De Zuid-Afrikaanse auteur en hoogleraar Antjie Krog (Universiteit van die Wes-Kaapland), dezer dagen writer-in-residence aan de UGent, sprak in haar inaugurele rede over het maatschappelijk en intellectueel belang van literatuur. Nu de VRT november tot boekenmaand gedoopt heeft met als slogan 'Lan zullen we lezen', en met de voorleesweek vookan inderdaad niet voldoende de nadruk worden gelegd op de betekenis van romans en gedichten. Zeker op een moment dat een nijpend lerarentekort bestaat, onder andere voor het schoolvak Nederlands, en de geestes- en menswetenschappen onder druk staan. Nooit eerder waren aan onze universiteiten zo weinig inschrijvingen voor taal- en letterkundige studierichtingen.

Antjie Krog, recent ook in het radioprogramma Culture Club op Radio 1 (29 oktober), bepleit een module letterkunde aan alle hoger-onderwijsinstellingen, in alle faculteiten van de universiteiten. Ik parafraseer haar formulering. Wanneer een CEO met zijn business miljoenen euro's binnenrijft, is het volstrekt onbegrijpelijk dat die man of vrouw zich nooit in een ander mens heeft verplaatst of de fascinatie van de verwondering heeft ervaren. Wanneer de regeringsleider van een machtig land in de gelegenheid is op de rode knop te drukken en een atoomoorlog te ontketenen, is het stuitend dat hij of zij nooit een gedicht heeft gelezen, geen benul heeft van het ander perspectief, nooit de kracht van de schoonheid heeft beleefd.

Laat literatuur niet louter aan letterkundigen.

Studenten ingenieurswetenschappen, bio-ingenieur, economie of geneeskunde, klimaatwetenschap of welke studierichting ook, zijn gebaat bij een (weliswaar beperkt) vak waarin wordt gevraagd "drie gedichten en een roman" te lezen, aldus Antjie Krog. Literatuur biedt de kans zich in tijd en ruimte te verplaatsen, vanuit andere perspectieven werelden te aanschouwen, visies op werkelijkheid in de weegschaal te leggen. Romans en poëzie stellen de lezer in staat om de particuliere kijk op mens en wereld ter discussie te stellen en te confronteren met afwijkende zienswijzen.

De kracht van het lezen bestaat erin, naast de esthetische ervaring, vragen te stellen bij het eigen referentiekader en de retorische macht van de taal onder ogen te zien. Hoe wij ons van taal bedienen en een wereld voor onszelf en de ander kunnen scheppen en vormgeven: is dat nu net niet een van de effecten van literatuur en kunst in het algemeen? En tot de bevinding komen dat de wereld die we voor onszelf creëren niet de enige is, maar deel van een complex dat we gemakshalve werkelijkheid noemen.

Nu het boek centraal staat, met recent ook nog het boekenfestival in Antwerp Expo, kan niet genoeg de klemtoon worden gelegd op de wondere wereld van taal en literatuur. Met Antjie Krog, internationaal gerenommeerd schrijver, ben ik het eens dat letterkunde zich op een kruispunt bevindt van velerlei perspectieven, ongeacht of het nu over esthetische, politiek-ideologische, economische, culturele of filosofische uitgangspunten gaat. Wat zij bepleit zou de evidentie zelf moeten zijn waar universiteitsbesturen, onderwijsinstellingen allerlei, al lang overtuigd zijn. Alleen raken deze doordringende betogen in een neoliberale kenniseconomie, in een wereld waarin het rendement-denken de leidraad is, al gauw ondergesneeuwd en worden als maatschappelijk weinig relevant weggezet, zelfs als niet pertinent, laat staan nuttig, voorgesteld. Wat is nut? Het hangt er maar van af wat je maatschappelijk nuttig acht.

De redenering is in realiteit andersom. Wie later in een bedrijf, in een onderzoeksgroep (zoals bij de bèta's en gamma's), op school of een andere plek professioneel actief is, is gebaat bij literatuur. Literatuur als nuttige nutteloosheid, als dusdanig onontbeerlijk, als ademtocht in een verstikkend competitief tijdsgewricht. Wie in de opleiding verondersteld wordt ten minste drie gedichten en een roman te lezen, heeft kunnen kennismaken met hoe literatuur onze kijk op de wereld mee bepaalt, wat het modieuze begrip multiperspectivisme precies inhoudt. Het klink moraliserend, zo zij het: van lezen en kijken word je een rijker mens en alleen al die kennismaking met literatuur en kunst, hoe beperkt ook, verruimt de blik en maakt van een opleiding een bijzondere ervaring.

Naast specialismen is er ook zoiets als culturele en kritische competentie, wat we doorgaans met een verouderde term humaniora noemen of in het Anglo-Amerikaanse discours Humanities. Wel ja, met Antjie Krog ben ik het eens dat we onze studenten dat perspectief moeten bieden, en dat we in opleidingen universiteitsbreed een module letterkunde kunnen implementeren. Niet omdat ikzelf of de Gentse writer-in-residence literatuur zo belangrijk acht, maar omdat je de ervaring van het lezen van drie gedichten en een roman niet één student màg onthouden.

Omdat de student later misschien wel CEO wordt, leerkracht of onderzoeker. Ongeacht de vakdiscipline kunnen literaire boeken beslist het verschil maken. Hoger-onderwijsinstellingen bewijzen hun studenten er een ongelooflijke dienst mee.

