Het begon een jaar geleden met een simpele oproep op Twitter: 'Vrouwen, als jullie seksueel lastiggevallen of geïntimideerd worden, meld het dan. Gebruik de hashtag MeToo en de wereld zal ontdekken hoe groot dit probleem is.'
...

Het begon een jaar geleden met een simpele oproep op Twitter: 'Vrouwen, als jullie seksueel lastiggevallen of geïntimideerd worden, meld het dan. Gebruik de hashtag MeToo en de wereld zal ontdekken hoe groot dit probleem is.' De gevolgen waren snel merkbaar. Overal ter wereld werden bekende, machtige mannen, en een enkele vrouw, beschuldigd van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Sommigen verloren hun baan, velen hun aanzien en #MeToo groeide uit tot een beweging die de verhouding tussen mannen en vrouwen op scherp stelde. Ook in eigen land regende het berichten over seksueel wangedrag van mannen tegenover vrouwen, met tv-maker Bart De Pauw en kunstenaar Jan Fabre als bekende uitschieters. Vlaanderen liep overigens een beetje voor op #MeToo, met de eerdere Twitteractie #WijOverdrijvenNiet, het rumoer rond de tv-documentaire Femme de la rue van Sofie Peeters en onthullingen over het gedrag van politicus Pol Van Den Driessche (N-VA). Voor een goed begrip: onder grensoverschrijdend seksueel gedrag vallen natuurlijk aanranding en verkrachting, maar ook in billen of borsten knijpen, seksueel getinte grappen maken, en vunzige e-mails en sms'en versturen. Het Fundamental Rights Agency (FRA), het Europees Bureau voor de Grondrechten, voerde in 2014 voor het eerst een grootschalig onderzoek naar geweld tegen vrouwen in de 28 lidstaten van de Europese Unie. Ongeveer 40.000 vrouwen werkten eraan mee. In dat onderzoek werden elf categorieën van geweld tegen vrouwen opgesomd, waaronder fysiek, emotioneel of seksueel geweld. Eén categorie ging over het stellen van intrusieve of ongeoorloofd indringende vragen. 'Dat lijkt nogal onschuldig, tot je ontdekt over wat voor zaken het gaat', zegt Liesbet Stevens van het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen. 'Zoals een man die aan de koffie-automaat aan een jonge vrouwelijke collega vraagt of ze weleens masturbeert tijdens het douchen, en nog voor de vrouw bekomen is van de vraag antwoordt de man: "Ik wel, hoor, en dan denk ik altijd aan jou." Ik vind dat intimiderend, en ik begrijp volkomen dat je je daardoor ongemakkelijk voelt op het werk.' Wat is er veranderd, één jaar na de start van #MeToo? 'Veel te weinig', vindt seksuologe Goedele Liekens. 'De media focussen te veel op enkele spectaculaire BV's en werken te weinig in de diepte.' Geert Vermeir van het juridisch kenniscentrum SD Worx merkt op dat #MeToo niet tot gewijzigde regelgeving heeft geleid. 'Het aantal aangiftes van seksueel grensoverschrijdend gedrag wordt nog altijd nergens centraal beheerd, en ook in de algemene wetgeving en op sectorniveau zijn er geen extra maatregelen gekomen. Er bestond natuurlijk wel al stevige regelgeving, met onder meer de genderwet van 2007 ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen, en de verplichting voor werkgevers om aandacht te besteden aan preventie van en bescherming tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag.' Liesbet Stevens ziet wél een grotere gevoeligheid en aandacht voor het thema. 'Het onderwerp is veel meer bespreekbaar geworden. Ik betwijfel bijvoorbeeld of vijf jaar geleden een grote groep dansers zoals die van Fabres gezelschap Troubleyn samen naar de media zou zijn gestapt. Volgens mij is dat het gevolg van die grotere bewustwording.' Advocate Elke Cloots, die slachtoffers van discriminatie verdedigt en mediarecht doceert aan de Universiteit Antwerpen, is het helemaal eens met Stevens. 'Tien jaar geleden moest je als vrouw niet komen klagen als je respectloos werd behandeld door een mannelijke collega of door de baas. Het is al een flinke stap vooruit dat dit niet meer zomaar onder de mat wordt geveegd.' Volgens Cloots zijn zeker jongere mannen zich meer bewust van onaanvaardbaar gedrag. 'Oudere mannen wuiven het nog vaker weg. "Waarover klagen jullie?" hoor je dan, of "Als je niet tegen een grapje kunt..." Dat soort clichés.' Volgens Cloots blijft het fundamentele probleem de ongelijke behandeling van mannen en vrouwen. 