Hoewel ik in 1982 met de band Aroma di Amore in de finale van Humo's Rock Rally stond, en met die band zeven vinylplaten uitbracht, alvorens in 1992 met de verhalenbundel Het uur van de aap als schrijver te debuteren, heb ik me altijd als een auteur beschouwd. Ik werd de zanger en frontman van Aroma di Amore nadat gitarist Fred Angst me aan het werk had gezien als punkdichter. Het soort teksten dat ik bracht, kon ook op muziek. Intuïtief en zonder ervaring ging ik lyrics schrijven. Teksten die op muziek konden worden gezet en gezongen.
...

Hoewel ik in 1982 met de band Aroma di Amore in de finale van Humo's Rock Rally stond, en met die band zeven vinylplaten uitbracht, alvorens in 1992 met de verhalenbundel Het uur van de aap als schrijver te debuteren, heb ik me altijd als een auteur beschouwd. Ik werd de zanger en frontman van Aroma di Amore nadat gitarist Fred Angst me aan het werk had gezien als punkdichter. Het soort teksten dat ik bracht, kon ook op muziek. Intuïtief en zonder ervaring ging ik lyrics schrijven. Teksten die op muziek konden worden gezet en gezongen. Ik ga niet prat op elke tekst die ik in die tijd schreef en die op plaat werd uitgebracht. Ook ga ik niet prat op mijn zangkwaliteiten. Ik moet het vooral hebben van gedrevenheid en overtuigingskracht. Ik meen wat ik zing. Dan kan het niet anders of ik moet nauwgezet aandacht besteden aan wat ik formuleer en hoe. Voor mij betekent een songtekst inhoud én vorm. Dit uitgangspunt betekent ook dat ik in mijn moedertaal schrijf. De taal waarin ik me nog altijd het meest eenvoudig en het meest ingewikkeld kan uitdrukken. Liedteksten blijven een essentieel onderdeel van mijn oeuvre, van Aroma di Amore over De Legende tot mijn nieuwe project Wilderman waarmee ik volgend voorjaar een album uitbreng. Lange tijd leek het Nederlands in de populaire muziek een taal voor volksdeuntjes, schlagers en kleinkunst. De eerste rocksong in het Nederlands die ik ten gehore kreeg, was Maria, ik hou van jou van Louisette, al kwam Kom van dat dak af van Peter Koelewijn ook al een beetje in de buurt. Die twee songs hebben, wellicht niet toevallig, de ironie en het understatement gemeen. Alsof de aftrap van iets als rockmuziek in het Nederlands niet al te ernstig moest worden genomen. Er mocht gelachen worden en het refrein moest een herkenbare, bruikbare kreet zijn, ook buiten de context van de song. Het is iets dat we vaker terug zullen horen in de vaderlandse rock: het refrein als een slagzin die op zich staat. Die niet noodzakelijk de context van de strofes of de gehele song nodig heeft. Het is een songschrijverstruc waarvan ook ik me regelmatig heb bediend. Omdat rockmuziek, wil zij zich zowel tot het hoofd als de voeten richten, in grote mate nood heeft aan suggestie, intuïtie, het spreekwoordelijke halve woord waar iemand genoeg aan kan hebben. Het moet de indruk kunnen wekken in vele situaties en onder verschillende gemoedsgesteldheden dienstbaar te zijn. Het refrein, de slagzin is waar het allemaal om draait. De eromheen geschreven zinnen, de strofes in het beste geval, dienen slechts als een mogelijke aanvulling, een mogelijke bedding, een mogelijke situering. Het refrein, de slagzin is de tekstuele tegenhanger van de pakkende riff. Een geslaagd rocknummer kan haast niet zonder. In Voor de dood gebruikt Aroma di Amore de slagzin 'Misschien is het voor Auschwitz niet te laat', terwijl die zich alleen maar suggestief tot de rest van de tekst verhoudt. De tekst zou perfect zonder die zin kunnen, maar het zou de song fundamenteel armer maken. De suggestie dat militarisme vandoen heeft met Auschwitz en alle onuitgesproken connotaties die dat kan oproepen (nazisme, concentratiekampen, endlösung, der totalen Krieg ...) geeft de song ineens een krachtige ingang, waar verdere argumentatie er nauwelijks nog toe doet. In een traktaat of pamflet over oorlog en antimilitarisme zou zoiets niet werken wegens te weinig