Worden de Vlaamse regionale omroepen echt bevolkt door mensen die wat suffig naar hun navel zitten te staren terwijl hun publiek in dichte drommen wegvlucht en hun inkomsten kelderen? Een mens zou het haast gaan geloven na wat er zoal bijeen geconcludeerd werd naar aanleiding van de audit van de regionale omroepen die de minister van media liet uitvoeren. Maar een snuifje nuancering is misschien toch op zijn plaats.

'Laten we niet uit het oog verliezen waarom de regionale omroepen ooit in het leven geroepen zijn'

Een fundamenteel probleem met een rapport als dit is dat het alle regionale omroepen over dezelfde kam scheert. Hoewel de tien omroepen in grote lijnen allemaal hetzelfde doen, zijn de omstandigheden waarin ze dat doen in veel gevallen zo verschillend dat ze amper vergelijkbaar zijn.

Om maar één voorbeeld te geven: het scheelt een flinke slok op een borrel of je zendgebied de provincie Limburg is of het arrondissement Halle-Vilvoorde waar amper iets meer dan de helft van de schoolgaande jeugd thuis nog Nederlands spreekt. En het gaat er helemaal niet om dat het lot van RINGtv beklagenswaardiger zou zijn dan dat van TVLimburg, dat is namelijk helemaal niet zo.

Een zendgebied is wat het is en als regionale omroep die zichzelf respecteert heb je de plicht om er het beste van te maken met de middelen die er te genereren zijn, alleen zullen alle parameters grondig verschillen naargelang het potentieel. En als een audit die allemaal op een grote hoop gooit en daar een algemeen beeld uit distilleert van 'de regionale omroepen' dan doet die de waarheid geweld aan.

Als je na 21 jaar werken in wat algemeen als het 'moeilijkste' zendgebied van Vlaanderen beschouwd wordt volledig schuldenvrij bent, een indrukwekkende solvabiliteitsratio hebt, jaarlijks stijgende lokale reclame-inkomsten hebt en in de CIM-audimetrie gemiddeld meer dan 90.000 kijkers per dag en 250.000 per week hebt, dan is het even slikken als je in de pers koppen leest als 'Heeft regionale tv nog een toekomst?' en 'De Vlaamse regionale omroepen betrekken hun doelpubliek onvoldoende. Bovendien zijn ze financieel ongezond'. En dan rijst de vraag of de schade die in de voorbije dagen aan de regionale omroepen is toegebracht niet al groter is dan de 185.000 euro die elke regionale omroep krijgt van de Vlaamse overheid in het raam van de samenwerkingsovereenkomsten, waar de hele audit om begonnen was en die tussen 3 en 7 procent van het budget van de omroepen uitmaakt.

Verdienmodel

Natuurlijk moeten wij ons aanpassen aan de evoluties in de mediaconsumptie die op een paar jaar tijd in een stroomversnelling geraakt zijn. De tijd dat wij ons louter als televisiezender konden presenteren aan het publiek ligt ver achter ons. Een regionale omroep moet nu een nieuwsmerk zijn dat zijn publiek via alle mogelijke kanalen bedient, via je website, facebook, Instagram enz. Enkel op die manier bereik je nog een segment van het publiek dat perfect complementair is met dat van de trouwe tv-kijkers.

Het probleem is dat het enige verdienmodel aan de tv-uitzendingen verbonden is en dat alle inspanningen die je als omroep levert op je website en op de sociale media enkel maar geld kosten zonder dat er zelfs op middellange termijn een uitzicht is op enige winst, terwijl ze door de overheid bij de beoordeling van je performantie als omroep niet eens in aanmerking worden genomen. Het gevolg is dat omroepen besparen op de manier waarop ze hun tv-programma's produceren om te kunnen investeren in hun online-activiteiten.

Dat het geen makkelijke tijden zijn voor de regionale omroepen is wel duidelijk en niemand is zich daar beter van bewust dan de omroepen zelf. Er is geen omroep die niet zelf op zoek is naar oplossingen en natuurlijk kunnen ook samenwerkingsvormen daar deel van uitmaken. Het rapport suggereert bijvoorbeeld synergiëen met de VRT en, in het geval van RINGtv met BRUZZ, net als de openbare omroep een instelling die door haar overheidsfinanciering meer armslag heeft, en dat zijn pistes waar we zeker voor openstaan.

Alleen mag niet uit het oog worden verloren waar de regionale omroepen ooit voor in het leven zijn geroepen: onafhankelijke berichtgeving over de nabije omgeving van de mensen en op die manier een verbindende factor zijn. En dat kan, zelfs in Halle-Vilvoorde, zonder geld te verliezen en tegelijk toch relevant te blijven voor je publiek.