'Seksuele intimidatie houdt die ongelijkheid in stand. Dat speelt op veel vlakken van hun dagelijks leven. Vrouwen gaan bepaalde buurten vermijden, zullen niet vrijuit spreken in de media, zullen hun uiterlijke verschijning aanpassen, zullen niet snel in de politiek stappen, ze krijgen meer en sneller kritiek dan mannen enzovoort. Dat is allemaal wetenschappelijk onderzocht en bewezen. Wel, dat soort ongelijkheden in stand houden is schadelijk voor de hele samenleving. Op dat vlak zijn we er nog lang niet.' Om zicht te krijgen op de omvang van het probleem vroeg Knack bij enkele tientallen grote en kleinere ondernemingen in Vlaanderen cijfers van klachten over seksueel grensoverschrijdend gedrag op. Niet één bedrijf was bereid die te geven. 'Dat ligt veel te gevoelig', klonk het. Of: 'Wij willen niemand kwetsen.' De echte reden is vermoedelijk dat de betrokken bedrijven reputatieschade vrezen. Liesbet Stevens betreurt die pudeur. 'Het zou toch een sterk signaal zijn mochten ze duidelijk zeggen dat zulke toestanden in hun bedrijf ontoelaatbaar zijn? Als een bedrijfsleider laat uitschijnen dat hij of zij het niet erg vindt, zal het seksisme in het bedrijf alleen maar toenemen.' Hoogleraar politicologie Karen Celis doceert over gelijke kansen aan de Vrije Universiteit Brussel, die ook een meldpunt voor grensoverschrijdend gedrag heeft. Zij vindt dat we verder moeten kijken dan het aantal meldingen. 'Ik zie wel een evolutie, maar veeleer in een veranderende mentaliteit. Bijvoorbeeld in welzijnsenquêtes en andere bevragingen wordt nu meer en gerichter gepeild naar seksueel grensoverschrijdend gedrag en concrete feiten, want die zaken zijn heel moeilijk te detecteren en te duiden. De vraag is: waar ligt de grens? Wat is grensoverschrijdend? Daar is ruimte voor subjectiviteit en interpretatie. En dat is de zwakte van #MeToo, waar bij wijze van spreken verkrachting en onaangepast verbaal gedrag over dezelfde kam kunnen worden geschoren. Tegelijk is het een goede zaak dat de boel eens flink dooreengeschud wordt. De bewustwording en de verontwaardiging daarrond, dát is de evolutie die we nu meemaken.' 'Er zijn steeds meer bedrijven die van de strijd tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag een prioriteit maken', stelt Liesbet Stevens vast. Veel bedrijven doen daarvoor een beroep op een externe preventiedienst. Mensura doet dat bijvoorbeeld voor 60.000 bedrijven in ons land met in totaal 726.276 werknemers. Het is daarmee, samen met Idewe, marktleider. Vorig jaar bleek uit een onderzoek van Mensura dat één werknemer op de drie (34 procent) ongewenst gedrag ondervindt op het werk. Werknemers die jonger zijn dan 25 jaar hebben daar het minst last van (27 procent), vrouwen het meest (37 procent). Op verzoek van Knack keek Mensura ook naar de frequentie van seksueel grensoverschrijdend gedrag. De peiling gebeurde in twee periodes. De eerste keer werden 10.206 werknemers ondervraagd tussen juli 2016 en november 2017. Een tweede keer gebeurde tussen november 2017 en juli 2018, en ging het om een groep van 5444 werknemers. Goed om te weten: in november 2017 barstte #MeToo los. In de eerste periode antwoordde 1,9 procent van de vrouwen dat ze het voorbije jaar minstens één keer het slachtoffer waren geweest van seksueel grensoverschrijdend gedrag. In de tweede periode was dat gestegen tot 2,2 procent. 0,5 procent van de ondervraagde vrouwen zei tijdens de eerste periode meerdere keren lastiggevallen te zijn. Dat steeg vorig jaar tot 0,8 procent. Koen Van Hulst, verantwoordelijke van de psychosociale afdeling van Mensura, schrok van die percentages. 