onderbouwd. En ook niet in de poëzie wegens te gechargeerd en te gemakkelijk. Maar voor deze songtekst is het ideaal. Het hoeft trouwens niet altijd zo'n stoere quote te zijn. Dit is de song Irene van De Mens: Op het eerste gezicht een doodgewone liedtekst, losjes aan elkaar gerijmd met herkenbare, alledaagse beelden en stoplappen (druiven gekocht, vlek op de mouw, niet bereikbaar voor commentaar, kartonnen excuses, ijskast ontdooid), over een man die het voorzichtig probeert aan te leggen met een vrouw. Maar wie de song kent, merkt dat één cruciale zin ontbreekt: 'Irene, niemand heeft ooit zo mooi 'neen' tegen mij gezegd'. De tekst zou perfect zonder die zin kunnen, maar niet de song. Dit refrein geeft er in al zijn breekbaarheid richting, emotie en kracht aan. Dat is natuurlijk niet alleen in het Nederlands zo. De truc, de stijlfiguur zo je wilt, is zo oud als de rock-'n-roll zelf. De vroegste rocknummers hadden nauwelijks een onderwerp die naam waardig. Er moest iets gezongen worden, het gaf niet wat. De lyrics waren de drager van de melodie en de stemming, niet omgekeerd. Tutti frutti, Bailar la Bamba, See you later, Alligator, Rock around the clock, en later Strychnine van The Sonics of zelfs Crimson and clover: het gaat om de suggestie, de branie, het sentiment. Rock-'n-roll wist: the medium is the message.Dat was nodig in zijn begindagen: rock moest zich nog op de kaart zetten. Daarvoor waren de echte liedjesschrijvers van Tin Pan Alley, van de crooner, de ballad, de easy listening, de jazzstandard, de blues, country en gospel aan zet geweest. Zij schreven in een andere traditie. Zij waren vertellers, zelfs al hadden ze zoals sommige bluesveteranen maar een paar zinnen nodig om hun verhaal neer te poten, een paar lijnen die ze herhaalden. I woke up this morning... and my baby was gone, daar hoefde eigenlijk alleen maar zielenpijn meer bij en geen uitleg, geen suggestieve kreet. Rock wordt door muzikanten gemaakt, niet door liedjesschrijvers. Muzikanten beheersen de muziektaal, slechts weinigen beheersen ook de spreektaal of de schrijftaal. Wat teksten betreft, mogen we mild zijn voor hen. Smoke on the water drijft op een harde machovolle riff. Het refrein 'Smoke on the water, fire in the sky' is een loze frase die goed bekt, de rest van de tekst is hooguit een oninteressante, slecht geschreven dagboeknotitie. Maar het werkt. Voorlopig lijkt het summum wat dit betreft Seven nations army van The White Stripes. Daar heeft een woordloze riff van drie lange en drie korte noten het tot een vocale hymne geschopt die wordt aangeheven in voetbalstadions en op bierfeesten. Dat is de oerkracht van rock-'n-roll: dat ze de diepste driftsnaren kan laten trillen en dat daar geen woorden voor zijn. Oo-o-o-o-oo-oo! In ons taalgebied stamt het eigenlijke liedschrijven uit een oude volkse én intellectuele traditie. Onze oudste met naam bekende liedschrijver was Henric van Veldeke en hij leefde in de twaalfde eeuw. Zijn melodieën bleven niet bewaard, maar een aantal van zijn teksten wel. Dit is er een van: Ik heb de tekst uit de middeleeuwse taal waarin hij ons is overgeleverd naar ons huidige Nederlands overgezet met behoud van rijm, metrum, ritme. Daaruit blijkt dat de tekst perfect valt te rappen. Onze grootsteedse cadans verschilt blijkbaar in niets van de middeleeuwse. Liederen en literatuur waren in die tijd twee handen op een buik. Ook liedboeken uit latere eeuwen worden graag tot ons literair erfgoed gerekend. Ondertussen zijn de beide disciplines mijlenver uit elkaar gegroeid. Literatuur en muziek hoeven elkaar niet uit te sluiten of slechts te treffen in de opera of klassieke composities. Maar vandaag hebben liedteksten en literatuur nog maar weinig gemeen met elkaar. Dat werd een paar jaar geleden pijnlijk duidelijk met het in aanleg beloftevolle en aanstekelijke initiatief 'Schrijver zkt zanger' van het toenmalige radioprogramma Joos. Dertien gerenommeerde auteurs