Natuurlijk is er geen probleem om bij je lief te zijn - hoe schoon is dat!' Dat zei Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) kort na de aankondiging van de semilockdown in Het Journaal. Naast je eigen gezinsleden mag je nog met één andere persoon contact hebben, en dat kan dus perfect je geliefde zijn. Een pak van het hart van veel koppels die niet samenwonen, natuurlijk. Al zijn sommigen er toch niet helemaal gerust op. Niet onterecht, zo blijkt. Afgelopen week werd een Gentse vrouw door de politie tegengehouden toen ze onderweg was naar Knokke-Heist, waar de man woont met wie ze al jaren een latrelatie heeft. Ze probeerde nog uit te leggen dat het mocht van Jan Jambon, maar toch moest ze rechtsomkeert maken.
...

Natuurlijk is er geen probleem om bij je lief te zijn - hoe schoon is dat!' Dat zei Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) kort na de aankondiging van de semilockdown in Het Journaal. Naast je eigen gezinsleden mag je nog met één andere persoon contact hebben, en dat kan dus perfect je geliefde zijn. Een pak van het hart van veel koppels die niet samenwonen, natuurlijk. Al zijn sommigen er toch niet helemaal gerust op. Niet onterecht, zo blijkt. Afgelopen week werd een Gentse vrouw door de politie tegengehouden toen ze onderweg was naar Knokke-Heist, waar de man woont met wie ze al jaren een latrelatie heeft. Ze probeerde nog uit te leggen dat het mocht van Jan Jambon, maar toch moest ze rechtsomkeert maken. Er zijn ook honderden Vlamingen die helemaal van hun geliefde zijn gescheiden. Omdat een van beiden ziek is, maar soms ook omdat ze het risico niet willen lopen hun huisgenoten te besmetten. Anderen hebben simpelweg geen keuze. Zo zijn er ontzettend veel tieners die hun lief al niet meer hebben gezien sinds ze niet meer naar school gaan. Meestal omdat het niet mag van hun ouders. Niet alleen hebben ze geen idee wanneer ze hun vriend of vriendin terug zullen zien, in veel gevallen zijn ze ook als de dood dat de verliefdheid ondertussen zal wegebben. Ook smoorverliefde studenten hebben de voorbije weken een moeilijke keuze moeten maken. Blijven ze samen op kot en zien ze hun ouders lange tijd niet? Gaan ze elk naar hun eigen huis, waardoor ze elkaar weken of misschien maanden moeten missen? Of trekken ze samen bij de ouders van een van beiden in? Niet alleen jonge liefde wordt door het coronavirus getroffen. Er zijn ook heel wat rijpere koppels met een latrelatie die elkaar voorlopig niet meer zien. Vaak gaat het om partners die elk kinderen uit een vorige relatie hebben en die normaal samen zijn in de week dat hun kroost bij de andere ouder woont. Daarnaast zijn er ook stellen die halsoverkop zijn gaan samenwonen zodra er sprake was van een mogelijke lockdown - ook als ze daar eigenlijk nog niet aan toe waren. Maar het allermoeilijkst is het vandaag voor koppels van wie een van beiden in een woonzorgcentrum woont. Doordat bezoekers er niet meer in mogen, kunnen zij elkaar voorlopig niet zien. Het gevolg is dat tachtigers en negentigers, die vaak zestig jaar of langer geen dag zonder elkaar zijn geweest, nu van elkaar worden gescheiden. Maar ook nieuwe liefdes worden in Vlaamse woonzorgcentra tijdelijk aan banden gelegd. Zoals Rudolf (84) en Cathérine (85), die elkaar vorig jaar leerden kennen tijdens een filmavond in het woonzorgcentrum aan de kust waar ze allebei wonen. Hun partners zijn er al heel lang niet meer, en ze dachten dat ze veel te oud waren om de liefde nog te vinden. Niets bleek minder waar. Sinds die filmavond kunnen ze elkaar geen minuut meer missen. Elke middag zitten ze hand in hand in de cafetaria te praten en 's avonds kijken ze samen tv. Dat kan nu niet meer. Al weken zitten ze elk in hun eigen kamer opgehokt. De lange brieven die ze elkaar schrijven, worden door een verzorgster besteld. Na een paar dagen toch. De directie is veel te bang dat ze elkaar via het briefpapier zouden besmetten. 