Greet Claes is directeur van RINGtv

Dirk De Weert is hoofdredacteur RINGtv

Worden de Vlaamse regionale omroepen echt bevolkt door mensen die wat suffig naar hun navel zitten te staren terwijl hun publiek in dichte drommen wegvlucht en hun inkomsten kelderen? Een mens zou het haast gaan geloven na wat er zoal bijeen geconcludeerd werd naar aanleiding van de audit van de regionale omroepen die de minister van media liet uitvoeren. Maar een snuifje nuancering is misschien toch op zijn plaats.Een fundamenteel probleem met een rapport als dit is dat het alle regionale omroepen over dezelfde kam scheert. Hoewel de tien omroepen in grote lijnen allemaal hetzelfde doen, zijn de omstandigheden waarin ze dat doen in veel gevallen zo verschillend dat ze amper vergelijkbaar zijn. Om maar één voorbeeld te geven: het scheelt een flinke slok op een borrel of je zendgebied de provincie Limburg is of het arrondissement Halle-Vilvoorde waar amper iets meer dan de helft van de schoolgaande jeugd thuis nog Nederlands spreekt. En het gaat er helemaal niet om dat het lot van RINGtv beklagenswaardiger zou zijn dan dat van TVLimburg, dat is namelijk helemaal niet zo. Een zendgebied is wat het is en als regionale omroep die zichzelf respecteert heb je de plicht om er het beste van te maken met de middelen die er te genereren zijn, alleen zullen alle parameters grondig verschillen naargelang het potentieel. En als een audit die allemaal op een grote hoop gooit en daar een algemeen beeld uit distilleert van 'de regionale omroepen' dan doet die de waarheid geweld aan.Als je na 21 jaar werken in wat algemeen als het 'moeilijkste' zendgebied van Vlaanderen beschouwd wordt volledig schuldenvrij bent, een indrukwekkende solvabiliteitsratio hebt, jaarlijks stijgende lokale reclame-inkomsten hebt en in de CIM-audimetrie gemiddeld meer dan 90.000 kijkers per dag en 250.000 per week hebt, dan is het even slikken als je in de pers koppen leest als 'Heeft regionale tv nog een toekomst?' en 'De Vlaamse regionale omroepen betrekken hun doelpubliek onvoldoende. Bovendien zijn ze financieel ongezond'. En dan rijst de vraag of de schade die in de voorbije dagen aan de regionale omroepen is toegebracht niet al groter is dan de 185.000 euro die elke regionale omroep krijgt van de Vlaamse overheid in het raam van de samenwerkingsovereenkomsten, waar de hele audit om begonnen was en die tussen 3 en 7 procent van het budget van de omroepen uitmaakt.Natuurlijk moeten wij ons aanpassen aan de evoluties in de mediaconsumptie die op een paar jaar tijd in een stroomversnelling geraakt zijn. De tijd dat wij ons louter als televisiezender konden presenteren aan het publiek ligt ver achter ons. Een regionale omroep moet nu een nieuwsmerk zijn dat zijn publiek via alle mogelijke kanalen bedient, via je website, facebook, Instagram enz. Enkel op die manier bereik je nog een segment van het publiek dat perfect complementair is met dat van de trouwe tv-kijkers. Het probleem is dat het enige verdienmodel aan de tv-uitzendingen verbonden is en dat alle inspanningen die je als omroep levert op je website en op de sociale media enkel maar geld kosten zonder dat er zelfs op middellange termijn een uitzicht is op enige winst, terwijl ze door de overheid bij de beoordeling van je performantie als omroep niet eens in aanmerking worden genomen. Het gevolg is dat omroepen besparen op de manier waarop ze hun tv-programma's produceren om te kunnen investeren in hun online-activiteiten.Dat het geen makkelijke tijden zijn voor de regionale omroepen is wel duidelijk en niemand is zich daar beter van bewust dan de omroepen zelf. Er is geen omroep die niet zelf op zoek is naar oplossingen en natuurlijk kunnen ook samenwerkingsvormen daar deel van uitmaken. Het rapport suggereert bijvoorbeeld synergiëen met de VRT en, in het geval van RINGtv met BRUZZ, net als de openbare omroep een instelling die door haar overheidsfinanciering meer armslag heeft, en dat zijn pistes waar we zeker voor openstaan. Alleen mag niet uit het oog worden verloren waar de regionale omroepen ooit voor in het leven zijn geroepen: onafhankelijke berichtgeving over de nabije omgeving van de mensen en op die manier een verbindende factor zijn. En dat kan, zelfs in Halle-Vilvoorde, zonder geld te verliezen en tegelijk toch relevant te blijven voor je publiek. Greet Claes is directeur van RINGtv Dirk De Weert is hoofdredacteur RINGtv