Elke week vraagt Knack aan ondernemende Belgen hoe ze lijf en psyche in balans houden.
...

'Je zult me niet geloven', sms't Landry Mawungu twee uur nadat ons videogesprek had moeten plaatsvinden, 'als ik zeg dat dit me maximaal twee keer per jaar overkomt.' Twijfels. Vijf minuten stilte. Dan een tweede sms: 'Echt. Normaal gesproken ben ik helemaal geen warhoofd, ik had het gewoon verkeerd in mijn agenda genoteerd.' De Brusselaar beleeft volle dagen, het moet gezegd: sinds kort is hij voorzitter bij de Brusselse arbeidsbemiddelaar Actiris, waar hij Bert Anciaux (SP.A) opvolgde, en ook bij het Minderhedenforum is het alle hens aan dek. Eind vorig jaar besliste de regering-Jambon om de koepel van etnisch-culturele verenigingen uit Vlaanderen en Brussel in zijn huidige vorm niet meer te erkennen, en dus werken Mawungu en zijn team hard aan een nieuwe aanvraag. 'We zijn volop aan een nieuw beleidsplan en een nieuw erkenningsdossier aan het schrijven. Hopelijk weten we na de zomer hoe we de komende jaren verder kunnen.' En alsof dat allemaal nog niet genoeg is, woont hij al een tijdje in een leeg, stoffig appartement. Door de coronacrisis hebben de verbouwingswerken wekenlang stilgelegen, enkel de slaapkamer is enigszins ingericht. Dan raken je hersenen al eens in de verplichtingen verstrikt. U werkt harder dan ooit tevoren en naar verluidt helpt u ook bij de verbouwingswerken. Steekt u de handen graag uit de mouwen? Landry Mawungu: Vooral bij de afbraakwerken heb ik graag geholpen, dat ging nog net. (lacht) Nee, ik vind mezelf wel handig en ik ben ook graag met mijn handen bezig. De parketvloer zullen we door een expert laten leggen, maar op zich probeer ik wel zo veel mogelijk zelf te doen. Klussen brengt rust, heb ik gemerkt. Over het algemeen ben ik evenveel doener als denker, denk ik, afhankelijk van de situatie. Thuis vind ik het aangenaam dat mijn vriendin me taken en opdrachten geeft, die ik vervolgens zonder al te veel nadenken moet uitvoeren. Maar op het werk wik en weeg ik mijn beslissingen en handelingen heel erg, daar kan ik de dingen echt eindeloos overdenken. Om ze dan uiteindelijk wel resoluut uit te voeren, ik wil ook niet bij de pakken blijven neerzitten. U bent naar eigen zeggen 'eerder verlegen'. Gelooft u in de kracht van stil leiderschap? Mawungu: Ja, heel erg. Ik geloof in het leiderschap van introverte mensen. Een-op-een ben ik heel sociaal, maar in een groep zal ik me in het begin altijd wat op de achtergrond houden. Zodra ik veel mensen om me heen heb, word ik moe. Wat niet wegneemt dat ik bij momenten ook heel bevlogen kan zijn. (lacht) Maar ik zal niet voortdurend mijn mening geven op Twitter of in de pers, en tijdens vergaderingen met externe partijen, met mensen die ik dus niet of nauwelijks ken, zal ik eerder observeren en luisteren dan praten. Ik word vaak uitgenodigd als keynotespreker of om in allerlei debatten te gaan zitten, maar ik ben niet snel geneigd om op die vragen in te gaan. Ook omdat ik altijd denk dat andere mensen meer te vertellen hebben dan ik. Waarom zou ik per se over alles mijn mening moeten geven? 'Landry is altijd al een bruggenbouwer geweest', vertelde een van uw vrienden me. Mawungu: Dat komt waarschijnlijk door alle verschillende contexten waarin ik al heb geleefd. Ik ben opgegroeid als de zoon van een Waalse moeder en een Congolese vader; in Tubeke, vlak onder de taalgrens, te midden van allerlei culturen. Toen ik negen was, zijn we verhuisd naar Herne, in het Pajottenland, en daar was ik plots de enige Franstalige. Met een kleurtje bovendien. Ik had vrienden die in sociale woonwijken woonden én vrienden met een villa en een motorbike; er is geen wereldje dat me vreemd is. Nog altijd heb ik een eclectische vriendenkring, over alle taalgrenzen en culturen heen. Automatisch zorgt dat ervoor dat je meer oog hebt voor het perspectief van de ander. Naargelang de context neem ik het altijd op voor 'de ander': in Halle, waar ik naar school ging, nam ik het op voor 'de Walen' en in Tubeke voor 'de Vlamingen'. Niet om gelijk te krijgen, wel om het perspectief van de tegenpartij duidelijk te maken en mensen hun eigen standpunten te laten deconstrueren en kritisch naar zichzelf te laten kijken. Uw eerste thuis was in de sociale woonblokken van Tubeke, waar mensen van Marokkaanse, Italiaanse en Congolese afkomst door elkaar woonden. In hoeverre heeft dat u