'Ik hoor mijn lief nu veel meer dan voor de coronacrisis. Tijdens de schooluren hebben we normaal helemaal geen contact en daarna heb ik het vaak te druk. Ik kom laat thuis, moet nog studeren en eten, soms is er ook nog dansles en ik wil niet al te laat gaan slapen. Het gebeurt geregeld dat ik tegen Sam moet zeggen dat ik geen tijd heb om met hem te praten. Maar sinds de scholen dicht zijn, is het helemaal anders. Nu hebben we van 's ochtends tot 's avonds contact, want de videochat staat bijna de hele dag op. We praten heel veel, waardoor we elkaar in korte tijd nog beter hebben leren kennen. Soms zijn we uitgebabbeld en gaan we elk iets anders doen, maar ondertussen blijft de videochat wel opstaan. Dan maak ik bijvoorbeeld een taak voor school terwijl hij zijn kamer opruimt, en af en toe zeggen we iets tegen elkaar. 'De laatste keer dat we écht samen waren, was de dag voor de scholen sloten. Van mama zou ik weleens een uurtje met hem mogen gaan wandelen. Maar dan zouden we afstand moeten houden en dat lijkt me heel moeilijk. Daarom doe ik het voorlopig liever niet. Ik wil natuurlijk niet dat we elkaar besmetten. Als we nu onnodige risico's nemen, bestaat de kans dat we elkaar nog veel langer moeten missen. Daarom ga ik voorlopig gewoon met mama wandelen - dat is nu het makkelijkst. 'Natuurlijk is het niet fijn dat ik niet weet wanneer ik Sam zal terugzien. Maar we overleven het wel. Als een paar weken of maanden gescheiden zijn alles zou veranderen, wat is onze relatie dan waard? We hebben wel één duidelijke afspraak: zolang we thuis zitten, kijken we geen van beiden naar Temptation Island. Dan kunnen we zodra we elkaar weer mogen zien een Temptation-marathon houden. Lekker dicht bij elkaar op de bank.' 'Eind vorig jaar leerde ik Peter kennen tijdens een congres in Lyon. Een onvervalste coup de foudre was het. Amper was ik weer thuis of hij sms'te me al dat hij graag wilde afspreken. We zijn toen uit eten gegaan, en een week later naar het theater en toen nog eens op restaurant. Voor we het goed en wel beseften, hadden we een relatie. Al deden we het nog rustig aan. We wonen 100 kilometer bij elkaar vandaan, hebben allebei een drukke job, trekken veel met onze vrienden op en ik heb ook nog twee tienerdochters, die de helft van de tijd bij mij zijn. Peter zie ik doorgaans alleen in de week dat de meisjes bij hun vader wonen, want ik vind het nog veel te vroeg om hen aan elkaar voor te stellen. 'Maandenlang werkte die regeling goed. Tot de scholen dichtgingen en steeds meer mensen ziek begonnen te worden. Mijn ex-man vond het niet zo slim dat onze dochters in die omstandigheden van het ene gezin naar het andere bleven verhuizen. Zelf heeft hij een overvol huis met de kinderen uit zijn nieuwe relatie en ook nog twee stiefkinderen. Bovendien had zijn vriendin al een paar dagen keelpijn en lichte koorts. Daarom stelde hij voor dat onze dochters voorlopig bij mij zouden blijven. Natuurlijk was dat de beste oplossing, dat zag ik zelf ook wel in. Als moeder wil je in de eerste plaats dat je kinderen veilig zijn en ik vond het ook wel een fijn idee om hen nu dicht bij mij te hebben. 'In het begin dacht ik dat ik Peter gewoon zou kunnen blijven zien. Mijn dochters zijn 14 en 16 jaar en kunnen dus best een avond alleen thuisblijven. Alleen is het niet erg praktisch om 100 kilometer te rijden om wat tijd met hem door te brengen en dan aan het eind van de avond weer helemaal terug naar huis te keren. Vorige week heb ik het nog één keer gedaan. Op de achterbank stond een zak met verse lakens: als ze me zouden tegenhouden, zou ik zeggen dat ik die naar mijn zieke ouders bracht. Politici beweren op tv wel dat je je geliefde mag zien, maar helemaal zeker ben ik er niet van. Die avond ben ik met tranen in de ogen terug naar huis gereden. Geen idee wanneer ik Peter terug zal zien. Ik weet ook niet of een relatie die zo pril is als de onze een maandenlange lockdown kan overleven. Ik hoop van wel.' 