Het mag duidelijk zijn dat er een stevig woordje wordt gesproken over onderwijs tijdens deze Vlaamse regeringsonderhandelingen. Dat hierbij de confrontatie niet wordt vermeden is eveneens duidelijk. Het noopte journaliste Barbara Moens er zelfs toe om haar jongste boek over de toekomst van het Vlaamse onderwijs 'De nieuwe schoolstrijd' te dopen. Ook nu spitst deze strijd zich toe op het levensbeschouwelijke en in concreto, op het aantal uren godsdienst. Volgens recente berichtgeving zou zowel N-VA als Open VLD dit aantal naar één lesuur willen terugdringen.

De N-VA zou zijn pijlen op het aantal uren godsdienst hebben gericht, omdat het Katholieke Onderwijs Vlaanderen in het eerste jaar een nieuw vak rond mens en samenleving introduceerde en dit ten koste van een uur Nederlands. De redenering die lijkt te worden gevolgd, is dat zulke experimentjes maar betaald moeten worden met de tijdsmiddelen van het godsdienstonderricht. Open VLD daarentegen ziet een kans om de visie van filosoof Patrick Loobuyck te realiseren en een algemeen vormend vak LEF (Levensbeschouwing, Ethiek en filosofie) in te voeren. Een reactie van de Erkende Instantie Katholieke Godsdienst liet niet lang op zich wachten en het zal nu afwachten zijn of de soep even heet wordt gegeten, als zij werd opgediend.

Het godsdienstonderwijs heeft wel zijn verdedigers, maar wat met de filosofie? Deze vraagt lijkt wellicht wat naast de kwestie, maar de huidige discussie geeft iets prijs van de ongezonde manier waarop naar de (mogelijke) plaats van filosofie binnen het onderwijs wordt gekeken. Terwijl in heel wat Europese landen (waaronder Nederland en Frankrijk) filosofie een verplicht en gewaardeerd deel van het onderwijsprogramma is, kwam het in Vlaanderen nooit verder dan een wollige resolutie van het Vlaamse parlement (2002) om 'kleine, maar ernstige stappen' te zetten in de richting 'van eerlijke kansen voor filosofieonderwijs'.

De filosofie wordt onrecht aangedaan door haar neer te zetten als een seculiere tegenhanger van religie.

Nu de filosofie eindelijk ter sprake komt in de onderhandelingen over onderwijs, is dit in het kader van het levensbeschouwelijke en het thema burgerschap. Dit is echter niet de juiste context. De filosofie wordt onrecht aangedaan door haar neer te zetten als een seculiere tegenhanger van religie. De keuze voor ofwel godsdienstlessen, ofwel filosofie berust op een valse tegenstelling. De filosofie draagt niet één mens- of wereldbeeld uit. Laat staan dat zij er één zou verdedigen. De filosofie is bovenal een methode en wel die van de kritische vraagstelling. Wie filosofeert, laat de vraag op het antwoord primeren en erkent geen enkel taboe of directief.

Dit toont ook onmiddellijk aan hoe moeilijk de verhouding tussen filosofie en lessen tot burgerschap liggen. De filosofie zou dit samenlevingsideaal eerder in vraag stellen en zelfs uitdagen. Hiervoor moet maar even teruggedacht worden aan Socrates - de morele vader van de Westerse filosofie - die tot de gifbeker werd veroordeeld, omdat hij het denken van de jongeren in zijn stad met zijn gefilosofeer had gecorrumpeerd. Hij had hen nochtans geen enkel ideaal voorgehouden, behalve om voor zichzelf te denken. Dit is de kern van de filosofie. Om die reden stelt de UNESCO verklaring van Parijs voor de filosofie (1995) dan ook onomwonden dat filosofieonderwijs nooit ondergeschikt mag worden 'aan economische, technische, religieuze, politieke of ideologische imperatieven'.

Filosoferen moedigt aan om in dialoog te treden met anderen en daagt uit om van elkaar te leren. Vertaald naar de samenleving houdt dit in dat ernaar wordt gestreefd dat alle vragen kunnen worden gesteld en alle standpunten mogen worden aangedragen.

Dit is niet om te zeggen dat filosofie geen belangrijke rol kan spelen in de vorming van burgerzin. De onvooringenomen houding waartoe de filosofie aanmaant, leidt tot zelfrelativering alsook een grotere openheid voor andere zienswijzen. Filosoferen moedigt aan om in dialoog te treden met anderen en daagt uit om van elkaar te leren. Vertaald naar de samenleving houdt dit in dat ernaar wordt gestreefd dat alle vragen kunnen worden gesteld en alle standpunten mogen worden aangedragen. Waar dit in het gedrang is, laat de filosofisch geschoolde burger een kritisch geluid horen. Of komt hij zelfs in verzet. De vraag is maar of dit het beeld is dat de regeringsonderhandelaars voor ogen staat.

De Vlaamse onderwijsonderhandelaars lijken dus op een dwaalspoor te zitten. De filosofie leent zich niet voor het behartigen van een politieke agenda en laat zich evenmin gebruiken als een pasmunt in levensbeschouwelijke discussies. Toch is zij allesbehalve zonder waarde voor het onderwijs. Zo komt de kritische en bevragende houding tijdens het filosoferen alle vakken ten goede. Deze houding voedt immers de nieuwsgierigheid van leerlingen en studenten, en motiveert hen om zich niet te snel tevreden te stellen met de antwoorden die hen worden voorgehouden. Onderzoek toont bovendien aan dat filosoferen ook een gunstige invloed heeft op de algehele cognitieve en affectieve vaardigheden van kinderen en jongeren.

Kortom, filosofie zou een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de nagestreefde kwaliteitsverbetering van het onderwijs. Hopelijk grijpen de regeringsonderhandelaars dan ook dit momentum aan om eindelijk de beloofde stappen te zetten in de richting van een eigentijds en volwaardig filosofieonderwijs in Vlaanderen.

Jonathan Lambaerts (°1985) studeerde sociaal werk, wijsbegeerte en godsdienstwetenschappen. Hij werkt op de Thomas More hogeschool, waar hij onder meer filosofie doceert.