Artificiële intelligente is geen ééndagsvlieg, maar 'here to stay'. De technologie gaat onze wereld de komende twintig jaar op bijna alle denkbare gebieden veranderen. In de gezondheidszorg om de volgende pandemie beter in kaart te brengen. In de financiële sector om fraude te herkennen. In de verzekeringssector om claims in te dienen. In de landbouw om infecties op gewassen op te sporen. In de sport om data over de prestaties van topsporters en hun tegenstanders te analyseren. In de steden om vervuiling en verkeer te verminderen. Kwaliteitsvol onderwijs en opleiding om ethisch met al deze AI-toepassingen om te gaan worden cruciaal de komende jaren.

Legt Europa artificiële intelligentie bij politie aan banden?

Algoritmes vallen nu al niet meer weg te denken uit onze maatschappij. Ze kennen me zelfs maar al te goed. Wat ik in het verleden online heb gekocht, en wat ik op basis van die gegevens in de toekomst allicht zal kopen. Iedere keer als ik even stop met scrollen of op een product klik, vangt het algoritme van Amazon, Google of Facebook een signaal op: mijn interesse.

Ja, AI zal ons werk én ons leven ingrijpend veranderen. Moeten we bang zijn dat onze jobs ingepikt zullen worden door machines? Hoe we werken zal zeker veranderen in de toekomst. Maar vooral in ons voordeel, want we zullen efficiënter werken. Technologieën zijn immers in staat data nauwkeuriger, sneller en op grotere schaal te verwerken. Tegelijkertijd groeit de bezorgdheid over onze privacy en terecht: wie beschikt over onze data en hoe worden die gebruikt?

De Europese Unie heeft met de GDPR een zeer strikt wettelijk kader gecreëerd over het bewaren van persoonsgegevens. Gezondheidsgegevens worden bijvoorbeeld als gevoelige gegevens geklasseerd die bijzondere bescherming verdienen. Tegelijkertijd kan Europa niet op zijn lauweren rusten want technologie blijft evolueren. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat Europa blijft innoveren en concurreren op vlak van AI en tegelijkertijd de veiligheid en grondrechten van Europese burgers waarborgen? Dit is geen eenvoudig debat, maar één dat we niet uit de weg kunnen gaan.

Volgende week staat ons een voorproefje te wachten in het Europees Parlement. Er wordt namelijk gestemd over het gebruik van AI bij de politie en de justitiediensten in de lidstaten. Het gaat hier over een eigen rapport van het Europees Parlement, maar het zal de toon zetten voor de onderhandelingen die later dit jaar zullen volgen over het voorstel van de Europese Commissie dat een nieuw wettelijk kader wil creëren voor het gebruik van AI in onze maatschappij.

Er borrelt heel wat ideologisch verzet in het Europees Parlement tegen het gebruik van real-time gezichtsherkenning in de publieke ruimte door de politie. Het valt te bekijken of er zich een meerderheid vormt dat zich achter een volledig verbod zal scharen. Mijn standpunt is duidelijk. Ik ben tegen een ban en pleit ervoor om biometrische identificatie wel mogelijk te maken in uitzonderlijke gevallen. Daar pleit de Europese Commissie overigens ook voor.

Waarom? Steeds meer criminelen verleggen hun werkterrein digitaal om terrorisme te organiseren, geld wit te wassen, mensen te smokkelen, online kinderporno te distribueren en andere misdaden te plegen. Het heeft dus geen zin om de politiediensten met handen en voeten vast te binden om deze misdaden te bestrijden. Het moet ook mogelijk zijn voor de politie en de justitiediensten om het potentieel van kunstmatige intelligentie te benutten. Politiediensten zouden door AI-toepassingen op hun databases veel efficiënter, gerichter en sneller misdadigers kunnen opsporen.

Het is tegelijkertijd niet de bedoeling dat AI in het wilde weg gebruikt wordt om mensen te controleren en te onderdrukken en tot situaties leiden zoals in China. Daarom stellen we een sterk kader voor waarin de veiligheid en grondrechten van onze burgers gewaarborgd en gecontroleerd worden, en enkel bepaalde toepassingen mogelijk zijn in uitzonderlijke gevallen. Zoals het gericht opsporen van vermiste kinderen. Of de mogelijkheid om op een onmiddellijke terreurdreiging te reageren. Deze uitzonderlijke toepassingen moet men toetsen aan een aantal beginselen zoals proportionaliteit, noodzakelijkheid, beperking in tijd en ruimte, rechterlijke controle en democratisch toezicht. Dit zou de politie en de rechterlijke instanties toestaan om een duidelijk wettelijk kader te handhaven voor het gebruik van AI.

De digitalisering van onze maatschappij staat nog in zijn kinderschoenen. Maar ze is onvermijdelijk. Het is onze plicht om de juiste balans te vinden tussen het gebruik van nieuwe technologieën en de bescherming van onze grondrechten. We moeten waakzaam blijven, maar mogen het het kind niet met het badwater weggooien.