'Tot een paar weken geleden hadden we elk ons eigen leven. We zagen elkaar vaak, maar we deden ook veel dingen apart. Ooit wilden we wel gaan samenwonen, maar concreet waren die plannen zeker niet. Pas toen we hoorden dat er misschien een lockdown op til was, groeide het idee om bij elkaar in te trekken. Toch tijdelijk. Het ging heel spontaan. Gaandeweg vielen alle avondactiviteiten, zoals Odettes yoga, weg en we konden onze vrienden ook niet meer zien. Daardoor waren we vanzelf meer samen. 'Ondertussen wonen we een paar weken samen, en het enige waar we al eens over hebben gediscussieerd is waar de lepeltjes moeten liggen. Valt goed mee, toch? Het helpt natuurlijk dat we al een jaar samen zijn. Als je, zoals wij, al een heel leven achter de rug hebt, duurt het even om je gewoonten op elkaar af te stemmen. Maar die fase hebben wij ondertussen al doorgemaakt. En we zijn ook geen twintigers meer: wij weten heel goed wat het inhoudt om met een partner samen te wonen. 'Overdag werk ik nog altijd in mijn eigen huis, waar mijn kantoor is. Maar zodra ik klaar ben, ga ik naar Odettes appartement 800 meter verderop, waar ik nu ook slaap. Zij is tijdelijk werkloos, maar vervelen doet ze zich niet. De hele dag is ze creatief bezig. 's Avonds koken we dan samen en kijken we Netflix. En op zondag fietsen we naar de frituur, want die is wél nog open. (lacht)'De beslissing om bij Odette in te trekken was door de omstandigheden misschien niet weloverwogen, maar ik ben heel blij dat ik het heb gedaan. Mochten we nu niet samen zijn, dan zouden we ons allebei veel slechter voelen. Het is een goed gevoel om in deze moeilijke tijd een veilige haven te hebben. Op dit moment kan ik me ook niet voorstellen dat we na de crisis terug zullen gaan naar ons vroegere leven. Ik zeg niet dat we dan meteen definitief en officieel gaan samenwonen, maar we zullen zeker veel meer tijd samen blijven doorbrengen.' 'We zijn gedoemd om als een soort Romeo en Julia naar elkaar te staan zwaaien. Ik beneden in de tuin van het woonzorgcentrum, hij boven op het balkon van zijn kamer. En dat terwijl we veertig jaar lang nooit van elkaar gescheiden zijn geweest. Jos en ik, twee kunstenaars, hebben altijd harmonieus samengeleefd. Ik schreef mijn boeken, hij maakte zijn schilderijen. Tot hij vijf jaar geleden een beroerte kreeg en nog moeilijk kon praten. Daarna volgden er nog twee beroertes en zette ook de dementie in. Twee maanden geleden kreeg hij plots hoge koorts en werd hij naar het ziekenhuis gebracht. Blijkbaar een gevolg van een heel agressieve vorm van dementie. In het ziekenhuis kreeg ik te horen dat hij niet meer mee naar huis mocht omdat ik onmogelijk alleen voor hem zou kunnen zorgen. Verschrikkelijk. 'Begin februari verhuisde Jos naar Huis De Beuken, een woonzorgcentrum vlak bij ons huis. Zo kon ik hem toch elke middag opzoeken. Dan keken we naar Ketnet, maakten we een wandeling in de tuin of kleurden we samen - dat is wat hij nu nog kan. Maar toen ik een paar weken geleden uit het rusthuis vertrok, kwam ik de partner van een andere bewoner tegen. "Heb je gehoord dat we vanaf morgen niet meer binnen zullen mogen door dat virus?" vroeg hij. Ik ben toen snel terug naar boven gelopen en heb Jos nog een kusje gegeven. Gelukkig maar, want de volgende dag stond ik inderdaad voor een gesloten deur. Alles heb ik geprobeerd om hem toch nog te zien. Zelfs Jos' neuroloog heb ik ingeschakeld om te bemiddelen, maar het hielp allemaal niet. 'Nu zijn we dus helemaal van elkaar gescheiden. Skypen of bellen kan niet, want hij zou niet begrijpen waar die stem vandaan komt. Laat staan dat hij zou beseffen dat ik het ben. Via de katholieke pastor die hem een paar keer per week bezoekt, hoor ik wel hoe het met hem gaat. Zij heeft onlangs ook een zwaaimoment voor ons georganiseerd. Jos werd naar het balkon gebracht en ik stond beneden naar hem te zwaaien. Ik had het lumineuze idee gehad om een maquette mee te nemen van zijn rode sportauto - daar hield hij altijd zo van. Door dat autootje boven mijn hoofd te houden, kon ik zijn aandacht trekken en zwaaide hij terug. 