die liberalisering. Zo'n zogenaamde 'verrottingsstrategie' ontkracht hij met klem. Descheemaecker: 'Overheidsdiensten moeten performant zijn en even goed functioneren als privébedrijven. Als dat het geval is, moet je de ideologie achterwege laten en strategisch denken. En strategisch gezien lijkt het me verstandig om de belangrijkste onderdelen van de samenleving in eigen handen te houden. Dan heb ik het bijvoorbeeld over onze havens, de energie-infrastructuur en de mobiliteit. Ik zou het bijvoorbeeld dom vinden mocht men onze spoorinfrastructuur verkopen aan een Frans bedrijf, of onze havens aan China. Voor je het weet, ben je geen samenleving meer maar een economisch wingewest.'Dit jaar vindt er alvast een onderzoek plaats dat De Lijn moet vergelijken met een aantal buitenlandse spelers. Op basis daarvan zal Lydia Peeters moeten beslissen of de openbaarvervoersmaatschappij haar monopoliepositie na 2020 überhaupt kan behouden. Descheemaecker beweert daarover 'nogal relaxed' te zijn. 'De twee vorige keren dat het onderzoek gebeurde, konden wij ons resultaat altijd verbeteren. Dus ik ga ervan uit dat het ook dit jaar wel goedkomt', zegt hij nog in Knack.