'De onderhandelingen zijn stopgezet zonder resultaat', klinkt het in een mededeling. De sociale partners - verenigd in de Groep van Tien - onderhandelen sinds januari over de loon- en arbeidsvoorwaarden. Struikelsteen is met hoeveel de lonen in de privésector mogen stijgen, bovenop de index. Een rapport van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) legt de grens op 0,4 procent. De bonden spreken over een 'aalmoes', terwijl de werkgevers schermen met de concurrentiekracht in wat ze één van de grootste economische crisissen ooit noemen.

De kloof tussen beiden blijkt nu te groot. De werkgevers melden in een brief aan de regering het mislukken van het overleg. 'De werkgeversorganisaties hebben vandaag moeten vaststellen dat de vakbonden geen mandaat hebben om de besprekingen in de schoot van de Groep van 10 verder te zetten', klinkt het in de mededeling van VBO, Unizo, UCM en Boerenbond.

De conclusie van de werkgevers komt er na nieuw overleg woensdag. 'Daaruit bleek dat er geen mandaat was bij de vakbonden om te beginnen met gesprekken. Dan spreek je tegen een muur', aldus Pieter Timmermans, topman van het VBO. Hij wijst er op dat de werkgevers meerdere voorstellen lanceerden om tegemoet te komen aan de vakbonden.

Timmermans zegt erg ontgoocheld te zijn. 'Dit is frustrerend en onverantwoordelijk. In een economische crisis hebben de vakbonden opnieuw geen mandaat om te onderhandelen. Maar het is wat het is'.

Geen verrassing

Voor de werkgevers blijft de deur voor overleg wel open. 'We zijn vragende partij voor een oplossing, maar binnen de normen van de wet en van het regeerakkoord', aldus nog Timmermans. Dat valt ook te horen bij ondernemersorganisatie Unizo. 'Tot onze grote spijt moeten we vaststellen dat overleg onmogelijk blijkt. Wat de vakbonden vragen, een indicatieve loonnorm, gaat in tegen de wet', aldus gedelegeerd bestuurder Danny Van Assche.

De vakbonden ontkennen dat ze geen mandaat hebben of dat ze de tafel hebben verlaten. 'We hebben de tafel niet verlaten. We willen graag een interprofessioneel akkoord, met een indicatieve loonnorm en zonder koppeling tussen het interprofessioneel akkoord en de welvaartsenveloppe', zegt ACV-woordvoerder David Vanbellinghen.

Dat het overleg geen akkoord oplevert, is geen grote verrassing. De vakbonden stelden al na enkele onderhandelingsrondes vast dat het geen zin heeft om voort te spreken. Maar minister van Werk Pierre-Yves Dermagne (PS) stuurde de sociale partners toch weer naar de onderhandelingstafel. Tot vandaag dus.

De vakbonden dringen aan op een indicatieve loonnorm, zodat sectoren die het goed doen toch wat extra kunnen geven. Ze willen ook dat het overleg over hogere uitkeringen vaart krijgt, en apart wordt onderhandeld van het loonoverleg. De werkgevers schermen met de concurrentiekracht en de penibele situatie waar veel bedrijven zich in bevinden. Naast de lonen en de uitkeringen moet ook nog onderhandeld worden over bijvoorbeeld de eindeloopbaanproblematiek.

Daarmee ligt de bal nu in het kamp van de regering, dik tegen haar zin. Het loonoverleg is immers een heikel politiek dossier. Het verdeelt socialisten en liberalen binnen de regering. De vakbonden hopen nu dat de regering via zogenaamde omzendbrieven - opgenomen in het regeerakkoord - sleutelt aan de loonnormwet, zodat toch iets meer kan dan 0,4 procent extra loon bovenop de index voor sectoren die het goed doen.

Regering wil samenzitten met werkgevers

De regering wil nu samenzitten met de werkgevers. Vanuit de werkgevers vertrok een brief naar de premier. 'Daarin vragen de werkgevers overleg met de regering. We willen samen zitten om de zaken uit te klaren, zoals de werkgevers vragen', klinkt het op het kabinet van minister van Werk Pierre-Yves Dermagne (PS).

De sociale partners - verenigd in de Groep van Tien - onderhandelen sinds januari over de loon- en arbeidsvoorwaarden. Struikelsteen is met hoeveel de lonen in de privésector mogen stijgen, bovenop de index. Een rapport van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) legt de grens op 0,4 procent. De bonden spreken over een 'aalmoes', terwijl de werkgevers schermen met de concurrentiekracht in wat ze één van de grootste economische crisissen ooit noemen.