'Vorige week heb ik samen met het Walden Trio, waar ik deel van uitmaak, een voorstelling met muziek en poëzie gebracht in de tuin van het woonzorgcentrum. De bewoners konden alles vanaf het balkon volgen. Blijkbaar heeft Jos mijn stem herkend, want hij begon te zwaaien. Gelukkig had hij net een goede dag. Een halfuur is hij blijven zitten, en voor hem is dat al heel lang. Ondertussen zit ik alleen, met mijn twee katten, in ons veel te grote huis. Alles hier doet me aan Jos denken. Zijn schildersatelier, zijn schilderijen, zijn brocanteverzameling. Na veertig jaar samen moet ik nu helemaal alleen verder. En dat terwijl de tijd die Jos nog rest almaar korter wordt, want hij zit in een van de laatste fases van zijn ziekte. Als het nog lang duurt voor ik hem weer mag bezoeken, is de kans ook groot dat ik uit zijn geheugen zal worden gewist en hij me niet meer zal herkennen. Het enige wat we ondertussen kunnen doen, is naar elkaar zwaaien.' 'Het is dankzij de bombardementen dat ik haar heb leren kennen. Omdat er van mijn ouderlijke huis in Gentbrugge niets over was, wees het Rode Kruis ons na de oorlog een halve woning toe in Mariakerke. De tuin van Agnes bleek aan de onze te palen en daar, over de tuindraad, is onze liefde begonnen. Als een virus, maar dan van de goede soort. Daarna zijn wij altijd samengebleven. Ik beweer niet dat ons huwelijk een zee was waar het nooit stormde, maar we hebben het goed gehad samen en we dachten dat we tot onze laatste dag samen zouden blijven. Tot zes jaar geleden, toen bleek mijn echtgenote de ziekte van Alzheimer te hebben. Ik heb haar daarna nog lang bij mij kunnen houden, maar op den duur ging het echt niet meer. 's Nachts moest ik wel drie keer voor haar opstaan, en zelf ben ik natuurlijk ook niet meer zo jong. Nadat ik met hartritmestoornissen was weggevoerd, zei onze huisdokter: "Sylvain, nu moet je ook eens aan jezelf denken." 'Sinds begin vorig jaar woont ze in een woonzorgcentrum hier in de buurt. Tot twee weken geleden bezocht ik haar daar elke namiddag en dan bleef ik tot het avondmaal. Ze weet nog altijd perfect wie ik ben, en we kunnen ook nog goed met elkaar praten. Alleen is ze twee uur later alweer vergeten wat ik heb verteld. We hebben ook de gewoonte om 's avonds om halfacht nog eens te telefoneren. Dan krijg ik altijd onderrichtingen van haar: dat ik de deur voor niemand meer mag opendoen, bijvoorbeeld. (lacht)'Nu mag ik haar door de coronamaatregelen al weken niet meer bezoeken, maar we blijven wel bellen en we skypen soms ook. Vorige week hebben we elkaar nog eens écht kunnen zien. Wel buiten en met twee nadarhekken tussen ons in. "Het is net zoals in de oorlog, maar toen was het met prikkeldraad", zei Agnes nog. Zo konden we zeker twintig minuten met elkaar praten, maar ik mocht haar natuurlijk niet aanraken. Plezierig is dat niet. Ik mag dan bijna negentig jaar zijn, ik pak mijn vrouw toch nog graag eens vast. 'Het moeilijkste is dat ik er niet zeker van kan zijn dat we elkaar nog terug zullen zien. Op onze leeftijd weet je niet hoeveel tijd je nog tegoed hebt. Ik ben ook ongerust over mijn echtgenote, want ik kan niet meer controleren of er wel goed voor haar wordt gezocht. En dan is er natuurlijk nog het virus. Gelukkig zit het nu nog niet binnen in het rusthuis - als dat gebeurt, zijn al die bewoners een vogel voor de kat. Mijn echtgenote is er ook niet gerust op. Ik heb haar vlakaf gezegd: "Ma, als het virus een van ons te pakken krijgt, is het gedaan." Vreselijk vind ik het dat we dit niet samen kunnen doorstaan. Met ons tweeën konden we altijd alles aan. En nu, helemaal aan het eind van ons leven, moeten we het alleen doen.'