In de laatste aflevering van onze zomerreeks over veiligheid en veerkracht staat Guido Van Steendam stil bij de vraag waarom het belangrijk is om te leren leven met onveiligheid.
“Het leven kan alleen achterwaarts begrepen worden, maar het moet voorwaarts worden geleefd.”
Dit is een citaat van Kierkegaard in het Filosofenkwartet, een gezelschapsspel waarbij je groepjes van vier kaarten met filosofen moet verzamelen. Mijn tienerdochter kende alle citaten uit haar hoofd. Misschien heeft ze inmiddels gemerkt dat Kierkegaard eigenlijk over het dagelijks leven sprak. “Had ik dit maar geweten voor ik eraan begon.” We horen het vaak. Maar we weten – samen met Kierkegaard – dat dit onmogelijk is. Vooraleer we iets beginnen, hebben we nooit de “achterafkennis” die ons zou geholpen hebben om beter te kiezen.
Het begint al met inzichten in wat we zelf echt belangrijk vinden. Die ontdekken we pas al doende. We werken onze plannen ook nooit uit zoals we ze vaag of concreet in ons hoofd hadden. Soms passen we onze plannen aan omdat geluk en toeval onverwachte deuren openen: een ontmoeting, een kans, een ingeving. Soms dwingen administratieve regels, ziekte, dood, armoede of rampen ons tot een andere koers.
Dat we vooraf nooit alles kunnen weten, betekent niet dat we blind zijn voor bedreigingen, zoals slechte gezondheid of stijgende prijzen, en dat het zinloos is om die te voorkomen of onder controle te houden. Integendeel, we voelen het vaak als onze plicht – voor onszelf én voor de samenleving – om hieraan te werken. We werken aan verkeersveiligheid, brandveiligheid, voedselveiligheid, en zoveel veiligheden meer.
We controleren bruggen en liften, bouwen een gezondheidszorg uit om ziekten te bedwingen, en diplomatieke structuren om oorlogen af te wenden. Hoewel al deze inspanningen van groot belang zijn, zijn ook zij gebaseerd op de achterafkennis van wat al voorbij is. Wat nog komt, blijft onzeker en onveilig. Op geen enkel moment kunnen we tevoren weten welke zwaktes van mensen, systemen of de natuur onze bestaande veiligheidsmaatregelen in de war zullen sturen.
Misschien zal het erop aankomen om te leren leven met onzekerheid en onveiligheid. In theorie lijkt dat zelfs een logische conclusie. In de praktijk is het minder evident. Leren leven met onzekerheid klinkt wat als een capitulatie. Als we een bedreiging zien, is het dan niet onze plicht om daar iets aan te doen? En als we bereid zouden zijn te leven met onveiligheid, ontslaan we onszelf en anderen dan niet van de verantwoordelijkheid om bedreigingen aan te pakken? Toch zijn we in het dagelijks leven liever niet te veel bezig met problemen, beperkingen en bedreigingen. We zijn liever pragmatisch. Hierbij proberen we verschillende manieren uit.
Zouden we problemen bijvoorbeeld niet gewoon kunnen negeren zolang ze onbekend zijn? Hoe zouden we wakker kunnen liggen van problemen die we nu nog niet kennen en waar we nu toch niets kunnen aan doen? Neem bijvoorbeeld het dak boven ons hoofd. We weten het wel: dat dak kan ooit gaan lekken. Maar daarover piekeren heeft geen zin. En als vroeg of laat toch een probleem opduikt, lost de dakwerker dat weer snel op.
We horen natuurlijk ook verhalen van grotere problemen, zoals een losse steen van een dak die op een voorbijganger valt, of een rotte balk waardoor het hele dak instort. Jammer genoeg komt zulke brute pech nu eenmaal voor, ook in heel andere domeinen van het leven. Maar dagenlang piekeren over mogelijke rampenscenario’s lost niets op. Que sera, sera. Ook zware bedreigingen moeten onze gemoedsrust niet verstoren.
Of zouden we problemen niet gewoon kunnen negeren omdat we kunnen rekenen op gespecialiseerde instanties die ons beveiligen? Zij grijpen in en schakelen dreigingen uit vóór ze ons bereiken. We hebben uitgebreide netwerken van diensten, publieke instellingen, gezondheidszorg, technologische infrastructuur, materialen en monitoringsystemen, elk gespecialiseerd in het afwenden van specifieke bedreigingen.
Komt er een nieuwe dreiging bij, dan worden meteen nieuwe voorzieningen gemaakt om ons ook daartegen te beschermen. Onveiligheid en problemen bestaan of bestonden buiten, maar niet voor ons. Wij kunnen in vrijheid en veiligheid leven.
Tenminste, in het algemeen. Incidentele fouten gebeuren: een techniek hapert, een dienstverlener maakt een fout. Dan onderzoekt men wat er misging, voert verbeteringen door en legt waar nodig sancties op. De mensen zijn boos op de overheid en het systeem dat gefaald heeft. En daarna werkt alles weer verder. Maar vooraf piekeren over mogelijke fouten en zo onze gemoedsrust verstoren heeft geen zin en lost niets op.
Deze houding wordt niet altijd extreem doorgetrokken. Soms zien mensen in dat ook de overheid en beschermende diensten altijd “voorwaarts” moeten handelen en in nieuwe situaties niet altijd meteen begrijpen wat aan de hand is. Het besef dat ook de systemen die ons beschermen niet alwetend maar beperkt zijn, is een bescheiden voorbeeld van hoe we de omgang met onzekerheid en onveiligheid toch een plaats kunnen geven binnen ons gewone leven. Maar meer is mogelijk.
Hoewel we weten dat we in een wereld leven vol onzekerheid en onveiligheid, hebben wij verschillende manieren ontwikkeld om toch te kunnen doen alsof de problemen ons dagelijkse leven niet raken.
Het voordeel hiervan is ongetwijfeld dat we ons nodeloos gepieker besparen en dat we ons handelen niet laten verlammen door stress. Maar misschien zijn er ook nadelen die raken aan de kern van hoe we als mens willen leven. We vormen namelijk onze identiteit in interactie met de weerstanden en beperkingen van het leven. Die dagen ons uit, dwingen ons om keuzes te maken die ertoe doen, en laten ons ontdekken wat we echt belangrijk vinden.
Het is in dialoog met obstakels, beperkingen en sociale interacties dat we vorm geven aan onze persoonlijkheid, onze houdingen, omgeving, woorden, gevoelens, verwachtingen en dromen. Als we onze identiteit alleen vormen in een wereld die we volledig controleren, dreigt ze vlakker te worden, minder gelaagd, minder rijk, minder weerbaar. We leren minder goed omgaan met onze eigen kwetsbaarheid en herkennen minder die van anderen.
We dreigen ons leeg te voelen en onze activiteiten minder te beleven als een zinvolle bijdrage binnen de reële wereld.
Streven naar meer veiligheid heeft zin. En toch wordt ons leven rijker als we ook onzekerheid en onveiligheid blijven zien en er beter mee leren omgaan. Daarmee kunnen we vandaag beginnen.
Guido Van Steendam is prof. Em. KU Leuven, techniekfilosoof en hij was coördinator van internationaal EU project over ethiek van informatie-technologie. Hij is lid van de christelijk geïnspireerde denktank Logia.