‘Dit jaar volgt de advent meteen op Black Friday. Twee contrasterende levenshoudingen naast elkaar: spiritueel geduld versus commerciële haast. Anders gezegd, immateriële behoeften tegenover materiële behoeften’, schrijft Mark Van de Voorde. ‘Advent vraagt ons te wachten op Kerstmis, Black Friday doet ons hollen naar de winkel.’
Black Friday appelleert aan onze niet te stillen honger naar hebben, advent aan ons niet weg te drukken verlangen naar zijn. De mens leeft niet van brood alleen. Wij hebben behoefte aan veel meer dan wat onze honger stilt. Om mens en medemens ter zijn moeten we niet alleen genieten maar ook liefhebben, niet alleen nemen maar ook delen.
Ons gedrag wordt bepaald door sociale normen en economische normen. De eerste zijn belangrijk voor ons welzijn, de laatste voor onze welvaart. In een samenleving waar de nadruk ligt op welvaart en dus op economie, is geduld niet rendabel. Haast en spoed lijken dan niet zelden goed.
Materiële zaken zijn niet langer een middel voor de bevrediging van de behoeften, maar een doel op zich. Ze worden daarom in de reclame gepresenteerd als noodzakelijk voor het welzijn. Ze worden speerpunt van het sociale leven. Black Friday – nu al Black Week – heeft zich in het maatschappelijke leven gemanoeuvreerd als iets dat we ‘samen beleven’. De hebberigheid van onze kooplust moet aanvoelen als samenhorigheid. Niets is minder waar.
Materiële goederen kunnen eventjes fungeren als compensatie voor het gemis aan immateriële waarden. Om dat gevoel in stand te houden moet de commerciële carrousel blijven draaien. Altijd maar sneller, want de tevredenheid neemt bij elke nieuwe aankoop af. Bezit is een dwarse vriend: hoe meer je hebt, hoe sneller je verlangt naar nog.
Hebberigheid wordt verslaving. Zoals bij elke verslaving is ook hier het genot steeds kortstondiger en wordt de ‘gebruiker’ steeds afhankelijker. Gevolg: de consument wordt eenzamer. Het is bewezen dat mensen die zich overgeven aan kapitalistische krachten, minder energie overhouden voor hun sociale netwerk.
We leven in een tijd van ‘nu, direct en terstond’. Waar ons oog op valt, willen we meteen. Ons geduld verdwijnt, met het geduld het genoegen van het verlangen en met dat genoegen de kunst van het wachten.
Begin oktober was er een Belgische economische missie in Californië. Een van de deals die er werden gesloten, was de belofte van de Amerikaanse webwinkel Amazon om 1 miljard dollar te investeren in ons land. ‘Om de klantervaring te verbeteren’, zei een topvrouw van het bedrijf. Lees: pakjes moeten de dag van bestelling kunnen worden geleverd. Als het even kan, binnen het uur.
Is dat waarlijk nodig? Is er echt iemand die dat wil? Blijkbaar moeten er heel veel zo’n ongeduldige mensen zijn, anders zou een commercieel bedrijf geen miljard riskeren om dat voor elkaar te krijgen. Als mensen geen dagje op hun pakje kunnen wachten, moet het ook erg gesteld zijn met de geestelijke gezondheid van onze samenleving.
Kunnen wachten is van levensbelang. Wie niet kan wachten, is ook niet in staat te verwachten. Zonder het genoegen van de verwachting kunnen we niet leven. Uitzien naar iets dat er nog niet is maar beloofd werd, roept in ons de deugd van de hoop wakker die nodig is om toekomst te hebben.
Het bedwongen ongeduld versterkt de bevrediging. Ze wordt verrijkt met dankbaarheid. Wachten is misschien een beetje afzien maar vooral een heerlijk uitzien. De geboorte van een kind zou nooit zo mooi zijn, als de ‘levering’ meteen op de kinderwens en de conceptie zou volgen.
Dat dit jaar de advent met zijn vier weken van wachten op en uitzien naar Kerstmis, precies na Black Friday valt, zou een wake-up call moeten zijn voor een samenleving die haar geduld is verloren en met haar geduld ook haar convivialiteit.
Leer opnieuw wachten! Of zoals de Romeinse keizer Augustus het placht te zeggen: Festina lente! Haast u langzaam.