'De onderhandelingen zijn stopgezet zonder resultaat', klinkt het in een mededeling. De sociale partners - verenigd in de Groep van Tien - onderhandelen sinds januari over de loon- en arbeidsvoorwaarden. Struikelsteen is met hoeveel de lonen in de privésector mogen stijgen, bovenop de index. Een rapport van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) legt de grens op 0,4 procent. De bonden spreken over een 'aalmoes', terwijl de werkgevers schermen met de concurrentiekracht in wat ze één van de grootste economische crisissen ooit noemen.De kloof tussen beiden blijkt nu te groot. De werkgevers melden in een brief aan de regering het mislukken van het overleg. 'De werkgeversorganisaties hebben vandaag moeten vaststellen dat de vakbonden geen mandaat hebben om de besprekingen in de schoot van de Groep van 10 verder te zetten', klinkt het in de mededeling van VBO, Unizo, UCM en Boerenbond. De conclusie van de werkgevers komt er na nieuw overleg woensdag. 'Daaruit bleek dat er geen mandaat was bij de vakbonden om te beginnen met gesprekken. Dan spreek je tegen een muur', aldus Pieter Timmermans, topman van het VBO. Hij wijst er op dat de werkgevers meerdere voorstellen lanceerden om tegemoet te komen aan de vakbonden. Timmermans zegt erg ontgoocheld te zijn. 'Dit is frustrerend en onverantwoordelijk. In een economische crisis hebben de vakbonden opnieuw geen mandaat om te onderhandelen. Maar het is wat het is'. Voor de werkgevers blijft de deur voor overleg wel open. 'We zijn vragende partij voor een oplossing, maar binnen de normen van de wet en van het regeerakkoord', aldus nog Timmermans. Dat valt ook te horen bij ondernemersorganisatie Unizo. 'Tot onze grote spijt moeten we vaststellen dat overleg onmogelijk blijkt. Wat de vakbonden vragen, een indicatieve loonnorm, gaat in tegen de wet', aldus gedelegeerd bestuurder Danny Van Assche. De vakbonden ontkennen dat ze geen mandaat hebben of dat ze de tafel hebben verlaten. 'We hebben de tafel niet verlaten. We willen graag een interprofessioneel akkoord, met een indicatieve loonnorm en zonder koppeling tussen het interprofessioneel akkoord en de welvaartsenveloppe', zegt ACV-woordvoerder David Vanbellinghen.Dat het overleg geen akkoord oplevert, is geen grote verrassing. De vakbonden stelden al na enkele onderhandelingsrondes vast dat het geen zin heeft om voort te spreken. Maar minister van Werk Pierre-Yves Dermagne (PS) stuurde de sociale partners toch weer naar de onderhandelingstafel. Tot vandaag dus. De vakbonden dringen aan op een indicatieve loonnorm, zodat sectoren die het goed doen toch wat extra kunnen geven. Ze willen ook dat het overleg over hogere uitkeringen vaart krijgt, en apart wordt onderhandeld van het loonoverleg. De werkgevers schermen met de concurrentiekracht en de penibele situatie waar veel bedrijven zich in bevinden. Naast de lonen en de uitkeringen moet ook nog onderhandeld worden over bijvoorbeeld de eindeloopbaanproblematiek. Daarmee ligt de bal nu in het kamp van de regering, dik tegen haar zin. Het loonoverleg is immers een heikel politiek dossier. Het verdeelt socialisten en liberalen binnen de regering. De vakbonden hopen nu dat de regering via zogenaamde omzendbrieven - opgenomen in het regeerakkoord - sleutelt aan de loonnormwet, zodat toch iets meer kan dan 0,4 procent extra loon bovenop de index voor sectoren die het goed doen.De regering wil nu samenzitten met de werkgevers. Vanuit de werkgevers vertrok een brief naar de premier. 'Daarin vragen de werkgevers overleg met de regering. We willen samen zitten om de zaken uit te klaren, zoals de werkgevers vragen', klinkt het op het kabinet van minister van Werk Pierre-Yves Dermagne (PS). De sociale partners - verenigd in de Groep van Tien - onderhandelen sinds januari over de loon- en arbeidsvoorwaarden. Struikelsteen is met hoeveel de lonen in de privésector mogen stijgen, bovenop de index. Een rapport van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) legt de grens op 0,4 procent. De bonden spreken over een 'aalmoes', terwijl de werkgevers schermen met de concurrentiekracht in wat ze één van de grootste economische crisissen ooit noemen.