Tom Vandenkendelaere is Europees Parlementslid voor CD&V - EVP.

Artificiële intelligente is geen ééndagsvlieg, maar 'here to stay'. De technologie gaat onze wereld de komende twintig jaar op bijna alle denkbare gebieden veranderen. In de gezondheidszorg om de volgende pandemie beter in kaart te brengen. In de financiële sector om fraude te herkennen. In de verzekeringssector om claims in te dienen. In de landbouw om infecties op gewassen op te sporen. In de sport om data over de prestaties van topsporters en hun tegenstanders te analyseren. In de steden om vervuiling en verkeer te verminderen. Kwaliteitsvol onderwijs en opleiding om ethisch met al deze AI-toepassingen om te gaan worden cruciaal de komende jaren.Algoritmes vallen nu al niet meer weg te denken uit onze maatschappij. Ze kennen me zelfs maar al te goed. Wat ik in het verleden online heb gekocht, en wat ik op basis van die gegevens in de toekomst allicht zal kopen. Iedere keer als ik even stop met scrollen of op een product klik, vangt het algoritme van Amazon, Google of Facebook een signaal op: mijn interesse.Ja, AI zal ons werk én ons leven ingrijpend veranderen. Moeten we bang zijn dat onze jobs ingepikt zullen worden door machines? Hoe we werken zal zeker veranderen in de toekomst. Maar vooral in ons voordeel, want we zullen efficiënter werken. Technologieën zijn immers in staat data nauwkeuriger, sneller en op grotere schaal te verwerken. Tegelijkertijd groeit de bezorgdheid over onze privacy en terecht: wie beschikt over onze data en hoe worden die gebruikt? De Europese Unie heeft met de GDPR een zeer strikt wettelijk kader gecreëerd over het bewaren van persoonsgegevens. Gezondheidsgegevens worden bijvoorbeeld als gevoelige gegevens geklasseerd die bijzondere bescherming verdienen. Tegelijkertijd kan Europa niet op zijn lauweren rusten want technologie blijft evolueren. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat Europa blijft innoveren en concurreren op vlak van AI en tegelijkertijd de veiligheid en grondrechten van Europese burgers waarborgen? Dit is geen eenvoudig debat, maar één dat we niet uit de weg kunnen gaan. Volgende week staat ons een voorproefje te wachten in het Europees Parlement. Er wordt namelijk gestemd over het gebruik van AI bij de politie en de justitiediensten in de lidstaten. Het gaat hier over een eigen rapport van het Europees Parlement, maar het zal de toon zetten voor de onderhandelingen die later dit jaar zullen volgen over het voorstel van de Europese Commissie dat een nieuw wettelijk kader wil creëren voor het gebruik van AI in onze maatschappij. Er borrelt heel wat ideologisch verzet in het Europees Parlement tegen het gebruik van real-time gezichtsherkenning in de publieke ruimte door de politie. Het valt te bekijken of er zich een meerderheid vormt dat zich achter een volledig verbod zal scharen. Mijn standpunt is duidelijk. Ik ben tegen een ban en pleit ervoor om biometrische identificatie wel mogelijk te maken in uitzonderlijke gevallen. Daar pleit de Europese Commissie overigens ook voor. Waarom? Steeds meer criminelen verleggen hun werkterrein digitaal om terrorisme te organiseren, geld wit te wassen, mensen te smokkelen, online kinderporno te distribueren en andere misdaden te plegen. Het heeft dus geen zin om de politiediensten met handen en voeten vast te binden om deze misdaden te bestrijden. Het moet ook mogelijk zijn voor de politie en de justitiediensten om het potentieel van kunstmatige intelligentie te benutten. Politiediensten zouden door AI-toepassingen op hun databases veel efficiënter, gerichter en sneller misdadigers kunnen opsporen. Het is tegelijkertijd niet de bedoeling dat AI in het wilde weg gebruikt wordt om mensen te controleren en te onderdrukken en tot situaties leiden zoals in China. Daarom stellen we een sterk kader voor waarin de veiligheid en grondrechten van onze burgers gewaarborgd en gecontroleerd worden, en enkel bepaalde toepassingen mogelijk zijn in uitzonderlijke gevallen. Zoals het gericht opsporen van vermiste kinderen. Of de mogelijkheid om op een onmiddellijke terreurdreiging te reageren. Deze uitzonderlijke toepassingen moet men toetsen aan een aantal beginselen zoals proportionaliteit, noodzakelijkheid, beperking in tijd en ruimte, rechterlijke controle en democratisch toezicht. Dit zou de politie en de rechterlijke instanties toestaan om een duidelijk wettelijk kader te handhaven voor het gebruik van AI. De digitalisering van onze maatschappij staat nog in zijn kinderschoenen. Maar ze is onvermijdelijk. Het is onze plicht om de juiste balans te vinden tussen het gebruik van nieuwe technologieën en de bescherming van onze grondrechten. We moeten waakzaam blijven, maar mogen het het kind niet met het badwater weggooien. Tom Vandenkendelaere is Europees Parlementslid voor CD&V - EVP.