gevormd tot wie u vandaag bent? Mawungu: Waar en met wie je opgroeit is sowieso cruciaal voor wie je later wordt, denk ik, en in mijn geval betekent het dat ik diversiteit als de normale situatie beschouw. Ik heb altijd verschillende talen om me heen gehoord, ik ging al van jongs af aan vaak naar Brussel, de verscheidenheid van de grootstad is voor mij altijd heel gewoon geweest. Maar tegelijkertijd ben ik ook gevormd door mijn jaren in Herne, waar mijn pa eind jaren negentig letterlijk de eerste zwarte was en waar ik me een vreemde eend in de bijt voelde. Ik kon me zelfs niet aan mijn nieuwe klasgenoten voorstellen: ik kende geen woord Nederlands, zij kenden geen woord Frans. Dat was een schok, ik ging elke avond huilend naar huis. Ik werd er ook geconfronteerd met een zekere onwetendheid, een zekere stereotiepe beeldvorming en met alle vormen van racisme, van expliciet tot stilletjes. Wanneer hebt u voor het eerst aan den lijve ondervonden dat mensen u ineens anders bekeken? Mawungu: Toen ik me ging inschrijven bij de lokale voetbalclub. Ik speelde toen nog amper voetbal, maar op school zeiden de jongens dat ik me bij hun ploeg moest aansluiten. Ervoor had ik alleen nog maar gezwommen en gejudood, maar toch wilde iedereen me in zijn team. Op een dag is mijn vader naar de kantine gestapt, met mij aan de hand, en naar mijn gevoel werden we daar als goden onthaald. Alsof ik hen zou redden, alsof ik supersnel kon lopen en ongelooflijk atletisch was. 'Onze neger is er!' riep iemand aan de toog. Pas op: hij bedoelde het niet slecht, en achteraf werd hij zelfs een vriend aan huis. Maar in Franstalig België had het woord ' nègre' toen al een heel negatieve connotatie, ik schrok dus wanneer ik het hoorde. En mijn vader ook. Ik herinner me nog goed hoe zijn hand twee seconden bevroor, hij was helemaal van slag, wist niet hoe hij moest reageren. Alles ontstond vanuit een positieve dynamiek, maar we voelden ons allebei wel meteen 'anders'. Kennelijk hebt u nog met Eden Hazard in dezelfde ploeg gespeeld? Mawungu:(lacht) Klopt, al is dat wel echt lang geleden. Toen AFC Tubize destijds in tweede klasse speelde, hebben we vijf maanden in dezelfde ploeg gevoetbald, bij de kadetten. Hij is twee jaar jonger, maar hij was toen al zo goed dat hij met de oudere jongens mocht meedoen. Ik als verdedigende middenvelder en hij in de aanval. Een fijne tijd, al zijn we nooit vrienden geworden: na vijf maanden werd hij al weggeplukt door Lille, omdat hij er zo bovenuit stak. Of ik talent had? Dat ik op dit moment in een bureaustoel in een kantoorgebouw zit, zegt wellicht genoeg. (lacht) Nog voor mijn twintigste ben ik gestopt met voetballen. Ik was voortdurend geblesseerd aan mijn beide knieën, het ging gewoon niet meer. Behalve met voetbal bent u ook met hiphop opgegroeid. Welke rap kent u uit het hoofd? Mawungu: Eén nummer kiezen zou oneer doen aan mijn liefde voor het genre. Ik kan en wil niet kiezen. (lacht) Ik word vooral geprikkeld door de Franstalige rappers, door hun teksten, de rijkdom en de poëzie van hun taal: ik kan echt euforisch worden als ik een prachtige metafoor hoor. En natuurlijk ook door de inhoud van hun songs, zowel het pure vertellen van verhalen als het maatschappelijk betrokkene. Hiphop heeft mijn rechtvaardigheidsgevoel aangewakkerd. De Franse rap zit vol verwijzingen naar figuren die niet meteen in de schoolboeken voorkomen, en daardoor ben ik verder gaan lezen over thema's als slavernij of kolonisatie. Mijn vader heeft in die evolutie ook een bepalende rol gespeeld. Hij is zelf muzikant, hij speelt nog altijd Congolese rumba, en thuis vertelde hij dikwijls over die onderwerpen. Hij werkte als arbeider in de farmaceutische sector en was heel geïnteresseerd in sociologie, politiek, geschiedenis en de maatschappij. Die kant heb ik zeker van hem. Van mijn moeder heb ik dan weer het zorgzame, het behulpzame: ik help graag mensen. Hebt u zelf ooit muzikale ambities gekoesterd? Mawungu: Tijdens de percussielessen die hij gaf, was ik de kleine assistent van mijn vader. Veel verder ging mijn ambitie niet. Hoewel, ik moet hier nog ergens een map met eigen hiphopteksten hebben liggen, en op het einde van mijn middelbare school heb ik ook aan een aantal projecten meegewerkt, waardoor ik op het podium van de Bozar en het Koninklijk Circus heb gestaan. En bij de vijftigste verjaardag van de Congolese onafhankelijkheid