De Zuid-Afrikaanse auteur en hoogleraar Antjie Krog (Universiteit van die Wes-Kaapland), dezer dagen writer-in-residence aan de UGent, sprak in haar inaugurele rede over het maatschappelijk en intellectueel belang van literatuur. Nu de VRT november tot boekenmaand gedoopt heeft met als slogan 'Lan zullen we lezen', en met de voorleesweek vookan inderdaad niet voldoende de nadruk worden gelegd op de betekenis van romans en gedichten. Zeker op een moment dat een nijpend lerarentekort bestaat, onder andere voor het schoolvak Nederlands, en de geestes- en menswetenschappen onder druk staan. Nooit eerder waren aan onze universiteiten zo weinig inschrijvingen voor taal- en letterkundige studierichtingen.Antjie Krog, recent ook in het radioprogramma Culture Club op Radio 1 (29 oktober), bepleit een module letterkunde aan alle hoger-onderwijsinstellingen, in alle faculteiten van de universiteiten. Ik parafraseer haar formulering. Wanneer een CEO met zijn business miljoenen euro's binnenrijft, is het volstrekt onbegrijpelijk dat die man of vrouw zich nooit in een ander mens heeft verplaatst of de fascinatie van de verwondering heeft ervaren. Wanneer de regeringsleider van een machtig land in de gelegenheid is op de rode knop te drukken en een atoomoorlog te ontketenen, is het stuitend dat hij of zij nooit een gedicht heeft gelezen, geen benul heeft van het ander perspectief, nooit de kracht van de schoonheid heeft beleefd.Studenten ingenieurswetenschappen, bio-ingenieur, economie of geneeskunde, klimaatwetenschap of welke studierichting ook, zijn gebaat bij een (weliswaar beperkt) vak waarin wordt gevraagd "drie gedichten en een roman" te lezen, aldus Antjie Krog. Literatuur biedt de kans zich in tijd en ruimte te verplaatsen, vanuit andere perspectieven werelden te aanschouwen, visies op werkelijkheid in de weegschaal te leggen. Romans en poëzie stellen de lezer in staat om de particuliere kijk op mens en wereld ter discussie te stellen en te confronteren met afwijkende zienswijzen. De kracht van het lezen bestaat erin, naast de esthetische ervaring, vragen te stellen bij het eigen referentiekader en de retorische macht van de taal onder ogen te zien. Hoe wij ons van taal bedienen en een wereld voor onszelf en de ander kunnen scheppen en vormgeven: is dat nu net niet een van de effecten van literatuur en kunst in het algemeen? En tot de bevinding komen dat de wereld die we voor onszelf creëren niet de enige is, maar deel van een complex dat we gemakshalve werkelijkheid noemen. Nu het boek centraal staat, met recent ook nog het boekenfestival in Antwerp Expo, kan niet genoeg de klemtoon worden gelegd op de wondere wereld van taal en literatuur. Met Antjie Krog, internationaal gerenommeerd schrijver, ben ik het eens dat letterkunde zich op een kruispunt bevindt van velerlei perspectieven, ongeacht of het nu over esthetische, politiek-ideologische, economische, culturele of filosofische uitgangspunten gaat. Wat zij bepleit zou de evidentie zelf moeten zijn waar universiteitsbesturen, onderwijsinstellingen allerlei, al lang overtuigd zijn. Alleen raken deze doordringende betogen in een neoliberale kenniseconomie, in een wereld waarin het rendement-denken de leidraad is, al gauw ondergesneeuwd en worden als maatschappelijk weinig relevant weggezet, zelfs als niet pertinent, laat staan nuttig, voorgesteld. Wat is nut? Het hangt er maar van af wat je maatschappelijk nuttig acht.De redenering is in realiteit andersom. Wie later in een bedrijf, in een onderzoeksgroep (zoals bij de bèta's en gamma's), op school of een andere plek professioneel actief is, is gebaat bij literatuur. Literatuur als nuttige nutteloosheid, als dusdanig onontbeerlijk, als ademtocht in een verstikkend competitief tijdsgewricht. Wie in de opleiding verondersteld wordt ten minste drie gedichten en een roman te lezen, heeft kunnen kennismaken met hoe literatuur onze kijk op de wereld mee bepaalt, wat het modieuze begrip multiperspectivisme precies inhoudt. Het klink moraliserend, zo zij het: van lezen en kijken word je een rijker mens en alleen al die kennismaking met literatuur en kunst, hoe beperkt ook, verruimt de blik en maakt van een opleiding een bijzondere ervaring. Naast specialismen is er ook zoiets als culturele en kritische competentie, wat we doorgaans met een verouderde term humaniora noemen of in het Anglo-Amerikaanse discours Humanities. Wel ja, met Antjie Krog ben ik het eens dat we onze studenten dat perspectief moeten bieden, en dat we in opleidingen universiteitsbreed een module letterkunde kunnen implementeren. Niet omdat ikzelf of de Gentse writer-in-residence literatuur zo belangrijk acht, maar omdat je de ervaring van het lezen van drie gedichten en een roman niet één student màg onthouden. Omdat de student later misschien wel CEO wordt, leerkracht of onderzoeker. Ongeacht de vakdiscipline kunnen literaire boeken beslist het verschil maken. Hoger-onderwijsinstellingen bewijzen hun studenten er een ongelooflijke dienst mee.