'Op het eerste gezicht gaat het om kleine aantallen, maar het zijn wel 200 tot 300 werknemers die jaarlijks seksueel belaagd werden. Het werkelijke aantal zal bovendien veel hoger zijn, gezien de grote gêne over dit onderwerp.' Mensura deed ook een analyse per sector. Daaruit valt op dat grensoverschrijdend gedrag het grootst is in de horeca (2 procent van het personeel, inclusief mannen), de dienstensector (1,5 procent) en de zorg (2,12 procent). Van Hulst: 'We vangen duidelijke signalen op dat seksueel grensoverschrijdend gedrag een probleem is in de thuisverzorging. Thuisverpleegkundigen en ook familiehelpsters zijn over het algemeen zeer empathische mensen, en misschien brengt dat sommige daders op verkeerde gedachten. Bovendien is fysiek contact in deze sector heel courant.' Personeelsleden kunnen bij de preventiewerkers van Mensura een vertrouwelijk gesprek vragen. In 2016 gebeurde dat 49 keer. Dat steeg tot 61 keer vorig jaar, en dit jaar werden er tot eind augustus al 51 vertrouwelijke gesprekken gevoerd. Van Hulst: 'Er is dus een duidelijk stijgende trend. Onze medewerkers brengen tijdens zo'n gesprek het probleem in kaart en vragen aan de betrokkene wat die zelf wil. Velen laten het bij dat ene gesprek, en voelen zich hopelijk een beetje opgelucht. Anderen willen dat wij in actie komen. Dat kan informeel, zonder een klacht in te dienen. In dat geval proberen we te bemiddelen bij het bedrijf. Ten slotte kan er ook een formele klacht worden ingediend, en vraagt de werknemer aan ons om een onderzoek te beginnen.' Medemarktleider Idewe peilde in 2016-2017 bij 40.919 werknemers naar seksueel grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer. 8,2 procent antwoordde af en toe een vorm van ongewenst seksueel gedrag te ondervinden. In 6,7 procent van de gevallen gaat het om lonken of uitkleden met de ogen. 3,2 procent ervaart vormen van seksuele benadering, bijvoorbeeld via uitspraken, e-mails of sms'en. In 2,2 procent van de gevallen gaat het om seksuele aanrakingen. Bij vrouwen (9,2 procent) komen deze klachten vaker voor dan bij mannen (6,2 procent). Idewe stelt, net als Mensura, een flinke stijging vast van het aantal klachten wegens seksueel grensoverschrijdend gedrag. In 2015 en 2016 ging het telkens om een 35-tal klachten. Vorig jaar steeg dat plots naar 59. Ook Frank Van der Elst, teamleider Psychosociale Aspecten bij Liantis, merkt een stijging van het aantal meldingen. Liantis is een hr-dienstenbedrijf met 250.000 klanten, vooral kmo's en zelfstandigen. 'Begin oktober zaten we al boven de jaarcijfers van de twee voorgaande jaren. Wellicht eindigen we het jaar op een verdubbeling van het aantal dossiers rond grensoverschrijdend gedrag. In gesprekken met collega's merken we dat het steeds vaker gaat over seksueel grensoverschrijdende situaties, maar veelal ingebed in een breder conflict. Meldingen en klachten over alleen seksueel grensoverschrijdend gedrag blijven vrij beperkt. Men praat er blijkbaar makkelijker over als onderdeel van een groter conflict. Vóór #MeToo werd er met een grote bocht rond zulk gedrag gefietst. Nu wordt het wél vermeld, het wordt niet meer verzwegen maar als bijkomend argument gebruikt waar de verhoudingen niet meer goed zitten.' Opvallend is ook dat vooral de werkgevers zelf het onderwerp meer ter sprake brengen, zegt Van der Elst. 'Ze stellen nu echt specifieke vragen omdat ze er binnen hun bedrijf een beleid willen rond ontwikkelen. Dat gebeurde vroeger niet. Ze willen preventief werken, en verwijzen daarbij expliciet naar #MeToo.' 'Onze tussenkomsten hebben een gemengd resultaat, maar ook daar is er een kentering. Als we grensoverschrijdend gedrag melden aan de betrokken werkgevers, merken we dat de ze meer geïnformeerd en beter gewapend zijn om met de problematiek om te gaan. Nu is de houding bij een klacht veeleer om zeer voorzichtig te zijn en maatregelen te nemen. Dat is echt wel een verandering. Slachtoffers worden ernstiger genomen, en er is nu vaker ook een procedure om de vermeende dader van de werkvloer te verwijderen. Vroeger kreeg het slachtoffer veeleer het gevoel dat hij of zij geen andere optie had dan zelf te vertrekken. Ook dat is aan het keren.' Er blijft volgens Van der Elst wel nog een verschil tussen mannen en vrouwen. 'Mannelijke slachtoffers durven veel minder naar buiten te komen over seksueel grensoverschrijdend gedrag dan vrouwen. Mannen komen met hun klachten wel op gesprek bij ons, maar de volgende stap zetten ze vaak niet. Daar zit wel nog een stigma. Ze melden het wel, maar ze willen geen concreet dossier opstarten waardoor wij actie zouden kunnen ondernemen. Maar goed, ook het melden van het grensoverschrijdende gedrag heeft vaak al een louterend effect voor het slachtoffer. Er wordt een gesprek gevoerd met een psycholoog - er is dus sowieso wel hulpverlening.' Ook Hilde De Man van Idewe wijst op de drempelvrees om een klacht in te dienen, zelfs informeel. 