heb ik de eer gehad om met rapper Pitcho Womba Konga mee te werken aan een hiphopalbum. In zijn gelijknamige boek schrijft de Brit Johny Pitts over de term ' Afropean': 'Het suggereerde de mogelijkheid om in en met meer dan één idee te leven: Afrika én Europa, of, bij uitbreiding, het Globale Zuiden én het Westen, zonder gemengd-dit te worden, half-dat of zwart-anders. Dat zwart zijn in Europa niet per se betekende een immigrant te zijn.' Herkenbaar? Mawungu: Zeker. Identiteit is sowieso een complexe constructie, bij iedereen, en mij kun je al helemaal niet in een hokje plaatsen. Dat hoeft ook niet, we hoeven elkaar niet de hele tijd in hokjes te stoppen. (denkt na) Het citaat doet me denken aan het logo dat we toen voor het hiphopalbum hadden bedacht: een pigéphant, een nieuw verzonnen dier, half duif en half olifant. Zo voel ik me: een duif met een olifantenkop, een nieuwe identiteit die bestaat uit een mix van referentiekaders en culturen. Of was het omgekeerd: een olifant met een duivenkop? Die nieuwe identiteit is overduidelijk grootstedelijk. U hebt uw hart aan Brussel verloren? Mawungu: En of. In tegenstelling tot in Herne of op de campus Politieke en Sociale Wetenschappen in Leuven, waar er geen diversiteit was, voel ik me hier geen vreemde eend in de bijt meer, maar een deel van de massa. Dat ik me zo anoniem door de stad kan begeven, vind ik fijn. Brussel is zo divers dat werkelijk niemand opkijkt als je ergens passeert of binnenkomt. Het is een stad van minderheden en dus pas ik hier helemaal in het plaatje. Ik wil mee helpen om Brussel op de kaart te zetten, in binnen- en buitenland, want ik kan er alleen maar positieve connotaties aan linken. Al besef ik tegelijk goed dat het hier niet voor iedereen even leefbaar is. Toen ik zelf nog in Brussel woonde, sliep ik minder vast dan nu in het dorp. Bent u een goede slaper? Mawungu: Ik kan de stilte enorm appreciëren, maar ik ben ook vrij lawaaibestendig, ik heb dus geen oordopjes nodig om in slaap te vallen. Mijn slaappatroon schommelt wel, afhankelijk van de druk en de stress op het werk. 'Soms wordt hij om vier uur 's nachts wakker, kan hij de slaap niet meer vatten en begint dan maar te werken', zei uw vriendin. Mawungu:(lacht) Vier uur is wel heel vroeg. Maar het is waar: ik sta soms vroeg op, naargelang mijn agenda. Ik ben een ochtendmens, voor de middag kan ik het beste werken. 's Avonds takel ik af. Hoe zit het met die andere pijlers van de gezondheidsdrie-eenheid: een evenwichtig dieet en sport? Mawungu: Ik eet veel groenten en fruit, en mijn vriendin is vegetariër. Vlees hebben we dus nooit in huis. Maar ik moet toegeven dat ik in drukke periodes gemakkelijk naar junkfood grijp, meer dan goed voor me is. Hetzelfde met alcohol. In het weekend kan ik me soms helemaal laten gaan, maar evengoed drink ik zonder probleem weken aan een stuk geen druppel. En als ik een week niet gesport heb, voel ik me slecht. Tot voor kort ging ik regelmatig naar de gym en sinds de lockdown ga ik dikwijls fietsen, met een stadsfiets of de racefiets van een vriend. Mijn plan was om deze zomer de Mont Ventoux te beklimmen, daar ben ik nu voor aan het trainen. We zullen zien of we in augustus al opnieuw naar Frankrijk mogen reizen. Bent u tevreden met het lichaam dat u bij uw geboorte hebt meegekregen? Mawungu: Vast en zeker. Om de zes maanden krijg ik een inspuiting in mijn knieën, zodat ik me 's ochtends geen oude man meer voel, zoals na mijn blessures lang het geval geweest is. Maar over het algemeen ben ik tot nog toe vrij gezond geweest, ik mag zeker niet klagen. En stel dat u uw geest zou mogen 'resetten', wat is dan het eerste dat u zou veranderen? Mawungu:(denkt lang na) Het klinkt misschien wat arrogant, maar ik kan zo niet direct iets bedenken. Af en toe ga ik naar een coach, om te bespreken hoe ik kan omgaan met leiderschap en zo meer, en die stelt me die vraag ook iedere keer: 'Hoe blij ben je om Landry te zijn?' 'Honderd procent', antwoord ik altijd. Ik zou veel mankementen van mezelf kunnen benoemen, die zijn er zeker, maar ik heb met die mankementen leren leven. Volgens een van uw beste vrienden bent u 'heel competitief'. Ik vertaal het even: u kunt niet tegen uw verlies. Mawungu:(lacht) Dat klopt, hij heeft gelijk. Zeker als het op sport aankomt. Maar of ik dat zou willen veranderen? Nee, dank je. Ondanks alles heb ik vrede met mezelf.