uit Vlaanderen en Nederland werden gekoppeld aan dertien doorgewinterde muzikanten om samen een lied te schrijven. Hooguit drie of vier songs waren de moeite waard. Vaak waren de teksten qua metrum, ritme en welluidendheid niet meteen geschikt voor een song. Een liedtekst moet niet verward worden met een gedicht of een prozagedicht, een column, een mijmering of een maxime. Onze Henric van Veldeke schreef literatuur en een van de vormvereisten daarbij was dat die ook gezongen kon worden, gepresenteerd als een lied. Hij had geen publicatiemogelijkheden, de boekdrukkunst bestond nog niet, hij moest zijn teksten verspreiden door op te treden en ze live ten gehore te brengen. De teksten die het meest indruk maakten, werden door monniken en kopiisten in handschriften op perkament vastgelegd. Daarmee werd de standaard voor het lied meteen hoog gelegd. Al vielen er ook in die tijd kwaliteitsverschillen te noteren. Er werden prachtige en banale liederen geschreven. Zoals dat overigens ook geldt voor de hedendaagse literatuur. Er zijn nog steeds goede en slechte romans. Maar het idioom waarin liederen werden geschreven, was dat van de creatieve taalschepping, de literatuur. Een goede liedtekst was in die tijd ook goede literatuur. Het lijkt of het Nobelprijscomité dat met de Nobelprijs Literatuur voor Bob Dylan in herinnering wou brengen. Hier en daar uit literaire hoek werd moord en brand geschreeuwd dat de neuzelaar uit Minnesota deze prestigieuze onderscheiding kreeg. En inderdaad, de prijs had ook naar Leonard Cohen, David Byrne, Nick Cave, Randy Newman, Tom Waits of zelfs Paul Simon kunnen gaan. Allemaal liedjesschrijvers die ook zorg besteden aan hun teksten. Hebben al die liedteksten literaire kwaliteit? Vast niet. Ook Bob Dylan heeft zich bezondigd aan inferieure songs. Maar heeft een niet-gecontesteerde winnaar als Pablo Neruda niet ook zwakkere gedichten geschreven? Dylan werd bekroond om zijn poëtische bijdrage aan de indrukwekkende traditie van het Amerikaanse lied, zoals het Nobelprijscomité beweert. Daarmee wordt hij uit de context van de rock en popmuziek gelicht en terug in de biotoop geplaatst van de folk en de singer-songwriter waar hij zich bevond voor hij een elektrische gitaar omgorde en zich liet begeleiden door The Band, wat indertijd tot felle protesten en verkettering leidde - tot zelfs vinylverbrandingen toe. De liedjesschrijverij als eerbiedwaardige, ernstige, literaire aangelegenheid. Toch, als je de Verzamelde Liedteksten van de bard Dylan vergelijkt met de Verzamelde Gedichten van tijdgenoten als Seamus Heaney of Derek Walcott, die ook de Nobelprijs Literatuur verwierven, dan merk je dat het register van de folksinger veel beperkter is, niet het brede palet van literaire verworvenheden benut waarvan de beide andere winnaars zich weten te bedienen. De finaliteit van de liedtekst ligt niet op papier of de e-reader, maar in de wisselwerking met de melodie en dus in het gehoor. Dat is het mooie. Je kunt het lied meezingen, met een hoorbare of een innerlijke stem. De melodie geeft de tekst een bijzonder leven. Uiteraard speelt dan de vertolking, en daarmee samenhangend de persoonlijkheid van de uitvoerder een rol. Liederen hangen niet in het luchtledige, ze zijn verbonden met wie ze naar voren brengt. Iemand kan een lied naar zijn hand (naar zijn mond) zetten. De Suzanne van Herman van Veen is niet de Susanne van Leonard Cohen. De smid uit Wie wil horen van Miek & Roel is niet 't Smidje van Laïs. Is de poëzie toen zij zich ging loszingen van de melodie uiteenlopende nieuwe wegen opgegaan met eigen regels en geplogenheden, liedteksten zijn met het ontstaan van nieuwe muziekstijlen ook heel divers gaan klinken. En niet alleen dat. Het liedschrijven heeft vooral binnen de rockmuziek gaandeweg ook een specifieke schriftuur ontwikkeld die via de alomtegenwoordigheid in de media en de vroegere jeugdcultuur generaties literaire auteurs rechtstreeks