'De slachtoffers zijn voor hun carrière meestal erg afhankelijk van de dader. Daarom is het goed dat de wetgever sinds 2014 de optie creëerde om ook anoniem en collectief een klacht in te dienen als er meerdere slachtoffers binnen een onderneming zijn. Helaas is die nieuwe procedure nog vrij onbekend binnen bedrijven.' De Man is voorstander van het informele kanaal om een klacht te behandelen. 'Na een formele klacht is het herstel van de foute toestand en het stoppen van het ongewenste gedrag soms heel moeilijk. De toestand raakt er nog meer door gepolariseerd, en het gebeurt geregeld dat het slachtoffer daarna zelf wordt ontslagen. Dat komt omdat ongewenst seksueel gedrag vaak een gevolg is van machtsmisbruik. De dader is een leidinggevende en oefent een belangrijker functie uit dan het slachtoffer. Daarom kiezen bedrijfsleiders er nog altijd vaker voor om partij te kiezen voor de dader.' Het is volgens Elke Cloots lang niet van zelfsprekend om te klagen over je baas of collega. 'Kijk maar wat er nu bovenkomt in het Europees Parlement. Sommige branches zijn ook echte risicosectoren, zoals de politiek, de sport, de cultuursector, het academische milieu ook. Wie durft daar mannen in topfuncties aan te klagen? Of mannen rond wie een personencultus hangt? Of van wie je als vrouw afhankelijk bent voor je carrière? Het is dus niet echt abnormaal dat discriminatie en intimidatie niet meteen gemeld worden. Vaak gebeurt het pas als er meerdere vrouwen slachtoffer zijn en ze in groep kunnen optreden, zoals we hebben gezien bij Bart De Pauw en Jan Fabre.' Niet geloofd worden is voor de slachtoffers bijzonder pijnlijk. Hilde De Man van Idewe vangt zelfs signalen op dat ook vertrouwenspersonen de klachten lang niet altijd ernstig nemen. 'Ook dat heeft vaak te maken met de leidinggevende functie van de daders. De vertrouwenspersonen zijn soms bang om die machtige man aan te pakken.' Uit de cijfers van Idewe blijkt dat het ongewenste gedrag in bijna 30 procent van de gevallen eindigde met het ontslag van het slachtoffer. Liesbet Stevens herkent in de affaires die recent aan het licht kwamen steeds dezelfde terugkerende patronen. De feiten zijn volgens haar bijna altijd het gevolg van een langdurige machtspositie waar het slachtoffer niet tegenop kan. 'De dader is vaak een figuur met narcistische trekken die blinde vlekken ontwikkelt voor zijn macht. Hij zal de feiten in het begin bijna altijd ontkennen of zeker minimaliseren.' De dader neemt al gauw zelf de rol op van slachtoffer, weet Stevens. 'Kijk naar de reactie van advocaat Hans Rieder toen zijn cliënt Jan Fabre beschuldigd werd van seksisme. Hij zei meteen dat Fabre veroordeeld werd in de media, en had het over "machinaties". Daarmee wil hij de geschiedenis herschrijven.' Volgens advocate Elke Cloots is dat patroon eigen aan zulke feiten. 'Welke vermeende dader gaat zichzelf beschuldigen als hij daardoor een straf riskeert? Het zou anders kunnen, als er geen zware strafsancties waren voor zowat elke soort van intimiderend gedrag.' Liesbet Stevens vindt dat de samenleving zich moet beraden over wat er met de daders moet gebeuren. 'Natuurlijk moet het strafrecht zijn rol spelen, maar wat doen we met minder ingrijpende gevallen van seksueel grensoverschrijdend gedrag? Mag de dader nog gaan werken? Mag hij nog geëerd worden voor zijn werk? En wat met de mensen of organisaties in de omgeving van de dader? Mag het productiehuis van Bart De Pauw nog tv-programma's maken? Mag Troubleyn nog nieuwe dansproducties maken?' Elke Cloots heeft er geen pasklaar antwoord op. 'Het bewijst vooral het belang van betere preventie vóór zulke zaken in de media komen. Als de mentaliteit verder blijft veranderen, hoop ik dat mannen op den duur zelf ook wel zullen weten wat kan en wat niet. Dat vraagt tijd. Een meer structurele oplossing is om in bepaalde sectoren zoals cultuur, sport, politiek en ook de academische wereld veel meer vrouwen in leidinggevende functies te krijgen. Kijk eens naar de topfuncties in al die sectoren: bijna allemaal oudere blanke mannen. Dat kan toch niet meer?'