heeft beïnvloed. Waardoor verworvenheden van de rocklyriek tevens de reguliere literatuur gingen bevruchten. Auteurs als Kathy Acker, Werner Schwab, Rainald Goetz en bij ons Jean-Marie Berckmans of Didi de Paris lijken daar goede voorbeelden van. Alleen al de titel van Berckmans' laatste verhalenbundel spreekt boekdelen: Je kunt geen twintig zijn op suikerheuvel, een letterlijke vertaling van een zin uit het oeuvre van Neil Young. Wie een anthologie van bijvoorbeeld surrealistische poëzie doorpluist, kan vaststellen dat vele van de gedichten hem niets meer zeggen, gedateerd en ondermaats als ze al te vaak zijn. Ze missen de context waarin ze ontstonden en kunnen niet meer overtuigen. Maar de bronnen die de surrealistische dichters wisten te ontsluiten, de vindingen die ze deden, werden door dichters die er voldoende afstand van konden nemen in hun werk ingebed en droegen niet het ideologische gewicht van het isme waaraan ze ontsproten. En dikwijls overtuigen zij wel degelijk. (Voorbeelden voor mij zijn Yves Bonnefoy en Hugo Claus, om maar die te noemen. De bundel In het drogbeeld van de drempel van Bonnefoy, in een prachtige vertaling van Jan Mysjkin in het Nederlands beschikbaar, is daar een krachtig bewijs van. Claus spreekt vanzelf.) Een anthologie van de betere rockteksten zou probleemloos naast een anthologie van om het even welke poëziestroming kunnen staan en hetzelfde effect sorteren. Ook in ons taalgebied zijn liedschrijvers aan het werk die de taal verrassend laten spreken. Misschien onbewust en gedwongen door het medium, hun temperament, de noden van de compositie of hun beperkte capaciteiten als zanger. Uit Watskeburt van De Jeugd van Tegenwoordig:Ik vraag me af of we velen van hen zullen aantreffen in de Lage Landenlijst die ons op 16 september zal gebracht worden op de radio. Een goede liedtekst staat niet altijd garant voor een goede song en omgekeerd. Soms denk ik dat liedteksten weer onomwonden moeten worden opgenomen in de literaire canon. Want ook het genre van de theatertekst vindt zijn finaliteit niet op een e-reader of papier, maar op het podium. Ook daar is de tekst dienstbaar aan de vertolking, is de vertolking de manier die de auteur voor ogen heeft om zijn boodschap bij het publiek te brengen. Dat neemt niet weg dat het toneelwerk van Harold Pinter of Joost Van den Vondel ook in boekvorm is verschenen, wordt gelezen en bestudeerd. Het is een genot er bepaalde replieken of monologen weer op na te slaan. Sommige zinnen komen het best tot hun recht in naakte dialogen, zonder de rompslomp van een roman of poëzie. Dat is ook de reden waarom filmscenario's worden uitgegeven. De blote tekst laat zich beter ontrafelen, je kunt hem lezen in het tempo dat je zelf wilt. Hetzelfde geldt voor gepubliceerde liedteksten. Vaak ontdek je een formulering waar je om een of andere reden overheen hebt geluisterd, of een dubbele bodem die zich pas in de stilte van het lezen openbaart. Om opname in de literaire canon te verantwoorden, mogen aan de liedtekst dan ook kwaliteitseisen worden gesteld. Daarbij zal menig hedendaags Vlaams en Hollands lied sneuvelen. In vele gevallen zal dat niet erg zijn en willen we graag de mantel der liefde gebruiken. Sentimentele onderwerpen, voor iedereen herkenbaar, met weinig diepgang benaderd, een beetje verkavelingsvlaams, wat brave bravoure en gevat in veredelde karamellenverzen, maar gloedvol gezongen en in vinnige, zacht-artistieke arrangementen gevat. Je kunt het de artiesten niet ten euvel duiden, het is de tijdgeest en er is vraag naar en behoefte aan bij het publiek, blijkbaar. Het wordt gecultiveerd in de media. De beste exemplaren zullen we horen in de Lage Landenlijst. Maar in de canon zullen we ze nooit vinden. Toch blijven er mijns inziens genoeg teksten over om een mooie compilatie samen te stellen. Geniet u even mee: Witte nachten van Madou:Uit Iets te veel wij(n) van Roosbeef: Uit De Mogren van De Kommeniste: